Boerenbond, Inagro en pcfruit en het Departement Landbouw & Visserij vroegen een gezamenlijke grondstofverklaring aan voor het substraat afkomstig van een bioremediatiesysteem (fytobak of biofilter) voor toepassing als bodemverbeterend middel. Hierdoor kan dit toegepast worden op jouw veld (zonder bijkomende voorwaarde) of een veld van derden (mits de aanvraag van een individuele FOD ontheffing).
Land- en tuinbouwers kunnen deze grondstofverklaring individueel gebruiken door zich onderaan deze pagina aan te melden. Je verklaart dat je individueel zal voldoen aan de voorwaarden gesteld binnen deze grondstofverklaring en je ontvangt dan ook een afschrift van deze grondstofverklaring.
Neem deze webpagina en grondstofverklaring goed door. Deze grondstofverklaring is belangrijk bij het transport van de grondstof naar de akkers en is nodig om de gebruiker te wijzen op de gebruiksvoorwaarden. Geef deze grondstofverklaring dus ook af aan de transporteur van de grondstof.
Wat houdt deze grondstofverklaring precies in?
Op een landbouwbedrijf komt, naar aanleiding van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, reinigingswater vrij belast met gewasbeschermingsmiddelen. Dit reinigingswater is afkomstig van bv. het extern en intern spoelen van het spuittoestel en het reinigen van de plaats(en) waar de spuitoplossing klaar gemaakt wordt en/of het spuittoestel gestald wordt. Zoals beschreven in de regelgeving (VLAREM II, Afdeling 5.5.2) moet dit reinigingswater op een reglementaire wijze verwerkt worden.
Voor deze verwerking komt een bioremediatiesysteem, zoals een biofilter of fytobak, in aanmerking. Hierbij wordt het reinigingswater op een substraat van compost, stro en aarde gebracht waar het afgebroken wordt door het microbieel leven dat zich hierop ontwikkeld. Dit substraat raakt op zich niet verzadigd en kan dus blijven gebruikt worden. Het kan echter gebeuren dat een landbouwer beslist om een ander/groter type zuivering te bouwen of om uiteenlopende redenen het substraat toch eens te vernieuwen, bv. als door biologische afbraak de verhouding van de verschillende substraatcomponenten niet meer optimaal is. In dat geval werd dit substraat tot op heden als gevaarlijke afvalstof aanzien en diende de landbouwer het te laten ophalen en verwerken door een gespecialiseerde firma.
Boerenbond, Inagro, pcfruit en het Departement Landbouw & Visserij hebben samen met de OVAM naar oplossingen gezocht en hebben uiteindelijk een grondstofverklaring voor dit substraat bekomen.
Wat zijn deze gebruiksvoorwaarden?
Je vindt deze duidelijk terug in de grondstofverklaring. We sommen hieronder de belangrijkste nog eens extra op. Daarnaast mag je niet vergeten te voldoen aan de mestwetgeving en moet je, als je het aardbeisubstraat afzet op percelen van derden, ook een FOD ontheffing aanvragen. De informatie hierover vind je hieronder ook terug.
- Je garandeert dat het substraat minstens 5 maanden heeft gerust zonder het aanbrengen van nieuwe vloeistofresten beladen met gewasbestrijdingsmiddelen.
- Na de rustperiode kan het substraat verspreid worden over het veld aan max. 10 m³ per ha waarbij het in de toplaag (10 cm) wordt ondergewerkt.
- In afwijking van artikel 2.2.8 §2 van het VLAREMA zijn geen analyses vereist aangezien er al analyses tijdens de aanvraagprocedure zijn aangebracht die aantonen dat de normen voor gevaarlijk afval niet overschreden worden en dat de milieukwaliteit van het substraat afkomstig van bioremediatiesystemen voldoet aan de voorwaarden van het VLAREMA voor bodemverbeterend middel.
- Je houdt een materialenregister bij van de geproduceerde grondstoffen, dat volgende gegevens bevat:
- De hoeveelheid grondstoffen in m³.
- De aard en de samenstelling van de grondstoffen, met vermelding van de materiaalcode. Je kan volgende informatie gebruiken:
- Substraat van bioremediatiesysteem bestaande uit compost, stro en aarde.
- Materiaalcode = M00.00 (andere materialen waarvoor de OVAM een grondstofverklaring heeft afgeleverd). EURAL 020103.
- De beoogde toepassingswijze van de grondstoffen. Dit betreft het gebruik als bodemverbeterend middel.
- De datum van toepassing van de grondstoffen
- Kadastrale gegevens van het perceel waar de grondstoffen worden toegepast.
- Indien van toepassing, het ondernemingsnummer, naam en adres van de vergunde inrichting waar de grondstoffen worden toegepast.
- Het register mag digitaal of op papier bijgehouden worden. Het materialenregister wordt ten minste elke dag aangevuld met de meest recente gegevens. Dus op het moment dat het aardbeisubstraat effectief uit het productieproces gehaald wordt en wordt afgezet op eigen velden of op velden van derden, wordt dit in het register vermeld. De geregistreerde gegevens worden gedurende minstens 5 jaar ter beschikking gehouden van de toezichthouders.
- Je geeft een afschrift van de grondstofverklaring (dit ontvang je via mail na registratie van je aanvraag, hieronder) aan de vervoerder. De vervoerder heeft dit document nodig tijdens het transport om aan te tonen dat hij een grondstof en geen afvalstof vervoert. Dit afschrift van grondstofverklaring kan daarna indien nodig aan de gebruiker (indien een derde partij) worden overhandigd zodat hij ook op de hoogte is van de gebruiksvoorwaarden.
Welke stappen moeten er nog ondernomen worden als deze grondstof wordt afzet op eigen velden?
De federale wetgeving legt voorwaarden op voor het verhandelen van meststoffen en bodemverbeterende middelen. Dit heeft dus een implicatie als de grondstofstroom wordt toegepast op percelen van derden. Indien het substraat zou worden uitgereden op percelen van derden moet nog een aparte ontheffing worden aangevraagd bij FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.
Indien het substraat wordt uitgereden op eigen percelen is er geen verdere FOD ontheffing als meststoffenhandelaar nodig en hoeft er geen bijkomende stap te worden uitgevoerd.
Welke stappen moeten er nog ondernomen worden als deze grondstof wordt afzet op velden van derden?
Bij het uitrijden op velden van derden is er een overdracht of handel naar derden van een meststof. Dit betekent dat je nog een aparte ontheffing moet aanvragen bij FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. Een ontheffing laat toe om een product als meststof, bodemverbeterend middel, teeltsubstraat of aanverwant product te verhandelen indien dit product niet is opgenomen in bijlage I van het Koninklijk Besluit van 28 januari 2013. Dit is het geval voor substraat van bioremediatie. Je moet hiervoor een aanvraag indienen via https://fytoweb.be/nl/meststoffen/aanvraagprocedure-tot-ontheffing. De ontheffing wordt afgeleverd voor een periode van maximum 5 jaar en kan vernieuwd worden voor een periode van telkens maximum 5 jaar.
Boerenbond ging in gesprek met de FOD Volksgezondheid om hen reeds op voorhand zoveel mogelijk informatie mee te geven over deze stroom en de procedure zo eenvoudig mogelijk te maken voor de telers. Voorlopig laat de regelgeving het niet toe om vanuit Boerenbond een gezamenlijke ontheffing aan te vragen. We blijven wel verder in gesprek om tot betere oplossingen te komen, maar voorlopig moet de aanvraag dus individueel gebeuren.