Waar wild floreert, groeit ook de schade: blijf wildschade melden
Verschillende wildsoorten in Vlaanderen doen het goed. Gericht natuurherstel en investeringen in het ruimere buitengebied creëren steeds meer geschikt leefgebied voor fauna. Alleen houdt het wild geen rekening met grenzen, bestemmingsplannen of onze versnipperde ruimtelijke ordening. Dieren bewegen zich vrij door het landschap en duiken ook op waar ze minder of helemaal niet gewenst zijn. Het is dan ook niet verwonderlijk dat we bij Boerenbond steeds vaker schade vaststellen waar deze soorten in opmars zijn. Tegelijk zorgt de uiteenlopende beschermingsstatus van die soorten voor extra complexiteit. De regels rond bejaging en bestrijding verschillen, net als de voorwaarden voor een schadevergoeding. Het resultaat is een kluwen aan regelgeving waarin het voor landbouwers steeds moeilijker wordt om het overzicht te bewaren.
De Europese bever
Het voorbije voorjaar kwam de bever (Castor fiber) uitvoerig in het nieuws in de provincies Antwerpen en Limburg. Maar ook elders in Vlaanderen wint de soort terrein. Zo doen bevers het volgens cijfers van het Instituut voor Natuur‑ en Bosonderzoek (INBO) ook in Oost‑Vlaanderen en Vlaams‑Brabant jaar na jaar beter.
Beverdammen leiden tot een ophoging van het waterpeil, die een ruime gebiedsimpact met zich meebrengt. Dit wijst op de nood aan een meer geïntegreerde aanpak waarbij soortenbescherming, waterbeheer en landbouwgebruik beter op elkaar worden afgestemd. De bever is Europees beschermd via de Habitatrichtlijn en geniet de hoogste vorm van bescherming. Ongeacht zijn leefgebied is het dan ook verboden om de soort opzettelijk te doden, vangen of verstoren. Ook aan de voortplantings- en rustplaatsen - denk hierbij aan de ondergrondse burchten of dammen - mag niet geraakt worden. De omzetting van de Europese richtlijn naar Vlaamse wetgeving gebeurde via het Soortenbesluit. Een Soortenbeschermingsprogramma (SBP), waarvan het laatste voor de bever werd goedgekeurd in 2024, duidt hoe de strikte bescherming in de praktijk moet worden toegepast. Het SBP bepaalt dat een afwijking op de bescherming die het Soortenbesluit biedt mogelijk is, op voorwaarde dat aan een aantal voorwaarden cumulatief wordt voldaan:
Er is geen andere bevredigende oplossing (preventieve maatregelen bieden geen soelaas);
Er is een dwingend openbaar belang (waaronder schade aan landbouwpercelen of gebouwen);
De gunstige staat van instandhouding komt niet in het gevaar.
Tot het jaar 2000 was de bever in Vlaanderen nagenoeg verdwenen. In de jaren nadien doken opnieuw enkele exemplaren op, vooral door natuurlijke verspreiding vanuit Nederland en Wallonië, maar ook door illegale uitzettingen. Sindsdien kende de populatie een sterke groei: van naar schatting 150 dieren rond 2013 tot ongeveer 1.000 bevers in 2023, verspreid over zo’n 360 territoria (bron: ANB). Zowel in het Scheldebekken als in het Maasbekken werd de gunstige staat van instandhouding voor de bever bereikt. De populatie in het Maasbekken migreert vrij tussen Vlaanderen, Wallonië, Nederland en Duitsland en moet dus ruimer bekeken worden.
De bever nestelt zich vaker in landbouwgebied dan vroeger. Percelen lopen in de winter onder, en blijven ook in het voorjaar verzadigd met water. De landbouwwerkzaamheden lopen vertraging op, en percelen die wel ingezaaid zijn dalen in opbrengst door de verhoogde waterstand. Het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) engageert zich ertoe om binnen Actie 1.4 van het SBP van de bever samen met enkele partners een kaart op te stellen die de kernleefgebieden van de bever afbakent. Binnen deze kerngebieden zou de bever vrij spel krijgen om buiten deze gebieden extra mogelijkheden voor versneld beheer van de bever te voorzien. Momenteel kunnen waterbeheerders al een individuele ontheffing krijgen op het Soortenbesluit om beverschade te beperken en indien nodig de bever te verplaatsen. Hiervoor moet cumulatief aan de voorwaarden worden voldaan zoals ingeschreven in het SBP. Boerenbond pleit voor een snelle ontwikkeling van de kaart met kernleefgebieden, om vlotter te kunnen ingrijpen bij probleemsituaties en grove schade te vermijden. Schade melden blijft van belang. Boerenbond gaat in overleg met andere stakeholders, waaronder Landelijk Vlaanderen. Samen benaderen we het beleid om tot werkbare en toekomstgerichte oplossingen te komen.
Boerenbond pleit voor een snelle ontwikkeling van de kaart met kernleefgebieden, om vlotter te kunnen ingrijpen bij probleemsituaties en grove schade te vermijden.
Everzwijn
Het everzwijn (Sus scrofa) - ook bekend als wild zwijn - is in tegenstelling tot de bever geen beschermde diersoort. Wel is het beheer van de soort sterk gereguleerd binnen de jachtwetgeving. Jagen op everzwijnen is nagenoeg het hele jaar toegelaten, met uitzondering van de laatste twee weken van juli. Hoewel de populatieaantallen, en de daarmee gepaard gaande schade in teelten en particuliere tuinen toeneemt, merkt Boerenbond een dalend afschotcijfer gerapporteerd door het INBO. Zo werden er in het volledige Vlaamse Gewest in 2025 ongeveer zo’n 2500 everzwijnen geschoten, wat een daling van zo’n 25% (ongeveer 900) betekent ten opzichte van het jaar voordien.
Hoewel veel land- en tuinbouwers everzwijnschade melden, kan je geen beroep doen op een reguliere schadevergoeding van de Vlaamse administratie door de bejaagbare status. Eventuele geleden schade kan je wel verhalen bij de jachtrechthouder die jaagt op het perceel. Vlaanderen streeft een lage en maatschappelijk aanvaardbare populatie na. Deze moet bereikt worden via gereguleerd beheer, jacht en bestrijding. Boerenbond blijft oproepen om everzwijnschade, die vooral voorkomt in maïs en grasland, consequent te melden. Alleen zo krijgen administraties en beleidsmakers een duidelijk beeld van het algemene schadepatroon.
In januari 2026 ging de nieuwe Vlaamse everzwijncoördinator van start. Zij staat in voor de opmaak van een Vlaams everzwijnplan, met als doel te evolueren naar een geïntegreerd everzwijnbeheer in Vlaanderen. Boerenbond wordt betrokken bij het koepeloverleg waarin dit plan wordt opgesteld. Het beleid erkent de everzwijnproblematiek en probeert stappen vooruit te zetten. Zo werd in juli van vorig jaar nog een wetsvoorstel goedgekeurd om geluidsdempers en nachtkijkers toe te laten voor de jacht op everzwijnen. Hoewel de wetgevende teksten rond zijn, wachten jagers nog op het Koninklijk Besluit voor ze van deze de hulpmiddelen gebruik kunnen maken. Uit enkele parlementaire vragen leiden we af dat een benodigde wijziging aan het Centraal Wapenregister tot vertraging leidt. De finale goedkeuring met publicatie in het Belgisch Staatsblad wordt deze maand verwacht. We houden de leden op de hoogte over de goedkeuring van het Vlaamse plan.
Ganzenschade
Ganzen komen in Vlaanderen voor in vele soorten en aantallen. Heel wat inheemse ganzensoorten vallen onder de bescherming van de Europese Vogelrichtlijn, die in Vlaanderen is omgezet via het Soortenbesluit. Dat geldt onder meer voor de kolgans en de kleine rietgans, die hier vooral als wintergast in grote aantallen voorkomen maar elders broeden.
Daarnaast zijn er ganzensoorten die eveneens onder de Vogelrichtlijn vallen, maar waarvoor bejaging is toegestaan wegens gunstige populatiecijfers en de nood aan populatiebeheer. De grauwe gans is daarvan een uitgesproken voorbeeld: haar aantallen zijn de voorbije jaren sterk toegenomen. Hoewel deze soort geen bijzondere bescherming geniet, moet ook hier steeds een gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd.
Naast gewenste ganzenpopulaties komen er ook invasieve exoten voor, waaronder de nijlgans en de Canadese gans. Deze soorten mogen worden bestreden. Exoten zijn vaak groter, sterker en agressiever dan de inheemse soorten. De habitatverbetering in onze Vogelrichtlijngebieden trekt niet alleen de beoogde soorten aan, maar ook uitheemse ganzen die de concurrentie aangaan met inheemse ganzensoorten om voedsel en ruimte. Dat zorgt ervoor dat sommige populaties uitwijken naar de omliggende open ruimte en terechtkomen op nabijgelegen akkers en weides. De grote aantallen waarmee deze dieren neerstrijken, veroorzaken aanzienlijke vraatschade bij de opkomst van gewassen en leiden tot vertrappeling. Daarnaast dragen ganzen in belangrijke mate bij aan eutrofiëring in natuurgebieden door hun uitwerpselen.
Door beperkingen van de jachtmogelijkheden in beschermde natuurgebieden, of het niet toelaten van jacht in natuurgebied, kunnen exoten niet selectief worden bestreden. Preventieve maatregelen in het landbouwgebied bewijzen weinig effectief te zijn en de schade loopt jaarlijks op. Binnen beschermd vogelrichtlijngebied waar de ganzensoorten de doelpopulatie zijn, is het niet nodig om preventieve maatregelen te nemen om in aanmerking te komen voor een schadevergoeding. Boerenbond spoort ANB en natuurverenigingen aan om meer in te zetten op ganzenbestrijding in hun beheerde gebieden, en hier transparant over te communiceren. Ga selectief aan de slag door eieren van ongewenste soorten te verwijderen zodat inheemse populaties en nabijgelegen landbouwers profiteren. Ga hiervoor in overleg met lokale jagersverenigingen.
Boerenbond spoort ANB en natuurverenigingen aan om meer in te zetten op ganzenbestrijding in hun beheerde gebieden.
Onderzoek op 50 biologische percelen brengt in kaart hoe gewasrotatie, grondbewerking en bodemkwaliteit winteronkruiden beïnvloeden en welke gerichte maatregelen telers kunnen inzetten om de zaadbank af te remmen.
Op het melkveebedrijf van Peter Bauwens laat een demodag zien hoe rantsoen, bodemkwaliteit en koolstofopslag elkaar versterken. Van gras als basis tot vanggewassen en koolstoflandbouw: praktijk in actie.
Zeer lage vrijemarktprijzen en tegenvallende Fontane-opbrengsten drukken de aardappelmarkt. Met kleinere knollen, beperkte handel en stabiele prijzen blijft het aanbod krap.
Op de grens van BE/NL lanceren we SAFT: een nieuw Interreg-project dat AI, robotica en datatechnologie naar de land- en tuinbouw brengt, samen met ondernemers, techbedrijven en kennisinstellingen.
Boerenbond wil meewerken aan lokale Blue Deals, maar stelt duidelijke voorwaarden: vrijwillige maatregelen, eerlijke vergoedingen en landbouwers als volwaardige partners in duurzaam waterbeheer.
In de Aa- en Bosbeekvallei en de Zennebeemden moeten landinrichtingsprojecten beschermen tegen droogte en wateroverlast. Wat leren de openbare onderzoeken, en hoe blijft er ruimte voor landbouw?
Het openbaar onderzoek voor het landinrichtingsplan beek.boer.bodem is afgelopen. De bezwaren en opmerkingen worden nu verwerkt, waarna de resultaten dit najaar aan de stuurgroep worden voorgelegd. Boerenbond blijft het dossier van nabij opvolgen en vraagt bijzondere aandacht voor transparantie, rechtszekerheid en haalbare oplossingen voor de betrokken landbouwers.
LIP Vallei van de Zennebeemden wil Sint-Pieters-Leeuw en Beersel weerbaarder maken tegen wateroverlast en droogte, maar landbouwers vragen vooral duidelijkheid over het beheer na de werken.
Publieke consultatie voor het natuurbeheerplan Hagelandse Vallei in Leuven, Rotselaar en Holsbeek. Bekijk de kaarten, ontdek het type 4 beheerplan van Natuurpunt en dien tijdig je bezwaar in.
Publieke consultatie over het nieuwe natuurbeheerplan voor Meetshovenbos, Eikelberg, Beninksberg en Mostingbos. Bekijk kaarten en dien bezwaren in vóór 14 oktober 2026.