Welke vanggewassenmengsels halen het meeste nitraat uit de bodem?
Aangemaakt op
Klimaatverandering en steeds frequentere extreme weersomstandigheden stellen de Vlaamse landbouw voor grote uitdagingen. Landbouwers gaan op zoek naar veerkrachtige teeltsystemen en duurzame bodem- en waterbeheerstrategieën om hun opbrengsten veilig te stellen. In het LEADER-project “Gebufferd bodemwater voor een veerkrachtige landbouw” slaan de Bodemkundige Dienst van België, PIBO-Campus en Boerennatuur Vlaanderen de handen in elkaar. Het project zet in op de bufferende werking van landbouwbodems, en meer specifiek het verbeteren van de bodemwaterhuishouding- en infiltratie. Vanggewassen spelen een cruciale rol in de bodembedekking en –doorworteling, de waterhuishouding, het vastleggen van koolstof en de opname van stikstof. De stikstofopname en gewasparameters van verschillende innovatieve vanggewassenmengsels werden tijdens de afgelopen winterperiode opgevolgd. Met deze praktijkgerichte resultaten wil het project landbouwers ondersteunen bij de keuze van vanggewassenmengsels die het best aansluiten bij hun bedrijfsvoering en de uitdagingen van een veranderend klimaat.
Na de oogst van granen heeft de landbouwer een ruime keuze aan groenbedekkers om in te zaaien, zowel enkelvoudige gewassen als mengsels met verschillende complexiteit. Om meer inzicht te krijgen in de impact van verschillende types groenbedekker op de nutriëntendynamiek en bodemwaterhuishouding werd in augustus 2025 een proefveld aangelegd in Gelinden op een leemgrond. Hier werden vijf innovatieve groenbedekkers vergeleken met elkaar, en met een braakliggende controle (referentie). De geselecteerde vanggewassen(mengsels) worden gekenmerkt door een sterk ontwikkeld wortelstelsel, wat kan bijdragen aan een betere bodemstructuur. Diepwortelende vanggewassen fungeren eveneens als een nutriëntenpomp waarbij ze stikstof en andere waardevolle mineralen uit diepere bodemlagen kunnen opnemen. Bovendien produceren ze veel biomassa die voor een verhoging van de organische stof in de bodem kan zorgen.
De aanleg van het proefveld vond plaats na een regenperiode en in de vroege ochtend om de moeilijke omstandigheden van de droge zomer van 2025 zo goed als mogelijk op te vangen. Toch bleef de ontwikkeling van de vanggewassen eerder beperkt door de aanhoudend droge omstandigheden. De proef werd aangelegd in vier herhalingen en zowel gewasontwikkeling als bodemparameters werden opgevolgd doorheen het najaar en de winterperiode. Begin december werden de groenbedekkers geklepeld en nadien ondergewerkt. In het voorjaar van 2026 werden suikerbieten gezaaid door de landbouwer.
Soedangras kiemde en ontwikkelde zeer slecht. Soedangras is een warmteminnende graansoort die best vroeg in de zomer (mei-juli) gezaaid kan worden. Omdat de wintertarwe in juli werd geoogst, in combinatie met droge omstandigheden, werd de inzaai uitgesteld tot augustus. Door de zeer lage kieming ontstond in dit object een duidelijke onkruiddruk. De uitgevoerde metingen op dit object zijn dan ook niet volledig representatief voor deze groenbedekker.
Nitraatdynamiek
In de periode van september tot maart werden maandelijks N-stalen genomen op de zes objecten om de nitraatdynamiek op te volgen. De evolutie van het nitraatresidu voor elk object wordt hieronder getoond in de grafieken. In het najaar van 2025 konden geen stalen genomen worden in de bodemlaag 60-90 cm omdat de bodem zeer droog en compact was.
De nitraatresidu’s van de vier vanggewassenmengsels vertonen een zeer gelijkaardige trend. De vanggewassen nemen reststikstof op in het najaar, initieel voornamelijk uit de bovenste laag, en slaan deze tijdelijk op in hun biomassa. Met hun diepe wortels kunnen zowel de complexe mengsels als ook het soedangras, bij verdere ontwikkeling, ook nitraat opnemen uit de laag 60-90cm. In november is er daardoor nog nauwelijks nitraat aanwezig in het bodemprofiel. Hierdoor wordt de uitspoeling tijdens de winter beperkt. In december werden de groenbedekkers geklepeld en ondergewerkt. De opgenomen stikstof komt daardoor opnieuw in de bodem terecht. De biomassa moet eerst worden afgebroken vooraleer de organische stikstof gemineraliseerd kan worden.
Op het referentie-object schommelt het nitraatresidu continu rond 75 kg N/ha. De verdeling over de verschillende bodemlagen wijzigt wel. Er spoelt nitraat uit naar de diepere bodemlagen, al blijft dit effect relatief beperkt door de eerder droge winter. De opname van nitraat door het soedangras is eerder beperkt en is pas zichtbaar in de metingen vanaf november. De vrijgave gebeurt vrij snel, waardoor er nog nitraat kan uitspoelen in aanloop naar de start van het nieuwe teeltseizoen. Zoals eerder vermeld, zijn deze metingen niet volledig representatief voor dit gewas door de lage opkomst en de hoge onkruiddruk.
Opvallend is dat het gemeten nitraatresidu bij de laatste meting in maart hoger ligt op de referentie dan bij de mengsels. Belangrijk is wel dat het nitraatgehalte in de bovenste 30cm, belangrijk voor het nieuwe gewas, op alle behandelingen vrij gelijkaardig is. De geklepelde vanggewassen die werden ondergewerkt zullen, afhankelijk van gewas- en bodemeigenschappen, in het voorjaar nog verder afbreken en de ondergewerkte biomassa kan nog verder mineraliseren. Het is opvallend dat het SolaRigol-mengsel, dat verschillende vlinderbloemigen bevat, een nitraatresidu vertoont dat vergelijkbaar is met de andere mengsels. Op basis van de aanwezigheid van deze vlinderbloemigen zou verwacht kunnen worden dat de stikstofopname in het najaar gedeeltelijk wordt aangevuld door stikstoffixatie.
Gewasanalyse
Gewasstalen werden genomen op 20 november 2025, wanneer maximale ontwikkeling werd bereikt. In versgewicht, geoogst per m², was er weinig verschil tussen de vier mengsels. Het meest complexe mengsel vertoonde een wat lagere opbrengst, maar zonder significantie. Dit mengsel bevat enkele soorten die gevoelig zijn voor droogte tijdens het kiemen van de zaden, wat mogelijk heeft geleid tot een minder goede opkomst. De gemeten opbrengst van soedangras lag duidelijk lager t.o.v. de andere groenbedekkers wat opnieuw de lage opkomst en verstoorde groei aantoont.
Uit deze gewasstalen werd vervolgens de nutriënteninhoud en het gehalte droge stof bepaald. Het percentage droge stof schommelde rond 10% voor de vier mengsels wat eerder lage waarden zijn. Na een droge zomer zorgden de neerslagrijke omstandigheden in het najaar voor een snelle en sappige gewasgroei. Hoewel er naar stikstofinhoud (%N op DS) geen duidelijke verschillen waren, lag deze iets hoger bij Multimix Pro en Pro-Star Libra+. De N-opname van soedangras is significant lager vergeleken met deze van de vanggewassenmengsels. Ook de N-opname van de mengsels bleef echter onder de verwachtingen voor vroeg ingezaaide vanggewassen, waarvoor doorgaans een opname van 50-90 kg N/ha wordt gerealiseerd. De weers- en groeiomstandigheden bepalen, naast het zaaitijdstip, hoe goed het vanggewas ontwikkelt. Tijdens een lange droge periode in de zomer/najaar leidt het uitstellen van de zaai naar een later tijdstip met betere omstandigheden vaak tot een beter resultaat.
De C/N-verhouding bepaalt de snelheid waarmee stikstof in het voorjaar opnieuw vrijkomt. Bij een hogere C/N-verhouding zal stikstof langzamer worden vrijgegeven. Dit zijn voornamelijk grasachtige groenbedekkers, bijvoorbeeld Japanse haver, die een belangrijk aandeel vormt van het Suncover-mengsel. De verschillen in C/N-verhouding tussen de vanggewassen op deze proef waren eerder beperkt. De stijging van het nitraatgehalte in het voorjaar verliep zeer gelijkaardig op de verschillende behandelingen.
Conclusie proef 2025-2026
Op de groenbedekkersproef in Gelinden werden vier innovatieve mengsels vergeleken met soedangras en een referentie zonder groenbedekker. Ondanks de verschillende samenstellingen van de mengsels werden zowel in de gewasontwikkeling als in de stikstofmetingen en gewasanalyses slechts beperkte verschillen vastgesteld.
Het grootste verschil werd waargenomen tussen de mengsels en het soedangras. De droge weersomstandigheden remde de initiële groei van het soedangras sterk af. De resultaten tonen het belang aan van een goede kieming en een snelle gewasontwikkeling. Tijdens droge omstandigheden kan het daarom zinvol zijn om de zaai uit te stellen, op voorwaarde dat dit mogelijk blijft binnen de geldende regelgeving en de uiterste inzaaidatum.
Naast hun effect op de stikstofdynamiek kunnen groenbedekkers ook bijdragen aan een betere bodemstructuur. Mengsels hebben het voordeel meerdere gewassen met verschillende worteldieptes te combineren. Lange penwortels kunnen storende bodemlagen doorboren, terwijl oppervlakkige wortels belangrijk zijn voor nutriëntenopname en erosiebestrijding. Metingen van de penetratieweerstand en een visuele analyse van een spadesteek toonden voorlopig nog geen uitgesproken verschillen. Hiervoor zal in de volgteelt (suikerbieten) de opkomst en opbrengst gemeten worden in functie van de groenbedekkers. Bovendien zullen er verder bodemanalyses, infiltratiemetingen en vochtmetingen uitgevoerd worden om de nawerking van de groenbedekkerkeuze in het volgende teeltjaar in kaart te brengen.
Werkten mee aan dit artikel:
Maxime Versluys (PIBO Campus) Anne-Marie Braspenning (Bodemkundige Dienst van België) Jerome Rops (Boerennatuur Vlaanderen)
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
De stormschade van 27 op 28 juni heeft heel wat mais doen omvallen. Het (Landbouwcentrum voor Voedergewassen) publiceert nu een beslissingsboom die je helpt te beslissen wat je moet doen na schade.
Campo Solar groeide in tien jaar van een tuinfeest uit tot een festival voor 30.000 bezoekers, met landbouw als hart van de beleving: tussen mais, bloemen en lokale smaken.
John Deere vernieuwde de T5- en T6-maaidorsers met meer digitalisering, automatisering en gebruiksgemak, zonder het beproefde schudderconcept los te laten. Capaciteit, cabine en precisielandbouw kregen een stevige upgrade.
Vlaamse aardappeltelers schalen massaal terug: het areaal zakt dit jaar bijna 20%. Door zwakke vrije markt, lage prijzen en weinig exportperspectief blijft de stemming voor seizoen 2026-2027 erg flauw.
In bieten duikt de eerste cercospora op na de combinatie van een lange hitteperiode hitte en buien. Controleer je percelen snel en start tijdig met een preventieve behandeling om schade te beperken.
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
Tijdelijk onttrekkingsverbod in de Kleine Nete, de Aa en Vrouwvliet vanaf 2 juli 2026 door aanhoudende droogte. Ontdek waar het geldt en welke alternatieve waterbronnen beschikbaar zijn.
De stormschade van 27 op 28 juni heeft heel wat mais doen omvallen. Het (Landbouwcentrum voor Voedergewassen) publiceert nu een beslissingsboom die je helpt te beslissen wat je moet doen na schade.
Peilbesluiten bepalen waterpeilen in Vlaanderen en beïnvloeden landbouw, natuur en bedrijfsvoering. Ontdek hoe de procedure verloopt, waar inspraak mogelijk is en wat de impact is op percelen.
VMM werkt aan een totaalplan voor de Getestreek om wateroverlast beter op te vangen, met maatregelen per deelgebied en prioriteit voor woonkernen. De stand van zaken van dit klimaatrobuuste project.
De opmars van de bever in Antwerpen zorgt voor groeiende druk op landbouwgronden, waterbeheer en beleid. Dit artikel belicht de stijgende schade, de beperkingen van het huidige kader en de nood aan gerichte keuzes.