‘t Hoppecruyt innoveert met nieuwe oogstmachine: “Lager energieverbruik en hogere efficiëntie”
Aangemaakt op
In 2018 zette ‘t Hoppecruyt uit Poperinge al een grote stap richting innovatie. Benedikte Coutigny en haar echtgenoot Wout Desmyter lanceerden toen het idee om hop binnen 24 uur na de oogst te pelletiseren, zodat het krachtige aroma optimaal behouden bleef. Dankzij VLIF-innovatiesteun konden ze die visie waarmaken. Het resultaat? Bierbrouwers waren meteen enthousiast en het hopbedrijf draait sindsdien op volle toeren. Ondertussen stapte ook zoon Roel mee in het verhaal. Vandaag kijkt ‘t Hoppecruyt opnieuw vooruit. In 2025 dienden ze met succes een nieuw VLIF-innovatiedossier in, en op dit moment wordt hun gloednieuwe hopoogstmachine gebouwd. Innovatie blijft dus een rode draad in hun werking. Goed nieuws voor andere land- en tuinbouwers: ook in 2026 is VLIF-innovatiesteun beschikbaar voor wie wil vernieuwen.
Benedikte kan enkel maar positief terugkijken op hun vorige VLIF-innovatie avontuur. De snelle behandeling van de geoogste hop heeft voor een nieuw elan gezorgd bij ‘t Hoppecruyt. “Ons bedrijf is eigenlijk volledig veranderd. We zijn ons nog meer gaan toeleggen op hop. In 2018 hadden we nog een vleesveetak, maar daar zijn we mee gestopt. We telen nog wel groenten, knolselderij en spruitjes. Ons areaal hop is toegenomen van een tiental hectare naar 13 nu. En onze zoon Roel van 27 zit mee in het bedrijf. Intussen verkopen we zo goed als onze volledige oogst aan brouwerijen die hop uit de Belgische achtertuin willen kopen, en we zien uitbreidingsmogelijkheden. De toekomst ziet er positief uit.”
“We werken samen met heel wat Belgische brouwerijen. Met name Alken Maes heeft ons enorm gesteund in deze investering. Het is ook deels op hun aangeven dat we nu opnieuw investeren. De brouwerij wil CO2-neutraal werken en natuurlijk maakt hop daar een onderdeel van uit. Om een idee te krijgen van de mogelijkheden, bezochten wij een tijdje geleden hun mouterij Albert in Puurs. We waren daar danig van onder de indruk en dat heeft ons wel de ogen geopend. Op ecologisch vlak zijn we best al wel goed bezig wat het teeltproces betreft, maar het oogsten is enorm energieverslindend. Toen de brouwerij ons vroeg of wij een idee hadden om minder energie te verbruiken, zijn we onze zoektocht gestart.”
“Ten eerste spraken we de reguliere VLIF-steun aan voor een warmtewisselaar die begin dit jaar geïnstalleerd wordt. Daarmee kunnen we ons energieverbruik verlagen. De vrijgekomen warmte wordt gerecupereerd en naar de ast geleid, waardoor we ook sneller zullen kunnen drogen. Dat gaat dus een positieve invloed hebben op onze energiebalans, maar het gaat ook zorgen voor meer capaciteit, wat de kwaliteit ook ten goede komt en dat is goed.”
Buitenlands idee op Belgische leest
“Maar dan was er nog onze plukmachine. Het huidige exemplaar is 52 jaar oud en gaat al drie generaties mee. Het is enorm energieverslindend en werkt vandaag niet meer efficiënt. Het is voor Roel niet haalbaar nog eens een generatie lang met deze oude machine te werken, zelfs al hebben we ze al volledig gerenoveerd. In onze zoektocht kwamen we uiteindelijk in Duitsland terecht bij de firma Wolf. Die waren bereid om voor ons een machine te bouwen. Maar een kopie van wat zij voor de Duitse markt produceren, is niet mogelijk. Wij zitten hier op een locatie met veel wind en selecteren onze hopsoorten navenant. De machine moet dit aankunnen. In Duitsland hebben ze van die wind veel minder last, maar Wolf blijkt ook te produceren voor Nieuw-Zeeland, waar de situatie vergelijkbaar is met hier in Poperinge. Op dat idee zijn we gaan verder werken.”
“De machine moet aangepast zijn aan de ranken waarmee wij hier werken.”
Voor wie het niet goed kent: een plukmachine voor hop is vergelijkbaar met een pikdorser. “De ranken moeten er manueel worden ingelegd en worden dan volledig afgeritst. De ranken en blaadjes worden verhakseld voor compost, de hopbelletjes verzamelen we want die hebben we nodig. Met onze oude machine merken we dat we wel wat verlies hebben. Een nieuwe machine zou dus niet enkel minder energie verbruiken, maar ook een grotere opbrengst opleveren. Op zich is dat logisch. De ranken van nu zijn niet meer dezelfde als die van twintig jaar geleden. Wij experimenteren met verschillende hoprassen omdat we soorten nodig hebben die klimaatbestendiger zijn. De Amerikaanse rassen die wij hier hebben zijn vaak gigantisch, met dikke, zware ranken. Daar heeft de oude machine moeite mee. De nieuwe zal daar wel mee overweg kunnen en zal dat dan nog eens 50% sneller doen ook. Dat betekent snellere verwerking dus winst op vlak van aroma en dat is net waar wij voor staan. Hop is het parfum van bier. Je hebt veel verlies van parfum tijdens het plukken en drogen, dus hoe sneller je dat kan laten gaan, hoe meer aroma we kunnen afleveren aan de brouwer. Die heeft dan op zijn beurt minder hop nodig om een goed bier te maken.”
Aroma en ecologie
“Toen we in 2018 startten met pelletiseren was voor ons aroma heel belangrijk. En zonder dat we het beseften, hebben we daarmee ook een grote stap gezet op ecologisch vlak. Want we verwerken sneller, dus er gaat minder tijd over, er is minder stockage nodig en veel minder transport. Het is allemaal met elkaar verbonden en dat ontdek je pas wanneer je ermee bezig bent. Dat is fantastisch!”
“Het vertrouwen van onze klanten hielp ons om deze stap te zetten.”
Aan zo’n op maat gemaakte machine hangt natuurlijk een kostenplaatje en daar komt VLIF-innovatie in tussen. De familie Desmyter stelde zelf het dossier samen, en schakelde Boerenbond in om het na te lezen. “Wij hebben daar een eigen manier van werken voor. We drukken het dossier dat moet worden ingevuld drie keer af en splitsen ons dan op. Wout, Roel en ikzelf spreken hierover niet met elkaar en vullen alles individueel in. Als iedereen daarmee klaar is, leggen we onze dossiers samen en bekijken wie wat heeft geschreven. Daarvan maken we dan een soort samenvatting en dat levert een heel mooi dossier op. ‘t Is misschien wel wat vreemd om er ondertussen als koppel niet over te spreken, maar aan het einde van de rit levert het wel iets op. Hop is dan misschien nog wel een extra bijzondere teelt, omdat hij niet zo gekend is als bijvoorbeeld de melkvee- of varkenshouderij. Wij moeten echt goed uitleggen wat wij doen en wat daar precies voor nodig is. Dat was zo bij het VLIF-dossier, maar bijvoorbeeld ook bij de bank voor de lening.” Die financiële inbreng is essentieel bij de VLIF-innovatiesteun. De land- of tuinbouwer bekostigt eerst zelf de investering. Het VLIF zorgt voor een gedeeltelijke terugbetaling van de gemaakte kosten. “Ook onze klanten waren van groot belang hierbij. Zij hebben ons hun vertrouwen gegeven en de contracten voor vijf jaar herbevestigd. Dat vertrouwen heb je nodig om zo’n grote investering te kunnen doen.”
Schapen als groene werkkrachten
Overigens zit innovatie zeker niet altijd in grote, kostelijke investeringen. Sinds 2020 grazen er zwartblesschapen tussen de hopranken van ‘t Hoppecruyt en die leveren veel meer op dan een fotogeniek beeld voor de bezoekers. “Dat idee hebben we ook opgepikt in Nieuw-Zeeland. In de zomer eet onze kudde van 40 schapen de blaadjes onderaan van de hopranken. Ze helpen ons zo om op een ecologische manier rode spint te bestrijden. De hopbelletjes laten ze trouwens netjes hangen! Na de oogst, van september tot januari, lopen ze ook in het hopveld. Dan eten ze de groenbemester op. Met hun pootjes maken ze kleine putjes in de bodem dat helpt bij de gelijkmatige insijpeling van het regenwater. En de wol gebruiken we rondom ons terrein om reeën op afstand te houden. Het is dus eigenlijk minder werk voor ons, én het levert een ecologischere teelt op. Bovendien tellen we tot wel 10% meer opbrengst! Wij houden ervan om zulke zaken te ontdekken en uit te proberen. Hoe meer je daar in zit, hoe makkelijker het lijkt te worden om nog eens iets te proberen en nog een stap te zetten naar ecologischer werken. Onze nieuwe oogstmachine past helemaal in dat grotere plaatje.”
Roel, Benedikte en Wout bij de oude hopoogstmachine die aan vervanging toe is.Ook in de winterperiode leveren de schapen goed werk in de plantage: ze eten de groenbedekker op, en werken mee aan een betere bodemkwaliteit.
Boerenbond helpt ook dit jaar bij het aanvragen van VLIF-innovatiesteun
Wil je investeren in innovatie op je bedrijf, dan zijn er verschillende subsidiemogelijkheden. Ook in 2026 kan je weer projecten indienen voor VLIF-steun voor innovatieve investeringen, ook gekend als VLIF-innovatie – niet te verwarren met de gangbare VLIF-steun! Met een subsidie van 50% steunt het Departement Landbouw en Zeevisserij innovatieve investeringen (onroerend goed, een vernieuwende machine, installatie of uitrusting) in de land- en tuinbouw. Naast de investering zelf, kan je ook steun krijgen voor onderzoek en advies over de innovatie. Resultaatsmetingen worden 65% gesteund en 80% indien metingen van milieuparameters.
Je kan bij Boerenbond terecht voor meer uitleg over deze maatregel. We bekijken samen of jouw investering deze steun kan krijgen. Eventueel stellen we ook samen het aanvraagformulier op of lezen wij jouw aanvraag na.
Wat kost dat?
De prijs voor leden van Boerenbond bedraagt
Nalezen dossier: Kostprijs: 350 euro (excl. btw). Let op: ook dit bedrag worden voor 50% gesubsidieerd!
Schrijven dossier: Kostprijs: 1500 euro (excl. btw). Let op: ook dit bedrag wordt voor 50% gesubsidieerd! Dit bedrag wordt enkel aangerekend als de subsidie wordt toegekend. Indien geen subsidie wordt toegekend, rekenen we een dossierkost van 350 euro aan.
Meer weten?
Bezoek https://www.boerenbond.be/vlifinnovatie voor alle informatie, de contactgegevens van onze experts en de inschrijfmogelijkheden voor het begeleidend webinar van de Vlaamse overheid op 5 februari.
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
De stormschade van 27 op 28 juni heeft heel wat mais doen omvallen. Het (Landbouwcentrum voor Voedergewassen) publiceert nu een beslissingsboom die je helpt te beslissen wat je moet doen na schade.
Campo Solar groeide in tien jaar van een tuinfeest uit tot een festival voor 30.000 bezoekers, met landbouw als hart van de beleving: tussen mais, bloemen en lokale smaken.
John Deere vernieuwde de T5- en T6-maaidorsers met meer digitalisering, automatisering en gebruiksgemak, zonder het beproefde schudderconcept los te laten. Capaciteit, cabine en precisielandbouw kregen een stevige upgrade.
De komkommerprijs kende afgelopen jaar flinke schommelingen. Begin dit jaar normaliseerde de prijs opnieuw en keerde die terug naar het niveau van de voorgaande jaren.
Vlaamse aardappeltelers schalen massaal terug: het areaal zakt dit jaar bijna 20%. Door zwakke vrije markt, lage prijzen en weinig exportperspectief blijft de stemming voor seizoen 2026-2027 erg flauw.
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
De sectorvakgroep Fruit trok naar Diest voor een boeiende bijeenkomst over driftreductie, robuuste rassen en inspirerende bedrijfsbezoeken bij fruit-, witloof- en wijnbedrijven.
De stormschade van 27 op 28 juni heeft heel wat mais doen omvallen. Het (Landbouwcentrum voor Voedergewassen) publiceert nu een beslissingsboom die je helpt te beslissen wat je moet doen na schade.
Peilbesluiten bepalen waterpeilen in Vlaanderen en beïnvloeden landbouw, natuur en bedrijfsvoering. Ontdek hoe de procedure verloopt, waar inspraak mogelijk is en wat de impact is op percelen.
VMM werkt aan een totaalplan voor de Getestreek om wateroverlast beter op te vangen, met maatregelen per deelgebied en prioriteit voor woonkernen. De stand van zaken van dit klimaatrobuuste project.
De opmars van de bever in Antwerpen zorgt voor groeiende druk op landbouwgronden, waterbeheer en beleid. Dit artikel belicht de stijgende schade, de beperkingen van het huidige kader en de nood aan gerichte keuzes.