Europese regels voor koolstoflandbouw bieden meer duidelijkheid
De Europese Commissie heeft de definitieve methodologieën voor de certificering van koolstofopslag gepubliceerd. De regels hebben betrekking op koolstoflandbouw, boslandbouw, vernatting en bebossing. Daarmee komt er voor het eerst een Europees kader voor de manier waarop koolstofopslag kan worden gemeten en gecertificeerd. Volgens Boerenbond is dat een belangrijke stap, maar moet de ontwikkeling vooral leiden tot een echt verdienmodel voor landbouwers.
Koolstoflandbouw kan de voorbije jaren op steeds meer belangstelling rekenen. Het veranderende klimaat en de uitdagingen op het vlak van klimaatadaptatie en -mitigatie spelen daarbij een belangrijke rol. Een aantal landbouwers is al aan de slag gegaan met zogenaamde carbon credits, waarbij bedrijven of overheden landbouwers vergoeden voor het realiseren van koolstofopslag.
Europese spelregels
De nieuwe methodologieën kwamen tot stand na verschillende consultaties, expertmeetings en feedbackrondes. Ook Koolstofplatform Vlaanderen leverde input aan het proces. Ten opzichte van eerdere voorstellen zijn enkele zaken aangepast. Zo wordt de bijkomende monitoringperiode voor landbouwers beperkt tot vijf jaar, tegenover de eerder voorziene tien jaar. Voor projecten rond vernatting wordt meer ingezet op proxy-metingen, al worden de voorwaarden rond methaanpieken aangescherpt.
Ook voor bebossingsprojecten zijn wijzigingen voorzien. De activiteitsduur wordt verlengd, waardoor gedurende een langere periode certificaten kunnen worden gegenereerd. Het risicobeheer wordt vereenvoudigd door gebruik te maken van datasets van de Europese Commissie. De Europese regels moeten meer duidelijkheid brengen over de manier waarop koolstofopslag in de toekomst wordt gemeten en gecertificeerd. Certificeringssystemen kunnen daardoor ook stappen zetten richting erkenning binnen het Europese CRCF-kader (Carbon Removals and Carbon Farming).
Mogelijke vraag vanuit bedrijven
Naast de Europese spelregels groeit ook de belangstelling vanuit het bedrijfsleven voor compensatie voor de koolstofuitstoot. Een voorbeeld daarvan is de Science Based Targets initiative (SBTi), een internationaal initiatief waarbij bedrijven wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen voor hun uitstootvermindering vastleggen. Het nieuwe framework van SBTi, dat in juni werd gepubliceerd, voorziet dat bedrijven vanaf 2035 minstens 1% van hun emissies moeten compenseren met koolstofcertificaten, zowel natuur- als technologiegebaseerd. Dat kan op termijn een bijkomende vraag naar kwaliteitsvolle koolstofcertificaten creëren. Voor landbouwers zal vandaag nog niet alles meteen veranderen. Toch wijzen deze ontwikkelingen erop dat koolstoflandbouw steeds meer een plaats krijgt binnen het bredere klimaat- en duurzaamheidsbeleid, wat op termijn nieuwe kansen kan creëren voor de vergoeding van klimaatinspanningen op landbouwbedrijven.
Verdienmodel voor de landbouwer centraal zetten
Voor Boerenbond is het belangrijk dat de ontwikkeling van de koolstofmarkt uiteindelijk ook een echt verdienmodel voor landbouwers oplevert. Landbouwers die inspanningen leveren om koolstof op te slaan, moeten daar op een correcte manier voor kunnen worden vergoed. Boerenbond bracht de voorbije jaren tijdens overlegmomenten op Europees niveau verschillende aandachtspunten naar voren. Zo moet de administratieve last voor landbouwers zo beperkt mogelijk blijven. De organisatie pleit daarnaast voor vertrouwen en een aanpak die oplossingen en opportuniteiten centraal stelt.
Ook de gronddruk moet volgens Boerenbond goed worden opgevolgd. Een groeiende koolstofmarkt mag er niet toe leiden dat bedrijven zelf landbouwgrond gaan verwerven om aan koolstoflandbouw te doen, waardoor de toegang tot grond voor landbouwers verder onder druk komt te staan. Boerenbond vraagt daarnaast aandacht voor een specifiek statuut voor (tijdelijke) natuur in agrarisch gebied. Ook dat kan helpen om binnen het landbouwgebied ruimte te creëren voor klimaat- en natuurmaatregelen zonder de landbouwfunctie uit het oog te verliezen.
Koolstoflandbouw als klimaatadaptatie
Koolstofopslag heeft volgens Boerenbond bovendien niet alleen een rol in het beperken van de klimaatverandering. Maatregelen zoals koolstoflandbouw, boslandbouw, bebossing en vernatting kunnen ook bijdragen aan de klimaatadaptatie. Een bodem die meer koolstof bevat, kan meer water vasthouden en zo helpen tijdens droge periodes. Tegelijk kan een betere bodemstructuur bijdragen aan een betere infiltratie van neerslag en minder erosie. Ook het herstel van natte gebieden kan helpen om water vast te houden en hittestress te temperen. Voor landbouwers kan koolstoflandbouw daardoor verschillende voordelen combineren, op voorwaarde dat de maatregelen passen binnen de bedrijfsvoering en dat de inspanningen correct worden vergoed.
Vlaamse Carbon Farming Dag op 26 oktober
Wie meer wil weten over de verdere ontwikkelingen rond koolstoflandbouw, kan op 26 oktober deelnemen aan de Vlaamse Carbon Farming Dag. De activiteit wordt georganiseerd vanuit het Interreg-project Smart Carbon Farming. Tijdens de dag wordt onder meer een nieuwe robot gedemonstreerd die verschillende bodemparameters, waaronder het koolstofgehalte, rechtstreeks op het veld kan meten. Dat gebeurt in samenwerking met ILVO. Daarnaast komen de laatste ontwikkelingen rond carbon farming in Vlaanderen aan bod, evenals de Carbon Farming Club van Arvesta, de duurzaamheidsstrategie van Lidl en de rol van KBC bij investeringen in een toekomstgerichte en duurzame landbouw. Landbouwers en andere betrokkenen gaan er ook in gesprek over hoe de toepassing van koolstoflandbouw verder kan worden versneld.
Aardappelen komen dit seizoen kiemlustig de loods binnen. Ontdek hoe tijdige ventilatie, juiste koeling en doordachte kiemremming helpen de kwaliteit tijdens bewaring te beschermen.
Met het impulsprogramma ‘7 voor 27’ wil Vlaanderen de waterkwaliteit versneld verbeteren. Ontdek welke zeven acties tegen 2027 voor schoner water en gerichter beleid moeten zorgen.
De beste spuittechniek hangt af van het doelwit, het gewas en de omstandigheden. Optispray toont hoe druppelgrootte, spuitvolume en techniek samen driftreductie en werking bepalen.
Tot 40 procent van de Vlaamse bataatoogst haalt de winkel niet. VALOBAT onderzoekt hoe deze reststromen nieuwe kansen krijgen in dumplings, bakkerijproducten en andere voeding.
De bestuursleden van de Antwerpse studiekringen groenteteelt startten het werkjaar met een uitwisseling en een boeiend bezoek aan de fossielvrije onderzoeksserre van KU Leuven.
De bevrijdende bedrijfsvoorheffing moest de belastingaangifte voor seizoenwerknemers overbodig maken. Toch zorgt het woonplaatsattest opnieuw voor aangiftebrieven. Wat moet je ermee en welke oplossing ligt op tafel?
Het organischestofgehalte verhogen in de bodem wordt terecht als een belangrijke hoeksteen gezien van agro-ecologische landbouw. Maar in Vlaamse bodems is de pH evenzeer een werkpunt, net als het voorkomen van bodemverdichting
Met het impulsprogramma ‘7 voor 27’ wil Vlaanderen de waterkwaliteit versneld verbeteren. Ontdek welke zeven acties tegen 2027 voor schoner water en gerichter beleid moeten zorgen.
De beste spuittechniek hangt af van het doelwit, het gewas en de omstandigheden. Optispray toont hoe druppelgrootte, spuitvolume en techniek samen driftreductie en werking bepalen.