Overheidscontroles roepen zelden enthousiasme op. Voor landbouwers horen ze erbij, maar leuk zijn ze niet. Toch snapt bijna iedereen waarom ze er zijn: duidelijke regels en eerlijke handhaving beschermen niet alleen het product en het milieu, maar ook de sector zelf. Ze zorgen ervoor dat de spelregels voor iedereen gelijk zijn en vermijden oneerlijke concurrentie. De manier waarop controles gebeuren, bepaalt dan ook sterk hoe ze worden ervaren. We vroegen ons ledenpanel naar hun ervaringen met overheidscontroles en welke impact ze hebben in de praktijk.
Hoewel niemand ervoor staat te springen, heeft het merendeel van ons ledenpanel er begrip voor dat er controles plaatsvinden.
Elk jaar 5 controles kost 24 uur
Controles zijn voor veel land- en tuinbouwers geen uitzondering, maar een terugkerend onderdeel van het ondernemerschap. Zo werd 76% – bijna drie op de vier – van de respondenten het afgelopen jaar minstens één keer gecontroleerd door een overheidsdienst. Controles maken voor veel land- en tuinbouwers geen uitzondering uit, maar zijn een terugkerend onderdeel van het ondernemerschap. Andere controleorganisaties, zoals die voor kwaliteitssystemen als Codiplan of Vegaplan, blijven daarbij buiten beschouwing.
Gemiddeld gaat het zelfs om zo’n 5 overheidscontroles per bedrijf per jaar. Opvallend is ook hoe vaak die controles onverwacht komen: drie vierde gebeurt zonder aankondiging.
Welke instelling controleert het meest?
In onze bevraging duiken twee namen het vaakst op als ‘ijverige overheidscontroleurs’: het FAVV en de VLM. Daarnaast geven landbouwers aan dat sommige controles vrijwel altijd onaangekondigd plaatsvinden, vooral bij Dierenwelzijn, het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en het Departement Omgeving.
Ook opvallend is dat verschillende controlediensten deels dezelfde punten controleren. Op het terrein vertaalt zich dat in herhaling, extra tijdverlies en het gevoel dat controles elkaar onnodig overlappen.
Controletoerisme?
Volgens ons ledenpanel duurt een controle zo’n 2 uur. Maar daar blijft het meestal niet bij. Wanneer ook de voorbereiding en naverwerking worden meegerekend, loopt de totale tijdsbesteding op tot gemiddeld 5 uur per controle. Met gemiddeld zo’n vijf controles per jaar gaat het per bedrijf dus al snel om meer dan 24 uur tijdverlies op jaarbasis.
Daar komt bij dat drie vierde van de controles niet wordt aangekondigd. In de praktijk wil dat zeggen dat de controleur vaak langskomt als je net een taak uitvoert die je niet zomaar kan pauzeren: op een landbouwbedrijf werk je nu eenmaal met levende dieren, gewassen en weersomstandigheden die je niet zomaar kan stilleggen. Wat wordt onderbroken, moet nadien bovendien opnieuw worden opgepikt, met extra tijdverlies tot gevolg.
Veel landbouwers geven aan dat ze een controle bijna altijd zelf moeten begeleiden, vaak samen met een meewerkende partner. Wanneer daarbij weinig rekening wordt gehouden met het werkmoment of met de praktische realiteit op het bedrijf, weegt dat snel door. Bovendien is de landbouwer meestal ook persoonlijk en emotioneel sterker betrokken bij wat wordt gecontroleerd, wat de impact van zo’n controle nog vergroot.
Dat staat in schril contrast met veel kmo’s, waar controles vaker worden begeleid door een specifieke medewerker per domein, zoals een milieucoördinator of HR‑verantwoordelijke. Daardoor rust de volledige controle zelden op de schouders van de bedrijfsleider zelf en is er doorgaans meer afstand tussen de controle en de persoon die ze opvangt.
De overheid heeft geen voeling meer met ons, werkende boeren. Je hebt meer werk aan papieren dan aan de dieren.
Er zou een mogelijkheid moeten zijn dat, wanneer een controleur zich op het bedrijf aanmeldt, je nog een halfuur krijgt om de werkzaamheden waarmee je bezig bent ordelijk, proper en gestructureerd af te werken, of om op een correcte manier door te werken tot je het werk haalbaar kan stilleggen.
Ik begrijp dat er soms argwaan is, maar in een halfuur kan je je werk niet degelijk afronden of ‘mirakels’ uitvoeren. Voor een controleur lijkt een halfuur misschien lang, maar voor bepaalde taken is dat helemaal niet zo. Denk bijvoorbeeld aan het behandelen van biggen per nest: als je met een nest van pakweg 10 biggen bezig bent, kan je moeilijk halverwege stoppen. Alleen al het verdoofd castreren neemt makkelijk 10 tot 15 minuten in beslag, en dan moeten zaken zoals ijzer geven, ringen plaatsen en ontsmetten nog gebeuren.
Controles geven stress!
Controles worden door landbouwers zelden ervaren als ondersteuning; bijna iedereen geeft aan dat ze gepaard gaan met een zekere vorm van stress. Die stress heeft zelden één oorzaak. Uit de antwoorden blijkt een combinatie van onzekerheid, mogelijke gevolgen en de manier waarop een controle verloopt.
Heel wat stress zou kunnen worden weggenomen als controles tijdig worden aangekondigd, zodat landbouwers zich beter kunnen voorbereiden. Daarnaast leeft sterk de vraag naar een reëel recht op vergissing, met ruimte om kleine fouten recht te zetten. In het kluwen van regelgeving is immers niet altijd meteen duidelijk of je volledig aan alle verplichtingen voldoet.
De houding van de controleur is de zesde belangrijkste stressfactor. Respectvolle communicatie, duidelijke uitleg en realistische verwachtingen maken nochtans een groot verschil en kunnen ervoor zorgen dat een controle correct verloopt zonder nodeloze spanning. Tegelijk geeft één op de vijf respondenten aan dat de bioveiligheidsmaatregelen tijdens een controle niet of onvoldoende worden gerespecteerd.
Ook de kennis van rechten en plichten speelt een belangrijke rol. Niet elke landbouwer is vertrouwd met de bezwaarprocedure of weet wat er precies volgt na een vaststelling.
Wanneer er tijdens een controle discussie ontstaat over vaststellingen, blijkt bezwaar aantekenen allesbehalve vanzelfsprekend. Slechts 22% deed dat ooit. Van wie die stap zette, kreeg 43% gelijk op basis van zijn of haar argumenten, bleek uit onze (beperkte) enquête. Toch ervaart 62% duidelijke drempels om effectief bezwaar aan te tekenen, niet in het minst omdat die procedure loopt via dezelfde administratie als de oorspronkelijke controleur.
Hittegolven nemen toe en dat vergroot de kans op hittestress bij varkens. Ontdek praktische maatregelen om het stalklimaat te verbeteren, dieren koel te houden en productieverlies te voorkomen.
Goede oogst zorgt voor een groot appelaanbod, waardoor de prijzen dalen en zelfs onder het vijfjarig gemiddelde zakken. Mogelijk blijven er ook nog voorraden over voor de start van het nieuwe seizoen.
Het aspergeseizoen begon vroeg en sterk, maar na Pasen kelderden de prijzen onder het gemiddelde. Door het uitblijven van herstel eindigde het seizoen voor veel telers teleurstellend.
De Europese braadkippennoteringen zakten na een periode van sterke prijsvorming. Meer productie, hogere import uit Oekraïne en Brazilië en dalende export zorgen nu voor een ruim aanbod en druk op de prijzen.
Varkensprijzen blijven al maanden onder druk door een ruim Europees aanbod, stijgende productie en zwakke export. Vooral Vlaamse slachthuizen voelen de prijsdruk rechtstreeks.
Kalverprijzen blijven hoog, terwijl de melkprijs stabiel blijft en zuivelproducten licht stijgen. Een zomerse correctie wordt verwacht, maar of die positieve trend aanhoudt, is nog onzeker.
Boerenbond en SBB onderhandelen jaarlijks met de fiscus over fiscale tuinbouwbarema’s. Ontdek hoe praktijkkennis, cijfers en seizoenslonen samen zorgen voor een werkbaar forfaitair systeem.
Vijf heldere antwoorden over het Vlaams Pachtdecreet: wanneer er sprake is van pacht, hoe de prijs werkt, wat bij overdracht geldt en hoe het voorkooprecht de rechten van pachter en eigenaar beïnvloedt.
Publieke landbouwgronden zijn cruciaal in de Vlaamse Ardennen. Dit onderzoek van RLVAD en ILVO toont hoe versnipperd het bezit is en waarom een sterk grondbeleid dringend nodig is.
Bedrijfsgilden zetten sterk in op overleg, verbinding en lokale actie: van wildschade en mobiliteit tot Boerenbal en theater. Ontdek hoe zij landbouw en samenleving dichter bij elkaar brengen.
Vegaplan-certificering stijgt verder in België, ondanks minder landbouwbedrijven. Ontdek ook welke non-conformiteiten in 2025 het vaakst opdoken tijdens audits en hoe landbouwers zich beter kunnen voorbereiden.
Landbouwers kunnen tot 18 september 2026 subsidie aanvragen voor boslandbouw: tot 75% van de aanplantkosten, mits voldaan wordt aan strikte voorwaarden rond perceel, boomdichtheid en behoud.