Nitraatresidumetingen: de lat ligt steeds hoger, bezorgdheid groeit
Aangemaakt op
De nitraatresidumetingen vormen al jaren een vast onderdeel van het Vlaamse mestbeleid. Boerenbond erkent het belang van deze metingen als hulpmiddel om het mestbeleid mee te monitoren en landbouwers te ondersteunen in een duurzame bemestingspraktijk. In 2025 werd voor het eerst een nieuwe methodiek toegepast voor de selectie van bedrijven. We delen hier graag de eerste resultaten. Vanaf dit jaar verandert bovendien ook de meetmethode zelf. Daarbij valt op dat de lat steeds hoger wordt gelegd, met ingrijpende gevolgen voor landbouwers op het terrein. De bezorgdheid over de juiste inzet van dit instrumentcorrecte en doelgerichte inzet van dit instrument blijft dan ook groot.
Nieuwe meetmethode
Voor de nitraatresiducampagne van 2025 werd afgestapt van een klassieke perceelsevaluatie en gebeurde de selectie van landbouwers uitsluitend op basis van een risicoanalyse op bedrijfsniveau. Die risicoanalyse houdt rekening met verschillende factoren, zoals eerdere meetresultaten, teelt- en bemestingsgegevens en het nalevingsverleden, en is bedoeld om de controles gerichter en efficiënter in te zetten.
In totaal werden 1.305 landbouwers geselecteerd voor een bedrijfsevaluatie, samen goed voor 5.983 percelen. Er werden geen perceelsevaluaties meer uitgevoerd, de bedrijfsevaluatie gebeurde voor het eerst louter op basis van een risicoanalyse op bedrijfsniveau. Het aantal bemonsterde percelenwas dan ook drastisch lager dan de voorbije jaren, je kan de resultaten niet meer zomaar vergelijken met het verleden. De risicoanalyse hield in dat er bepaalde gewichten werden gegeven aan bepaalde karakteristieken of parameters op het bedrijf. Welke dit waren, wordt niet gedeeld met de landbouworganisaties. Elk jaar wijzigen de gewichten per parameter zodat er normaal gezien telkens andere bedrijven worden geselecteerd.
Uiteenlopende resultaten
Uit de resultaten blijkt dat meer dan de helft van de geselecteerde landbouwers (719) met hun bedrijfsevaluatie onder de eerste drempelwaarde (DW1) bleef. Daarnaast bevonden 491 landbouwers zich tussen DW1 en DW2, terwijl 76 landbouwers de hoogste drempelwaarde (DW2) overschreden. Deze cijfers tonen aan dat het merendeel van de geselecteerde landbouwers zich binnen aanvaardbare grenzen bevindt, maar ook dat een beperkte groep extra ondersteuning nodig heeft. Voor Boerenbond onderstrepen deze resultaten het belang van gerichte begeleiding en maatwerk, eerder dan een algemene verstrenging. Daarnaast vinden we het belangrijk dat landbouwers die tijdelijk boven een drempel uitkomen opnieuw perspectief krijgen om bij te sturen. Landbouwers boven de tweede drempelwaarde krijgen dan ook de kans via een verplichte begeleiding om bij te sturen waar het kan.
De nitraatresiduresultaten van 2025 tonen een gemengd beeld en moeten met de nodige omzichtigheid worden geïnterpreteerd. Over alle teelten samen bedroeg het gemiddelde nitraatresidu 79 kg NO₃⁻-N/ha, wat hoger ligt dan in 2023 (56 kg) en 2024 (51 kg). Ook binnen verschillende teeltgroepen lagen de gemiddelden in 2025 hoger, onder meer bij mais (91 kg), aardappelen (130 kg) en groenten (102 kg). Toch benadrukt Boerenbond dat deze cijfers niet een-op-een vergeleken kunnen wordenmet de voorbije jaren omdat er gewerkt werd met een selectieve staalname op basis van een risicoanalyse, waardoor de gemeten percelen geen representatieve doorsnede vormen van alle landbouwbedrijven. Door de overgang van de klassieke perceelsevaluatie naar bedrijven met een verhoogd risico worden de gemiddelden automatisch beïnvloed. Daarbovenop speelden ook de weersomstandigheden een belangrijke rol. Boerenbond waarschuwt dan ook om op basis van deze cijfers geen verregaande conclusies te trekken over een algemene verslechtering, maar pleit voor voldoende methodologische continuïteit alvorens trends over meerdere jaren te beoordelen.
De cijfers over de vrijstellingen tonen aan dat een grote groep landbouwers de afgelopen jaren duidelijke vooruitgang heeft geboekt. In 2026 krijgen maar liefst 5.622 landbouwers een vrijstelling van nitraatresidumaatregelen, waarvan 348 landbouwers voor het eerst. 5.274 landbouwers behouden hun vrijstelling. Dat bevestigt dat de inspanningen die op vele bedrijven worden geleverd hun vruchten afwerpen. Het merendeel van de landbouwers slaagt erin om onder de drempelwaarden te blijven en zo bijkomende maatregelen te vermijden. Voor Boerenbond is dit een belangrijk signaal dat begeleiding, kennisopbouw en praktijkgerichte ondersteuning werken. Deze positieve evolutie moet volgens ons verder worden versterkt door landbouwers die goed scoren vertrouwen te geven, we mogen hen niet onnodig opnieuw belasten met extra controles of kosten.
Het merendeel van de landbouwers slaagt erin om onder de drempelwaarden te blijven en zo bijkomende maatregelen te vermijden.
Gevolgen van de nieuwe meetmethode
Vanaf dit jaar wordt het meetprotocol aangepast waardoor er per perceel intensiever zal worden bemonsterd. In plaats van slechts 15 steken zullen nu 40 steken genomen moeten worden in een random patroon dat vooraf wordt vastgelegd door een gps-logger. Deze aanpassing komt er op aangeven van de VLM die VITO hierover al enkele jaren meerdere studies liet uitvoeren. Door meer steken en een betere spreiding over het perceel verkleint de veldvariabiliteit van 70% naar 30%. Hierdoor zullen vanaf 2026 de tweede drempelwaarden verlaagd worden. De nieuwe meetmethode moet dus de betrouwbaarheid van de metingen verhogen, maar ze heeft ook een keerzijde en bovendien dreigt de landbouwer op te draaien voor hogere kosten! Nitraatresidu vertoont nu eenmaal een grote natuurlijke variabiliteit binnen een perceel en tussen jaren. Weersomstandigheden, bodemtype en teeltverloop spelen een doorslaggevende rol, factoren waarop landbouwers slechts beperkt vat hebben. Toch worden zij afgerekend op het eindresultaat van één meetmoment.
Ook rekening houden met koolstof
Boerenbond vraagt al geruime tijd om het koolstofgehalte van de bodem mee in rekening te brengen bij de beoordeling van het nitraatresidu. Landbouwers worden via verschillende beleidskaders en stimuleringsmaatregelen aangemoedigd om te investeren in koolstofopbouw, omdat dit de bodemkwaliteit, waterhuishouding en klimaatweerbaarheid ten goede komt. Tegelijk tonen studies en praktijkervaring aan dat bodems met een hoger organischkoolstofgehalte ook meer stikstof kunnen mineraliseren, waardoor het nitraatresidu tijdelijk hoger kan uitvallen, zelfs bij een oordeelkundige bemesting. Vandaag houden de geldende drempelwaarden hiermee echter geen rekening, waardoor landbouwers die inzetten op koolstofopbouw het risico lopen onbedoeld te worden ‘afgestraft’. Boerenbond pleit er daarom voor om dit spanningsveld weg te werken, maar stelt vast dat er voorlopig nog geen concreet en uitgewerkt voorstel op tafel ligt om koolstof structureel te integreren in het beoordelingskader van het nitraatresidu. We blijven benadrukken dat verder onderzoek en overleg nodig zijn om tot een gedragen en werkbare oplossing te komen, waarbij zowel waterkwaliteit als duurzame bodemkwaliteit hand in hand kunnen gaan.
Hogere kosten voor landbouwer onaanvaardbaar
Daar komt bij dat de verzwaring van het meetprotocol onvermijdelijk gepaard gaat met hogere kosten. Meer boringen per perceel betekent hogere analyse- en begeleidingskosten, en in geval van ongunstige resultaten volgen vaak bijkomende verplichtingen zoals verplichte begeleiding of zelfs een financiële sanctie. Voor individuele landbouwers kan de kostprijs voor een bedrijfsevaluatie met de nieuwe meetmethode aanzienlijk oplopen. Het is onaanvaardbaar om deze financiële last bijna volledig bij de landbouwer te leggen.
Uit de recente cijfers blijkt bovendien dat een groot deel van de landbouwers goed scoort op nitraatresidu. Jaar na jaar doen boeren inspanningen om hun bemesting verder te verfijnen, investeren ze in kennis, precisietechnieken en begeleiding, en passen ze hun teeltrotaties aan. Dat engagement verdient erkenning en vertrouwen. Wanneer landbouwers die goed bezig zijn toch geconfronteerd worden met extra kosten of het verlies van een vrijstelling door factoren buiten hun wil om, ondergraaft dat het draagvlak voor het beleid.
Boerenbond maakt zich ook zorgen over de gevolgen van een bedrijfsevaluatie. Een bedrijfsevaluatie die net onder de drempel blijft, leidt niet automatisch tot een verlichting van de opgelegde maatregelen, terwijl een slechter resultaat wel onmiddellijk zwaardere verplichtingen kan activeren. Dat gebrek aan symmetrie zorgt voor frustratie en onzekerheid. Rechtszekerheid is nochtans cruciaal voor ondernemers die langetermijnbeslissingen moeten nemen.
Nitraatbeleid moet realistisch, betaalbaar en werkbaar zijn
Wij pleiten voor een beleid dat meer rekening houdt met de werkelijke landbouwomstandigheden. Nitraatresidumetingen kunnen een waardevol instrument zijn, maar dan wel als onderdeel van een breder kader dat inzet op begeleiding en vertrouwen en dat rekening houdt met de haalbaarheid. Doelsturing werkt alleen als landbouwers perspectief krijgen en niet het gevoel hebben dat de lat almaar hoger wordt gelegd, zonder ruimte om fouten op te vangen of externe invloeden te corrigeren.
Daarnaast moeten ook de kosten in rekening gebracht worden bij het maken van beleidskeuzes. Als de overheid de monitoring en controle wil verstrengen, dan moet ook de vraag gesteld worden wie de kosten draagt. Boerenbond blijft erop aandringen dat bijkomende verplichtingen niet automatisch mogen leiden tot een hogere factuur voor de landbouwer.
Tot slot vragen we dat het beleid blijft inzetten op dialoog en samenwerking. Landbouwers zijn bereid hun verantwoordelijkheid te nemen voor waterkwaliteit, maar dat kan alleen in een systeem dat eerlijk, voorspelbaar en werkbaar is. Metingen mogen geen doel op zich worden, maar moeten een hulpmiddel blijven om samen vooruitgang te boeken.
”Metingen mogen geen doel op zich worden, maar moeten een hulpmiddel blijven.”
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
De sectorvakgroep Fruit trok naar Diest voor een boeiende bijeenkomst over driftreductie, robuuste rassen en inspirerende bedrijfsbezoeken bij fruit-, witloof- en wijnbedrijven.
De stormschade van 27 op 28 juni heeft heel wat mais doen omvallen. Het (Landbouwcentrum voor Voedergewassen) publiceert nu een beslissingsboom die je helpt te beslissen wat je moet doen na schade.
Campo Solar groeide in tien jaar van een tuinfeest uit tot een festival voor 30.000 bezoekers, met landbouw als hart van de beleving: tussen mais, bloemen en lokale smaken.
John Deere vernieuwde de T5- en T6-maaidorsers met meer digitalisering, automatisering en gebruiksgemak, zonder het beproefde schudderconcept los te laten. Capaciteit, cabine en precisielandbouw kregen een stevige upgrade.
Braambessen beleefden in 2025 een sterk jaar met stabiele prijzen, constante vraag en groeiend areaal. In 2026 start het seizoen nog beter, met in juni middenprijzen boven 10 euro/kg.
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
VMM werkt aan een totaalplan voor de Getestreek om wateroverlast beter op te vangen, met maatregelen per deelgebied en prioriteit voor woonkernen. De stand van zaken van dit klimaatrobuuste project.
Proefveldbezoek in Lennik toont hoe slimme rassenkeuze, gerst tegen bladluizen en doordacht stikstofbeheer kunnen helpen omgaan met ziekten en veranderende teeltarealen.
Op de meeste plaatsen zitten er drie mooie snedes in de kuil. Soms werd er snel voor de hitte een lichtere snede geoogst, maar LCV wijst erop dat te kort maaien ook de nadelige effecten van hitte versterkt.
Boeren in Kortrijk, Deerlijk en Zwevegem delen op 7 juli hun praktijkervaring tijdens 'Boerenbabbels - Van Erf tot Ervaring', een interactieve infoavond over demomaatregelen voor een weerbare landbouw.
In gesprek met ILVO-onderzoeker Sarah Garré over water in land- en tuinbouw: van droogte en regenwateropvang tot vernatting en de rol van boeren en overheid.