Mechanische onkruidbestrijding in maIs goed mogelijk
Aangemaakt op
Eind april gaat het maiszaaiseizoen opnieuw van start. Dat is het ideale moment om ook de aanpak van onkruid in het vizier te nemen. Mechanische onkruidbestrijding heeft de voorbije jaren een sterke technische vooruitgang geboekt: precisiewiedeggen en moderne schoffelmachines tillen het werk op het veld naar een hoger niveau. In dit artikel bundelen we de belangrijkste aandachtspunten en praktische tips voor een geslaagde mechanische onkruidbestrijding in mais.
- Door Lieven Delanote, adviseur biologische landbouw Inagro -
Bij de start van de zaai worden we traditioneel overdonderd met complexe – en vaak dure – herbicidencocktails om elk sprietje onkruid te bestrijden. Maar het kan ook anders. Mechanische onkruidbestrijding is in mais perfect haalbaar en technisch sterk geëvolueerd. Dankzij precisiewiedeggen en moderne schoffelmachines wordt opnieuw duidelijk dat mais een teelt is waarin je met vakmanschap het verschil kan maken met een minimale impact op milieu en omgeving.
Mechanische onkruidbestrijding begint bij goed zaaiwerk. (foto Lieven Delanote)
Mechanische onkruidbestrijding begint bij de zaai
Mechanische onkruidbestrijding begint bij goed zaaiwerk. Een vlak en voldoende fijn zaaibed maakt eggen en schoffelen nadien makkelijker. Niet-kerende bodembewerking is geen probleem, maar zorg ervoor dat de gewasresten van de voorteelt of groenbemester goed versnipperd zijn. Zaai, als de omstandigheden het toelaten, iets dieper en controleer of de zaaidiepte over alle rijen gelijk is. Dit borgt een gelijke opkomst en maakt eggen voor opkomst mogelijk. Moderne schijvenzaaiers zijn hierin een meerwaarde. Denk ook na hoe je nadien in de mais wil schoffelen. De zaaimachine moet gelijk zijn aan de breedte van de schoffelmachine of een veelvoud. Meet ook na of de rijafstand overal exact gelijk is. Mechanische onkruidbestrijding wordt een stuk makkelijker naarmate de mais snel en krachtig kan doorgroeien. Een iets latere zaaidatum werkt daarbij vaak in het voordeel. Belangrijk is vooral om te wachten tot het weer voldoende warm en droog is. Zo krijgt de mais een vlotte start én werkt de mechanische aanpak effectiever.
De eerste wiedegbeurt in het 2-3-bladstadium van de mais is doorslaggevend om het onkruid dat tegelijk met de mais kiemt op te ruimen. (foto: Lieven Delanote)
Eggen, eggen en nog eens eggen
Bij mechanische onkruidbestrijding in mais denken we vaak in eerste instantie aan schoffelen. De opkomst van de precisiewiedeg zorgde voor een ommekeer. Kenmerkend voor een precisiewiedeg zijn de individueel geveerde tanden waarvan de veerdruk aanpasbaar is. Deze tanden krabben over de grond, begraven kiemend onkruid, trekken het los of breken het. Voor een goed resultaat moet op kiemend onkruid worden gewerkt en is herhaling nodig. De wiedeg werkt volvelds en is rijonafhankelijk. Hierdoor hangt de werkbreedte niet af van de zaaimachine en kan je ook geren en kopakkers mooi uitwerken.
Wiedeggen in mais start al kort na het zaaien. Als de omstandigheden het toelaten, is het ideaal om twee keer te eggen. De eerste beurt gebeurt twee tot vijf dagen na de zaai. Daarmee leg je het veld mooi vlak en krab je de aangedrukte grond op de rij los, zodat de mais makkelijker kan doorbreken. De tweede wiedegbeurt volgt vlak vóór de opkomst, op het moment dat de maiskiem 2 tot 3 centimeter onder het oppervlak zit. Deze beurt is cruciaal om onkruid te bestrijden dat samen met de mais ontkiemt. Omdat er nog geen planten boven staan, kun je op dat moment vlot 6 tot 8 km/uur rijden, wat aanzienlijk meer capaciteit oplevert.
Van zodra de mais 2 à 3 echte bladeren heeft, kan je opnieuw zacht eggen. Doorgaans is dit tegen die tijd dringend nodig gezien er tussen de mais ook veel kiemend onkruid opkomt. Ook hardnekkige onkruiden als hanenpoot kun je in kiemstadium goed aanpakken met de wiedeg. Focus op dat moment meer op een goede bestrijding van het onkruid dan op een maisplantje dat verloren gaat. Daarna gaan we in principe wekelijks door met eggen tot de mais ongeveer in 6-blad staat. Op dat moment zijn de planten een twintigtal cm hoog en glippen ze nog net tussen de tanden van de eg. Om schade aan de planten te beperken, moeten we na de opkomst eerder traag rijden, aan 2 à 3 km/uur. Wie de capaciteit wil verhogen, kiest daarom beter voor een bredere wiedeg.
Door net voor het sluiten van de mais een laatste keer aanaardend te schoffelen, worden de nakiemers efficiënt bestreden. (foto Lieven Delanote)
Schoffelen blijft nodig
Ondanks intensief eggen, ontsnapt er altijd nog wat onkruid en blijft schoffelen noodzakelijk. Ook schoffelmachines zijn de voorbije tien jaar sterk doorontwikkeld dankzij nieuwe constructietechnieken, camerabesturing en sectiecontrole. Nadeel is dat deze machines erg duur worden. Gelukkig zien we steeds vaker loonwerkers die in mechanische onkruidbestrijding investeren. Door als landbouwer zelf op de meest kritieke momenten te eggen, is het tijdsvenster om te schoffelen breder en kan dit ook goed in loonwerk. Maak wel proactief goede afspraken!. Bel de loonwerker al een eerste keer voor het seizoen zodat je in zijn planning staat. Contacteer hem een tweede keer als je aan het zaaien bent. Zo weet de loonwerker dat hij wellicht drie à vier weken later een eerste keer moet schoffelen. Maar ook een goed afgestelde en eenvoudige schoffelmachine in de front van de tractor kan nog goed dienst doen.
“Door als landbouwer zelf op de meest kritieke momenten te eggen, is het tijdsvenster om te schoffelen breder.”
De eerste schoffelbeurt laten we afhangen van het succes van de wiedeg. Meestal is een eerste ‘opkuisbeurt’ nodig bij 4 à 5 bladstadium van de mais. Maak hierbij werk van een nauwkeurige afstelling tot dicht tegen de rij. Een triltandschoffel met schijfbesturing voldoet niet. Gewasbeschermschijven zijn op dat moment ook net meer nodig. Vingerwieders of torsiewieders kunnen nog heel wat klein onkruid in de rij wegpoetsen. Een tweede schoffelbeurt doen we dan net voor sluiten van het gewas, en het liefst licht aanaardend. Hiermee worden ook nakiemers efficiënt aangepakt.
Een goed resultaat telt
Mechanische onkruidbestrijding is intensiever dan chemische bestrijding, dat valt niet te ontkennen. Voor een onkruidarm resultaat kom je al snel uit op vier à vijf passages met de wiedeg, aangevuld met twee schoffelbeurten. Een belangrijke vraag vóór je aan mechanische onkruidbestrijding begint, is dan ook of je deze werkgangen praktisch kunt inpassen in de planning. Financieel hoeft het echter geen struikelblok te zijn, dankzij de ecoregeling ‘mechanische onkruidbestrijding’ (310 euro/ha) en de lagere kosten voor gewasbeschermingsmiddelen. Bovendien is voor de aankoop van een wiedeg of schoffelmachine VLIF-steun tot 50% op het normbedrag mogelijk. Wie mechanisch werkt, investeert dus vooral tijd en organisatie, maar krijgt er wel iets voor terug: een onkruidarm perceel met een minimale impact op milieu en omgeving. Dat vakmanschap geeft veel telers terecht voldoening.
Aanhoudende droogte en hitte zetten akkerbouw, groenten, fruit en serreteelten zwaar onder druk. We schetsen per teelt wat de impact is op groei, opbrengst en oogst.
Europese spelregels voor koolstofopslag krijgen vorm, maar voor Boerenbond moet koolstoflandbouw vooral een haalbaar verdienmodel voor landbouwers worden, met minder administratie en meer duidelijke vergoedingen.
ILVO geeft op Dag van de Landbouw in Kinrooi een infosessie voor Limburgse boeren over veehouderij, nieuwe teelten, datadelen, wijnanalyses en landbouwinnovatie. Schrijf je vooraf in voor 10u30 of 15u.
Graanprijzen blijven extreem volatiel door oorlog in de Zwarte Zee, geopolitieke spanningen en tegenvallend weer in Europa. Franse maïsproductie staat zwaar onder druk.
Nieuwe VLIF-oproep ondersteunt projecten die landbouwproducten duurzamer verwerken en afzetten. Tot 400.000 euro steun voor meerwaarde, reststromen en een sterkere positie van landbouwers in de keten.
Ontdek hoe je zelf aan de slag kunt gaan met variabel spuiten op basis van taakkaarten. Tijdens deze praktijkdemo tonen we hoe dronebeelden worden omgezet in taakkaarten en hoe je deze inlaadt in jouw tractor en spuit.
Doornappel rukt op en vormt een giftig risico voor landbouwers. Leer hoe je de plant tijdig herkent, veilig verwijdert en correct afvoert om besmetting en schade te voorkomen.
Kenniscarrousel Zwinstreek brengt praktijkgerichte kennis naar landbouwers met demo’s en advies over bodem, water, klimaatrobuuste teelten en precisielandbouw. Ontdek de eerste sessies en schrijf je in.
Europese spelregels voor koolstofopslag krijgen vorm, maar voor Boerenbond moet koolstoflandbouw vooral een haalbaar verdienmodel voor landbouwers worden, met minder administratie en meer duidelijke vergoedingen.
Droogteschade aan je gewassen? Ontdek welke stappen je best snel zet voor een correcte schadevaststelling, verzekeringstussenkomst en fiscale verwerking van uitzonderlijke verliezen.
179 kievitsnesten werden dit voorjaar opgevolgd in West-Vlaanderen, met 139 beschermde nesten dankzij samenwerking tussen landbouwers en vrijwilligers. De subsidie krijgt in 2027 een vervolg.
Nieuwe VLIF-oproep ondersteunt projecten die landbouwproducten duurzamer verwerken en afzetten. Tot 400.000 euro steun voor meerwaarde, reststromen en een sterkere positie van landbouwers in de keten.