De toekomst van gezinslandbouw ligt in samenwerken
Aangemaakt op
In het kader van het Internationaal Jaar van de Coöperaties gingen we langs bij Yves Segers, coördinator van het Centrum voor Agrarische Geschiedenis (CAG) en Joris Relaes, administrateur-generaal van ILVO en voorzitter van CAG. Een gesprek dat prikkelt en nazindert.
De rol van coöperaties in land- en tuinbouw
“Vanaf eind 19e eeuw werden in Vlaanderen heel wat coöperaties opgericht. Het was het begin van de industrialisatie van de voedingsnijverheid. De Belgische samenleving veranderde snel. Het waren woelige tijden voor onze landbouwsector. De invoer van goedkope tarwe uit Amerika, voedsel voor de fabrieksarbeiders, ontwrichtte ons landbouwmodel dat tot dan vooral gestoeld was op de productie van granen en aardappelen. Onze sector moest op zoek naar andere verdienmodellen. Het zorgde voor een forse groei van onze tuinbouw en veehouderij. En ook de bedrijfsstructuur veranderde: herenboeren hadden het moeilijk, tal van grote akkerbouwbedrijven splitsten en de moderne gezinslandbouw zag het licht. Dat werd een zelfstandig bedrijf op fulltime basis gerund door boer en boerin, geholpen door de kinderen en occasioneel dagloners of buren, bijvoorbeeld bij het binnenhalen van de oogst”, weet Yves Segers, coördinator van het Centrum voor Agrarische Geschiedenis (CAG).
Yves Segers, coörindator CAG (links) en Joris Relaes, administrateur-generaal ILVO en voorzitter CAG
Dit alles betekende niet alleen andere productieactiviteiten op de boerderijen. Het zorgde ook voor nieuwe afzetmarkten voor groenten, fruit en sierteelt en voor hoeveverwerking van bijvoorbeeld melk en vlees. Al snel bleek de nood aan ontzorging. De eeuwwisseling was de periode waarin de voorlopers van de huidige coöperaties opgericht werden. Zo goed als elk dorp kreeg zijn melkerij. Later werden groenten en fruit gebundeld naar de markt gebracht. De kleine melkerijen fusioneerden doorheen de jaren tot het beperkt aantal zuivelcoöperaties dat hier nu nog actief is. Kleine veilingen smolten samen tot het nu gekende aantal grote veilingen.
Boerenbestuurders en ondernemen
De coöperaties blijven groeien. Niet noodzakelijk in aantal leden, wel in omzet, volume én afzetmarkten. Waar elke land- of tuinbouwer voldoende ondernemer moet zijn op zijn eigen boerenbedrijf, is dit zeker een vereiste voor boerenbestuurders in coöperaties. Een coöperatie is de lokale markt ontgroeid en speelt minstens op de Europese markt, soms ook op de wereldmarkt. “Onze land- en tuinbouwers moeten sterkere ondernemers worden”, antwoordt Joris Relaes op de vraag hoe hij de toekomst van onze sector ziet.
De toekomst van gezinslandbouw ligt in samenwerken
“Vlaanderen voert een landbouwersbeleid. Daarom houden we vast aan de gezinslandbouw, aan bedrijven waar 1,5 voltijdsequivalent aan het werk is”, stelt Relaes. “Die bedrijven zouden, net zoals in het verleden, weer meer kunnen samenwerken”, vult Segers aan. “De oorsprong van coöperaties ligt in de samenwerking van kleine en middelgrote bedrijven. Dankzij de coöperaties konden die blijven bestaan.”
Als je Joris Relaes vraagt hoe hij naar de toekomst van onze landbouwbedrijven kijkt, antwoordt hij: “Of een bedrijf moet groeien om voldoende schaalvoordeel te hebben, of je zoekt de niche op en creëert je eigen afzetmarkt. Voor de gezinsbedrijven, zoals we ze vandaag kennen, ligt de toekomst in samenwerken. Ik verwacht dat dit de enige manier is om te blijven bestaan.” Relaes vergelijkt die gezinsbedrijven met de verzelfstandigde Delhaizewinkels. “Delhaize ontzorgt hen als het gaat om aankoop, reclame, innovatieve kassasystemen … Maar in de winkel kan elke uitbater zelf beslissen hoe hij de winkel laat draaien, wat de openingsuren zijn, of hij ruimte laat voor lokale producten … Dit franchisesysteem lijkt te werken.” De vraag is hoe een samenwerkingsvorm kan werken voor zelfstandige landbouwbedrijven. Wat ontzorgt hen? “Denk aan de samenaankoop van grondstoffen, administratieve ontlasting, het gekend delen van machines maar ook van arbeidskrachten, dataverwerking … Zelfs grond zou samen kunnen aangekocht worden van stoppende boeren en ter beschikking gesteld worden van starters zodat de continuïteit in de sector gegarandeerd blijft. Maar eigenlijk moeten we de vraag stellen aan die gezinsbedrijven zelf. Laat ons horen wat jou kan ontzorgen. Welke samenwerking zou jouw bedrijfsvoering vereenvoudigen? En scherper nog: wat heb je nodig om te kunnen blijven bestaan als gezinsbedrijf? Samenwerken, al dan niet coöperatief, is vaak ook de motor tot innovatie.
“Dan volgt de vraag wat de bestaande agrarische coöperaties kunnen doen om de gezinsbedrijven te ontzorgen. Tegelijk moeten we nadenken over welke nieuwe samenwerkingsvormen moeten worden opgericht. Dat kan een samenwerking tussen landbouwers zijn, maar ook een samenwerking in de keten of een gebiedsgerichte samenwerking. De landbouwsector maakt immers deel uit van een ruimer ecosysteem.”
Meer dan 125 jaar coöperatief ondernemen leert ons in ieder geval dat je het niet allemaal zelf moet doen om een goede ondernemer te zijn. Samenwerken versterkt je, zeker in een fors veranderende wereld.
Van shareholder- naar stakeholderkapitalisme
Net zoals eind 19e eeuw, is de wereld weer grondig aan het veranderen. Ook nu zullen bedrijven en sectoren zich weer aanpassen. Joris Relaes wijst op de discussie die loopt. “Moeten we, na het shareholderkapitalisme, met focus op het maximaliseren van winst voor aandeelhouders, niet terug naar een stakeholderkapitalisme? Hier werken bedrijven op basis van een langetermijnvisie en houden ze rekening met alle stakeholders. Denk aan de werknemers, de leveranciers, de afnemers en hun eindklanten maar ook aan de maatschappij. Stakeholderkapitalisme sluit nauw aan bij de eigenheid van coöperatief ondernemen. We zijn benieuwd of en hoe snel we gaan evolueren van een winstgedreven economie naar een economie waarin waarde gecreëerd wordt voor de bredere groep betrokkenen, waarbij ook aandacht is voor sociale en ecologische aspecten.” En in belangrijke mate sluit dat aan bij de coöperatieve gedachte die de landbouwsector sinds het einde van de 19e eeuw mee heeft vorm gegeven”, weet Segers.
Ontdek hoe je zelf aan de slag kunt gaan met variabel spuiten op basis van taakkaarten. Tijdens deze praktijkdemo tonen we hoe dronebeelden worden omgezet in taakkaarten en hoe je deze inlaadt in jouw tractor en spuit.
LCG-proeven tonen dat wintertarwe en zesrijige wintergerst sterk verschillen per regio en ras: SU Hybingo, LG Tomjol en SY Colyseoo springen eruit, maar opbrengst is niet alles.
Rendez-Vous en Astranos springen eruit in de LCG-rassenproeven: triticale reageert sterk op groeiomstandigheden, terwijl (hybride)rogge vooral opvalt door opbrengst én bruine roest.
Demodag in Herk-de-Stad zet zes alternatieve teelten in de kijker, met praktijkdemo’s, afzetkansen en concrete info over gewassen zoals Quinoa, Miscanthus, Hazelnoten en Brouwgerst.
Boer&Bondig bespreekt deze week de impact van zomertemperaturen op de Belgische wijnbouw, een groot digitaliseringsproject met CAG en de waarschuwing van de Federale Politie voor criminaliteit op het platteland.
LCG-proeven tonen dat wintertarwe en zesrijige wintergerst sterk verschillen per regio en ras: SU Hybingo, LG Tomjol en SY Colyseoo springen eruit, maar opbrengst is niet alles.
Pitch je landbouwidee tijdens Schatten op de Boerderij en krijg feedback van experten, praktische tips en kans op een begeleidingstraject om je concept uit te werken tot een haalbaar businessplan.
Wil je in 2027 je installatieattest behalen? Schrijf je nu in voor de Starterscursus Type A en volg daarna Type B en stage om je vakbekwaamheid aan te tonen voor VLIF-steun.
Ontdek het Brassica congres en de innovatietour in Noord-Holland: twee dagen vol kool, van verleden en heden tot de toekomst met digitalisering, sensoren en drones.