In deze reeks artikelen over tewerkstelling hadden we het eerder over de inzet van externe personen op een landbouwbedrijf. Het ging tot nu toe over flexibele vormen van arbeidsinzet: familie, vrienden, studenten, seizoenpersoneel. Op een aantal bedrijven is er evenwel behoefte aan externe medewerkers gedurende een langere periode per jaar of gedurende bepaalde vaste tijdstippen per week.
Je kan iemand in dienst nemen voor een deeltijdse activiteit of voor een voltijdse job. Je kan ook een contract voorzien voor een onbepaalde duur of voor een bepaalde duur of voor een welbepaald werk. Het is ook mogelijk om een vaste werknemer te delen met meerdere bedrijven via een werkgeversgroepering. In dit artikel artikel focussen op de voorwaarden en mogelijkheden voor het inschakelen van reguliere of vaste werknemers.
Administratieve verplichtingen
Wanneer het gaat over vaste arbeid, hetzij deeltijds of voltijds, moet er altijd een arbeidsovereenkomst opgesteld worden. Dat moet schriftelijk gebeuren. In de onderneming moet er ook een arbeidsreglement zijn. Dit is een huishoudelijk reglement waarin de rechten en plichten van de werkgever en de werknemers worden opgenomen, onder meer ook de uurroosters.
Er moet elke maand een loonberekening gebeuren en eenmaal per kwartaal ook een aangifte van de prestaties en de verloning (de DMFA) aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). Het gaat hier dus over heel wat administratieve verplichtingen. Het is dan ook aan te raden om aan te sluiten bij een erkend sociaal secretariaat zoals Acerta.
Vergeet niet dat er daarnaast ook nog een verzekering arbeidsongevallen en burgerlijke aansprakelijkheid moet worden afgesloten en dat men moet aansluiten bij een externe dienst voor preventie en bescherming.
Eerste aanwerving van een vaste werknemer
Wanneer je voor de eerste keer werkgever wordt van een vaste werknemer (voltijds of deeltijds), zijn er belangrijke sociale voordelen. Een landbouwer die in de loop van 2025 een eerste werknemer in dienst neemt, krijgt als werkgever een volledige vrijstelling van de basisbijdragen (die bedragen 25%) voor de sociale zekerheid (dit wordt het Plus-plan genoemd).
De vrijstelling van de socialezekerheidsbijdragen geldt zonder beperking in de tijd. Het is zelfs zo dat, wanneer die eerste werknemer ooit zou vervangen worden door iemand anders, de vrijstelling van de bijdragen blijft verder lopen.
Deze sociale voordelen gelden dus voor de aanwerving van een eerste vaste werknemer. Je mag dus al werknemers op jouw bedrijf gehad hebben in het kader van de seizoenregeling of studentenregeling. In de voorbije vier kwartalen mag er geen vaste werknemer in dienst van de onderneming geweest zijn. Wanneer een landbouwer bijvoorbeeld vier jaar geleden een tijdje iemand in vast dienstverband had, maar de afgelopen vier kwartalen niet meer, dan komt hij in aanmerking voor de RSZ-verminderingen van het Plus-plan.
Wanneer ben je een nieuwe werkgever?
De volledige vrijstelling van basisbijdragen voor de sociale zekerheid geldt enkel voor een nieuwe werkgever. Bij de beoordeling hiervan wordt gekeken naar de economische realiteit: wanneer een eenmanszaak wordt omgevormd tot een vennootschap, is dat geen nieuwe onderneming en dus geen nieuwe werkgever. Wanneer er reeds op de eenmanszaak een vaste werknemer in dienst was, zal de vennootschap dus niet in aanmerking kunnen komen voor het voordeel.
Als een bestaand landbouwbedrijf voor de eerste keer een vaste werknemer aanwerft, wordt dit wel als een nieuwe werkgever beschouwd. Ook als een landbouwbedrijf waar reeds vaste werknemers in dienst zijn, zou starten met een volledig nieuwe activiteit - bijvoorbeeld kaasmakerij of thuisverkoop - kan dit wel als een ‘nieuwe werkgever’ beschouwd worden. Ook een werkgever die de voorbije 12 maanden geen werknemer in dienst had, wordt als een nieuwe werkgever gezien. Het is belangrijk in dergelijke situaties advies in te winnen bij je sociaal secretariaat.
Hoe groot is het voordeel?
De volledige vrijstelling van de basisbijdragen houdt in dat er 25% socialezekerheidsbijdragen wegvallen. De trimestriële bijdrage voor de financiering van de jaarlijkse vakantie (5,57%) en ook de jaarlijkse bijdrage van 10,27% op de volledige loonmassa van het vorig jaar, blijven wel verschuldigd. De werknemers hebben immers recht op vakantiegeld.
Daarnaast is ook de bijdrage voor het Sociaal Fonds van de Landbouw verschuldigd: dit is een bijdrage van 10,45%. Via dit fonds wordt onder meer de eindejaarspremie aan de werknemers betaald en wordt de loonkost, bij het volgen van een vorming, aan de werkgever terugbetaald.
De totale bijdrage die aan de RSZ moet worden afgedragen, bedraagt 26,29% (5,57% + 10,27% + 10,45%). Je bespaart dus 25% sociale bijdrage ten opzichte van de reguliere bijdrage.
VLM roept op om nu je NER's te controleren. Breng tijdig je behoefte in kaart om een tekort te voorkomen. Vanuit Boerenbond vragen we intussen om de regels voor overdracht en afroming te herbekijken.
De Verenigde Staten zijn een landbouwgrootmacht, maar het landbouwbeleid krijgt er sterk vorm op het niveau van de afzonderlijke staten. De recente midterms verschoven de politieke machtsverhoudingen, terwijl landbouwstaten als Kansas tonen hoe sterk productie, regelgeving en economische ontwikkeling per staat verschillen.
PPWR brengt nieuwe verplichtingen voor de (sierteelt)sector. Ontdek wie een conformiteitsverklaring moet opstellen, welke verpakkingen meetellen en waar je aangifte doet.
Bezoek de John Deere- en Kuhn-fabrieken tijdens een boeiende tweedaagse busuitstap op 9 en 10 februari 2027. Schrijf je tijdig in: de plaatsen zijn beperkt!
Hoe krijgen we meer ruimte voor water zonder de landbouwbelangen uit het oog te verliezen? Waarom heeft een sterk landbouwbeleid ook voldoende Europese middelen nodig? En hoe bereid je je als landbouwer voor op onverwachte risico’s op je bedrijf?
De Vlaamse uienteelt is in vijftien jaar verviervoudigd. Ontdek waarom aardappeltelers voor uien kiezen, wat de cijfers zeggen over de rentabiliteit en welke risico’s de teelt met zich meebrengt.
De Raad van State bevestigt dat nationale parken vandaag geen rechtsgevolgen hebben. Maar eerdere beleidsinstrumenten tonen hoe richtinggevende kaders later toch sturend kunnen worden—een risico dat de Vlaamse Regering volgens Boerenbond actief moet afdekken.
LV-AgriLens verwijdert op 5 november alle foto’s ouder dan twee jaar. Ontdek hoe je belangrijke beelden tijdig veiligstelt en welke permanente bewaartermijn voortaan geldt.
Meer dan 200 lokale mandatarissen volgden Boerenbonds webinar over het BRV. Ontdek waarom we hen vroegen landbouw een volwaardige plek te geven in het Vlaamse ruimtelijk beleid.
Vanaf 30 oktober 2026 moet je bij bepaalde aannemersfacturen 15% inhouden als de aannemer schulden heeft. Ontdek wanneer de nieuwe regel geldt en hoe je dit controleert.
Voor Patrick en Chiel Lemahieu-Ameloot begint een teeltplan niet bij de hoogste opbrengst, maar bij bodem, rotatie en wat hun bedrijf aankan. Ontdek hoe ze rekenen met gemiddelden én ruimte laten voor onzekerheid.