Akkerbouwers die hun teeltplan voor het volgende jaar opmaken, hebben heel wat cijfers om zich op te baseren. Opbrengsten van vorige jaren, verwachte prijzen, kosten voor meststoffen en brandstof, contractvoorwaarden … Toch begint de puzzel bij Patrick Lemahieu-Ameloot en zijn zoon Chiel niet met de vraag welke teelt het meeste geld kan opbrengen. Eerst kijken ze naar de grond, de rotatie en wat binnen het bedrijf past. Pas daarna volgt de rekensom, want landbouw laat zich berekenen, maar nooit volledig voorspellen.
Patrick en Chiel Lemahieu-Ameloot bewerken samen met hun vaste medewerker Tom ongeveer 150 hectare in de regio rond Poperinge. Patrick en zijn vrouw Regine Debyser wonen in Watou langs de Trappistenweg, waar ze naast een mooie uitzicht op de Sint-Bernardusbrouwerij ook nog zicht op het landbouwbedrijf behielden. Chiel installeerde zich op de hoeve, waar hij samen met Lies die helpt met administratieve taken, de boel draaiende houdt. De akkerbouwtak vormt de basis van het bedrijf, naast onder meer een kippenkwekerij en activiteiten rond transport van landbouwproducten.
In de loop der jaren passeerden verschillende teelten de revue. Sommige verdwenen omdat ze te arbeidsintensief waren, andere omdat contracten of prijzen veranderden. Vandaag bestaat het bouwplan uit onder meer granen, aardappelen, suikerbieten, wortelen, vlas, mais en winterkoolzaad. Dat bouwplan ontstaat sowieso niet op een wit blad en de keuzes zijn al gemaakt nog voor er een prijs of opbrengst tegenover staat.
Eerst kijken wat de grond vraagt
“Het eerste waar je naar kijkt, is de rotatie en wat de grond op dat moment wel of niet aankan”, zegt Chiel. “Een aardappel komt bijvoorbeeld niet zomaar opnieuw op hetzelfde perceel. Ook de voorvrucht, de bodemsoort en de toestand van de grond bepalen welke teelt mogelijk is. Wortelen passen niet op elk perceel, terwijl korrelmais bijvoorbeeld kan worden ingezet om een open plaats in het bouwplan op te vullen.”
De toestand van de bodem speelt de belangrijkste rol. Een nat najaar kan de structuur beschadigen en daardoor een geplande teelt minder geschikt maken. Wat in de zomer op papier logisch leek, kan enkele maanden later opnieuw moeten worden bekeken. “Als je met een teelt begint op een bodem die niet in orde is, of met een voorvrucht die niet in orde is, ben je al half verloren”, zegt Patrick. “Als de structuur niet goed is, heb je een probleem.”
Het teeltplan is daarmee letterlijk een puzzel. Welke percelen zijn beschikbaar? Welke teelt past bij de voorvrucht? Waar kunnen aardappelen komen? Welke grond is geschikt voor wortelen? Wat kan met de machines worden uitgevoerd? En hoeveel ruimte blijft er over voor granen of maïs?
De beschikbaarheid van machines bepaalt mee de keuzes. Een gewas kan op papier interessant zijn, maar als het bijkomende investeringen of veel externe arbeid vraagt, verandert de rekensom. “Je moet eigenlijk kijken wat bij je bedrijf past”, zegt Chiel. “Wat je zelf kunt doen, met je machines en met de mensen die je hebt.”
Regine Debyser, Chiel en Patrick Lemahieu-Ameloot.
Rekenen met vijfjarige gemiddelden
Opbrengst en prijs zijn uiteraard belangrijk, maar Patrick en Chiel kijken dus zeker niet alleen naar het bedrag dat een gewas op het einde van het seizoen opbrengt. Granen zijn bijvoorbeeld een vaste waarde in het bedrijf. Ze passen in de rotatie en een deel kan binnen het eigen bedrijf als voeder worden benut. Een rustgewas heeft dan weer een andere functie in het bouwplan. De voorbije jaren kwamen er meer van die rustgewassen bij. Contracten voor groenten werden kleiner en de economische aantrekkelijkheid nam af. Daardoor werd de vraag opnieuw gesteld welke teelten nog in het bedrijf passen.
“Het zijn zeker niet altijd de financiën die de doorslag geven”, zegt Patrick. “Als je je bodem en je rotatie goed houdt, volgt daar ook een goede opbrengst uit.” Dat is een belangrijke nuance in de rekensom van een akkerbouwer. De waarde van een hectare valt niet altijd samen met de verkoopopbrengst van het gewas dat erop staat. Een teelt kan ook waarde hebben omdat ze in de rotatie past, de bodem ontlast of met de bestaande machines kan worden uitgevoerd.
Chiel kijkt daarbij ook naar de langere termijn. Wie een investering wil beoordelen, kan volgens hem niet vertrekken van één uitzonderlijk goed of slecht jaar. “Als je wil rekenen aan iets of aan een investering, dan moet je wel rekenen met je gemiddelde. Een vijfjarig gemiddelde kan dan een beter uitgangspunt zijn dan één seizoen. Het dempt de uitschieters en geeft een beeld van wat een teelt gemiddeld kan betekenen. Maar het blijft een gemiddelde. Het zegt niet welke prijs of opbrengst volgend jaar op het bedrijf zal worden gerealiseerd. En precies daar begint de onzekerheid.”
Cijfers houden niet van verrassingen
Een akkerbouwer maakt zijn berekening met cijfers die voor een deel nog niet bestaan. De opbrengst moet nog groeien, de verkoopprijs moet nog worden gevormd en een groot deel van de kosten is afhankelijk van factoren buiten het bedrijf. “Wij kunnen op 100.000 euro na niet zeggen hoeveel we aan het einde van het jaar gaan overhouden”, zegt Patrick. “Dat kan een plus of een min zijn.”
Het weer is daarbij de meest zichtbare onzekere factor. Droogte, hitte, overvloedige neerslag en ziektedruk kunnen een goed onderbouwde berekening in één seizoen onderuithalen. Dit jaar merkte Patrick vooral de impact van de hitte. Beregenen is voor het bedrijf geen eenvoudige oplossing, want er moet voldoende water beschikbaar zijn en grote oppervlakten beregenen vraagt sowieso financieel en praktisch grote inspanningen. Daarom begint klimaatadaptatie volgens vader en zoon niet alleen bij irrigatie. Ook de keuze van rassen en gewassen speelt een grote rol. Daarnaast proberen ze de bodem sterker te maken door aandacht voor humus en koolstof, rustgewassen en een goede timing hebben van de werkzaamheden. “Als je in het najaar op tijd met alles klaar bent, heb je zo weinig mogelijk structuurschade op je percelen. De omstandigheden kunnen bovendien sterk verschillen van streek tot streek. Terwijl landbouwers elders op hetzelfde moment met te natte percelen kampten, was het bij ons net te droog. Een cijfer voor neerslag of temperatuur vertelt dus niet het hele verhaal van een landbouwbedrijf.”
Ook de markt laat zich niet netjes in een spreadsheet stoppen. De aardappelteelt is daarvan een concreet voorbeeld. Na een moeilijk 2025 schakelde het bedrijf over van frietaardappelen naar chipsaardappelen. De ervaring van het voorbije seizoen gaf daarin de doorslag, naast de verwachte prijzen en contractvoorwaarden. Een contract kan zekerheid geven, maar neemt het risico niet weg. En wie geen contract heeft, heeft meer vrijheid maar ook meer onzekerheid over de uiteindelijke prijs.
Patrick vat het samen vanuit de kostenkant: “Je mag risico nemen, maar je moet als basis er toch voor zorgen dat de kosten ingedekt zijn. Dat geldt ook voor brandstof, meststoffen en andere inputs waarvan de prijs kan veranderen.” Chiel legt daarom sterk de nadruk op het deel van de rekensom waar het bedrijf zelf wel nog invloed op heeft: “Efficiënt werken, het aantal werkgangen beperken, zuinig omgaan met materiaal en op termijn ook meer energie zelf produceren. Niet alles valt te sturen. Maar wat wel kan, moet zo goed mogelijk worden georganiseerd.”
Een berekening met ruimte voor onzekerheid
Tot slot maken ook gewasbescherming en regelgeving de rekensom complexer. Patrick wil voldoende mogelijkheden behouden om gewassen tegen ziekten en onkruiden te beschermen, maar erkent tegelijk de noodzaak om milieubelasting te beperken. Het bedrijf probeert daarom waar mogelijk alternatieven en geïntegreerde technieken in te zetten en chemische middelen enkel te gebruiken wanneer ze nodig zijn.
Hetzelfde principe loopt eigenlijk door het hele gesprek. Risico's beperken zonder te doen alsof ze verdwijnen, want een teeltplan ligt nooit volledig vast. Percelen kunnen vrijkomen of wegvallen. Een bodem kan na een nat najaar anders reageren dan verwacht. Een markt kan veranderen. Een gewas kan beter of slechter presteren. En een prijs die vandaag interessant lijkt, kan tegen de oogst helemaal anders zijn. Daarom is flexibiliteit minstens zo belangrijk als de berekening zelf.
Dat is misschien ook de kern van hun manier van rekenen. Een teeltplan is geen optelsom waarvan de uitkomst vooraf vastligt. Het is een manier om met onvolledige informatie toch keuzes te maken. Eerst bepalen wat landbouwkundig past, vervolgens berekenen wat economisch haalbaar is en ten slotte voldoende ruimte laten voor wat niemand kan voorspellen.
Voor Patrick en Chiel betekent een goed teeltplan dan ook niet automatisch de teelt met de hoogste potentiële opbrengst. Het is het plan waarin bodem, rotatie, machines, kosten, opbrengsten en risico's zo goed mogelijk in evenwicht zijn. De cijfers helpen om die puzzel te leggen, maar je weet pas na de oogst of alle stukjes ook werkelijk op hun plaats zijn gevallen.
Op de Vlaamse Carbon Farming Dag in Lennik ontdekten landbouwers, onderzoekers en bedrijven hoe levende bodems, nieuwe technologie en samenwerking carbon farming vooruit kunnen helpen.
Boerenbond heeft een aantal bedenkingen bij de nitraatresiducampagne die momenteel aan de gang is. We zoomen dieper in op de landbouwcijfers en gaan op zoek naar de lievelingskost van de Vlaming.
Ontdek in onze economische sectoroutlook pluimvee hoe Boerenbond en KBC samen hun gemeenschappelijke economische kennis toegankelijk maken voor leden en klanten. Een beknopte webinarvideo voor en op maat van onze braadkippenhouders.
Praktische opleidingen helpen landbouwers veilig werken met mestgassen. Ontdek de risico’s, leer preventiemaatregelen en schrijf je tijdig in voor een gratis opleiding in West-Vlaanderen.
Ontdek tijdens deze Lunchdate op 12 november hoe je als bedrijf slimmer met water omgaat: van grondwater en drainage tot regenwater opwaarderen, wateropslag en innovatieve buffering.
Op de Vlaamse Carbon Farming Dag in Lennik ontdekten landbouwers, onderzoekers en bedrijven hoe levende bodems, nieuwe technologie en samenwerking carbon farming vooruit kunnen helpen.
Hoe maken landbouwers hun bedrijf veiliger én weerbaarder? Ontdek praktische preventietips van Boerenbond en KBC, van machineveiligheid en stalbrandpreventie tot risicobeheer en bedrijfscontinuïteit.
Hoe maak je een familiebedrijf klaar voor de toekomst? Wouter Torfs deelt met landbouwers zijn lessen over strategie, planning, gedeeld leiderschap en ondernemen met goesting.
Aardbeien telen vraagt lange dagen, maar Luc Fleerackers kiest bewust voor balans: naast zijn bedrijf maakt hij enthousiast tijd voor zijn gezin en de hobby's.
Na recente regenval heft West-Vlaanderen het onttrekkingsverbod in de vier overgebleven stroomgebieden op. Het watersysteem blijft kwetsbaar, dus water vasthouden en laten infiltreren blijft belangrijk.
Voor het viaduct van Gentbrugge zijn zeven haalbare alternatieven geselecteerd. Ontdek tijdens een infomarkt wat de plannen betekenen voor de E17, E40 en R4 en hoe u uw mening kunt geven.