Vijf slimme oplossingen voor arbeidstekort, onkruiddruk en schade
Aangemaakt op
Drie jaar lang werkten Vlaamse en Nederlandse boeren, techbedrijven en hogescholen samen in het Interreg-project Smart Farming & Food Processing. Wat in mei 2023 begon als een ambitieus plan om de agro-foodsector slimmer en duurzamer te maken, loopt eind april 2026 ten einde. De resultaten zijn veelbelovend, maar eerlijk: niet elke innovatie is al klaar voor het veld.
De context waarin landbouwers werken, wordt intussen steeds complexer. Strengere regels rond gewasbeschermingsmiddelen zetten de klassieke aanpak onder druk, terwijl het vinden van voldoende arbeidskrachten een blijvende uitdaging vormt. Daarbovenop blijft ook wildschade een moeilijk voorspelbare factor. Het project, gecoördineerd door Stichting Breda Robotics, onderzocht in hoeverre technologie een antwoord kan bieden op die concrete knelpunten.
Maverick: mechanische wiedrobot
Wieden is op veel biologische landbouwbedrijven de kostenpost die het zwaarst doorweegt op het bedrijfsresultaat. Odd.bot ontwikkelde de Maverick als antwoord: een autonome wiedrobot die via een camerasysteem met AI onkruid herkent en het mechanisch verwijdert.
Odd.Bot op de Werktuigendagen
Tijdens het project werd de machine uitgebreid getest op het bedrijf van bio-landbouwer Meulwaeter. Waar de robot aanvankelijk puur op cameratechniek navigeerde langs de ruggen, werd later GPS-RTK geïntegreerd. Dat maakt de navigatie betrouwbaarder en laat ook inzet toe in teelten zonder ruggen.
Vandaag kan de Maverick aan de slag in wortelen, uien, witlof, pastinaak en rode biet. De werkbreedte is instelbaar van 1,50 tot 2,25 meter. Het toestel weegt 500 kilogram en werkt op verwisselbare batterijen, waardoor het in principe dag en nacht inzetbaar is. Hoeveel hectare per dag gewied kan worden, hangt sterk af van de onkruiddruk op het perceel. Daarom vermeldt de fabrikant een vrij brede vork van 1 tot 12 hectare per dag.
Belangrijk is wel dat de robot geen volledige vervanging is van de bestaande onkruidbeheersing, maar een aanvulling daarop. De Maverick pakt vooral kleinere, kiemende onkruiden aan. Wie te lang wacht met inzetten, loopt al snel achter de feiten aan. Branden, wiedeggen of schoffelen blijven dus nodig naast de robot. Ook bij onkruid dat sterk op het gewas lijkt, heeft de AI het soms nog moeilijk. Dat is een punt waar Odd.bot verder op blijft doorontwikkelen.
Klopt de businesscase?
Als we uitgaan van een gedifferentieerd biologisch bedrijf van ongeveer 20 hectare, met een gemiddelde handwiedkost van rond de 60.000 euro per jaar, abonnementskosten voor de robot en een arbeidsbesparing van 75%, dan kom je uit op een netto jaarlijkse besparing van ruim 41.000 euro. Daarbij gaan we uit van een Maverick in de basisuitvoering met twee camera’s en twee grijpers. In dat scenario verdient de robot zichzelf terug in iets minder dan drie jaar. Uiteraard spelen ook bijkomende kosten zoals toezicht, transport en elektriciteit een rol, maar die verschillen sterk van bedrijf tot bedrijf.
De Maverick komt bovendien in aanmerking voor VLIF-steun, onder code 2.12.3 Duurzame gewasbescherming, in de categorie wiedrobot/onkruidverwijderingsrobot. Dat betekent 30% investeringssteun op een forfaitair bedrag van 80.000 euro voor twee units, goed voor ongeveer 24.000 euro steun. Daardoor zakt de netto investering naar ongeveer 83.000 euro en daalt de terugverdientijd naar circa twee jaar.
Lees ook meer over de Odd.Bot in dit artikel van de nationale proeftuin precisielandbouw uit Nederland.
TOR: laserwiedrobot
Waar Odd.bot kiest voor mechanisch wieden, gaat Trabotyx een stap verder met lasertechnologie. De TOR-robot verwijdert onkruid door het groeipunt te verbranden met een blauw diodelaserlicht, zonder de bodem te beroeren. Dat is meteen ook het grote voordeel: wie de grond niet bewerkt, creëert geen nieuw kiembed voor onkruid.
Trabotyx bij Meulwaeter
Trabotyx werkte aanvankelijk met een mechanische robot die onkruid met een minifreesje verwijderde. Na het natte voorjaar van 2024, waarin de beperkingen van die techniek duidelijk naar voren kwamen, en na bevraging van zo’n 200 telers, werd de koers bijgestuurd. De vraag uit de markt was duidelijk: men wil een laser. De TOR is het resultaat van die omschakeling. De machine werd op 26 juni 2025 officieel gelanceerd op het bedrijf van bio-landbouwer Meulwaeter in Kruiningen, waar ze binnen het project ook uitvoerig werd getest.
De TOR navigeert op basis van GPS-RTK en rijdt volledig autonoom. De machine is beschikbaar in drie werkbreedtes: 1,50 meter (Flex), 1,80 meter (Bulbs, voor bloembollen) en 3,00 meter (Pro). Afhankelijk van het model wordt gewerkt met 2, 4 of 6 lasers van 100 of 200 watt. De batterij heeft een autonomie van ongeveer tien uur en kan tijdens het rijden worden opgeladen via zonnepanelen.
Het algoritme herkent vandaag al onkruid in onder meer wortelen, pastinaak, lelies, uien en cichorei. Opvallend is dat het systeem relatief snel kan worden aangepast aan nieuwe teelten: ongeveer vier weken na de eerste datacollectie kan een werkend model worden opgeleverd.
Klopt de businesscase?
Als we dezelfde uitgangspunten nemen als bij de Maverick, een biologisch bedrijf met zo’n 20 hectare, handwiedkosten van ongeveer 60.000 euro per jaar en een arbeidsbesparing van 75%, dan komt de terugverdientijd uit op ongeveer acht jaar. Daarbij gaan we uit van een TOR in de basisuitvoering met twee lasers en twee camera’s, inclusief de servicekosten voor de eerste vijf jaar. Variabele kosten zoals energie, transport en opvolging zijn niet meegerekend, omdat die sterk verschillen van bedrijf tot bedrijf.
De TOR komt vandaag nog niet in aanmerking voor reguliere VLIF-steun. Gezien de snelle evolutie van de technologie en de toenemende marktrijpheid is het echter niet uitgesloten dat laserwiedrobots in de toekomst wel onder een VLIF-code zullen vallen. In dat scenario, met bijvoorbeeld 30% steun op de aankoopprijs, zou de netto investering met bijna 60.000 euro dalen en de terugverdientijd verkorten tot ongeveer zes jaar.
Voor het seizoen 2026 werden alvast tien machines verkocht in Nederland. Wie interesse heeft, doet er goed aan de robot eerst in actie te zien op een demonstratieperceel. Inagro plant bijkomende veldproeven binnen het Interreg-project AgRoboConnect. Lees ook meer over de TOR in het artikel van de nationale proeftuin precisielandbouw in Nederland.
Lees ook meer over de TOR in dit artikel van de nationale proeftuin precisielandbouw uit Nederland.
FieldWorkers: zonkrachtige werkassistent
Niet elke innovatie is bedoeld voor de grote akkerbouwer. Fieldworkers ontwikkelde de zonkrachtige werkassistent specifiek voor kleinschalige biologische tuinderijen, zoals Tuinderij Van de Pallande. Het gaat om bedrijven met een groot aantal teelten op een beperkte oppervlakte, vaak 40 tot 60 gewassen op 3 tot 20 hectare, die werken met een korte keten- en regionaal verdienmodel. Op zulke bedrijven is wieden bijzonder arbeidsintensief, duur en fysiek zwaar werk. Het gebeurt er vaak nog manueel, niet zelden met hulp van vrijwilligers of mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
De HAR-e tijdens de projectdemonstratie
Binnen het project werd een elektrische werktuigdrager op zonne-energie ontwikkeld en getest. De machine kan uitgerust worden met verschillende werktuigen, zoals schoffels, wiedeggen en zaai-units. Door het lage gewicht en de compacte bouw beweegt de werktuigdrager vlot tussen de rijen, met minimale bodemverdichting. Dat maakt hem geschikt voor biologische teelten waar precisie en bodemzorg centraal staan.
De ambitie is om van deze werkassistent een volledig autonome machine te maken. Binnen de projectperiode werd die stap nog niet volledig gezet. De autonomie bleek complexer dan voorzien, waardoor de machine tijdens de veldtesten nog werd begeleid door een operator. De resultaten zijn wel positief: de technologie zette duidelijke stappen vooruit, maar verdere ontwikkeling en investeringen zijn nodig. Intussen lopen er gesprekken over vervolgtrajecten en bijkomende pilots.
Klopt de businesscase?
In een volledig autonoom scenario lijkt de businesscase wel te kloppen. FieldWorkers positioneert de werkassistent als een machine die twee tot vier keer goedkoper moet zijn dan vergelijkbare autonome werktuigdragers op de markt. Ook de jaarlijkse bedrijfskosten zouden beperkt blijven.
Voor een kleinschalig bio-bedrijf met een jaarlijkse wiedkost van ongeveer 25.000 euro kan de machine, bij een arbeidsbesparing van 70%, een terugverdientijd van circa drie jaar halen. Dat blijft voorlopig wel een toekomstscenario, zolang de autonomie nog niet volledig gerealiseerd is.
DripControl: detectie van irrigatielekken
Druppelirrigatie spaart water en verhoogt de opbrengst, maar een lekkend systeem kan grote schade veroorzaken, zeker in de cruciale weken voor de oogst. De klassieke aanpak, zelf door het veld lopen en visueel controleren, is tijdrovend, niet altijd betrouwbaar en vraagt net op de drukste momenten kostbare arbeidsuren. DripControl, een traject van Didex en uienteler Miedevia, biedt een sneller alternatief via thermische en multispectrale dronebeelden.
DripControl projectdemonstratie
Binnen het project werd het systeem uitvoerig getest op uienpercelen in Zwevegem. De drone is uitgerust met een thermische en een RGB-camera. Eén vlucht op 120 meter hoogte volstaat om een volledig perceel in kaart te brengen. Binnen een kwartier beschikt de teler over een warmtekaart die lekkages exact lokaliseert, zodat snel kan worden ingegrepen.
Klopt de businesscase?
De businesscase hangt sterk af van het gekozen gebruiksmodel. In het hands-off model neemt de operator alles op zich: vluchtplanning, uitvoering en analyse. Dat is eenvoudig, maar ook duurder, zeker wanneer meerdere vluchten per seizoen nodig zijn. In een tweede model schaft het landbouwbedrijf zelf een drone aan en gebeurt de verwerking van de beelden bij de operator of door de landbouwer zelf. De kosten liggen dan lager en het laat toe om frequenter en korter op de bal te spelen.
De meerwaarde gaat bovendien verder dan lekdetectie alleen. Een goed werkend irrigatiesysteem vormt de basis voor een gelijkmatige gewasgroei en een hogere opbrengst. Wie dat vanop afstand en in real time kan opvolgen, hoeft niet te wachten tot schade zichtbaar wordt in het gewas. Tijdens dezelfde vlucht kan ook bijkomende gewasdata worden verzameld, wat extra inzicht geeft in de groei en gezondheid van het perceel.
Toch zijn er nog duidelijke drempels. Professioneel dronegebruik vraagt een certificaat, en vluchten moeten vooraf worden aangemeld en nadien worden afgemeld bij de luchtvaartautoriteiten. Die administratieve last weegt vandaag zwaar en remt de bredere toepassing van de technologie af. De volgende stap is de verdere automatisering van het proces, van luchtfoto tot bruikbare taakkaart, maar zolang de regelgeving niet eenvoudiger wordt, blijft de drempel voor veel telers hoog.
ScareCrow: hightech vogelverschrikker
Vogelschade blijft een hardnekkig probleem in de groente- en fruitteelt. Houtduiven, spreeuwen en kraaien kunnen in arbeidsintensieve teelten zoals aardbeien, druiven, spruitkool, erwten en bonen aanzienlijke schade aanrichten. Klassieke afschrikmiddelen zoals knalkanonnen en statische vogelverschrikkers verliezen bovendien snel hun effect doordat vogels eraan wennen. Het ScareCrow-project zocht daarom een slimmer alternatief: een autonoom, AI-gestuurd dronesysteem dat vogels detecteert en verjaagt via wisselende vliegroutes, zodat gewenning wordt voorkomen.
Demonstratie ScareCrow met een namaakduif
Vraagstukhouder Goossens Malderen werkte hiervoor samen met Avular voor de dronetechnologie, Datacation voor de beeldherkenning en Qualified voor de businesscase. In drie jaar tijd werd een eerste prototype ontwikkeld en werd het AI-model getraind om vogels te herkennen. De kern van het concept, het automatisch aanpassen van vliegroutes om gewenning te vermijden, bleek echter moeilijker te realiseren dan verwacht. Binnen de projectperiode kon dat onderdeel nog niet voldoende worden uitgewerkt en getest.
Klopt de businesscase?
De nood bij landbouwers is breed erkend, maar een sluitende businesscase is er nog niet. Daarvoor zijn er twee problemen die opgelost moeten worden. Ten eerste ontbreken betrouwbare cijfers over de impact van vogelschade. Wat kost het vandaag precies, en wat kan een effectief systeem opleveren? Zonder die onderbouwing blijft het moeilijk om een rendabel model uit te werken.
Daarnaast vormt de regelgeving een grote drempel. Net als bij DripControl gelden ook hier strenge regels rond certificering, aanmelding en afmelding van vluchten. Maar voor ScareCrow is de drempel nog hoger: het systeem maakt pas echt zin als de drone volledig autonoom kan vliegen zonder dat er iemand permanent bij staat. Technisch bestaan zulke systemen al, in de vorm van zogenaamde “drone-in-the-box”-oplossingen die zelfstandig opstijgen, patrouilleren, landen en opladen. Maar ook die vallen vandaag onder de BVLOS-regelgeving (Beyond Visual Line of Sight). Zolang een gecertificeerde piloot de drone continu in het oog moet houden, is er geen werkbaar verdienmodel.
De beste innovatie begint bij de boer zelf
Drie jaar Smart Farming & Food Processing leveren een gevarieerd palet op: van praktijkrijpe technologie tot veelbelovende concepten die nog verdere ontwikkeling vragen. Voor veel landbouwers blijven de kostprijs, een aangepaste werkwijze en de leercurve drempels om de stap te zetten. Tegelijk is de richting duidelijk: mechanische onkruidbestrijding, gerichte irrigatiemonitoring en slimme automatisering zijn geen verre toekomst meer.
De belangrijkste les ligt echter niet alleen bij de technologie. Innovatie werkt pas wanneer ze vertrekt vanuit een concrete vraag op het bedrijf. Waar landbouwers zelf het probleem scherp stellen en samen met technologiebedrijven, kennisinstellingen en organisaties naar oplossingen zoeken, ontstaan de sterkste trajecten. Niet de technologie is dan het vertrekpunt, maar het vraagstuk op het veld. Daar ligt de sleutel tot toepassingen die ook echt blijven hangen.
Het Interreg Smart Farming & Food Processing-project liep van mei 2023 tot en met april 2026, met Breda Robotics als projectleider en partners waaronder VIVES Hogeschool, ILVO, Avans Hogeschool, Flanders Make, ZLTO, Boerenbond en Flanders' Food en werd mogelijk gemaakt door Interreg Vlaanderen - Nederland samen met de provincies Noord-Brabant, Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen en Limburg.
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
De sectorvakgroep Fruit trok naar Diest voor een boeiende bijeenkomst over driftreductie, robuuste rassen en inspirerende bedrijfsbezoeken bij fruit-, witloof- en wijnbedrijven.
De stormschade van 27 op 28 juni heeft heel wat mais doen omvallen. Het (Landbouwcentrum voor Voedergewassen) publiceert nu een beslissingsboom die je helpt te beslissen wat je moet doen na schade.
Campo Solar groeide in tien jaar van een tuinfeest uit tot een festival voor 30.000 bezoekers, met landbouw als hart van de beleving: tussen mais, bloemen en lokale smaken.
John Deere vernieuwde de T5- en T6-maaidorsers met meer digitalisering, automatisering en gebruiksgemak, zonder het beproefde schudderconcept los te laten. Capaciteit, cabine en precisielandbouw kregen een stevige upgrade.
Braambessen beleefden in 2025 een sterk jaar met stabiele prijzen, constante vraag en groeiend areaal. In 2026 start het seizoen nog beter, met in juni middenprijzen boven 10 euro/kg.
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
Tijdelijk onttrekkingsverbod in de Kleine Nete, de Aa en Vrouwvliet vanaf 2 juli 2026 door aanhoudende droogte. Ontdek waar het geldt en welke alternatieve waterbronnen beschikbaar zijn.
Peilbesluiten bepalen waterpeilen in Vlaanderen en beïnvloeden landbouw, natuur en bedrijfsvoering. Ontdek hoe de procedure verloopt, waar inspraak mogelijk is en wat de impact is op percelen.
VMM werkt aan een totaalplan voor de Getestreek om wateroverlast beter op te vangen, met maatregelen per deelgebied en prioriteit voor woonkernen. De stand van zaken van dit klimaatrobuuste project.
De opmars van de bever in Antwerpen zorgt voor groeiende druk op landbouwgronden, waterbeheer en beleid. Dit artikel belicht de stijgende schade, de beperkingen van het huidige kader en de nood aan gerichte keuzes.
John Deere vernieuwde de T5- en T6-maaidorsers met meer digitalisering, automatisering en gebruiksgemak, zonder het beproefde schudderconcept los te laten. Capaciteit, cabine en precisielandbouw kregen een stevige upgrade.