Kraaiachtigen
Kraaiachtigen (kraaien, roeken, kauwen, eksters en gaaien) kunnen aanzienlijke schade aanrichten aan landbouwgewassen, zoals het opeten van zaden en fruit of het pikken van maiskolven. Daarnaast kunnen ze ook overlast veroorzaken, zoals het bevuilen van gewassen, het vernielen van materialen en het jagen op jonge dieren van andere soorten.

De 200.000 kraaiachtigen die in 2023 werden afgeschoten bestaan uit 97.485 kraaien, 63.784 kauwen en 42.459 eksters. Belangrijk om weten is dat kraaiachtigen niet behoren tot jachtwild en er dus geen openingstijden zijn.
Welke preventieve maatregelen kan je nemen?
Alvorens je bestrijding kan aanvragen om de populatie in te dijken dien je als land- of tuinbouwer een maatregel te hebben genomen ter preventie van schade. Dit kan gaan van het spannen van een lint tot het plaatsen van een geluidskanon. Alle info over het nemen van maatregelen die je als land- of tuinbouwer preventief kan nemen
Hoe mag je kraaiachtigen bestrijden?
Bieden de basismaatregelen onvoldoende bescherming tegen schade door kraaiachtigen, dan kunt u in bepaalde gevallen overgaan tot bestrijding. Bestrijdingsactiviteiten kunnen onder meer worden uitgevoerd met vuurwapens, trechtervallen of larsenkooien.
Hiervoor gelden in de regel volgende principes:
- Zwarte kraaien en kauwen mogen bestreden worden om belangrijke schade aan professioneel geteelde mais en fruitteelt te voorkomen. Hun bestrijding is het hele jaar toegelaten.
- Eksters mogen bestreden worden om belangrijke schade aan professionele fruitteelt te voorkomen. Hun bestrijding is het hele jaar toegelaten.
- Gaaien mogen bestreden worden om belangrijke schade aan professionele fruitteelt te voorkomen. De bestrijding is toegelaten van 1 juli tot en met 31 oktober.
- Roeken mogen niet bestreden worden. Voor andere teelten of schade aan wilde fauna kan in uitzonderlijke gevallen van bovenstaande principes worden afgeweken wanneer ernstige schade door kraaiachtigen door de aanvrager aantoonbaar is.
Bestrijding kan alleen worden uitgeoefend ten aanzien van volgroeide individuen van deze soorten, binnen een perimeter van 150 meter rondom het perceel waarvoor de bestrijding wordt gemeld en nadat de nodige preventieve maatregelen werden genomen. Omdat kraaiachtigen behoren tot de beschermde diersoorten moet er aan andere modaliteiten voldaan worden om tot bestrijding over te kunnen gaan dan bij jachtwild. Je moet een afwijking op het soortenbesluit aanvragen en mag pas overgaan tot bestrijding als je daarvoor de toelating hebt ontvangen van Natuur en Bos.
Kom ik in aanmerking voor schade die kraaiachtigen hebben aangericht?
Schade door kraaiachtigen aan teelten en gewassen kan in aanmerking komen voor een schadevergoeding wanneer bestrijding niet werd toegestaan door het Agentschap voor Natuur en Bos. Om aanspraak te maken op een schadevergoeding moet je de schade kunnen aantonen en minstens één van de verplichte basismaatregelen genomen hebben. Schade door kraaiachtigen aan goederen komt niet in aanmerking voor een vergoeding.
Is bestrijding van kraaiachtigen belangrijk?
Dat bestrijding belangrijk is, blijkt uit een onderzoek van ANB uit 2023: daarbij werd vastgesteld dat in zones met bestrijding, de schade aan de proefvlakken steeds kleiner bleef dan 10 procent. De proefvlakken met hoge schade – dat is dan tot 70 procent – lagen steeds in zones zonder bestrijding. Momenteel loopt er een uitgebreider onderzoek naar de impact van kraaiachtigen op landbouwgewassen.