Van praktijk tot toekomst: samen sterk in uienteelt
Op maandag 12 januari 2026 vond de Studienamiddag Uienteelt plaats in De Mastbloem in Kruisem. De Mastbloem in Kruisem was opnieuw het kloppend hart van de verder groeiende en innoverende Vlaamse uienteelt. Ruim 100 telers en geïnteresseerden tekenden present voor de jaarlijkse studienamiddag Uienteelt, een vaste waarde op de sectoragenda.
De opkomst voor de jaarlijkse studienamiddag Uienteelt in De Mastbloem in Kruisem was ook dit jaar groot.
Bart Debussche van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij opende de studiedag met een overzicht van de huidige stand van zaken in de Belgische uienteelt. In ons land worden uien geteeld op 7.240 hectare, waarvan meer dan 4.500 hectare in Vlaanderen. Bijna de helft van de circa 500 Vlaamse uientelers is actief in West-Vlaanderen. Ongeveer 50% van het areaal ligt op zandleemgrond, bijna 27% op zandgrond.
Daarnaast ging Bart Debussche in op actuele regelgeving. Hij belichtte onder meer de beschermingsstroken langs waterlopen en de ecoregelingen, zoals bufferstroken, verhoging van het organische stofgehalte en éénjarige ecoteelten. Tot slot gaf hij een stand van zaken over de digitale registratie van gewasbeschermingsmiddelen. Hiervoor geldt een overgangsperiode tot en met 2029. Vanaf 2030 wordt elektronische registratie van gewasbeschermingsmiddelen verplicht binnen de 30 dagen na gebruik.
Bart Debussche (Agentschap Landbouw en Zeevisserij) lichtte enkele actuele dossiers toe.
Teeltseizoen 2025 en perspectieven voor winter- en primeuruien
Vervolgens deelde Viaverda-onderzoeker Jonas Bodyn zijn ervaringen uit het teeltseizoen 2025. Het zaaiseizoen startte vroeg en vaak op voldoende vochtige grond. Dat zorgde voor minder risico op dikhalzen en een lagere druk van de uien- en bonenvlieg. Het seizoen werd verder gekenmerkt door warm en droog weer met beperkte neerslag in Kruisem. Spirotetramat kon in 2025 voor het laatst worden toegepast. Vorig jaar was er bovendien een hoge tripsdruk.
Ook augustus bleef uitzonderlijk droog. Na de MH-toepassing was de sapstroom beperkt, wat leidde tot een mindere opname. Door de droogte was kwalitatief rooien niet op elk perceel mogelijk, met een verhoogd risico op kwaliteitsproblemen. Tijdens de bewaring traden bovendien problemen met Fusarium op. Ook op het vlak van prijsvorming was 2025 geen sterk jaar voor de uienteelt.
Jonas Bodyn deelde zijn inzichten over het teeltseizoen 2025 en over stikstofbemesting in uien.
Viaverda-onderzoeker Ellen Dendauw lichtte vervolgens de eerste resultaten toe van onderzoek naar winter- en primeuruien. Voor primeuruien zijn er afzetmogelijkheden in juni en juli. Door de klimaatverandering kan deze teeltvorm bijdragen aan een betere risicospreiding.
Voordelen van de winter- en primeurteelt van uien zijn onder meer minder opkomstproblemen, minder korstvorming, een betere benutting van bodemvocht en potentieel betere prijzen. Nadelen zijn onder andere het risico op mindere kwaliteit, duurder plantgoed, de vorm van de plantuien en de concurrentie met de klassieke zaaiuien vanaf augusts. “Wie ervoor gaat, moet vooral knopen durven doorhakken.”
Daarna ging Jonas Bodyn dieper in op stikstofbemesting bij uien. Langlopend onderzoek toont aan dat een hogere stikstofgift niet leidt tot een hogere opbrengst. Bij bemestingsadvies blijft het belangrijk rekening te houden met voorteelt, bodemtype en mineralisatie. Viaverda adviseert een lage startgift, gevolgd door een tijdige bijbemesting in de eerste helft van juni, bij ongeveer vier pijpjes.
Fusarium, rooitechniek en tripsbestrijding
Na de pauze ging Staf Antoons van Bayer dieper in op Fusarium in ui. Hij schetste de actuele situatie en gaf aandachtspunten en beschikbare middelen om de ziekte beter te voorkomen. Vervolgens stelden Bennie Poppe en Frank Kerckhaert van Agri Poppe een innovatief rooisysteem voor, een multi-cropsysteem dat inzetbaar is in zowel de aardappel- als de uienteelt.
In het slotdeel lag de focus op de aanpak van trips in uien. Viaverda-onderzoeker Louis Lippens presenteerde de resultaten uit recent onderzoek. Afsluitend lichtte Sam Euben van Koppert toe hoe natuurlijke vijanden kunnen worden ingezet als onderdeel van de tripsbestrijding.
Louis Lippens gaf meer toelichting over het lopend onderzoek over trips in de uienteelt.
Aardappelen komen dit seizoen kiemlustig de loods binnen. Ontdek hoe tijdige ventilatie, juiste koeling en doordachte kiemremming helpen de kwaliteit tijdens bewaring te beschermen.
Met het impulsprogramma ‘7 voor 27’ wil Vlaanderen de waterkwaliteit versneld verbeteren. Ontdek welke zeven acties tegen 2027 voor schoner water en gerichter beleid moeten zorgen.
De beste spuittechniek hangt af van het doelwit, het gewas en de omstandigheden. Optispray toont hoe druppelgrootte, spuitvolume en techniek samen driftreductie en werking bepalen.
Tot 40 procent van de Vlaamse bataatoogst haalt de winkel niet. VALOBAT onderzoekt hoe deze reststromen nieuwe kansen krijgen in dumplings, bakkerijproducten en andere voeding.
De bestuursleden van de Antwerpse studiekringen groenteteelt startten het werkjaar met een uitwisseling en een boeiend bezoek aan de fossielvrije onderzoeksserre van KU Leuven.
De bevrijdende bedrijfsvoorheffing moest de belastingaangifte voor seizoenwerknemers overbodig maken. Toch zorgt het woonplaatsattest opnieuw voor aangiftebrieven. Wat moet je ermee en welke oplossing ligt op tafel?
Het organischestofgehalte verhogen in de bodem wordt terecht als een belangrijke hoeksteen gezien van agro-ecologische landbouw. Maar in Vlaamse bodems is de pH evenzeer een werkpunt, net als het voorkomen van bodemverdichting
Aardappelen komen dit seizoen kiemlustig de loods binnen. Ontdek hoe tijdige ventilatie, juiste koeling en doordachte kiemremming helpen de kwaliteit tijdens bewaring te beschermen.
Met het impulsprogramma ‘7 voor 27’ wil Vlaanderen de waterkwaliteit versneld verbeteren. Ontdek welke zeven acties tegen 2027 voor schoner water en gerichter beleid moeten zorgen.
De beste spuittechniek hangt af van het doelwit, het gewas en de omstandigheden. Optispray toont hoe druppelgrootte, spuitvolume en techniek samen driftreductie en werking bepalen.