Wat maakt een appel of peer precies goed? Bij het VCBT, het Vlaams Centrum voor Bewaring van Tuinbouwproducten, passeren dagelijks tientallen vruchten over de labtafel. Daar worden hun kwaliteit, rijpheid en bewaarbaarheid tot in detail onderzocht. Eigenschappen die vroeger vooral op ervaring en observatie werden beoordeeld, zoals een sappige beet, een stevige kraak, een gave schil of het ideale plukmoment, worden vandaag objectief gemeten en in cijfers gegoten. Vijf van die metingen tonen hoe het VCBT praktijkervaring vertaalt naar betrouwbare en reproduceerbare data.
deze en meer afbeeldingen zijn beschikbaar bij Annelies, laat me even weten waar ik ze best opsla of aan wie ik ze moet doorsturen.
Sappigheid is meetbaar
Sappigheid maakt of kraakt de smaakbeleving van appel en peer - al is het strikt genomen geen smaak, maar een textuurkenmerk. Bij appel gaat een sappige beet hand in hand met knapperigheid, terwijl een tekort eraan meteen als ‘melig’ wordt afgestraft: samen met crispheid is het dé drijfveer achter consumentenvoorkeur. Bij peer telt het nog zwaarder. Toch is sappigheid tot vandaag vooral iets wat proefpanels inschatten, en geen cijfer dat de keten objectief kan vastleggen. Daardoor is het moeilijk sturen: hoe bewaak je iets tijdens bewaring, of hoe kies je er rassen op, als je het niet kan meten?
Een betrouwbare meetmethode verandert dat: ze laat toe rassenkeuze, oogsttijdstip en bewaarcondities scherp te stellen op een eigenschap die rechtstreeks de smaakbeleving - en dus de aankoopherhaling - bepaalt. VCBT ontwikkelde daarvoor een verrassend eenvoudige test: uit de vrucht wordt een klein cilindertje geboord, dat door een testmachine wordt samendrukt op filterpapier. Het sap dat daarbij vrijkomt laat een vlek na die een camera nauwkeurig opmeet. Hoe groter die vlek, hoe sappiger de vrucht. Zo wordt sappigheid, tot nu toe onderbelicht, eindelijk een harde, objectieve maatstaf voor eetkwaliteit.
De machine duwt een cilindertje vruchtvlees samen op filterpapier. De vlek die dit geeft, wordt met een scanner opgemeten en is de maat voor sappigheid.
Knapperigheid meten via ‘kraak’-eigenschappen
Bij de zoektocht naar een nieuw appelras is knapperigheid een heel belangrijke parameter. De kraak die je hoort bij de eerste beet in de vrucht, bepaalt al sterk wat je ervan vindt. Klinkt hij dof, dan associeer je dat al snel met een oude afgeleefde vrucht, kraakt hij flink, dan is het wellicht een ‘kraakverse’. Ook dit aspect is niet gemakkelijk objectief te bepalen door een smaakpanel. Daarom ontwikkelde VCBT ook hiervoor een test. Die test baseerden we op de hardheidsmeting. Bij zo’n hardheidsmeting maken we een gaatje in de vrucht en meten we de kracht die hiervoor nodig is. Bij een knapperige, turgescente appel (druk van de celinhoud op de celwand, veroorzaakt door de aanwezigheid van vocht) breken de celwanden tijdens het indringen niet geleidelijk maar één voor één en broos af, met telkens een plotse vrijgave van sap. Dat geeft een grillige, ‘gekartelde’ curve met veel kleine krachtpieken en -dalingen kort na elkaar. Het aantal pieken is dus een maat die specifiek het knapperig-versus-melig-karakter weergeeft.
Kortom: het tellen van pieken in de penetrometerkrachtcurve laat toe om, naast de klassieke hardheidsmeting, ook het typisch ‘krokante versus melige’ mondgevoel van een appel objectief en reproduceerbaar te kwantificeren.
Van kleurkaartje naar camera-oog
De kleurmeting van vruchten heeft een hele evolutie ondergaan. 25 jaar geleden vergeleken we de kleur van vruchten met een kleurkaart en gaven zo een score. Maar zo'n kaart vervaagt na verloop van tijd, en de beoordeling hing sterk af van de lichtbron in het lokaal en van wie er keek. Via de spectrofotometer zijn we intussen geëvolueerd naar een volwaardig visiesysteem: een kast met gestandaardiseerde belichting waarin een camera, aangestuurd door software, in één foto meteen de kleur van een volledige kist vruchten bepaalt. De camera wordt daarbij zorgvuldig gekalibreerd, zodat onze metingen, ongeacht het moment of de omstandigheden, altijd onderling vergelijkbaar blijven.
Zachte schuurtest meet veegschade
Heb je je ook al eens afgevraagd waarom peren soms van die zwarte vegen vertonen? Het lijkt wel of ze vuil zijn, en zo'n veeg geeft een partij meteen een minder frisse aanblik, terwijl er intern niets schort aan de vrucht. Wat je ziet, is gewoon oxidatie van een lichte beschadiging op de schil. Die ontstaat doordat de peer ergens tegenaan schuurt, vandaar de naam veegschade, of in het Engels scuffing. Dat kan gebeuren op een sorteerlijn of in een kist, maar ook klanten die in de winkel tussen de peren rommelen op zoek naar de mooiste exemplaren, veroorzaken door die wrijving ongewild zwarte vegen. Je ziet het bovendien niet meteen: de schade komt pas na enkele dagen zichtbaar boven.
Niet elk perenras is even gevoelig voor scuffing, en daarom testen we bij VCBT elk nieuw ras hierop. Daarvoor ontwikkelden we een mechanische scufttest, waarbij de peren steeds op dezelfde manier en gedurende een vaste tijd over een referentiemateriaal schuiven. Dat veroorzaakt veegschade op de geteste vruchten - al blijft die aanvankelijk onzichtbaar, dus laten we ze nog twee dagen bij 20 °C liggen voor we de ‘veegscore’ bepalen. Een lage score betekent dat een ras of partij weinig gevoelig is voor scuffing, een hoge score wijst op een grote gevoeligheid.
Veegschade bij peren kan je meten met een schuiftest waarbij een schudder de vruchten gedurende een vastgestelde tijd in gestandaardiseerde dozen schudt. Nadien wordt de schade opgemeten.
Ethyleen verklapt het plukmoment
Ethyleen is het hormoon dat bij appel en peer de rijping op gang trekt, en net daarom is het meten ervan zo waardevol. Vlak voor de pluk beginnen de vruchten intern meer ethyleen aan te maken. Zo laat een ethyleenmeting toe om het optimale plukmoment scherper te bepalen. Te vroeg geplukt fruit rijpt nooit goed door, te laat geplukt fruit is al onderweg naar overrijp en bewaart slecht. Diezelfde meting voorspelt ook hoe lang een partij goed in bewaring kan blijven, want vruchten die al een hogere interne ethyleenconcentratie hebben bij binnenkomst, evolueren sneller en vragen een aangepaste bewaarstrategie. Om die reden ontwikkelde VCBT een nauwkeurige ethyleenmeting, die uitgebreid getest werd op herhaalbaarheid en reproduceerbaarheid. Zo beschikt de sector over een betrouwbaar meetinstrument om plukdatum en bewaarbaarheid objectief te onderbouwen.
Te vroeg geplukt fruit rijpt nooit goed door, te laat geplukt fruit is al onderweg naar overrijp en bewaart slecht.
Op de Vlaamse Carbon Farming Dag in Lennik ontdekten landbouwers, onderzoekers en bedrijven hoe levende bodems, nieuwe technologie en samenwerking carbon farming vooruit kunnen helpen.
Aardbeien telen vraagt lange dagen, maar Luc Fleerackers kiest bewust voor balans: naast zijn bedrijf maakt hij enthousiast tijd voor zijn gezin en de hobby's.
De eerste resultaten van frambozen onder zonnepanelen zijn veelbelovend: minder waterverbruik, meer klasse 1-fruit en een koeler teeltklimaat. Maar de opbrengst hangt af van het type paneel.
Boerenbond heeft een aantal bedenkingen bij de nitraatresiducampagne die momenteel aan de gang is. We zoomen dieper in op de landbouwcijfers en gaan op zoek naar de lievelingskost van de Vlaming.
Vlaamse perentelers wachten al jaren op toegang tot de Japanse markt. Jo Brouns vraagt Europa om druk te zetten. Vanuit Boerenbond willen we ook meer aandacht voor promotie dichter bij huis.
Ontdek tijdens deze Lunchdate op 12 november hoe je als bedrijf slimmer met water omgaat: van grondwater en drainage tot regenwater opwaarderen, wateropslag en innovatieve buffering.