De laatste jaren zijn termen als regeneratieve, natuur-inclusieve of agro-ecologische landbouw sterk in opgang. Ze vertrekken vaak vanuit dezelfde basisprincipes als bio, zoals zorg voor bodem, biodiversiteit, dierenwelzijn en een toekomstgericht landbouwbedrijf. Ook al kunnen ze overlappen met bio, toch zijn ze niet hetzelfde.
Wat is het verschil tussen bio, regeneratief, natuurinclusief en agro-ecologisch?
Biologische landbouw is een wettelijk vastgelegd en gecontroleerd landbouwsysteem dat vertrekt van, en zoveel mogelijk samenwerkt met, natuurlijke processen. Er gelden strikte regels voor milieu, bodem, biodiversiteit en dierenwelzijn. Biologische producten worden bijvoorbeeld geproduceerd zonder gebruik te maken van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest. Ook rond dierenwelzijn en antibioticagebruik gelden strengere normen.
Het Europese biolabel is uniek. De basisvoorwaarden voor biologische productie liggen vast in Europese verordeningen en gelden dus in alle Europese lidstaten. De lidstaten zijn op hun beurt verantwoordelijk voor de correcte uitvoering van deze regels. Gezien landbouw in België een gewestelijke bevoegdheid is, is Vlaanderen verantwoordelijk. Lidstaten kunnen aanvullende regels opstellen. Een controle-instantie kijkt erop toe dat je voldoet aan deze regels. Maar anders dan bio liggen deze niet vast in een Europees lastenboek en worden ze doorgaans niet gecontroleerd door een externe controle-instelling.
Regeneratieve landbouw beoordeelt succes aan de hand van verbetering van de bodem en ecosystemen, het legt de nadruk op natuurherstel; een bedrijf kan regeneratief zijn zonder biologisch gecertificeerd te zijn.
Natuurinclusieve landbouw richt zich vooral op het samenwerken met de natuur. Denk aan aandacht voor biodiversiteit, landschapselementen, waterbeheer en functionele natuur. De term is op zich geen certificering.
Agro-ecologische landbouw is het breedste begrip: naast ecologische principes omvat het ook thema’s zoals voedselsoevereiniteit, lokale ketens, kennisuitwisseling en sociale rechtvaardigheid.
Geïnteresseerd in bio?
Biologische landbouw wordt vandaag nog te vaak geassocieerd met kleinschalig, weinig rendabel en enigszins oubollig. Niets is minder waar. In de sector zien we bedrijfsleiders met een brede visie, aandacht voor innovatie en goede ondernemerskwaliteiten. Het zijn doorgaans goed gestructureerde, middelgrote landbouwbedrijven. Daarnaast zijn er uiteraard ook wat grotere of net heel kleine biobedrijven. Diversiteit troef, dus.
Biologische landbouw verschilt op een aantal vlakken van de gangbare. Centraal staat het streven naar een gesloten kringloop op of tussen bedrijven. De dierlijke productie levert de noodzakelijke organische mest voor de plantaardige teelten. De akkers leveren op hun beurt hoogwaardig voedsel voor de mens of voeder voor het vee. Inzetten op een goede bodemvruchtbaarheid en een ruime vruchtafwisseling vormen daarbij de basis.
Het beperken van externe inputs door in te zetten op organische meststoffen en mechanische onkruidbestrijding, een ruimere teeltrotatie, preventieve gezondheidszorg bij landbouwdieren … voor een bioboer is het vooral belangrijk om deze uitgangspunten positief te benaderen en ze meer als nuttig dan als belemmering te zien. Toch moet wie zich waagt aan biologische productie ervan uitgaan dat er extra inspanningen bij komen kijken. In de meeste gevallen vraagt bioproductie bijvoorbeeld om extra arbeid en een andere werkplanning.
De motivatie om te kiezen voor bio kan zowel ideologisch als economisch zijn. Toch zijn er een aantal interne en externe factoren die de kans op een succesvolle omschakeling naar bio kunnen verkleinen of vergroten. Een gratis gesprek met de consulent van Bio zoekt Boer (www.biozoektboer.be) kan voor jouw situatie hierin meer duidelijkheid brengen.
Uiteraard zijn ook in de gangbare land- en tuinbouw al heel wat bedrijfsleiders actief bezig met een gezonde bodem, een diervriendelijke productie, het beperken van chemische gewasbescherming … Deze extra inspanningen leveren niet steeds ook een meerprijs op voor het product. Via het biologische label wordt er toegevoegde waarde doorheen de keten gecreëerd, wat doorgaans resulteert in een meerprijs voor het product waardoor extra inspanningen in arbeid en specifieke investeringen beter kunnen renderen. Nog belangrijker dan de prijs, is de stabiliteit in de prijsvorming. Maar het belangrijkst is het saldo dat overblijft: een correcte inschatting van de evolutie in variabele kosten als arbeid, voeder of energie per product is daarom ook voor een biobedrijf erg belangrijk.
Enkele belangrijke overwegingen:
Geloof ik als boer in de basisprincipes van bio?
Hoe is de bio-afzet binnen mijn sector georganiseerd en zijn er ook structurele kansen op de markt?
Is er voldoende grond beschikbaar voor productie van voeders en mestafzet?
Is er een geschikte huiskavel om uitloop te creëren?
Sta ik open voor een andere aanpak binnen mijn bedrijfsvoering?
Is er ook draagvlak binnen de familiale context om het anders aan te pakken?
Kan ik omgaan met nieuwe uitdagingen en durf ik een berekend risico nemen?
Ben ik goed in werkorganisatie en planning?
Is er voldoende financiële buffer om de omschakelingsjaren door te komen?
Kreta liet zien hoe multifunctionele landbouw korte voedselketens kan versterken: van circulaire boerderijmodellen en directe verkoop tot nieuwe inzichten voor adviseurs, boeren en ondernemers.
Pitch je landbouwidee tijdens Schatten op de Boerderij en krijg feedback van experten, praktische tips en kans op een begeleidingstraject om je concept uit te werken tot een haalbaar businessplan.
Demodag in Herk-de-Stad zet zes alternatieve teelten in de kijker, met praktijkdemo’s, afzetkansen en concrete info over gewassen zoals Quinoa, Miscanthus, Hazelnoten en Brouwgerst.
Van Grana Padano tot robotmelken aan het Gardameer. De Meetjeslandse melkveehouders bezochten een kaasmakerij en zagen er hoe de wei van de kaasproductie niet meer rechtstreeks naar de varkens gaat.