Zeolieten tonen wisselend effect bij ammoniakreductie in geitenstallen
Aangemaakt op
Zeolieten lijken de uitstoot van ammoniak uit geitenstallen te kunnen verminderen, maar het effect is sterk variabel. Dat is de conclusie van twee praktijkproeven op geitenbedrijven binnen het project Zeogoat. Zeolieten zijn daardoor voorlopig nog geen kant-en-klare PAS-maatregel voor de geitenhouderij.
Wat zijn zeolieten?
Zeolieten zijn mineralen die ontstaan bij vulkanische activiteit. Ze komen over heel de wereld voor en worden voor tal van toepassingen gebruikt. In de landbouwsector kunnen ze onder meer gebruikt worden als strooiseladditief, drijfmestadditief of voederadditief. Omdat het om natuurlijke, onbewerkte producten gaat, zijn ze ook toepasbaar in de biologische landbouw.
De mineralen hebben een poreuze structuur waardoor ze verschillende moleculen kunnen binden, waaronder ammoniak (NH3). Daardoor bestaat de verwachting dat ze kunnen bijdragen aan een lagere stikstofuitstoot. Andere voordelen die gelinkt worden met zeolieten zijn o.a. betere hygiëne in de ligbedden, hogere mestkwaliteit en verbeterde diergezondheid.
In de landbouwsector wordt naarstig gezocht naar mogelijke PAS-maatregelen. Zo kwamen zeolieten op de radar. Zeker voor de geitenhouderij zou dit een goedkope en beloftevolle piste kunnen zijn, want daar is momenteel slechts één PAS-maatregel mogelijk (Beweiden in combinatie met leegstand en lege mestopslag in de stal). Om die reden werd in 2023 het project Zeogoat opgestart.
Onderzoek met zeolieten in geitenbedrijven
Binnen het project werden door ILVO twee proeven opgestart op twee geitenbedrijven. Het doel van deze proeven was om het gebruik van zeolieten in praktijkomstandigheden te verkennen, en een beeld te krijgen van het potentieel voor ammoniakreductie via een beperkte set metingen. Als dit verkennende project positieven resultaten opleverde zouden uitgebreidere metingen kunnen uitgevoerd worden om een eventuele erkenning als PAS-maatregel te bekomen.
In de eerste proef werden zeolieten als strooiseladditief toegepast aan een praktijkrelevante dosis van 200g/m²/week. In de tweede proef werden zeolieten als voederadditief toegepast aan een dosis van 10g/dier/dag.
Metingen werden uitgevoerd met behulp van meetdeksels rechtstreeks in de pot (zie foto). Via een vacuümpomp verbonden met deze deksels werd de lucht afgezogen vanop het mestoppervlak. Door op verschillende locaties in de pot te meten, kon het project een beeld krijgen van de ammoniakuitstoot over de hele pot, maar ook van eventuele variatie binnen de pot.
In beide proeven werd de pot met zeolietbehandeling (strooisel of voeder), hierna ZEO genoemd, vergeleken met een controlepot zonder behandeling, hierna CTRL genoemd. Beide proeven duurden ongeveer 12 weken, met metingen op 10 meetdagen (strooiselproef) en 6 meetdagen (voederproef), verspreid over de proefperiode.
De meetdeksels die gebruikt worden om de ammoniakemissies uit het strooisel te meten.
Ammoniakreductie wisselde van dag tot dag
Zowel in de strooisel- als in de voederproef varieerden de resultaten van dag tot dag. In de strooiselproef werd op bepaalde meetmomenten tot de helft minder ammoniak gevonden in ZEO vergeleken met CTRL, maar op andere meetmomenten was er helemaal geen verschil tussen ZEO en CTRL (zie bollen op grafiek 1). Als we de verschillende meetresultaten lineair met elkaar verbinden (zie lijnen op grafiek 1) vinden we dat er over de hele meetperiode 18% minder NH3 uitgestoten werd in ZEO vergeleken met CTRL. In deze proef is er echter geen cross-over uitgevoerd, waarbij de behandeling van pot wisselde. We kunnen dus niet met zekerheid zeggen of die 18% enkel en alleen te wijten is aan de zeolietbehandeling of aan de verschillen tussen de potten (met andere geiten). Wel wezen analyses van de mest op het einde van de proef op een hogere NH4-N inhoud (+18%) en hogere N/P verhouding (+16%) in ZEO dan in CTRL.
Ook in de voederproef waren de resultaten variabel (zie grafiek 2). In de eerste meetperiode leek er een sterk NH3-reducerend effect te zijn van zeolieten als voederadditief, met 35% minder NH3 in het ZEO-hok vergeleken met CTRL. Maar in de tweede meetperiode, waarbij de behandelde dieren van pot wisselden, was er zelfs een licht hogere NH3-uitstoot in het ZEO-hok vergeleken met CTRL. Op het einde van die tweede meetperiode was de N/P verhouding in de mest van ZEO wel iets hoger dan die in CTRL (+3%).
Grafiek 1: Resultaten van de strooiselproef met zeolieten.Grafiek 2: Resultaten van de voederproef met zeolieten.
Proeven uit het verleden toonden ook wisselende resultaten
De resultaten van deze strooisel- en voederproef tonen potentieel voor zeolieten als NH3-reducerend additief, maar de variatie in de meetresultaten baart zorgen. Als boer wil je een product gebruiken waarvan je zeker weet dat het effect gegarandeerd is, in alle omstandigheden. Ook in het kader van een PAS-maatregel is dat een belangrijke voorwaarde. Op dit moment is echter niet duidelijk waarom zeolieten soms wel en soms niet een NH3-reductie lijken te vertonen. Experimenten uit het verleden, met zeolieten als strooiseladditief bij o.a. jongvee en vleesvee, toonden gelijkaardige variabele resultaten. Een mogelijke hypothese is dat zeolieten hun NH3-reducerend effect verliezen als het vochtgehalte in de omgeving waarin ze toegepast worden te hoog ligt, maar dat moet nog verder onderzocht worden.
Zoektocht naar een goede meettechniek
Het verkennend karakter van deze proeven werd ook duidelijk tijdens het uitvoeren van de metingen. Ondanks dat de gebruikte meettechniek succesvol gebruikt werd in eerder onderzoek op strooiselemissies bij pluimvee, leek de techniek minder geschikt voor ingestrooide potten in geitenstallen. Er was een grote variatie in de ammoniakemissies tussen meetlocaties, wat mogelijks wijst op andere invloeden die de meting kunnen beïnvloeden.
Metingen op stalniveau zouden daarom correcter zijn. Maar door het relatief open karakter van een geitenstal is ook meten op stalniveau zeer uitdagend. Het correct meten van de ventilatiedebieten in natuurlijk geventileerde stallen is bijvoorbeeld zeer complex. Bovendien kan bij metingen op stalniveau de behandeling ook enkel gebeuren op stalniveau, waardoor de proeven op meerdere bedrijven en in meerdere tijdsperiodes moeten doorgaan, wat de kostprijs sterk doet oplopen. Ammoniakemissies meten blijft daarom ook in de geitenhouderij uitdagend.
Wat met andere effecten naast ammoniak?
In deze experimenten werd enkel naar NH3-reductie gekeken, en slechts in beperkte mate naar melkproductie of andere bedrijfseconomische parameters. Projectpartner Wim Govaerts & Co berekende wat de economische impact kan zijn van de mogelijke positieve effecten van zeolieten bij toepassing op een praktijkgeitenbedrijf. Uit die simulatie bleek dat de kost van zeoliettoepassing ruimschoots kan worden gecompenseerd als de zeolieten ook zorgen voor dierkundige voordelen zoals verminderde lammeruitval en een toename in melkproductie.
Wil je meer weten? Op de website van het Rundveeloket vind je de presentaties van het uitwisselingsmoment Zeogoat (2 december 2025). In het artikel uit Boer & Tuinder hieronder ontdek je ook een rekentool waarmee je de impact van zeoliettoepassing op jouw bedrijf kan simuleren.
Dit onderzoek maakte deel uit van het demoproject Zeogoat: ‘Gangbare en biologische melkgeitenhouders samen op zoek naar het potentieel van zeoliet voor ammoniakreductie. Het strooiselonderzoek werd uitgevoerd met de steun van Boerenbond, als herhaling van een strooiselproef die eerder in Zeogoat werd uitgevoerd.
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
Campo Solar groeide in tien jaar van een tuinfeest uit tot een festival voor 30.000 bezoekers, met landbouw als hart van de beleving: tussen mais, bloemen en lokale smaken.
ILVO-onderzoekster Sarah Garré gaat op zoek naar mogelijkheden voor onze boeren om ook in de toekomst nog goed te kunnen blijven telen, ongeacht of het nu veel of weinig regent; Willem Rombaut vertelt over het Steunpunt Groene Zorg; en we maken kennis met Harvestis, de nieuwe naam van de fusie van het Proefstation voor de Groenteteelt in Sint-Katelijne-Waver en Proefcentrum Hoogstraten.
Hennep biedt potentieel voor de Vlaamse akkerbouw, maar zonder afzetzekerheid blijft opschalen moeilijk. Het project Hemp-Match bracht telers, verwerkers en onderzoekers samen en trok naar Frankrijk om te bekijken hoe een sterke hennepketen kan groeien
Op de meeste plaatsen zitten er drie mooie snedes in de kuil. Soms werd er snel voor de hitte een lichtere snede geoogst, maar LCV wijst erop dat te kort maaien ook de nadelige effecten van hitte versterkt.
Amalthea vierde 40 jaar met een symposium over de geitensector, met inzichten van LTO, Europa en NGZO. Vlaamse en Nederlandse geitenhouders deelden hun uitdagingen én kansen.
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
De stormschade van 27 op 28 juni heeft heel wat mais doen omvallen. Het (Landbouwcentrum voor Voedergewassen) publiceert nu een beslissingsboom die je helpt te beslissen wat je moet doen na schade.
Peilbesluiten bepalen waterpeilen in Vlaanderen en beïnvloeden landbouw, natuur en bedrijfsvoering. Ontdek hoe de procedure verloopt, waar inspraak mogelijk is en wat de impact is op percelen.
VMM werkt aan een totaalplan voor de Getestreek om wateroverlast beter op te vangen, met maatregelen per deelgebied en prioriteit voor woonkernen. De stand van zaken van dit klimaatrobuuste project.
Campo Solar groeide in tien jaar van een tuinfeest uit tot een festival voor 30.000 bezoekers, met landbouw als hart van de beleving: tussen mais, bloemen en lokale smaken.
Proefstation voor de Groenteteelt en Proefcentrum Hoogstraten fuseren tot Harvestis. De directeurs leggen uit hoe die nieuwe praktijkonderzoeksfederatie telers beter wil ondersteunen met gerichte innovatie.