Peilbesluiten: nood aan rechtszekerheid en haalbare maatregelen
Aangemaakt op
In heel Vlaanderen werkt de overheid aan peilbesluiten: juridische besluiten die vastleggen welke waterpeilen nagestreefd worden inonbevaarbare waterlopen en grachten. Het oppervlaktewaterpeil, en onrechtstreeks ook de grondwaterpeilen, worden gestuurd via het regelbare en vaste constructies (pompen en stuwen) of via de inrichting en beheer van waterlopen. De peilbesluiten bepalen niet alleen hoe water wordt vastgehouden of afgevoerd, maar hebben ook een directe invloed op landbouwpercelen, hun bewerkbaarheid en hun opbrengst. Het is daarom belangrijk dat we goed weten hoe zo’n peilbesluit tot stand komt en waar inspraak mogelijk is.
Hoe verloopt de procedure?
De waterbeheerders kunnen het initiatief nemen om een peilbesluit op te maken voor de gebied waar het oppervlaktewaterpeil kunstmatig (via pompen, stuwen, etc.) geregeld wordt. In de aangeduide prioritaire gebieden moeten de waterbeheerders verplicht een peilbesluit opmaken. De procedure start met een oriëntatienota. Dit is een voorbereidende fase waarin de waterbeheerder de bestaande toestand in kaart brengt: huidige waterpeilen, hydrologie, bodemkenmerken, landgebruik en aanwezige functies zoals landbouw en natuur. In deze fase worden ook knelpunten en behoeften geïnventariseerd. Lokale actoren en stakeholders kunnen hier al waardevolle input geven. Deze fase is cruciaal, omdat ze de basis vormt voor de verdere uitwerking van het peilbesluit. Op basis van de oriëntatienota wordt vervolgens het ontwerp van peilbesluit opgemaakt. Het ontwerp van peilbesluit legt vast welke concrete oppervlaktewaterpeilen in een afgebakend gebied nagestreefd worden en in welke periode de peilen moeten bereikt worden. Dit ontwerp gaat in openbaar onderzoek, meestal gedurende zestig dagen. In die periode kan iedereen – en dus ook elke landbouwer – opmerkingen en bezwaren indienen. Dat moment van inspraak is essentieel, want eenmaal goedgekeurd krijgt een peilbesluit een juridisch afdwingbaar karakter en geldt het in principe voor meerdere jaren. Om de zes jaar worden gemaakte peilbesluiten geëvalueerd.
Prioritaire gebieden
In december 2023 werden er door de toenmalige minister van Omgeving 26 prioritaire gebieden aangeduid die op een termijn van twee jaar een peilbesluit dienden op te maken. Oorspronkelijk hadden de waterbeheerders de opdracht om tegen oktober 2023 de peilbesluiten te finaliseren. Echter, alle prioritaire gebieden hebben verlenging van deze termijn moeten vragen. Het peilbesluit van De Blankaart zit wel reeds in de fase van openbaar onderzoek.
Kaart met de 26 prioritaire gebieden
Doelstellingen actoren lopen niet altijd gelijk
In de praktijk tonen peilbesluiten vaak de spanningen tussen verschillende doelstellingen. Maatregelen die gunstig zijn voor natuur of waterberging, kunnen leiden tot vernatting van landbouwpercelen, met risico’s voor bodemstructuur, gewasgroei en bedrijfszekerheid. Nochtans stelt de wetgeving duidelijk dat bij peilbeheer rekening moet worden gehouden met landbouwbelangen, naast natuur, milieu, landschap, economie en waterveiligheid. Ook het nieuw Burgerlijk Wetboek bevat regels over waterafvloeiing tussen percelen en stelt dat naburige percelen de afvloeiing van water niet onredelijk mogen verzwaren of bemoeilijken.
Gelukkig bestaan er ook instrumenten om negatieve effecten te beperken. Via compartimentering kan landbouwgebied mogelijks hydrologisch afgeschermd worden van natuurzones, zodat verschillende waterpeilen mogelijk blijven. Een goed peilbesluit steunt bovendien op degelijk onderzoek om de impact van bepaalde ingrepen in te schatten. Hydrologische studies zijn nodig om de wisselwerking tussen oppervlaktewater en grondwater correct te begrijpen. Landbouwimpactstudies brengen in beeld welke percelen een hoge of zeer hoge impact riskeren, maar brengen de impact op gewasopbrengst niet in kaart. Door terreinmetingen kan de invloed van peilwijzigingen objectief opgevolgd worden en kan het peilbesluit periodiek geëvalueerd en bijgestuurd worden. Het project PEILIMPACT bepaalt de impact van stijging van het grondwaterpeil en van toenemend bodemvochtgehalte op de opbrengst van veelvoorkomende landbouwteelten in Vlaanderen. De resultaten van dit project zullen in een bruikbare tool omgezet worden en verder uitgebreid worden naar verschillende teelten en bodemtexturen. Deze tool zal de impact op landbouw van maatregelen uit het peilbesluit in kaart kunnen brengen.
In eerste instantie is vernatting van landbouwgronden te vermijden, door goede afspraken te maken in het peilbesluit. Indien er toch vernatting optreedt is een correcte vergoeding voor vernatting noodzakelijk, waarbij niet alleen overstroming maar ook verminderde bewerkbaarheid en opbrengstverlies mee in rekening worden gebracht. Via een lokale grondenbank zouden landbouwers die percelen verliezen door vernatting, eventueel ruilgrond verkrijgen in landbouwgebied.
Peilbesluiten vragen dus maatwerk, kennis van het terrein en respect voor landbouw als volwaardige functie van het buitengebied. Vroege betrokkenheid en goed onderbouwde inspraak maken het verschil tussen een eenzijdig waterverhaal en een evenwichtige oplossing waarin landbouw toekomstkansen behoudt.
Overlegfase
Het proces zit momenteel in overlegfase. Aandachtspunten blijven de impact op percelen, werkbaarheid en bedrijfsvoering. Boerenbond volgt dit nauwgezet en betrekt lokale landbouwers actief. Wanneer het peilbesluit in openbaar onderzoek gaat, communiceert Boerenbond dit via de gebruikelijke kanalen.
Voorbeeld1: Peilbesluit Darmloop - de Maatjes
In het noorden van de provincie Antwerpen, op het grondgebied van Kalmthout en Wuustwezel, wordt gewerkt aan een peilbesluit voor het gebied Darmloop – De Maatjes. Het is een 1300 hectare groot gebied op de grens met Nederland. In het gebied komen landbouw, natuur en bosgebied voor. Die verschillende functies dwingen om na te denken over een strikter en meer gestuurd waterbeheer.
Waterpeilen, landbouw heeft nood aan zekerheid
Het grootste deel van het gebied is landbouwgebied en is ook als dusdanig aangeduid als herbevestigd agrarisch gebied. Het landschap is dan ook historisch sterk ingericht in functie van landbouw. Via ruilverkavelingen, drainage en de installatie van een pompgemaal werd het gebied geschikt gemaakt voor akkerbouw en grasland. Tegelijk ligt in het noordoosten het natuurgebied De Maatjes, met Europese natuurdoelen die vooral inzetten op vernatting en het herstel van natte graslanden en rietmoeras.
Landbouw en natuur hebben dan ook andere doelstellingen. Landbouw heeft nood aan zekerheid dat percelen bewerkbaar blijven. Voor natuur zijn hogere waterstanden net nuttig en wenselijk.
Gewestplanbestemming binnen het betrokken peilgebied.
Het pompgemaal: cruciaal voor de landbouwfunctie
Met het peilbesluit verschuift de focus naar een meer actief en gestuurd waterbeheer. Daarbij wil men water langer vasthouden, verdroging tegengaan en wateroverlast beheersen. Het gebied zal veerkrachtiger worden, maar een negatieve impact op landbouwpercelen willen we vermijden. In ieder geval is de kans reëel dat afspraken rond een peilbesluit voelbaar zullen zijn op landbouwpercelen.
4 peilzones en een pompgemaal
Het gebied wordt opgedeeld in vier peilzones, elk met een eigen werking en impact op landbouw:
Marijneloop: landbouwzone zonder sturing, maar gevoelig voor piekafvoeren en overstroming
Darmloop: kernzone voor landbouw, waar het waterpeil sterk afhankelijk is van het pompgemaal
Broekloop: overgangszone waar buffering en infiltratie belangrijk worden, met impact op omliggende landbouwpercelen
Berkenbeek: gemengd gebied met meerdere stuwen en uiteenlopende belangen (landbouw, natuur, drinkwater)
Een sleutelrol in dit alles is weggelegd voor het pompgemaal op de Darmloop. Dit gemaal zorgt ervoor dat water uit de lagergelegen landbouwgronden wordt weggepompt en is essentieel om die percelen bruikbaar te houden. Aanpassingen aan de werking van dit gemaal kunnen dus grote gevolgen hebben voor de landbouwpraktijk. Dat maakt het tot een cruciaal punt in de verdere opvolging van het peilbesluit.
Stuurgroep-vergadering en formele adviesronde
Enkele lokale landbouwers, de watering en de betrokken gemeenten volgen het dossier op via de stuurgroep. Boerenbond houdt de vinger aan de pols via directe contacten met landbouwers en diverse overheden om ervoor te zorgen dat de werkbaarheid voor landbouw gegarandeerd blijft.
De adviesronde waarin het ontwerp van de oriëntatienota als voorwerp lag werd afgerond op 15 mei 2026. De geformuleerde adviezen worden verwerkt om binnenkort de definitieve oriëntatienota af te kloppen, een eerste stap in het proces. De oriëntatienota geeft een eerste analyse van het gebied en de noden, maar de concrete keuzes moeten nog gemaakt worden. De concrete peilafspraken en praktische vertaling volgen nog. Dat betekent dat er nog ruimte is om bij te sturen. Wordt dus vervolgd.
Voorbeeld 2: Peilbesluit Oude Kale
Landbouw als voornaamste ruimtegebruiker
Het stroomgebied van de Oude Kale, gelegen tussen Nevele (Deinze) en Lovendegem (Lievegem), wordt gekenmerkt door een gevarieerd landschap van kouters, bulken en valleigebieden. Hoewel het reliëf grotendeels vlak is, zorgen hoogteverschillen voor een uitgesproken microreliëf. Dit vertaalt zich in het landgebruik: graslanden domineren in de lager gelegen vallei, terwijl akkerbouw vooral op de hogere gronden voorkomt. De Oude Kale wordt gevoed door een beperkt brongebied, water uit het Afleidingskanaal van de Leie en een verbinding met de Poekebeek. De waterloop werd in het verleden aangepast door ophoging en rechttrekking, maar recente hermeanderingsprojecten brengen die deels terug naar haar oorspronkelijke traject. De vallei is plaatselijk smal en elders breder, onder meer in de omgeving van Vinderhoute en de Vinderhoutse Bossen. Landbouw is de belangrijkste ruimtegebruiker, met 211 actieve landbouwers. Het water uit het gebied wordt via het Duivelsputgemaal afgevoerd, onder meer richting Nieuwe Kale, Lieve (voor drinkwaterproductie) of Kanaal Gent-Oostende.
Twee peilvlakken Het peilbesluit voor de Oude Kale kan belangrijke gevolgen hebben voor de waterhuishouding en landbouw. Het gebied is opgedeeld in twee peilvakken: het lager gelegen peilvak Meirebeek met landbouw en enkele natuurdoelen en het hoger gelegen peilvak Oude Kale met hoofdzakelijk landbouwgebruik. Voor landbouw blijft het behoud van de huidige situatie en een flexibel peilbeheer essentieel, afgestemd op weersomstandigheden en praktische noden, zonder frequente structurele wijzigingen.
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
Tijdelijk onttrekkingsverbod in de Kleine Nete, de Aa en Vrouwvliet vanaf 2 juli 2026 door aanhoudende droogte. Ontdek waar het geldt en welke alternatieve waterbronnen beschikbaar zijn.
De stormschade van 27 op 28 juni heeft heel wat mais doen omvallen. Het (Landbouwcentrum voor Voedergewassen) publiceert nu een beslissingsboom die je helpt te beslissen wat je moet doen na schade.
VMM werkt aan een totaalplan voor de Getestreek om wateroverlast beter op te vangen, met maatregelen per deelgebied en prioriteit voor woonkernen. De stand van zaken van dit klimaatrobuuste project.
De opmars van de bever in Antwerpen zorgt voor groeiende druk op landbouwgronden, waterbeheer en beleid. Dit artikel belicht de stijgende schade, de beperkingen van het huidige kader en de nood aan gerichte keuzes.
Campo Solar groeide in tien jaar van een tuinfeest uit tot een festival voor 30.000 bezoekers, met landbouw als hart van de beleving: tussen mais, bloemen en lokale smaken.