Campo Solar-festival tussen de landbouwgewassen in de Damse Polders
Aangemaakt op
Wat begon als een gratis vriendenfeest in de tuin van de ouders van Tom Martens, groeide in tien jaar uit tot een festival in Damme met straks hoogstwaarschijnlijk zo’n 30.000 bezoekers gespreid over drie dagen. Door de jaren heen bleef de nauwe band van het festival met de landbouwsector altijd overeind. Campo Solar bouwde zijn identiteit letterlijk uit tussen de mais, zonnebloemen en tarwevelden en wil zijn bezoekers laten zien, voelen en beleven hoe mooi landbouw kan zijn.
“Eigenlijk begon alles in 2015 met de Dirty Beaver Party. Dat was een privéfeest dat ik samen met twee andere vrienden organiseerde bij mijn ouders thuis in de Beverhoutsstraat. Er kwamen toen zo’n 200 vrienden en familieleden langs. Alles was gratis, drank zat in zwembadjes en aan de ingang stond gewoon een ton voor vrije bijdragen. Dat eerste feest sloeg enorm aan en na de tweede editie groeide het idee om het openbaar te maken. We wilden graag iets unieks doen, liefst midden in een maisveld. Zo ontstond in 2017 de eerste officiële editie van Campo Solar en vroegen we nog drie andere vrienden in de organisatie. Dat was toen twee dagen, met gratis toegang. Het festivalterrein was letterlijk tussen de mais. We hoopten op duizend bezoekers, maar er kwamen meteen vier- à vijfduizend mensen opdagen.”
Dat bezoekersaantal is in korte tijd alleen maar blijven groeien.
“Klopt, we zetten al sinds die beginjaren vogelverschrikkers in velden van landbouwers als promotie, en dat werkt nog steeds enorm goed. Vorig jaar heeft Groene Kring-consulent Astrid Deneire hier trouwens nog locaties mee voor helpen zoeken. Ik denk dat onze grote doorbraak er met het amfitheater tijdens corona is gekomen. We organiseerden toen 37 avonden met optredens voor telkens het maximum toegelaten aantal van 200 mensen. Alle artiesten zaten toen zonder speelplekken en wij waren zo goed als de enige die iets organiseerden. Op vandaag werken we nog altijd met dezelfde vriendengroep waarmee alles begon. We zijn met zes vrienden die het festival samen organiseren, allemaal afkomstig van dezelfde middelbare school in Sint-Kruis Brugge. Daarnaast hebben we nog twee vaste medewerkers.”
“We willen landbouw niet belerend brengen naar ons festivalpubliek, maar wel positief zichtbaar maken.”
De link met landbouw is bij jullie altijd centraal blijven staan.
“Ik heb zelf landbouw gestudeerd en ben opgegroeid met veel voeling voor de sector. Als je dagelijks langs onze Vlaamse velden rijdt, besef je hoe mooi die landschappen eigenlijk zijn. Die landbouwbeleving is vandaag onze grote sterkte. Andere festivals werken met hekkens en banners. Bij ons vormen maisvelden letterlijk de omkadering van het terrein. Mensen wandelen eerst via een kronkelend pad tussen hoge mais voor ze op het festival aankomen. Hierdoor verlies je het contact met de buitenwereld en kom je letterlijk in een andere wereld terecht. Op het terrein zelf werken we dan met lagere gewassen zoals tarwe, lavendel, facelia, gele mosterd, zonnebloemen en bloemenweides. Ons doel is om een zuiders gevoel te creëren, zodat je je tussen de bloemen, met een glas wijn en tapas, echt op vakantie waant.”
Hoe organiseren jullie alles praktisch samen met de landbouwers?
“Wij huren vandaag 25 hectare grond bij een zevental landbouwers en dat voor het volledige jaar. Elf hectare daarvan is festivalterrein en de rest is ruimte voor camping, backstage en parkings. Elk jaar maken we een volledig nieuw grondplan, en naast festivalorganisator zijn wij ook een beetje landbouwer want wij telen onze gewassen zelf en volgen ze ook samen op met de landbouwers. Alle podia, wandelpaden en campings krijgen jaarlijks een nieuwe plaats. Dat wil natuurlijk zeggen dat ook elk jaar alle gewassen anders moeten worden ingezaaid. We maken hiervoor dus jaarlijks een nieuw teeltplan op en bezorgen dat aan de betrokken landbouwers zodat zij dat kunnen opnemen in hun verzamelaanvraag. Vervolgens zaaien we samen met landbouwers en loonwerkers het volledige veld correct in. In de junimaand voor het festival maaien we de paden uit en zo ontstaat het terrein tussen de gewassen. Dit jaar hebben we voor het eerst zelfs een hoppeveld aangelegd met daarin een brouwerij waar bezoekers bier kunnen drinken tussen de hopperanken.”
Ook op culinair vlak kiezen jullie bewust voor lokale verankering?
“Zeker, veel grote festivals werken met één grote cateringpartner en dan krijg je overal hetzelfde: fastfood van frieten, pita, pizza en pasta. Wij kiezen bewust voor lokale horecaondernemers en streekproducenten. Dat vraagt soms meer organisatie, maar het geeft veel meer karakter. Een mooi voorbeeld daarvan is onze limousinburger. Die komt van een boerderij in Westkapelle, amper 5 km verder. Dat soort korte keten past volledig binnen onze visie. Wij kiezen heel bewust voor dat lokale verhaal. Dat gaat niet alleen over eten, maar ook over sfeer en verbondenheid.”
Hoe verloopt de samenwerking met de landbouwers?
“We hebben een goeie verstandhouding met de zeven landbouwers, maar ook blijvend respect voor hun werk en grond waar ze al vele generaties op telen. Zo’n evenement heeft impact op de grond, zeker bij slecht weer. We hebben al verschillende jaren met veel modder gekend en dat is natuurlijk niet goed voor de bodem. In 2023 hadden we zelfs een wolkbreuk en reden ontelbare auto’s zich op zaterdagnacht vast in de modder. Het gevolg was wel dat de landbouwers dan van het festival weggingen om hun tractor te halen en auto’s mee uit de modder hielpen trekken. Constructief overleg en wederzijds respect blijft voor ons essentieel. We blijven heel goed beseffen dat wij te gast zijn op de landbouwers hun grond. We proberen daar ook onze dankbaarheid voor te tonen. Elk jaar nodigen we alle betrokken landbouwers uit op het festival, samen met vrienden en familie. Als je dan tijdens het festival samen een pint kan drinken, is dat natuurlijk de kers op de taart.”
Wat maakt je het meest trots als je terugkijkt op tien jaar Campo Solar?
“We willen landbouw niet belerend brengen naar ons festivalpubliek, maar wel positief zichtbaar maken. Dat mensen daar zo enthousiast op reageren, geeft enorm veel voldoening.”
Boerennatuur Vlaanderen lanceert een groepsaankoop voor productief kruidenrijk grasland: een klimaatrobuust, meerjarig mengsel voor melkveehouders met korting, praktische begeleiding en mogelijke subsidie.
Koe en Eiwit laat zien hoe melkveehouders met een volledig rantsoen minder stikstof verliezen, zonder in te leveren op melkproductie, diergezondheid en rendement.
Hitte drukt de volumes van vruchtgroenten en stuwt prijzen op de groentemarkt. Tomaten, paprika, bloemkool en sla kennen prijsstijgingen, terwijl courgettes onder druk staan door een ruim aanbod.
Ecorobotix ARA 620 combineert AI, camera’s en individuele dopaansturing voor ultralokale onkruidbestrijding. Zo spuit de machine alleen waar nodig en beperkt ze drift en middelengebruik.
Provincie West-Vlaanderen investeert in lokale koolstofopslag in landbouwbodems om CO₂-uitstoot te compenseren en bodemkwaliteit te verbeteren. Ook steden en gemeenten kunnen meedoen.
Koe en Eiwit laat zien hoe melkveehouders met een volledig rantsoen minder stikstof verliezen, zonder in te leveren op melkproductie, diergezondheid en rendement.
Ben Scheelen, finalist voor Mister Gay Belgium 2026, zet in op plattelandsdiversiteit. De boerenzoon uit Pelt vertelt open over zijn coming-out en waarom aanvaarding op het platteland niet altijd even gemakkelijk is.
Ecorobotix ARA 620 combineert AI, camera’s en individuele dopaansturing voor ultralokale onkruidbestrijding. Zo spuit de machine alleen waar nodig en beperkt ze drift en middelengebruik.
Warme en natte maanden zorgden voor snelle gewasgroei, maar hitte, onweersbuien en hagel zetten de opbrengst van granen, aardappelen, maïs en suikerbieten onder druk.
Landbouwers kunnen tot 18 september 2026 subsidie aanvragen voor boslandbouw: tot 75% van de aanplantkosten, mits voldaan wordt aan strikte voorwaarden rond perceel, boomdichtheid en behoud.