Vlaamse vrijloopkraamhokken: tussen pionierswerk en onzekere regelgeving
Aangemaakt op
In meerdere Europese landen is het gebruik van vrijloopkraamhokken al verplicht of wordt het actief gestimuleerd. In Vlaanderen bestaat zo’n wettelijke verplichting voorlopig niet, maar toch hebben verschillende pionierende zeugenhouders al beslist om diverse types vrijloopsystemen op hun bedrijf te installeren. Zij doen dit niet alleen vanuit hun eigen overtuiging, maar ook om vooruit te lopen op mogelijke toekomstige wetgeving en op veranderende verwachtingen vanuit de samenleving. Voor varkenshouders die overwegen om in de komende jaren zelf in vrijloop te investeren, bracht de EIP‑operationele groep ‘Haalbaarheid van vrijloopkraamhokken’ (Triple F) vijf inspirerende vrijloopsystemen in beeld.
Wie op dit moment overweegt om te investeren in (vrijloop)kraamhokken moet een aantal knopen doorhakken zonder alle gevolgen of verplichtingen volledig te kunnen inschatten. Zowel voor klassieke kraamhokken als voor vrijloopkraamhokken zijn tot vandaag in de Europese en Belgische wetgeving geen minimale oppervlaktenormen vastgelegd. Bovendien is het niet geweten of (en wanneer) nieuwe wettelijke bepalingen zullen volgen, wat deze zullen inhouden en wat een eventuele overgangstermijn zal zijn.
Huidige normen voor (vrijloop)kraamhokken
De wetgeving (EU 2008/120/EG en KB 15 mei 2003) bevat de volgende normen voor kraamzeugen en kraambiggen:
In de laatste week vóór het werpen moeten zeugen en gelten over voldoende en adequaat nestmateriaal kunnen beschikken, tenzij dit met de - op het bedrijf gebruikte -mengmestmethode technisch niet uitvoerbaar is;
Achter de zeug of gelt moet er een vrije ruimte zijn om het natuurlijke of begeleide werpen te vergemakkelijken;
Kraamhokken waarin de zeugen zich vrij kunnen bewegen, moeten voorzien zijn van een bescherming voor de biggen, bijvoorbeeld een zeugenbeugel;
Een deel van de totale vloeroppervlakte dat groot genoeg is om alle biggen tegelijk te laten rusten, moet bestaan uit een dichte vloer of een mat, of moet worden voorzien van stro of ander geschikt materiaal;
Wanneer een kraamkooi wordt gebruikt, moeten de biggen voldoende ruimte hebben om ongehinderd te kunnen worden gezoogd.
Oppervlaktenormen in andere Europese landen
Zoals eerder aangehaald, zijn er in de Europese en Belgische wetgeving geen oppervlaktenormen beschreven. Als we naar andere Europese landen kijken variëren de wettelijke (landelijke) minimumnormen voor de oppervlakte van een vrijloopkraamhok van 5,5 m² (de aanbeveling voor klassieke kraamhokken voor hoogproductieve zeugen) tot 6,5 m². Bepaalde labels gaan hierin nog verder. In het Nederlandse Beter Leven-keurmerk met drie sterren gaat dit bijvoorbeeld om minimaal 7,5 m² plus buitenbeloop. De Europese Voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) gaat nog een stap verder en adviseert een minimale oppervlakte van 7,8 m² (inclusief biggennest) om voldoende bewegingsvrijheid voor de zeug te waarborgen en het risico op biggenuitval te verminderen.
Er zijn er heel wat vrijloopsystemen met een verschillend ontwerp op de markt, al dan niet voorzien van een kraamkooi voor tijdelijke fixatie van de zeug rond het werpen. Ook hierin moet je dus een keuze maken welk systeem het meest geschikt is voor jouw bedrijf. Ook in Vlaanderen zijn er al meerdere vrijloopsystemen geïnstalleerd die reeds enkele jaren in gebruik zijn. Het doel van de EIP‑operationele groep Triple F was dan ook om vijf pioniers te bezoeken en hun praktijkervaringen te delen met collega‑varkenshouders die overwegen om in de nabije toekomst in vrijloop te investeren.
Van elk van deze vrijloopsystemen kan je op www.varkensloket.be/vrijloopkraamhokken een video en factsheet bekijken. Op de factsheet vind je onder meer het ontwerp van het kraamhok, de bijzonderheden en de uitdagingen waarmee de varkenshouder geconfronteerd werd. De video geeft de ervaringen van de varkenshouder en enkele tips & tricks mee.
Allereerst bleek voor deze varkenshouders de hogere bouwkost en het niet verkrijgen van een meerprijs voor de biggen een belangrijke bottleneckte zijn, evenals de onduidelijkheid over de kraamhokvereisten in de potentiële toekomstige wetgeving. Bovendien bleek op deze pioniersbedrijven het creëren van een goed functionerend tweeklimaatsysteem (warm voor biggen en koeler bij de zeug) essentieel te zijn om de biggenuitval in de eerste dagen na het werpen onder controle te houden. In het bijzonder in de zomerperiode was dit niet altijd even evident.
Verder onderzoek blijft nodig
Dat het optimaliseren van het welzijn van de zeug en haar biggen in vrijloopkraamhokken nog tot veel vragen leidt, bewijzen twee recent ingediende projectvoorstellen. Het eerste project wil fundamentele inzichten krijgen in onder andere het gedrag van zeugen en biggen. Afwegingen rond welzijn, ruimtegebruik en microklimaat in vrijloopkraamhokken combineren ze met gedragsobservaties, fysiologische metingen en geavanceerde sensorgebaseerde monitoring. Het tweede project richt zich op praktische implementatie en optimalisatie van de vrijloopkraamhokken. Hier wil men praktische, technische en economische inzichten aanreiken over het ontwerp en het dagelijkse management, evenals kennis uitwisselen tijdens de overgang naar vrijloopkraamhokken in Vlaanderen.
Ook biggenuitval blijft een hot topic en een reductie ervan in de kraam- en batterijperiode staat centraal in het lopende Vlaio-LA traject Piglife. In dat project willen ILVO en UGent meer duidelijkheid scheppen in de oorzaken van de biggenuitval en zo passende maatregelen adviseren op maat van elk bedrijf, ook voor enkele bedrijven met vrijloopkraamhokken.
Wil je starten of overnemen in land- of tuinbouw en VLIF-steun aanvragen als jonge landbouwer? Volg het starterstraject en toon je vakbekwaamheid aan met opleiding type A vanaf september.
Te lichte biggen, oplopende uitval en een ontevreden afnemer: op een zeugenbedrijf met 280 zeugen stapelden de problemen zich op. DGZ vertelt hoe ze de boosdoener - PRRS - onder de knoet kregen.
In Boer&Bondig bespreken we de nieuwste actualiteiten voor landbouw en tuinbouw: PAS-advies, lokale voeding op Rock Werchter en de mentale druk bij boerinnen en boeren.
De ene (te) warme periode is nog niet goed en wel verteerd, of daar is de volgende al. Zeker bij langere periodes van hitte is het nodig om in te zetten op maatregelen die het verschil maken.
Ontdek tijdens de Demoreeks Klimaat & Technologie praktische innovaties voor land- en tuinbouwbedrijven. Bekijk demo’s op het veld, stel vragen en laat je inspireren door concrete oplossingen uit de praktijk.
Ondanks de vele voorzorgen die werden genomen om het draaglijker te maken voor de dieren, heeft de combinatie van hitte en hoge luchtvochtigheid voor oversterfte gezorgd op heel wat veehouderijen. Rendac heeft een achterstand, maar belooft de achterstand zo snel mogelijk weg te werken.
Te lichte biggen, oplopende uitval en een ontevreden afnemer: op een zeugenbedrijf met 280 zeugen stapelden de problemen zich op. DGZ vertelt hoe ze de boosdoener - PRRS - onder de knoet kregen.
De Europese Commissie zet veehouderij opnieuw centraal met een strategie richting 2040: meer rendabiliteit, minder vergunningenknelpunten, aandacht voor dierziekten, mest als grondstof en een sterker Europees eiwitplan.
De ene (te) warme periode is nog niet goed en wel verteerd, of daar is de volgende al. Zeker bij langere periodes van hitte is het nodig om in te zetten op maatregelen die het verschil maken.
Boerenbond vraagt meer nuance in het debat over eendagskuikens: een wettelijk verbod is volgens de sector technisch onzeker, duur en slecht voor de concurrentiekracht. Eerst overleg, dan beleid.
Ondanks de vele voorzorgen die werden genomen om het draaglijker te maken voor de dieren, heeft de combinatie van hitte en hoge luchtvochtigheid voor oversterfte gezorgd op heel wat veehouderijen. Rendac heeft een achterstand, maar belooft de achterstand zo snel mogelijk weg te werken.
Overzicht van steun en verzekeringen naar aanleiding van hitte en onweders: VLIF-subsidies voor koel- en ventilatiesystemen, opties voor dierverzekering en de brede weersverzekering voor teeltschade.