In de toekomstverkenning van Boerenbond kwam ‘bodem’ duidelijk naar voren als een van de sleutelthema’s. Ook op Europees en Vlaams niveau krijgt bodemkwaliteit steeds meer aandacht op de beleidsagenda. Dat is terecht: een gezonde bodem vormt de basis voor de productiviteit van het bedrijf, verhoogt de weerbaarheid tegen droogte en extreme neerslag, en creëert ruimte voor meer biodiversiteit.
Hoe landbouwers vandaag naar hun bodem kijken, komt nochtans niet altijd tot uiting in het publieke debat. Daarom bevroegen we het Boerenbond-ledenpanel. Die bevraging levert een genuanceerd beeld op van hoe Vlaamse landbouwers de toestand van hun bodem inschatten, welke parameters ze essentieel vinden, hoe vaak ze analyses laten uitvoeren en hoe ze aankijken tegen maatregelen - zoals ecoregelingen - die het bodembeheer moeten versterken.
Respect voor bodem, met vraag naar werkbaar beleid
Landbouw en biodiversiteit kunnen zeker samengaan. De meeste landbouwers zien zichzelf als een partner inzake biodiversiteit. De overgrote meerderheid ziet geen tegenstelling tussen goede, rendabele landbouw en het duurzaam omgaan met de bodem. Wel is er nood aan rechtszekerheid.
Veel parameters
Bodemgezondheid wordt bepaald door een combinatie van chemische, fysische en biologische kenmerken. Uit de bevraging blijkt dat landbouwers daarbij een duidelijk onderscheid maken tussen parameters die ze essentieel vinden en aspecten die minder prioriteit krijgen. Vooral organisch materiaal en bodemleven springen eruit: 80 tot 90% van de respondenten geeft deze factoren de hoogste belangrijkheidsscore. Ook koolstofgehalte en pH scoren sterk, met meer dan 70% van de landbouwers die ze als zeer belangrijk bestempelen.
Helemaal onderaan staan verzilting en waterinfiltratie, waarvoor minder dan 30% een hoge score geeft. Stikstof vormt een opvallende uitzondering: bijna iedereen vindt het belangrijk en laat het meten, maar slechts 40% geeft het een echte topscore. Stikstof is eigenlijk de enige parameter die in het begin van het groeiseizoen nooit overmatig aanwezig is, en heel eenvoudig voldoende kan worden toegevoegd. De rest is veel moeilijker te sturen en/of veel meer op lange termijn.
Meten is weten
Voor heel wat van deze parameters worden analyses uitgevoerd. Veel bodemanalyses worden in de eerste plaats uitgevoerd omdat de overheid het verplicht, bijvoorbeeld via de vijfjaarlijkse staalnames. Die verplichting zorgt ervoor dat landbouwers op regelmatige basis over de belangrijkste informatie beschikken. Tegelijk blijft voor velen ‘meten is weten’ een essentieel uitgangspunt. Om te weten wat in de bodem aanwezig is, om gericht te kunnen bemesten, tijdig te bekalken of extra koolstof toe te dienen, is het belangrijk dat je weet hoe het met je bodem gesteld is.
Analyses helpen je om oordeelkundig te kunnen werken, het bodemleven gezond te houden en maximale gewasgroei te realiseren. Zeker op huurpercelen bieden ze bovendien een noodzakelijke indicatie van de uitgangssituatie. Door de bodem goed te kennen en de evolutie ervan op te volgen, kan je betere beslissingen nemen en op lange termijn blijven telen. Uiteindelijk draait het om goed boeren: een vruchtbare bodem opbouwen en stabiele opbrengsten behalen.
Wat zeggen onze landbouwers?
Als landbouwer moet je op eigen tempo en nood analyses kunnen uitvoeren. Het is in het belang van bestrijding van ziektekiemen en voor precisiebemesting.
Economie en milieu: als beide in balans zijn, is dat automatisch goed voor het milieu én voor de boer.
Ik hecht zeer veel belang aan het bodemleven. Ik ben akkerbouwer; maar de bodemdiertjes zijn mijn ‘beesten’.
Vooral de pH en het koolstofgehalte vind ik zeer belangrijk. Als die laatste hoog is, is er veel bodemleven en werkt je grond als een spons die beter bestand is tegen extreme weersomstandigheden. De pH ligt best rond 5,5 zodat er een goede opname van de noodzakelijke elementen voor de plant kan plaatsvinden waardoor je nauwkeuriger kan bemesten met dezelfde opbrengst.
Welke ecoregelingen ken je en pas je toe?
In een andere vraag peilden we bij diegenen die de maatregelen kenden, of ze de maatregel al dan niet met een vergoeding toepassen, of het eventueel zouden overwegen. Die vragen werden dus enkel beantwoord door de leden die de maatregel kenden. Vb. Een boslandbouwsysteem is gekend door 7% van de leden en hiervan past 7% het ook effectief toe met vergoeding.
Deze cijfers zijn om verschillende redenen interessant. Ze tonen aan dat er voor een aantal ecomaatregelen nog heel veel extra potentieel is. Enerzijds zien we opnieuw dat er vrees is voor langetermijngevolgen van bepaalde maatregelen (de gekende stand still uit onder andere de habitatrichtlijn), waardoor landbouwers bepaalde maatregelen wel nemen, maar zonder subsidie. In een aantal andere gevallen zien we dat mensen nog twijfelen om de maatregel in de praktijk te brengen (of dat niet meer doen) wegens het voortdurend veranderen van de randvoorwaarden. Dat er gesleuteld werd aan goed werkende maatregelen heeft daardoor soms een tegenstrijdig effect.
Uit de bevraging blijkt dat de aanleg van bufferstroken en behoud van meerjarig grasland het meest toegepast worden of kunnen worden. 90 % past het toe met of zonder vergoeding of overweegt het. Overigens blijkt uit de cijfers dat het toegepassen zonder vergoeding of het overwegen mits gepaste vergoeding doorgaans samen beter scoren dan het toegepassen binnen GLB. Het toont aan dat er nog veel potentieel ligt in deze maatregelen mits gepaste vergoedingen en langdurige rechtszekerheid.
Ook de vruchtwisseling met vlinderbloemigen scoort erg hoog, net zoals eenjarige ecoteelten en erosiebestrijdende teelttechnieken. Bij dat laatste valt op dat meer mensen de technieken toepassen zonder vergoeding dan met vergoeding. Opnieuw wijst dat op een gebrek aan rechtszekerheid en de vrees dat op een bepaald ogenblik de bedrijfskeuze om iets gesubsidieerd te doen zou kunnen worden omgezet in een permanent aan te houden verplichting.
Vandaag zien we ook dat voor een aantal van de minst toegepaste ecomaatregelen dat gebrek aan langetermijnzekerheid of het gebrek aan realistische doelstellingen en termijnen echt wel heel wat potentieel onderbenut laat. Slechts 14 % past mechanische onkruidbestrijding met vergoeding toe. Meer dan het dubbel, namelijk 31 % past het toe zonder vergoeding en nog eens 33% heeft er concrete plannen voor, het merendeel ervan mits een gepaste vergoeding. Hetzelfde zien we voor meer specifieke sectorgerichte maatregelen. Een onderhoud van een boslandbouwsysteem wordt maar door 7 % toegepast. Meer dan het dubbele, nl. 15 % past het toe zonder vergoeding en zomaar even 23 % wacht nog af. Zelfde tendensen voor aanleg en onderhoud van meerjarige bloemenstroken in de fruitteelt. Slechts 2 % past het toe met vergoeding. 8 % doet dat zonder vergoeding en zomaar even 27 % heeft er plannen voor, waarvan het merendeel wacht op een gepaste vergoeding.
Hopelijk kan de overheid, bijvoorbeeld in het kader van de nieuwe GLB-regeling aan de slag gaan met de info die achter deze cijfers zit, namelijk er is veel potentieel voor de maatregelen onder voorwaarden dat er voldoende stabiliteit is in de maatregelen, dat het om een gepaste vergoeding gaat, dat hindernissen waardoor mensen niet instappen weggewerkt worden en dat er rechtszekerheid op lange termijn wordt geboden. Landbouwers proberen nu eenmaal permanent hun bedrijfsvoering te evalueren en aan te passen indien nodig. Maatregelen die je neemt en die bv. vanuit de standstill als gevolg kunnen hebben dat je ze niet meer kan terugdraaien of aanpassen, passen niet binnen dat perspectief. Wanneer de overheid onder andere de GLB-steun bekijkt vanuit opportuniteiten en oplossingen en minder vanuit hindernissen en risico’s, wanneer ecosysteemdiensten een echt alternatief worden voor verplicht opgelegde maatregelen kunnen de nodige stappen vooruit worden gezet.
Dit vind jij hiervan
Ik sta huiverachtig tegenover langdurige verbintenissen omdat de overheid nogal gemakkelijk van gedacht verandert. Als dat gebeurt wil ik ook er ook weer uit kunnen stappen.
Het moet wel een beetje bij mijn bedrijfsvoering passen. Niet (of veel minder) bemesten bij ecologisch grasland zorgt er bijvoorbeeld voor dat mijn mestafzetprobleem nog veel groter wordt.
Als het een meerwaarde heeft en rendabel is, pas ik dat graag toe. Dat hoeft niet meteen financieel te zijn; wat je investeert in de bodem, win je later terug via een vruchtbarere grond.
Erosiebestrijding: inzetten op maatregelen aan de bron
Tot slot bekijken we hoe landbouwers staan tegenover maatregelen rond erosiebestrijding. Ongeveer een kwart van hen heeft percelen – in eigen beheer of in pacht – die gevoelig zijn voor erosie. Wanneer wordt gevraagd op welke maatregelen de overheid prioritair moet inzetten, gaan landbouwers duidelijk voor acties die de erosie aan de bron aanpakken: beperkte bodembewerking, het vermijden van bodemverdichting, een doordachte teeltrotatie en aangepaste zaai- en ploegtechnieken. Een teeltverbod op erosiegevoelige percelen valt daarentegen nauwelijks in de smaak: slechts een heel kleine minderheid ziet dit als een prioritaire maatregel.
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
De sectorvakgroep Fruit trok naar Diest voor een boeiende bijeenkomst over driftreductie, robuuste rassen en inspirerende bedrijfsbezoeken bij fruit-, witloof- en wijnbedrijven.
De stormschade van 27 op 28 juni heeft heel wat mais doen omvallen. Het (Landbouwcentrum voor Voedergewassen) publiceert nu een beslissingsboom die je helpt te beslissen wat je moet doen na schade.
Campo Solar groeide in tien jaar van een tuinfeest uit tot een festival voor 30.000 bezoekers, met landbouw als hart van de beleving: tussen mais, bloemen en lokale smaken.
John Deere vernieuwde de T5- en T6-maaidorsers met meer digitalisering, automatisering en gebruiksgemak, zonder het beproefde schudderconcept los te laten. Capaciteit, cabine en precisielandbouw kregen een stevige upgrade.
Braambessen beleefden in 2025 een sterk jaar met stabiele prijzen, constante vraag en groeiend areaal. In 2026 start het seizoen nog beter, met in juni middenprijzen boven 10 euro/kg.
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
De stormschade van 27 op 28 juni heeft heel wat mais doen omvallen. Het (Landbouwcentrum voor Voedergewassen) publiceert nu een beslissingsboom die je helpt te beslissen wat je moet doen na schade.
Peilbesluiten bepalen waterpeilen in Vlaanderen en beïnvloeden landbouw, natuur en bedrijfsvoering. Ontdek hoe de procedure verloopt, waar inspraak mogelijk is en wat de impact is op percelen.
VMM werkt aan een totaalplan voor de Getestreek om wateroverlast beter op te vangen, met maatregelen per deelgebied en prioriteit voor woonkernen. De stand van zaken van dit klimaatrobuuste project.
Campo Solar groeide in tien jaar van een tuinfeest uit tot een festival voor 30.000 bezoekers, met landbouw als hart van de beleving: tussen mais, bloemen en lokale smaken.
Proefstation voor de Groenteteelt en Proefcentrum Hoogstraten fuseren tot Harvestis. De directeurs leggen uit hoe die nieuwe praktijkonderzoeksfederatie telers beter wil ondersteunen met gerichte innovatie.