Melkveehouderij en vitale bodem gaan hand in hand
Aangemaakt op
Sofie Lietaer en Sander Soetemans toonden in Geel aan de pers hoe melkveehouders hun zorg voor de koeien naadloos integreren met een goede bodemzorg. Klimaatscans en duurzaamheidsmonitoring onderbouwen dergelijke sectorinspanningen ook cijfermatig.
Lien Callewaert (BCZ) wees er in haar inleiding op dat duurzaamheidsinspanningen geen modegril zijn in de melkveehouderij. De officiële duurzaamheidsmonitoring van de sector startte in 2014. De monitoring werd opgesteld om cijfermatig de bestaande inspanningen te kunnen kwantificeren en de evolutie hierin weer te geven. Die evolutie iser wel degelijk. Het gemiddeld aantal genomen initiatieven per melkveebedrijf steeg op tien jaar tijd van 9,4 naar 22,6. In de lijst van initiatieven staan ook een aantal zaken die terug te leiden zijn naar goede bodemzorgpraktijken, zoals het laten uitvoeren van grondontleding met bemestingsadvies. Ook de zuivelverwerkende sector zelf nam het afgelopen decennium heel wat inspanningen rond bijvoorbeeld hergebruik van water en milieuvriendelijke verpakkingen.
Lien Callewaert (BCZ) beklemtoonde hoe elke melkveehouder zelf zijn pad kan kiezen naar een duurzamere melkveehouderij.
Elk melkveebedrijf uniek
Een tweede belangrijke pijler zijn de klimaatscans. In 2025 lieten meer dan 1800 melkveehouders in ons land een individuele klimaatscan uitvoeren. Daarbij krijgt de melkveehouder een beeld van de koolstofvoetafdruk van zijn melkproductie.
Lien Callewaert beklemtoonde dat elk melkveebedrijf uniek is en dat er niet één richting is richting een duurzame melkveehouderij. Melkveehouders nemen de maatregelen die het best passen op hun bedrijf. Dat geldt voor in de stal, maar ook voor op het veld.
Een goede bodem is een optelsom
Namens de Hooibeekhoeve gaf Katrien Geudens, onderzoeker voedergewassen, een overzicht van maatregelen die melkveehouders nemen om zorg te dragen voor hun bodem. Die band tussen melkveehouderij is wederkerig. Teelten dienen de koeien en de melkveehouder en omgekeerd dragen melkveehouders zorg voor de bodem. Een vitale bodem is een optelsom van een goede chemische bodemvruchtbaarheid (bijvoorbeeld beschikbaarheid nutriënten door oordeelkundige bemesting), fysische bodemvruchtbaarheid (bodemstructuur, geen bodemcompactie) en biologische bodemvruchtbaarheid.
Via bodemanalyses krijgen landbouwers uitgebreide informatie over belangrijke bodemparameters.
Bodemzorg
Een melkveehouder kan werken op de verschillende aspecten. Een goede basisbodemzorg is het uitvoeren van de bodembewerking wanneer deze dit toelaat. Ook een goede teeltrotatie, de inzaai van groenbedekkers of het aanvoeren van organisch materiaal zoals compost of stalmest verbeteren de bodem. Andere boeren kiezen ervoor om niet meer of minder te ploegen. De Hooibeekhoeve adviseert alvast niet om de ploeg uit Vlaanderen te verbannen. “Ploegen als het moet, niet-kerend werken als het kan”, vatte Katrien een mooi streefdoel samen. Ook minder ploegen kan immers een verschil maken. Kruidenrijk grasland komt ook de bodemgezondheid ten goede en kan de bovengrondse biodiversiteit verbeteren. Grasaanvullingen zoals cichorei, smalle weegbree en wikke kunnen ook nutritioneel voordelen bieden. Daarnaast zijn er ook andere teelten die experimenteerruimte bieden aan boeren die ermee aan de slag willen.
Milk&More
De beste getuigenis is natuurlijk die uit de praktijk. Sofie Lietaer en Sander Soetemans melken zo’n 110 koeien, waarvan 30 Jerseys. Over een jaar of drie willen ze het merendeel van de Holsteins vervangen hebben door Jerseys. Deze koeien geven minder melk (van 32 liter per dag naar 23 liter) dan de Holstein-koeien maar met 6,2% vet en 4,3% eiwit zijn de gehalten merkelijk beter. De overstap naar een ander ras past in de visie van Sofie en Sander om zo veel mogelijk te melken op basis eigen ruwvoer en de krachtvoergift terug te dringen. “We zijn niet op zoek naar schaalvergroting. We kunnen vandaag alles op eigen gronden kwijt en dat willen we zo houden.” De kleinere gestalte van de Jerseys maakt dat deze minder voeder nodig hebben voor onderhoud, en ze kunnen erg efficiënt gras omzetten in melk. Het krachtvoerverbruik werd teruggebracht van 4-5 kg naar 1,5 kg per dier. De Jersey-koeien zijn ook geselecteerd op de productie van A2A2-melk, die voor een deel van de bevolking beter verteerbaar is. Deze melk wordt apart verwerkt en aangeboden in de korteketen met een eigen melktap. In de eigen zelfbedieningshoevewinkel bieden ze ook nog melk, yoghurt, kaas, rijstpap en aardappelen van het eigen bedrijf aan.
Een koe is geen koe
De Jersey-koeien eten minder, maar scheiden ook minder mest uit. Dat geeft ook een effect op de stikstof-, ammoniak- en methaanuitstoot, maar de mestbank (VLM) houdt hier vooralsnog geen enkele rekening mee. “Voor de overheid is een koe een koe, ook al zien we in de praktijk dat dit niet zo is. We hebben op het einde van het jaar duidelijk minder mest in de put, waardoor we zorgvuldiger moeten kiezen waar we wat toedienen”, merkt Sander op. In Nederland maakt de overheid wél een onderscheid op basis van ras in de berekening van fosfaatrechten. Sofie en Sander hopen dat ook de overheid bij ons dit onderscheid zal maken, onder andere in het berekenen van de NER’s. Vandaag zorgt een mestrobot voor een eerste bijkomende reductie van de ammoniakuitstoot. Tegen 2030 hoopt het koppel dat ook de keuze voor Jersey positief in rekening kan gebracht worden.
Sofie en Sander bevinden zich in een overgangsfase tussen twee rassen.
Triticale
De triticale naast het bedrijf wordt in juli gedorsen om in het eigen krachtvoeder te verwerken. Het graan wordt gemalen. Ook kuilen ze voederbieten in samen met perspulp. Dat maakt de afhankelijkheid van enkel de perspulp wat kleiner. Na de triticale willen Sofie en Sander nog grasklaver inzaaien en met wat meeval een of twee snedes oogsten. “Die snedes kunnen een eventuele lagere graanoogst compenseren. Bovendien past triticale goed in de teeltrotatie. Het stro komt in de afkalfboxen. De stalmest die later uit de boxen komt is een waardevolle meststof die het organische stofgehalte van de bodem verhoogt.” Via grondanalyses volgen Sofie en Sander de bodemgezondheid van hun percelen van dichtbij op. Een spadeproef toont dat het wel snor zit met de bodemstructuur. Het onweer van de voorbije week zorgde ervoor dat het graan gedeeltelijk ging legeren, al zit een minder geslaagde halmverkorting er ook voor iets tussen.
De droge koeien en een deel van het jongvee graast op de weide. Ze kunnen schuilen onder de bomen. Recent werden er nog eens 10 zomerlindes aangeplant om schaduw te voorzien. Die lindebomen zijn bovendien ook nog eens populair bij de bijen van de buurman, die op zijn beurt zijn honing in de hoevewinkel aanbiedt.
Dezer dagen is in de stal vooral de hitte een aandachtspunt. De ventilatoren in de stallen brengen zo veel mogelijk verkoeling. Extra drinkbakken voorzien in de stijgende waterbehoefte. “We laten de koeien zo veel mogelijk met rust dezer dagen om onnodige beweging te vermijden”, legt Sander nog uit.
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
De stormschade van 27 op 28 juni heeft heel wat mais doen omvallen. Het (Landbouwcentrum voor Voedergewassen) publiceert nu een beslissingsboom die je helpt te beslissen wat je moet doen na schade.
Campo Solar groeide in tien jaar van een tuinfeest uit tot een festival voor 30.000 bezoekers, met landbouw als hart van de beleving: tussen mais, bloemen en lokale smaken.
ILVO-onderzoekster Sarah Garré gaat op zoek naar mogelijkheden voor onze boeren om ook in de toekomst nog goed te kunnen blijven telen, ongeacht of het nu veel of weinig regent; Willem Rombaut vertelt over het Steunpunt Groene Zorg; en we maken kennis met Harvestis, de nieuwe naam van de fusie van het Proefstation voor de Groenteteelt in Sint-Katelijne-Waver en Proefcentrum Hoogstraten.
Melkprijs lijkt dieptepunt voorbij. Door stabielere zuivelnoteringen en een afnemende melkproductie zet zich sinds april een lichte stijging in, al blijft een sterke zomerpiek onwaarschijnlijk.
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
Tijdelijk onttrekkingsverbod in de Kleine Nete, de Aa en Vrouwvliet vanaf 2 juli 2026 door aanhoudende droogte. Ontdek waar het geldt en welke alternatieve waterbronnen beschikbaar zijn.
De stormschade van 27 op 28 juni heeft heel wat mais doen omvallen. Het (Landbouwcentrum voor Voedergewassen) publiceert nu een beslissingsboom die je helpt te beslissen wat je moet doen na schade.
Peilbesluiten bepalen waterpeilen in Vlaanderen en beïnvloeden landbouw, natuur en bedrijfsvoering. Ontdek hoe de procedure verloopt, waar inspraak mogelijk is en wat de impact is op percelen.
VMM werkt aan een totaalplan voor de Getestreek om wateroverlast beter op te vangen, met maatregelen per deelgebied en prioriteit voor woonkernen. De stand van zaken van dit klimaatrobuuste project.
De opmars van de bever in Antwerpen zorgt voor groeiende druk op landbouwgronden, waterbeheer en beleid. Dit artikel belicht de stijgende schade, de beperkingen van het huidige kader en de nood aan gerichte keuzes.