Landbouwgrond scoort goed in eerste onderzoek naar residuen van gewasbescherming
OVAM brengt voor het eerst gewasbeschermingsresiduen in de Vlaamse bodem in kaart. Op de onderzochte landbouwpercelen bleven de concentraties doorgaans laag. De hoogste waarden werden aangetroffen in particuliere tuinen. De verkennende studie vond geen aanwijzingen voor algemene risico-overschrijdingen.
Voor het eerst heeft de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) onderzocht welke residuen van gewasbeschermingsmiddelen vandaag nog in de Vlaamse bodem voorkomen. In 44 procent van de onderzochte bodemstalen werden sporen van minstens één gewasbeschermingsmiddel of afbraakproduct aangetroffen. Op landbouwpercelen bleven de concentraties doorgaans laag. De hoogste waarden kwamen voor in particuliere tuinen.
De studie werd in januari 2026 uitgevoerd in samenwerking met onderzoeksorganisatie VITO. Daarvoor werden 118 bodemstalen verzameld op 100 locaties in 26 gemeenten, verspreid over drie regio’s: centraal West-Vlaanderen, de Noorderkempen en Haspengouw. Die gebieden verschillen onder meer in bodemtype en dominante teelten, zoals aardappelen, groenten en fruit. Naast landbouwpercelen werden ook particuliere tuinen, natuurgebieden, openbaar groen en recreatieterreinen onderzocht.
De staalnames gebeurden hoofdzakelijk in de bovenste bodemlaag, tot 30 centimeter diep. Door buiten het groeiseizoen te bemonsteren, wilden de onderzoekers vooral residuen opsporen die langdurig in de bodem aanwezig blijven.
Vooral historische middelen teruggevonden
In 52 van de 118 stalen werd minstens één gewasbeschermingsmiddel of afbraakproduct boven de rapportagegrens aangetroffen. In 32 stalen ging het om minstens twee stoffen. Het betrof vooral historische organochloorverbindingen, zoals DDT en de afbraakproducten daarvan. Die middelen worden al lange tijd niet meer gebruikt, maar kunnen door hun persistentie nog jarenlang in de bodem achterblijven.
Dat de hoogste concentraties in particuliere tuinen werden aangetroffen, is een opvallende vaststelling. DDT was halverwege de vorige eeuw immers niet alleen populair in de landbouw, maar ook bij particulieren. Het werd gebruikt tegen onder meer vliegen, muggen, vlooien en luizen, zowel in de tuin als binnenshuis en op huisdieren. Later werd duidelijk dat de stof zich ophoopt in het milieu en schadelijk kan zijn voor dieren, waaronder vogels.
Vanuit Boerenbond is het belangrijk om die historische context mee te geven bij de interpretatie van de resultaten. De aanwezigheid van residuen in de bodem betekent niet automatisch dat er sprake is van een gezondheidsrisico of dat het om een gevolg van actueel gebruik gaat. Sommige stoffen blijven nog tientallen jaren na hun verbod aantoonbaar. Dat onderstreept het belang van een onderscheid tussen historische verontreiniging en de aanwezigheid van vandaag gebruikte gewasbeschermingsmiddelen.
Waarom er meer residuen werden aangetroffen in particuliere tuinen, kan OVAM niet met zekerheid verklaren. Dat maakte geen deel uit van het onderzoek.
Beperkte detecties van actuele middelen
De brede screening naar actueel gebruikte gewasbeschermingsmiddelen leverde slechts een beperkt aantal detecties op. Ook glyfosaat zelf werd minder vaak aangetroffen dan AMPA, een afbraakproduct van die werkzame stof.
Voor gewasbeschermingsmiddelen in de bodem bestaan geen algemene Vlaamse bodemsaneringsnormen. Daarom vergeleken de onderzoekers de gemeten concentraties van historische organochloorverbindingen met indicatieve toetsingswaarden van VITO. Die vergelijking gaf geen aanwijzingen voor algemene risico-overschrijdingen.
In vier particuliere tuinen werden wel concentraties vastgesteld die in bepaalde scenario’s tot een mogelijk gezondheidsrisico konden leiden, namelijk wanneer eieren van eigen kippen worden geconsumeerd. In scenario’s zonder consumptie van die eieren werden geen overschrijdingen vastgesteld.
Gerichte opvolging aanbevolen
Volgens OVAM wijzen de resultaten niet op een algemeen gezondheidsrisico. De verkennende studie moet vooral helpen om te bepalen waar bijkomend onderzoek en verdere monitoring het meest zinvol zijn. Daarbij gaat bijzondere aandacht naar particuliere tuinen en mogelijke hotspots met historische verontreiniging. Ook de mogelijke verspreiding van dergelijke stoffen via grondverzet verdient verdere aandacht.
Voor de landbouwsector is vooral de vaststelling relevant dat de concentraties op de onderzochte landbouwpercelen laag bleven en dat de screening naar actuele gewasbeschermingsmiddelen slechts een beperkt aantal detecties opleverde. De studie vormt wel een eerste verkenning op een beperkt aantal locaties en is geen volledige inventaris van alle Vlaamse landbouwgronden. Gerichte vervolgmetingen moeten helpen om de aanwezigheid van historische residuen verder in kaart te brengen.
Europa wil gescheiden vloeibaar digestaat erkennen als kunstmestvervanger binnen RENURE. Boerenbond ziet kansen voor circulaire nutriënten, maar vraagt werkbare voorwaarden voor de Vlaamse praktijk.
De sectorvakgroep Groenten trok op verplaatsing naar VIB en ILVO. Ontdek hoe zij werken aan de landbouwinnovatie van morgen: Van plantonderzoek met 50.000 moleculen tot robots en drones.
Bezoek de John Deere- en Kuhn-fabrieken tijdens een boeiende tweedaagse busuitstap op 9 en 10 februari 2027. Schrijf je tijdig in: de plaatsen zijn beperkt!
De droogte drukt in 2026 de opbrengst en sortering van Innovator en Challenger flink onder het vijfjarig gemiddelde. Beregende percelen doen het beter, terwijl de frietkwaliteit uitstekend blijft.
Droogtetolerante rassen, ziekteresistenties en druppelirrigatie kunnen aardappelteelt weerbaarder maken. Maar welke aanpak biedt telers én afnemers de meeste zekerheid?
Europa wil gescheiden vloeibaar digestaat erkennen als kunstmestvervanger binnen RENURE. Boerenbond ziet kansen voor circulaire nutriënten, maar vraagt werkbare voorwaarden voor de Vlaamse praktijk.
AVBS vraagt de federale regering het btw-tarief van 6% op bloemen en planten te behouden. Een verhoging maakt groen duurder, zet de sierteeltsector onder druk en botst met de nood aan meer groen.
De startnota voor de Noord-Zuidverbinding in Wetteren is goedgekeurd, maar een tracé ligt nog niet vast. Ontdek welke alternatieven onderzocht worden en hoe je tot 17 december 2026 kunt reageren.
De Vlaamse Regering actualiseert de regressierechten voor varkens: nieuwe formules sluiten beter aan bij de huidige praktijk en verlagen de berekende mestproductie met ongeveer 10%.
De droogte drukt in 2026 de opbrengst en sortering van Innovator en Challenger flink onder het vijfjarig gemiddelde. Beregende percelen doen het beter, terwijl de frietkwaliteit uitstekend blijft.