Boerderijcompostering: nu is het tijd om vooruit te gaan
Op 14 september stond boerderijcompostering opnieuw volop in de belangstelling tijdens het evenement van ILVO. Daar werd niet alleen de opgebouwde kennis uit onderzoek en praktijk gedeeld, maar kwam er ook een belangrijk politiek signaal. Vlaams minister van Landbouw Brouns gaf aan dat de regelgeving voor boerderijcompostering er volgend jaar moet komen. Voor veel landbouwers is dat een langverwachte stap vooruit.
Want laten we eerlijk zijn: over weinig onderwerpen werd de voorbije jaren zoveel gesproken en overlegd als over boerderijcompostering. Terwijl in de praktijk al jarenlang wordt aangetoond welke meerwaarde compost kan bieden voor bodemstructuur, organische stof, biodiversiteit en waterbergend vermogen bleef het regelgevende kader achterwege. De voorbije jaren stonden daardoor vaak meer in het teken van studies, onderzoeken en discussies dan van concrete toepassing op landbouwbedrijven. De aankondiging van de minister creëert eindelijk het langverwachte perspectief waardoor het kader duidelijk zal zijn hoe landbouwers ermee aan de slag kunnen. Tegelijkertijd moeten we onszelf durven afvragen waar de echte uitdaging ligt. Want regelgeving is belangrijk, maar ze zal op zich geen enkele composthoop maken. Het succes van boerderijcompostering zal uiteindelijk niet bepaald worden door wat er op papier staat, maar door wat er gebeurt op het erf en op het veld.
Dossier met lange voorgeschiedenis
Dat boerderijcompostering vandaag zo hoog op de agenda staat, komt niet uit het niets. Al meer dan twintig jaar wordt in Vlaanderen onderzoek uitgevoerd naar compostering op landbouwbedrijven. ILVO leverde hierin pionierswerk, samen met praktijkcentra, landbouwers en andere partners. In die periode groeide niet alleen de kennis over het composteerproces zelf, maar werden ook de effecten op bodemkwaliteit, koolstofopslag en nutriëntenbeheer steeds beter in kaart gebracht.
Ook vanuit Boerenbond volgen we dit dossier al vele jaren van dichtbij. We hebben consequent gepleit voor een werkbaar kader dat landbouwers de mogelijkheid geeft om organische reststromen op een nuttige manier in te zetten op hun bedrijf. Daarbij vertrokken we steeds van één eenvoudige gedachte: wat goed is voor de bodem, moet ook een eerlijke kans krijgen binnen het beleid. Dat traject verliep niet altijd vanzelfsprekend. De voorbije jaren werden verschillende denksporen onderzocht. Sommige voorstellen waren zo streng dat ze in de praktijk nauwelijks uitvoerbaar zouden zijn geweest. Er werd sterk gekeken naar mogelijke risico’s, terwijl oplossingen soms moeilijker hun weg vonden naar de discussie. Verschillende administraties, onderzoeksinstellingen en organisaties brachten hun eigen invalshoek aan. Dat is logisch en zelfs noodzakelijk in een dossier dat raakt aan landbouw, milieu, vergunningen, afvalregelgeving en waterkwaliteit. Maar daardoor verliep het proces soms moeizaam. Net daarom heeft Boerenbond meermaals aan de alarmbel getrokken wanneer het evenwicht dreigde verloren te gaan. Samen met andere landbouworganisaties, ILVO, BioForum, praktijkcentra en zelfs ook natuurorganisaties werd gezocht naar een kader dat zowel werkbaar als verantwoord is. Dat overleg heeft uiteindelijk geleid tot een belangrijke bijsturing van het traject. Waar aanvankelijk vooral beperkingen centraal stonden, kwam er geleidelijk meer aandacht voor haalbaarheid, economische realiteit en praktische toepasbaarheid.
Waarom boerderijcompostering vandaag belangrijker is dan ooit
De interesse in boerderijcompostering groeit niet toevallig. Landbouwers worden steeds vaker geconfronteerd met de gevolgen van klimaatverandering. Langere droge periodes worden afgewisseld met intense regenbuien. Bodems krijgen meer te verduren en de nood aan een sterke bodemkwaliteit wordt elk jaar duidelijker. Een bodem met voldoende organische stof is beter bestand tegen extremen. Hij kan meer water vasthouden tijdens droge periodes en laat water beter infiltreren wanneer er veel neerslag valt. Bovendien vormt een gezonde bodem de basis voor een weerbare landbouwproductie. Boerderijcompostering kan daarin een belangrijke rol spelen. Door lokaal beschikbare stromen te verwerken tot stabiele compost wordt organische koolstof teruggebracht naar de bodem. Tegelijk biedt het kansen om kringlopen beter te sluiten en reststromen uit landbouw, natuur- en landschapsbeheer op een zinvolle manier te valoriseren. Dat maakt boerderijcompostering veel meer dan een technisch composteerproces. Het is een instrument dat raakt aan bodembeleid, klimaatadaptatie, circulariteit en duurzame voedselproductie. Het past bovendien binnen de ambitie van vele landbouwers om hun bedrijf verder toekomstbestendig te maken.
Vertrouwen als vertrekpunt
Als er één les uit de voorbije jaren kan worden getrokken, dan is het wel dat innovatie nood heeft aan vertrouwen. Natuurlijk moeten milieu en omgeving beschermd worden. Niemand betwist dat. Ook landbouwers zelf hebben belang bij duidelijke spelregels en een degelijk kader. Maar wanneer elk mogelijk risico aanleiding geeft tot nieuwe voorwaarden, bijkomende controles of extra administratieve verplichtingen, dreigt het systeem zichzelf vast te rijden.
Boerderijcompostering is daarvan een goed voorbeeld. De kennis is aanwezig. De onderzoeken zijn uitgevoerd. Proefprojecten hebben waardevolle ervaringen opgeleverd. Praktijkvoorbeelden tonen aan dat landbouwers hier op een verantwoorde manier mee aan de slag kunnen. Dan moet er ook een moment komen waarop vertrouwen het wint van achterdocht.
Dat vertrouwen betekent niet dat alles zomaar kan. Het betekent wel dat landbouwers erkend worden als professionele ondernemers die in staat zijn om op een correcte manier met deze techniek om te gaan. Zoals bij zoveel innovaties in de landbouw zal ervaring op het terrein uiteindelijk de beste leermeester zijn. We kunnen niet blijven discussiëren alsof we nog altijd aan het begin van het traject staan. De sector heeft nood aan duidelijkheid. Niet aan nog meer rondjes rond dezelfde tafel.
Regelgeving is slechts het begin
De aankondiging van de minister is daarom een belangrijke mijlpaal. Maar ze mag niet worden beschouwd als het eindpunt van het verhaal. Integendeel. Op het moment dat de regelgeving er komt, begint eigenlijk pas de meest interessante fase. Want dan verschuift de aandacht van beleidsdocumenten naar de praktijk. Van vergaderzalen naar landbouwbedrijven. Van voorwaarden naar uitvoering. Een goede compost ontstaat immers niet omdat een regelgever dat voorschrijft. Ze ontstaat doordat een landbouwer het proces correct begeleidt. Wie compost maakt, weet dat vele factoren een rol spelen: de keuze van de inputstromen, de verhouding tussen koolstofrijke en stikstofrijke materialen, het vochtgehalte van de hoop, de temperatuurontwikkeling, de zuurstofvoorziening, het tijdig keren van de compost, de locatie, de timing, de opslag van het eindproduct ... Het zijn allemaal elementen die bepalen of men uiteindelijk kwalitatieve compost produceert of niet. Daarom moet de komende periode minstens evenveel aandacht gaan naar opleiding, begeleiding, demonstratieprojecten en kennisuitwisseling als naar regelgeving. De overheid kan een kader creëren, maar het succes zal afhangen van de kennis en ervaring van de mensen die ermee aan de slag gaan.
Sector moet de kans grijpen
Ook voor de landbouwsector zelf ligt er een verantwoordelijkheid. Jarenlang hebben we gepleit voor een werkbaar kader rond boerderijcompostering. Terecht. Maar zodra dat kader er is, moeten we ook tonen dat dit vertrouwen verdiend is. Boerderijcompostering vraagt vakmanschap. Het vraagt opvolging, planning en engagement. Het vraagt investeringen in kennis en soms ook in materiaal. Dat mag echter geen reden zijn om af te wachten. Integendeel. Net omdat het potentieel zo groot is, moeten we als sector de kans grijpen om goede praktijkvoorbeelden uit te bouwen. Landbouwers leren traditioneel veel van elkaar. Demonstratiebedrijven, praktijknetwerken en ervaringsuitwisseling zullen de komende jaren waarschijnlijk minstens even belangrijk zijn als nieuwe regelgeving. Want uiteindelijk heeft niemand baat bij een systeem dat enkel op papier bestaat. Wat we nodig hebben, zijn landbouwers die met overtuiging aan de slag gaan en die kunnen aantonen welke meerwaarde boerderijcompostering biedt voor hun bodem en hun bedrijf.
Als er één les uit de voorbije jaren kan worden getrokken, dan is het wel dat innovatie nood heeft aan vertrouwen.
Tijd om vooruit te gaan
Met de aankondiging van minister Brouns op 14 september ligt er eindelijk een duidelijk politiek engagement op tafel: volgend jaar moet er een regelgevend kader voor boerderijcompostering komen. Dat is een belangrijk signaal, maar na jaren van onderzoek, overleg en praktijkervaring verwacht de sector nu vooral dat die belofte ook snel wordt omgezet in concrete en werkbare regelgeving. De voordelen van boerderijcompostering zijn voldoende onderbouwd. We kunnen niet blijven draaien in dezelfde discussies. Het is tijd om landbouwers het vertrouwen te geven om ermee aan de slag te gaan. Boerenbond blijft constructief meewerken aan een haalbaar kader, maar eens dat er is moet de focus verschuiven naar de praktijk. Want de toekomst van boerderijcompostering ligt niet in beleidsnota’s, maar in landbouwers die werken aan sterke compost, sterke bodems en sterke landbouwbedrijven. De overheid moet nu de deur openen. Vervolgens is het aan ons als sector om die kans met beide handen te grijpen en er op het terrein een succes van te maken.
Victor Cerpentier
Is eigen compost een win-win?
Van de voordelen van compostering hoef je Victor en Alexander Cerpentier uit Kieldrecht niet te overtuigen. Zij waagden recent de sprong om te investeren in een compostkeerder waarmee ze hun eigen velden kunnen voorzien van eigen boerderijcompost. Een forse investering, maar boerderijcompost is een win voor zowel landbouw als natuur.
Alexander en zoon Victor Cerpentier hebben een akkerbouwbedrijf. Daarnaast hebben ze nog een tak schapenhouderij die ook wordt ingezet voor de begrazing van natuurgebieden rond de haven. Tijdens een pilootproject aan de Belgische kant van het Grenspark Groot-Saeftinghe gingen ze met zes collega’s aan de slag om te kijken waar landbouwers en natuurbeheerders elkaar kunnen vinden in het samenbrengen van de juiste grondstoffen voor de productie van boerderijcompost. Rond de Waaslandhaven liggen wenselijke natuurgebieden. Daar wordt maaisel en houtig materiaal afgevoerd om zo te kunnen verschralen. “Maar dat materiaal is ook een perfecte grondstof om in combinatie met andere wenselijke reststromen afkomstig van de land- en tuinbouwsector om te vormen tot hoogwaardige compost”, weet Alexander.
Vertrekken vanuit de bodem
Boerderijcompostering gaat om land- en tuinbouwers die compost maken voor de eigen velden. Van commercialisatie is geen sprake, en dus is er ook geen concurrentie met grote composteerinstallaties. “Het uitgangspunt is anders. Wij starten vanuit de bodem en de vele voordelen die compost kan bieden. Tegelijkertijd bieden we een oplossing aan voor het restmateriaal uit natuurgebieden dat nu geen toepassing kent en als afval wordt afgevoerd”, vertelt Victor. Compostrijke bodems hebben ook minder inputs nodig van bijvoorbeeld kunstmest, wat dus ook op die manier onrechtstreeks een besparing kan betekenen. Tussen stoelen Hoewel een brede toepassing van boerderijcompost hier enkel winnaars zou opleveren, is de praktische toepassing weerbarstig. Regelgevend blijkt boerderijcompostering tussen verschillende stoelen te vallen. Regels rond mest, afval of vergunningen werken elkaar of compostering soms tegen. “Zo wordt compost met bijvoorbeeld 10% stalmest in het plantaardig beginproduct aan het eind van de rit gezien als een 100% dierlijk eindproduct, wat de toepassing meteen beperkt.”
Gebiedsgericht werken
Ook het nieuwe wettelijk kader zal hier vermoedelijk nog geen oplossing voor bieden. De verwachting is dat het nieuwe kader omschrijft dat boeren zich per drie kunnen verenigen in één samenwerkingsverband. Deze kunnen hun stromen samenbrengen. De compostkeerder mag van een derde partij komen. Victor wil zijn compostkeerder in het Waasland dan ook aanbieden aan andere boeren. “De terugverdientijd van een composteerder is moeilijk te berekenen. Het volle effect van compost zie je pas na vele jaren. Organisch materiaal gebruiken uit natuurbeheer vraagt daarnaast heel wat afspraken. Niet elk materiaal is even geschikt. Boeren en natuurbeheerders zullen elkaar moeten vinden en de juiste afspraken maken over onder andere maaitijdstippen, samenstelling en volumes. Dat zal het makkelijst gaan als er gebiedsgericht wordt samengewerkt. Ook daar wil ik een rol in spelen. Boeren willen immers vanzelfsprekend het beste eindproduct voor hun eigen velden. Natuurbeheerders en veel beleidsmensen weten dat ook, maar dat vertrouwen zou nog wat meer uit de regelgeving mogen blijken.”
Hoge verkoopprijzen en degelijke producties geven de glastuinbouwbarometer in 2026 een positieve impuls. Toch verschillen de resultaten sterk per bedrijf en teelt, terwijl hitte en stijgende kosten uitdagingen blijven.
Hommels bestuiven aubergines, terwijl roofmijten plagen aanpakken. Bij TOPA in Jabbeke toont de familie Franco hoe nuttige insecten, dagelijkse opvolging en slimme technologie samen de serre draaiende houden.
Polen groeit uit tot Europese landbouwmacht, met sterke export in fruit, vlees en zuivel. Maar achter het succes schuilt een sector vol contrasten: kleinschalige familiebedrijven, stijgende grondprijzen en zorgen over Oekraïense concurrentie.
Drie op vier landbouwers zetten stappen naar hernieuwbare energie. Stijgende energiekosten en klimaatdoelstellingen zetten aan tot bewuster energiegebruik. Waar staat de sector vandaag en welke uitdagingen zijn er? Onze ledenbevraging geeft inzicht.
Tijdens deze infosessies komen telkens 5 digitale teeltregistratiesystemen voor akkerbouw en ruwvoeders aan bod. Vergelijk aanbieders en bereid je bedrijf voor op het verplichte digitale gewasbeschermingsregister vanaf 2027.