Drie op vier landbouwers zetten stappen naar hernieuwbare energie. Stijgende energiekosten, klimaatdoelstellingen en de noodzaak om efficiënter om te gaan met het gebruik van grondstoffen zetten landbouwbedrijven aan om bewuster met energie om te gaan. Veel landbouwers zijn daar al jaren mee bezig, maar waar staat de sector vandaag? Welke keuzes maken bedrijven en tegen welke uitdagingen botsen ze? We vroegen het aan ons ledenpanel.
Zonnepanelen zijn ingeburgerd
Drie op de vier respondenten namen al maatregelen rond hernieuwbare energie. Zonnepanelen zijn daarbij veruit de populairste keuze: meer dan negen op de tien landbouwers die investeerden, plaatsten zonnepanelen. Technieken zoals zonneboilers, kleine windturbines en pocketvergisters, komen minder vaak voor. Andere installaties zijn vooral batterijen en warmterecuperatie uit koelinstallaties.
De verschillen tussen sectoren zijn groot. Bij melkveebedrijven heeft ongeveer negen op de tien respondenten al maatregelen genomen rond hernieuwbare energie of energie-efficiëntie. Dat is logisch: op die bedrijven is er vaak een vrij constant elektriciteitsverbruik, bijvoorbeeld voor melken, koelen en ventileren. Daardoor kan zelf opgewekte stroom gemakkelijker rechtstreeks op het bedrijf worden benut.
Voor akkerbouw- en vleesveebedrijven ligt dat anders. Daar is het energieverbruik soms lager, of valt de piekvraag net in een periode waarin zonnepanelen minder produceren. Daardoor is de investering minder vanzelfsprekend of is bijkomende opslagcapaciteit nodig.
Investeren in hernieuwbare energie is voor veel land- en tuinbouwers geen nieuw verhaal. Twee op de vijf deden die investering ruim vijf jaar geleden al. Destijds was vooral het verwachte financiële rendement de drijfveer, gevolgd door de ambitie om duurzamer te ondernemen. Bezorgdheid over de beschikbaarheid van energie speelde daarbij een veel minder prominente rol.
Onze bedrijven zijn voor 32% zelfvoorzienend
Maar liefst drie op de vier respondenten namen al maatregelen op hun bedrijf om energie te besparen of zelf hernieuwbare energie te produceren. Eén op de tien respondenten geeft aan op jaarbasis zelf te voorzien in zijn behoefte aan elektriciteit en warmte met hernieuwbare energieproductie. Een beperkte groep produceert zelfs meer hernieuwbare energie dan zij op het bedrijf verbruikt.
Gemiddeld is een land- en tuinbouwbedrijf voor 32% zelfvoorzienend met eigen hernieuwbare energieproductie voor elektriciteit en warmte. Uit cijfers van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij blijkt dat 60% van de zonne-energie die we opwekken binnen het kwartier verbruikt wordt (www.vlaanderen.be/ landbouwcijfers). De zonne-energie die we met de sector in totaal opwekken, was in 2023 goed voor 20% van de elektriciteit die de Vlaamse landbouwsector verbruikt.
Landbouwbedrijven zijn dus niet alleen grote energiegebruikers. Ze kunnen ook lokaal hernieuwbare energie produceren en een belangrijk deel daarvan rechtstreeks op het eigen bedrijf inzetten. De uitdaging ligt vooral in het beter afstemmen van productie, verbruik en opslag.
Sector staat niet stil
Hoewel er al veel geïnvesteerd is in hernieuwbare energie, overweegt meer dan de helft om binnen de 5 jaar bijkomende investeringen te doen. Een op vier heeft daarvoor al concrete plannen. Bijkomende investeringen zien ze vooral op het vlak van energieopslag of om het aantal zonnepanelen uit te breiden. Toekomstgerichte bedrijven ondervinden drempels, maar tonen wel interesse. De onzekerheid over de terugverdientijd en de hoge investeringskost vormen hier het grootste struikelblok. Ook (het gebrek aan) regelgeving en vergunning kunnen een rem zetten op de uitbreiding. Daarnaast geeft een deel van de respondenten aan dat een stopzetting van het bedrijf in zicht komt of dat er onzekerheid bestaat over de verdere toekomst van het bedrijf.
Interesse in specifieke technieken
Eén op de tien respondenten – uit diverse sectoren – heeft interesse om in de toekomst te investeren in een warmtepomp. Pocketvergisters vinden met mondjesmaat ingang in de sector. 10% van de melkveehouders overweegt om er in de toekomst in te investeren. Deze techniek combineert twee voordelen: ze produceert hernieuwbare energie én vermindert tegelijk de methaanuitstoot. Investeren in deze techniek is dus belangrijk om in de toekomst ook onze reductiedoelstellingen te halen in kader van het Vlaams Energie en Klimaat Plan (VEKP). Op bedrijfsniveau wordt de koolstofvoetafdruk aanzienlijk verlaagd door een pocketvergister met dagontmesting. Ook goed om te weten: uit de duurzaamheidsmonitor van MilkBE blijkt dat één op tien melkveehouders zijn energiebehoefte beperkt via een warmtewisselaar of voorkoeler.
Een toekomst voor batterijen?
Ongeveer 15% van de bevraagden bezit al een batterij om energie op te slaan. Die batterij is meestal afgestemd op de eigen productie van hernieuwbare energie. Landbouwers kiezen vooral voor opslag om het financiële rendement van hun installatie te verbeteren en om hun zelfgeproduceerde energie efficiënter te gebruiken. Dat past in een logische volgorde: eerst energie besparen, vervolgens zelf hernieuwbare energie produceren en daarna kijken hoe die productie maximaal op het eigen bedrijf kan worden benut.
Rem op zekerheid
De belangrijkste redenen om (nog) geen batterijen te plaatsen zijn de hoge kostprijs en het onzekere rendement. Een aantal leden geven ook aan dat andere investeringen op dit moment prioritair zijn. Ook duidelijke en stabiele regelgeving is essentieel. Vergunningen, netcapaciteit en bredere onzekerheid over de toekomst van het bedrijf kunnen investeringen vertragen.
Landbouwers hebben daarom niet alleen nood aan technologie, maar ook aan betrouwbare informatie, rechtszekerheid en een verdienmodel dat voldoende robuust is op lange termijn. Bij de overige redenen zien we vooral oudere landbouwers of bedrijven die gaan stoppen.
Wat volgt?
Elektrificatie leeft, maar is nog geen evidente keuze voor elk landbouwbedrijf. Ongeveer een kwart wil er verder op inzetten, terwijl de helft aangeeft daar voorlopig geen plannen voor te hebben. De mogelijkheden liggen vandaag vooral in toepassingen zoals verwarming, heftrucks, voedermengwagens of andere bedrijfsprocessen. Voor zware mobiele machines, zoals tractoren, is de stap minder vanzelfsprekend.
Ook samenwerking rond energie roept interesse op, maar vraagt nog verduidelijking. Wanneer de groep zonder mening buiten beschouwing wordt gelaten, staan ongeveer zes op de tien eerder positief tegenover samenwerking. Tegelijk geven velen aan nog niet goed te weten wat zo’n model concreet kan betekenen. Dat wijst op een behoefte aan voorbeelden uit de praktijk en nood aan meer informatie over de voorwaarden, kosten en voordelen.
Wat zeggen onze boeren?
Mochten we zeker weten dat onze dochter het bedrijf kan voortzetten, dan zouden we de investeringskeuze en -kost anders kunnen interpreteren. De toekomst van jonge starters is nog zo onzeker en dat maakt het ons als ouder niet makkelijker.
Investeringen in energie hebben weinig of geen impact op de carbon footprint van mijn eindproduct waardoor andere investeringen de voorkeur genieten.
Op dit moment zorgen de hoge kosten en de relatief lange terugverdientijd ervoor dat de investeringen enkel kunnen worden uitgevoerd met geld dat extra beschikbaar is. Op ons bedrijf hebben investeringen die zorgen voor een verhoging van de productiviteit voorrang. We proberen hierin ook steeds up-to-date te blijven en dit neemt dus een heel groot deel van het budget in.
De grootste uitdaging bij aardappelbewaring is de mismatch tussen energieproductie en energieverbruik. In de zomer leveren zonnepanelen volop stroom, maar dan hebben we die nauwelijks nodig. Net na de oogst is dat anders: voor het drogen, koelen en ventileren van de aardappelen is veel elektriciteit nodig, net op het moment dat de opbrengst van zonnepanelen sterk terugvalt. Om nachten of donkere dagen te overbruggen, zou je een enorme batterijcapaciteit nodig hebben. Vooral in oktober, november en december is de stroomvraag het hoogst, terwijl de zonne-energieproductie dan net laag ligt. Voor dat probleem bestaat vandaag nog geen overtuigende oplossing. We staan open voor investeringen, maar de werking en de terugverdientijd van mogelijke systemen blijven te onzeker. Verkopers presenteren wel cijfers, maar ik heb twijfels bij de betrouwbaarheid ervan. Tot nu toe heb ik nog geen realistische en vergelijkbare businesscase gezien die voldoende vertrouwen geeft om die stap te zetten.
Hommels bestuiven aubergines, terwijl roofmijten plagen aanpakken. Bij TOPA in Jabbeke toont de familie Franco hoe nuttige insecten, dagelijkse opvolging en slimme technologie samen de serre draaiende houden.
Polen groeit uit tot Europese landbouwmacht, met sterke export in fruit, vlees en zuivel. Maar achter het succes schuilt een sector vol contrasten: kleinschalige familiebedrijven, stijgende grondprijzen en zorgen over Oekraïense concurrentie.
Hoge verkoopprijzen en degelijke producties geven de glastuinbouwbarometer in 2026 een positieve impuls. Toch verschillen de resultaten sterk per bedrijf en teelt, terwijl hitte en stijgende kosten uitdagingen blijven.
Tijdens deze infosessies komen telkens 5 digitale teeltregistratiesystemen voor akkerbouw en ruwvoeders aan bod. Vergelijk aanbieders en bereid je bedrijf voor op het verplichte digitale gewasbeschermingsregister vanaf 2027.
Hommels bestuiven aubergines, terwijl roofmijten plagen aanpakken. Bij TOPA in Jabbeke toont de familie Franco hoe nuttige insecten, dagelijkse opvolging en slimme technologie samen de serre draaiende houden.
Land- en tuinbouwers kunnen een belangrijke rol spelen in de energietransitie. Ontdek welke kansen zonne-energie, wind, opslag en vergisting bieden — en welke drempels moeten verdwijnen om hun potentieel te benutten.
De installatie combineert een helofytenfilter of rietveld met een ijzerzandfilter en slimme sensoren. Als het systeem goed werkt, kan het ook op andere locaties worden aangelegd.
Boerenbond wil meewerken aan lokale Blue Deals, maar stelt duidelijke voorwaarden: vrijwillige maatregelen, eerlijke vergoedingen en landbouwers als volwaardige partners in duurzaam waterbeheer.