Europese Commissie zet koers uit voor de veehouderij: kansen, maar ook belangrijke aandachtspunten
Aangemaakt op
Op 7 juli publiceerde de Europese Commissie haar langverwachte Europese veehouderijstrategie. Daarmee erkent Europa expliciet het strategische belang van de veehouderij voor voedselzekerheid, economische activiteit op het platteland en de open strategische autonomie van de Europese Unie. De Commissie wil ervoor zorgen dat de Europese veehouderij tegen 2040 niet alleen overeind blijft, maar ook kan floreren.
Voor Boerenbond is het positief dat de Commissie een duidelijke langetermijnvisie voor de sector uitwerkt. De strategie erkent dat veehouderij goed is voor ongeveer 40% van de toegevoegde waarde van de Europese landbouw, werk biedt aan zo'n 7 miljoen mensen en de ruggengraat vormt van veel plattelandsregio's.
Veehouderij opnieuw erkend als strategische sector
De Europese Commissie kiest nadrukkelijk voor een positiever verhaal over veehouderij. Waar het debat de voorbije jaren vaak focuste op de milieu-impact van de sector, benadrukt de strategie ook de bijdrage van veehouders aan voedselproductie, werkgelegenheid, biodiversiteit, landschapsbeheer en leefbare plattelandsgebieden.
Europa wil inzetten op vijf grote doelstellingen:
meer weerbaarheid tegen klimaatverandering, dierziekten en marktcrisissen;
versterking van de concurrentiekracht;
verdere verduurzaming;
behoud van veehouderij in alle Europese regio's;
uitbouw van een Europees kwaliteits- en excellentiemodel.
Meer aandacht voor investeringen en rendabiliteit
De Commissie erkent uitdrukkelijk dat veel veehouders vandaag kampen met hoge kosten, prijsvolatiliteit en een beperkte onderhandelingspositie in de keten. Ook wordt gewezen op een investeringskloof van meer dan 18 miljard euro in de Europese veehouderij.
Om die uitdagingen aan te pakken onderzoekt Europa onder meer:
een specifiek financieel instrument voor risicobeheer;
betere toegang tot leningen en investeringskapitaal;
ondersteuning van innovatie en digitalisering;
maatregelen tegen oneerlijke handelspraktijken;
een betere verloning van inspanningen rond duurzaamheid.
Ook vergunningverlening krijgt aandacht. De Commissie stelt vast dat trage en complexe vergunningsprocedures investeringen afremmen en wil werk maken van snellere procedures en meer rechtszekerheid voor landbouwers.
Dat sluit aan bij de vraag die Boerenbond al langer stelt om de Europese vergunningenknoop te ontwarren.
Dierziekten en vaccinatie hoger op de agenda
Recente uitbraken van blauwtong, vogelgriep en andere dierziekten hebben duidelijk gemaakt hoe kwetsbaar de sector is. Daarom wil de Commissie sterker inzetten op preventie, monitoring en vaccinatie. Ook wordt onderzocht of de huidige regelgeving rond vaccinatie en ziektebestrijding moet worden aangepast.
Daarnaast komen er initiatieven rond vroegtijdige detectie, digitale waarschuwingssystemen en bijkomende ondersteuning voor bioveiligheidsmaatregelen op bedrijven.
Mest wordt erkend als waardevolle grondstof
Een opvallend element in de strategie is de erkenning van dierlijke mest als een waardevolle grondstof binnen de circulaire economie. De Commissie wil verder onderzoeken hoe mest en digestaat beter kunnen worden ingezet als vervanger van kunstmest. Daarbij wordt expliciet verwezen naar een mogelijke uitbreiding van het RENURE-kader voor bepaalde mestproducten. Een eerste beoordeling over digestaatproducten wordt verwacht in het derde kwartaal van 2026. Dit werd ook al aangekondigd in het EU Fertiliser action plan van de Europese Commissie dat onlangs verscheen.
Ook de evaluatie van de Nitraatrichtlijn krijgt een vervolg, zoals ook al aangekondigd in vorige plannen. De Commissie wil samen met de lidstaten bekijken hoe de implementatie vereenvoudigd kan worden, onder meer rond bemestingskalenders, administratie en nutriëntenbeheer op bedrijfsniveau.
Voor Boerenbond zijn dit belangrijke signalen. In haar reactie stelt de organisatie dat de erkenning van dierlijke mest als waardevolle grondstof en de vaststelling dat er knelpunten bestaan binnen de Nitraatrichtlijn een eerste stap in de goede richting zijn. Boerenbond vraagt daarbij dat ook onverwerkte dierlijke mest in de toekomst als vervanger van kunstmest kan worden ingezet (de zogenoemde derogatie).
Nieuwe dierenwelzijnswetgeving op komst
De Commissie bevestigt dat ze verder werk wil maken van hogere dierenwelzijnsnormen. Tegen eind 2026 komt een voorstel voor leghennen en vleeskuikens, gevolgd door een voorstel voor de varkenssector in 2027. Daarbij wordt ingezet op een geleidelijke uitfasering van kooien, het stopzetten van het doden van eendagshaantjes en een verdere omschakeling naar alternatieve huisvestingssystemen.
Belangrijk is dat de Commissie erkent dat dergelijke omschakelingen aanzienlijke investeringen vergen en daarom gepaard moeten gaan met voldoende overgangstermijnen en financiële ondersteuning.
Daarnaast wil Europa onderzoeken hoe gelijkwaardige dierenwelzijnseisen ook voor ingevoerde producten kunnen gelden. Daarmee wil men vermijden dat Europese producenten worden benadeeld door concurrentie uit landen met lagere standaarden.
Boerenbond benadrukt eveneens dat een gelijk speelveld cruciaal is. Vlaamse landbouwers hebben de afgelopen jaren al grote inspanningen geleverd op vlak van dierenwelzijn. Zonder gelijke normen voor import zou productie zich enkel verplaatsen naar regio's met minder strenge regels.
Realistischer omgaan met methaanuitstoot
De Commissie erkent dat bestaande methodes om methaanemissies te berekenen niet altijd voldoende rekening houden met verschillen tussen bedrijfssystemen, voeders en genetica. Daarom wil ze werken aan een geharmoniseerde methode om broeikasgasemissies op bedrijfsniveau nauwkeuriger te meten.
Daarnaast wil Europa inzetten op innovatie, genetische selectie, aangepaste voeders, precisielandbouw en betere mestverwerking. Volgens de Commissie kan een combinatie van technologie en innovatie leiden tot aanzienlijke emissiereducties tegen 2040.
Eiwitplan moet Europese afhankelijkheid verkleinen
Gelijktijdig met de veehouderijstrategie stelde de Europese Commissie ook een Europees Eiwitactieplan voor. Daarmee wil Europa minder afhankelijk worden van ingevoerde eiwitten, vooral soja uit Zuid- en Noord-Amerika. Vandaag wordt ongeveer een kwart van de eiwitten die in de Europese veehouderij worden gebruikt ingevoerd. De Commissie wil het aandeel van in Europa geproduceerde eiwitgewassen en oliehoudende gewassen in diervoeders verhogen van 25% naar 35% tegen 2035.
Het plan zet in op meer teelt van eiwitgewassen zoals veldbonen, erwten, lupinen en soja binnen Europa, maar ook op een efficiënter gebruik van voeders, meer inzet van grasland en regionale voederstromen, en een betere valorisatie van nevenstromen binnen de circulaire bio-economie. Volgens de Commissie kan dit de strategische autonomie van Europa versterken, de afhankelijkheid van import verminderen en tegelijk nieuwe economische kansen creëren voor landbouwers en plattelandsgebieden.
Voor de veehouderij biedt dit kansen om sterker te steunen op lokaal geproduceerde voeders en de meerwaarde daarvan ook beter in de markt te zetten. Tegelijk zal het belangrijk zijn dat de Europese productie van eiwitgewassen voldoende rendabel wordt gemaakt en dat nieuwe ketens voor verwerking en afzet worden uitgebouwd. De Commissie wil hiervoor ondersteuning voorzien via het toekomstige landbouwbeleid, investeringen in verwerking en opslag, producentenorganisaties en promotie van Europese eiwitgewassen.
Voor Boerenbond is het positief dat de Commissie niet kiest voor een afbouw van de dierlijke productie, maar expliciet erkent dat een sterke Europese veehouderij nood heeft aan een robuuste en duurzame eiwitvoorziening. Een grotere productie van Europese eiwitgewassen kan bijdragen aan meer strategische autonomie, minder afhankelijkheid van import en een hogere weerbaarheid van onze landbouwsector.
Conclusie
Met deze strategie kiest de Europese Commissie duidelijk voor het behoud van een sterke veehouderij in Europa. Positieve elementen zijn de erkenning van het economische en maatschappelijke belang van de sector, de aandacht voor investeringen, vergunningverlening, diergezondheid, innovatie, mest als grondstof en een mogelijk eenvoudiger uitvoering van de Nitraatrichtlijn. Tegelijk bevat de strategie ook ambitieuze plannen rond dierenwelzijn en klimaat die de komende jaren verder zullen worden uitgewerkt. Met dit plan wordt rekening gehouden met een aantal van expliciete vragen die we ook meegeven tijdens de bevraging over dit onderwerp. Andere aspecten blijven voor ons nog net te vaag en onderbelicht. Daar blijven we uiteraard verder op wijzen.
Voor Boerenbond is het nu belangrijk dat de woorden uit de strategie snel worden omgezet in concrete maatregelen die landbouwers perspectief bieden, de investeringskloof helpen dichten en zorgen voor een gelijk speelveld binnen én buiten Europa.
Vlaamse brouwgerst komt sterk uit het veld, maar voldoet ze ook aan de strenge eisen voor calibrage, eiwit en vocht? Ontdek waar kwaliteit het verschil maakt bij ontvangst en afname.
Te lichte biggen, oplopende uitval en een ontevreden afnemer: op een zeugenbedrijf met 280 zeugen stapelden de problemen zich op. DGZ vertelt hoe ze de boosdoener - PRRS - onder de knoet kregen.
Minister Brouns lichtte de nieuwe drinkwatermaatregelen toe voor land- en tuinbouwers in West-Vlaanderen. Ontdek wat de regels rond triazolen en bufferzones betekenen voor Blankaart, Gavers, Zillebeke en Dikkebus.
Boerenbond vraagt meer nuance in het debat over eendagskuikens: een wettelijk verbod is volgens de sector technisch onzeker, duur en slecht voor de concurrentiekracht. Eerst overleg, dan beleid.