Gelezen in Boer&Tuinder: Jan en Sofie steken en sorteren asperges met hulp uit Roemenië
Aangemaakt op
Vijftien jaar geleden gooide de familie Nooyens het roer om: de tomaten verdwenen uit de serres in Poppel en maakten plaats voor asperges. Vandaag staan Jan Nooyens en zijn echtgenote Sofie Versteynen aan het roer, terwijl Jans ouders het stilaan kalmer aan doen. Met asperges onder glas én in vollegrond hebben ze meer dan hun handen vol.
Dat Jan geen tomatenteler zou worden, stond al snel vast. “Het tomatenbedrijf was anderhalve hectare groot en werd verwarmd met extra zware stookolie. Dat was niet meer rendabel. Aardgas en een warmte-krachtkoppeling zijn voor zo’n klein bedrijf geen oplossing. Het veel grootser aanpakken was voor mij te onzeker. We zijn dan op zoek gegaan naar een andere teelt om in de serre te zetten. In een Nederlands tijdschrift las ik over aspergeteelt onder glas, wat hier minder bekend was. We zijn gaan kijken bij een collega die zelf ook omschakelde van tomaten naar asperges en hebben de knoop doorgehakt om er ook voor te gaan. De 1,5 hectare serre-asperges van toen zijn er nog altijd, aangevuld met ongeveer 30 hectare in de vollegrond. Dat is dus een pak meer dan de 3 hectare aanplant waarmee we 15 jaar geleden begonnen zijn.”
“Op drukke momenten komen mijn ouders nog helpen. Sofie en ikzelf werken ook mee in de teelt en we hebben één vaste medewerker die hier het jaar rond aan de slag is. Een Roemeen, die jaren geleden als seizoenarbeider is gestart en intussen in België woont en hier nu vast werkt. Er is heel het jaar door wel wat werk aan de asperges. Dat werken we af met ons kleine team. Tijdens het seizoen zetten we seizoenarbeiders in voor het oogsten en sorteren. Zelf zijn wij dan vooral bezig met het aansturen en organiseren van hun werk, en ook de eindcontrole ligt bij ons.”
Asperges voor elk budget
Jan en Sofie zetten hun asperges voornamelijk af via de veiling, naar supermarktketen Lidl en in twee winkels en marktkramen. “Daarbij krijgen we de hulp van een Belgische seizoenarbeidster”, vult Sofie aan. “We zitten met ons bedrijf in een uithoek. Niet iedereen komt naar hier om asperges te kopen. We rijden dus met onze marktkramen naar verschillende dorpen waar we ons product verkopen. Er zijn zo veel soorten asperges. De minder mooie hebben een even lekkere smaak als de perfect gevormde. In de winkel vinden klanten enkel de mooiere en duurdere. Met onze kramen willen wij ervoor zorgen dat consumenten met elk budget asperges kunnen eten.”
Het seizoen begint bij Jan Nooyens elk jaar rond 20 februari. “Dan starten we in de serre. Dat duurt een zestal weken. Daarna schuiven we op naar buiten. Daar hebben we een teelt die ‘verwarmd’ is: een minitunnel zorgt ervoor dat ze iets vroeger klaar zijn dan de standaard geteelde asperges vanwege het beperkte serre-effect. Er is natuurlijk ook veel verschil in rassen: sommige soorten beginnen te groeien bij 12 °C, andere pas bij 16. Wij streven naar een mooie spreiding. Ons seizoen duurt tot eind juni.”
“Het handige aan de serre is dat er ook in het voorjaar altijd werk is voor onze seizoenarbeiders. Bij de buitenteelt van asperges komen veel voorbereidingen kijken. De seizoenarbeiders kunnen buiten niet verder als het nat is, maar dan kunnen ze wel in de serre aan de slag. Wij combineren de voorbereidingen in openlucht met het oogsten in de serre om zo van bij het seizoen al enkele seizoenarbeiders aan de slag te hebben. En dan bekijken wij wanneer er extra moeten bij komen.”
Sociale media zijn daarin een hulpmiddel. Of ten minste: dat waren ze toen Jan en Sofie voor het eerst Roemeense seizoenarbeiders wilden aantrekken. “Intussen hebben wij dezelfde mensen die al vele jaren terugkomen. Op piekmomenten hebben wij hier werk voor 40 à 50 mensen. En we krijgen meer aanvragen dan dat er werk is. Mensen die hier al meer dan tien jaar komen werken, zijn blij als hun familie hier ook kan starten. Dat zijn ook mensen die heel gemotiveerd zijn. Ze vertellen thuis met passie over hun werk en zo krijgen ook hun Roemeense familieleden en kennissen goesting om naar hier te komen.”
Kort en krachtig
“Misschien wel het grootste verschil met de langere teelten zoals tomaten, is dat onze mensen zo goed als nooit de intentie hebben om op termijn in België te willen blijven. Ze komen naar hier om een paar maanden hard te werken en keren met een mooi bedrag op hun rekening terug naar Roemenië. Dat geld gebruiken ze om in hun eigen land iets op te bouwen. Dat spreekt natuurlijk tot de verbeelding. Koppels vragen wanneer hun tienerkinderen mee naar hier mogen komen om te werken, net omdat ze weten dat ze hier goed verdienen. Elk jaar krijgen we nieuwe foto’s toegestuurd van onze seizoenarbeiders die hun pas aangekochte bouwgrond of hun afgewerkte woning willen tonen. Er is zelfs één medewerker die hier heeft leren lassen en intussen in Roemenië zijn eigen lasbedrijf heeft opgezet. Ze krijgen hier op enkele maanden tijd kansen die ze thuis niet altijd krijgen. Als je bij de mensen een goed gevoel hebt, en ze hebben het goed met jou voor, dan werkt dat aan de twee kanten. Wij zijn goed voor mekaar.”
“Alles begint met kansen krijgen, en de tijd om te leren”, weet Sofie. “We gaan ons niet druk maken in iemand die iets niet kan. Lukt het echt niet, dan beseft die persoon dat zelf ook wel. Asperges steken is fysiek intensief. Niet iedereen kan dat aan. Maar we hebben ook een sorteerhal waarin gewerkt wordt. Het zijn veelal vrouwen die aan de sorteermachine staan, omdat dat lichamelijk wat minder zwaar is. Maar er zijn ook dames die niets liever willen dan de hele dag in het veld staan. Er zijn hier gelukkig meerdere taken die ze kunnen uitvoeren.”
De vaste medewerker van Jan en Sofie spreekt zowel Roemeens als Nederlands.
Taal en tekeningetjes
De vaste medewerker van Jan en Sofie spreekt zowel Roemeens als Nederlands, dus hij is de geschikte persoon om instructies te geven. En Jan spreekt zelf ook al een mondje Roemeens. “Basiszaken die je dagelijks nodig hebt bij de teelt. En onzin, dat leer je ook rap. Als er echt iets duidelijk moet worden uitgelegd, verloopt de communicatie via onze medewerker. We hebben ook een map met uitleg over de werking van het bedrijf en hygiënemaatregelen en zo. Die is vertaald naar het Roemeens en ze kunnen die doornemen.”
Hoewel ook dat soms een uitdaging is, ondervindt Sofie. “Zo hebben wij in de verblijven informatie opgehangen over afval sorteren, niet enkel met tekst, maar ook met fotootjes of pictogrammen. Niet al onze medewerkers kunnen lezen en schrijven. Wie gestudeerd heeft, krijgt in Roemenië ook wel kansen. De mensen die hier komen werken, zijn vaak laaggeschoold. Dat merk je in taal, maar ook in rekenen. Denk aan het verpakken van asperges in een schaaltje van 500 gram. Zegt de weegschaal 530, haal je een dikke asperge eruit en stop je een dunne erin. Maar in die berekening slagen sommige medewerkers niet. Voor hen is er dan gelukkig wel een plaatsje aan de sorteermachine. Sorteren kunnen de meeste van onze medewerkers probleemloos.”
“We moeten momenteel geen beroep doen op werknemers van buiten de EU en daar zijn we blij voor, want de administratie is nu al best intensief. Zo moeten onze seizoenarbeiders een woonplaatsverklaring meebrengen. Daar hameren we echt op, maar ze krijgen schrik van de belastingbrief en proberen er onderuit te komen. Betalingen moeten via de bank gebeuren, maar ze hebben niet allemaal een bankrekeningnummer. Om ervoor te zorgen dat ze zo goed mogelijk met alles in orde zijn, hebben wij nu een standaardbericht dat wij hen sturen voor ze naar België komen. Daarin staat alles nog eens op een rijtje.”
Alles voor het gezin
“Om tien uur hebben we koffiepauze en dan beginnen ze vaak over hun gezin te babbelen, ze laten foto’s zien van hun kinderen. Als mama denk ik dan dat het best pittig moet zijn om je kinderen achter te laten om in het buitenland aan hun toekomst te werken. Ik heb daar enorm veel respect en bewondering voor. Wij wonen hier in een klein dorp. In het seizoen valt het natuurlijk op dat er plots veel Roemenen in het winkeltje staan. Er zijn wel dorpsgenoten met vooroordelen, maar hen proberen wij altijd te vertellen waarom die mensen hier zijn. Zij zijn hier om aan hun toekomst te werken, ze gaan die kans niet vergooien. Natuurlijk zijn zij gewend om hun leven anders in te richten dan wij. De uitbater van het enige winkeltje in het dorp weet dat hij ons kan contacteren mocht er ergens iets mislopen, en dan zoeken we samen naar oplossingen. De woonruimte van onze seizoenarbeiders breidden we recentelijk nog uit. Het is comfortabeler voor hen als ze meer plaats hebben. Zeker wanneer het seizoen vordert, merk je dat er toch wel spanningen kunnen ontstaan. Dan is wat extra ruimte wel aangenaam.”
“Alle ballen tegelijkertijd hoog houden is tijdens het seizoen best moeilijk.”
De samenwerking met de seizoenarbeiders loopt vlot bij Aspergebedrijf Nooyens, maar dat wil niet zeggen dat er geen uitdagingen zijn. Sofie besluit: “Alle ballen tegelijkertijd hoog houden is tijdens het seizoen best moeilijk. Wij werken beiden mee in de productie van een teelt die zeven op zeven is. De kinderen hebben ook hobby’s, ze leven hun leven en dat gaat door. En behalve het werk in de teelt is er ook nog het administratieve. Wij hebben geen medewerker op kantoor, dat is iets dat wij er tussendoor nog bij nemen. En natuurlijk zijn onze seizoenarbeiders hier ook wanneer ze niet aan het werk zijn. Als ze bijvoorbeeld ziek worden, of er werkt iets niet in hun verblijf, zullen zij ons bellen. Dat is logisch, want zij weten niet hoe het hier in België werkt. Wij zijn hun ankerpunt. En we willen hen natuurlijk graag helpen, maar dat maakt dat het seizoen echt wel intensief is. We hebben er ooit wel aan gedacht om een combinatie op te starten met een tweede teelt, maar er zou altijd overlap zijn en de minder drukke periode vanaf de zomer is ook altijd meer dan welkom. Het is mooi als we de huidige werking de komende jaren goed kunnen blijven volhouden.”
Campo Solar groeide in tien jaar van een tuinfeest uit tot een festival voor 30.000 bezoekers, met landbouw als hart van de beleving: tussen mais, bloemen en lokale smaken.
De komkommerprijs kende afgelopen jaar flinke schommelingen. Begin dit jaar normaliseerde de prijs opnieuw en keerde die terug naar het niveau van de voorgaande jaren.
Proefstation voor de Groenteteelt en Proefcentrum Hoogstraten fuseren tot Harvestis. De directeurs leggen uit hoe die nieuwe praktijkonderzoeksfederatie telers beter wil ondersteunen met gerichte innovatie.
ILVO-onderzoekster Sarah Garré gaat op zoek naar mogelijkheden voor onze boeren om ook in de toekomst nog goed te kunnen blijven telen, ongeacht of het nu veel of weinig regent; Willem Rombaut vertelt over het Steunpunt Groene Zorg; en we maken kennis met Harvestis, de nieuwe naam van de fusie van het Proefstation voor de Groenteteelt in Sint-Katelijne-Waver en Proefcentrum Hoogstraten.
Water wordt steeds bepalender voor land- en tuinbouw. Ontdek hoe alternatieve waterbronnen, druppelirrigatie, beregeningstools en peilgestuurde drainage landbouwers helpen slimmer om te gaan met droogte.
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
Provincie Antwerpen blijft de landbouwkamer ondersteunen als adviesorgaan en maakt jaarlijks 25.000 euro vrij voor scholenbezoeken en imago-activiteiten rond landbouw.
Peilbesluiten bepalen waterpeilen in Vlaanderen en beïnvloeden landbouw, natuur en bedrijfsvoering. Ontdek hoe de procedure verloopt, waar inspraak mogelijk is en wat de impact is op percelen.
VMM werkt aan een totaalplan voor de Getestreek om wateroverlast beter op te vangen, met maatregelen per deelgebied en prioriteit voor woonkernen. De stand van zaken van dit klimaatrobuuste project.
Campo Solar groeide in tien jaar van een tuinfeest uit tot een festival voor 30.000 bezoekers, met landbouw als hart van de beleving: tussen mais, bloemen en lokale smaken.