“Ik wist van jongs af aan: dit bedrijf wil ik verderzetten”
Op de plaats waar ooit een klein rundveebedrijf stond, bloeit vandaag een mooi varkensbedrijf. Het is het bedrijf van de familie Gorssen in Kaulille. Wat in 1986 begon met een droom van Neel en Liesbet, groeide langzaam maar zeker uit tot een gesloten varkensbedrijf met drie locaties, 280 zeugen en zo’n 2000 vleesvarkens. Zoon Jan nam reeds een groot deel van het bedrijf over en staat klaar om het familieverhaal verder te zetten.
Toen Neel trouwde met Liesbet, de dochter van een varkensboer, waren ze het er snel over eens: zij zouden varkens houden. Ze startten met 80 Piétrainzeugen en stapten in de berenfokkerij. De liefde voor genetica zat er meteen in. Niet veel later breidden ze uit naar 120 zeugen en namen ze in 1994 het bedrijf van Liesbets ouders over. Zo kwam er een tweede locatie, en later werd een derde bedrijf gehuurd. Alles deden ze op hun eigen ritme.
Doorgegeven passie
Jan groeide op tussen de stallen. “Vanaf ik kon lopen, liep ik hier tussen de varkens”, vertelt hij. “Na school hielp ik altijd mee. Een dag niet in de stallen, was een dag niet geleefd”, lacht hij. “Vanaf mijn veertiende konden mijn ouders met z’n tweeën gerust twee weken op vakantie. Dan nam ik samen met mijn broers en zus de taken over. Ik deed dat altijd al heel graag, dus ik wist al snel: dit is mijn wereld.”
Die overtuiging werd werkelijkheid in 2015, toen Jan afstudeerde en thuis aan de slag ging. In 2018 nam hij een groot deel van de bedrijfsvoering over. Hij runt sindsdien het grootste deel van het bedrijf en brengt nieuwe ideeën, nieuwe energie en vooral een enorme passie voor Piétrainfokkerij mee, net zoals zijn beide ouders. Met 45 Piétrainzeugen en enkele beren is hij vandaag een van de grootste spelers binnen het Belgische Piétrainstamboek. “Het is mijn hobby, mijn passie. Als ik die Piétrainbiggetjes geboren zie worden, voel ik mij op mijn best”, zegt Jan.
Pasgeboren Piétrainbiggetjes
“Fokken van de beste Piétrainvarkens is mijn passie.”
“Ik zit er natuurlijk niets mee in dat Jan zo gepassioneerd aan en in ons bedrijf werkt”, zegt Neel. “De laatste jaren probeer ik iets meer tijd voor mezelf vrij te maken, zodat ik nog maar 6 van de 7 dagen op het bedrijf werk. Woensdagen zijn voor vissen en jagen, want daar liggen mijn andere passies. Als ik mij terugtrek in de natuur kom ik helemaal tot rust. Dat is mijn momentje.”
Genetica en management als hefboom voor dierenwelzijn
De zorg voor hun dieren zie je ook in hun aanpak rond staartbijten. Tien jaar geleden stopte de familie Gorssen volledig met staartcouperen. “Je kan staartbijten tegengaan met selectie op genetica”, zegt Jan vastberaden. “Maar het vraagt aandacht. Je moet selecteren op gedrag. Beren die agressief zijn, haal je eruit. Groepen goed samenstellen, stress minimaliseren … Je kan daar genetisch en op basis van management veel in sturen. Het heeft tijd en geduld gekost, maar we zien zeer goede resultaten waar we trots op zijn. Er heerst rust in onze stallen.”
Vergunningen bepalen hoe de toekomst eruitziet
2028 wordt een belangrijk jaar voor het bedrijf. Dan moeten alle vergunningen vernieuwd worden. De familie wil twee oude stallen afbreken en op die plaats één nieuwe bouwen. Niet om uit te breiden, maar om te moderniseren en zo de zorg voor de dieren te optimaliseren. “Alleen zo kan ik deze job voltijds blijven doen”, zegt Jan. “Zonder nieuwbouw, dus zonder optimalisatie van ons management, moet ik halftijds gaan werken. De productieverschillen tussen oude en nieuwe kraamstallen zijn nu al zichtbaar bij ons. Als we willen vooruitgaan, moet er een nieuwe stal komen. Dat heeft alleen maar voordelen voor voor onszelf én de dieren.”
“Een nieuwe stal nodig om mijn toekomst hier te verzekeren.”
Vooral de strenge regelgeving rond geur maakt het spannend om een nieuwe vergunningen te krijgen. “We hebben nog nooit een klacht gehad”, legt Neel uit. “Maar de berekeningen zijn zeer streng. We hopen gewoon dat onze zoon hier ook nog een toekomst heeft, want wij beseffen dat dit - net als bij ons - zijn passie is.”
Een bedrijf dat draait op familie
“Met ons gesloten varkensbedrijf vermijden wij zo veel mogelijk passage van vreemden in of nabij onze stal. We hebben ook nog nooit de hulp ingeroepen van iemand van buitenaf om te komen meewerken op ons bedrijf. We doen al het werk met z’n drieën, en zo nodig springt er wel eens een familielid bij”, vertelt Jan.
“Zelfs de stallen hebben we in het verleden zonder al te veel hulp van externen gebouwd”, pikt Neel in. “Samen met mijn gezin die stallen zetten was misschien wel de mooiste periode uit mijn carrière. Je voelt dan echt dat je samen iets opbouwt. Dat heeft onze band nog meer versterkt.”
“We werken nog altijd volgens een klassiek wekensysteem, geen meerwekensysteem”, zegt Jan. “Ik wil dat mijn ouders op hun gemak kunnen blijven werken. Nu ze tegen hun pensioen aan zitten, gaan we onze werkwijze niet meer veranderen. Dat systeem werkt goed voor ons. Als het werk vandaag niet af geraakt, doen we het morgen. Dat is onze manier van werken, en dat verloopt goed.”
Dierenliefde blijft de rode draad
Ondanks de heel wat automatisering in de stallen, wordt er in de kraamstal nog met de hand gevoederd. Dagelijkse opvolging is cruciaal voor de familie Gorssen. “We zien elk varken zeker twee keer per dag”, zegt Neel. “Dat gebeurt niet overal meer. Maar hier wel.” Jan vult aan: “Dat contact met de dieren is echt het mooiste dat er is. Ik wil perfect op de hoogte zijn van hun gezondheid.”
Samen verder, met hoop en gezond boerenverstand
De toekomst van de sector mag onzeker lijken, toch is de familie Gorssen hoopvol. “Er zullen steeds minder varkenshouders overblijven”, aldus Jan. “Omdat de investeringen zo groot zijn. Maar als wij die nieuwe stal mogen bouwen, kunnen wij nog jaren vooruit. En wij doen dit zo graag. Elke dag opnieuw.”
FOD WASO verduidelijkt de regels: bedrijven zonder personeel hoeven voor stagiairs en duaal leren niet langer aan te sluiten bij een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk.
Landbouweducatie laat kinderen de sector van dichtbij beleven en vergroot begrip en draagvlak voor de landbouw van morgen. Ontdek hoe boeren hun verhaal kunnen delen met scholen en jongeren.
Jonge boeren lopen vast op de complexe NER-regels in Vlaanderen. Groene Kring vraagt snelle hervorming, zodat bedrijfsovernames haalbaar blijven en de sector toekomst krijgt.
Hoe breng je de milieu-impact van een product op een betrouwbare en vergelijkbare manier in kaart? Ontdek op 8 september hoe LCA en PEF daarbij helpen. Tijdens dit webinar krijg je praktische inzichten, voorbeelden en concrete handvaten voor de voedingsketen.
Provincie Antwerpen en Harvestis versterken de komende jaren het praktijkgerichte tuinbouwonderzoek met een nieuwe samenwerking en jaarlijkse steun van 100.000 euro voor duurzamere, rendabele oplossingen voor telers.
Publieke consultatie voor natuurbeheerplan Hazeberg - Molensteen in Bierbeek van 20 augustus tot 19 september 2026. Bekijk het plan en dien eventueel bezwaar in.
Vroeg zaaien maakt het verschil: uit een proef van Inagro, UGent en ILVO blijkt dat groenbemesters winteronkruiden sterk kunnen remmen, vooral met Japanse haver en goed gekozen mengsels.
Hoe ervaren landbouwers, erfbetreders en zorgverleners mentale hulp in de landbouw? Binnen het project De doos van Pandora peilen we naar drempels en kansen om ondersteuning beter af te stemmen op de praktijk.
Jonge boeren lopen vast op de complexe NER-regels in Vlaanderen. Groene Kring vraagt snelle hervorming, zodat bedrijfsovernames haalbaar blijven en de sector toekomst krijgt.
De Vlaamse uienteelt groeit snel, maar telers worstelen met gewasbescherming en rassenkeuze. Jonas Bodyn van Viaverda pleit voor een scherpere blik op opbrengst, kwaliteit en afzet.