Op 1 april vierde Viaverda zijn tweejarig bestaan. Het leek ons een goed moment om samen met directeur Bruno Gobin te bekijken of en hoe de fusie van PCS, PCG en PCA (respectievelijk proefcentra voor sierteelt, groenten en aardappelen) positief uitgepakt heeft voor de werking. In Boer&Tuinder van april focusten we al op het onderzoek voor sierteelt en groenvoorziening, hier lees je het uitgebreide interview.
“Het grote voordeel is dat we konden rekenen op decennia aan ervaring van de drie proeftuinen”, opent Bruno het gesprek. “We zijn niet gestart van nul, maar integreerden zaken die voordien al heel goed liepen en allemaal ook heel goed ingebed waren in de sector, waarvoor ze werken.” Gobin was net als zijn voorganger Eddy Volckaert al directeur van de drie proefcentra. De eerste ideeën voor de fusie zijn al jaren geleden ontstaan. “We brachten de medewerkers al enkele jaren meer met elkaar in contact, door gemeenschappelijke nieuwjaarsfeestjes en dergelijke. Er liepen ook al verschillende projecten waarbij onderzoekers van de verschillende centra betrokken waren, en dat is zeker intenser geworden. Onderzoekers komen mekaar meer tegen en werken meer samen.”
Over de teelten heen
Viaverda heeft teeltgerichte teams, die voor één sector werken, zoals aardappelen of sierteelt onder bescherming. Viaverda geeft medewerkers de kans om zich thematisch te specialiseren, binnen de krijtlijnen van projectfinanciering. “De mensen werken binnen één van de teeltteams, maar het is bijvoorbeeld logisch dat bemestingsexperten uit verschillende teams samenwerken over de teelten heen. Zo hebben we ook onder meer experten in gewasbescherming en energie, die over de sectoren heen in werkgroepjes samen bekijken wat ze kunnen leren van elkaar.”
Vanuit die basis kunnen we nieuwe zaken ontwikkelen waar iedereen beter van wordt. “Dergelijke samenwerkingen verlopen nu meer gecoördineerd. En het is ook eenvoudiger om samen te werken. Vroeger dienden we er in te slagen om twee proefcentra als partner aanvaard te krijgen in een Europees project. Nu bieden we als 1 partner expertise uit verschillende sectoren We kunnen zo ook veel korter op de bal spelen. Komt er uit bijvoorbeeld een vraag binnen uit de sierteelt en werken we toevallig samen met een relevante Europese partner in een groenteproject, dan kunnen we veel gemakkelijker beroep doen op die expertise. Maar ook telers vinden binnen Viaverda hun weg naar info of studiemomenten van de andere teeltgroepen.”
“Onze onderzoekers komen mekaar meer tegen en werken meer samen.”
Vlaams onderzoek
Viaverda werkt nauw samen met andere praktijkcentra in Vlaanderen. “We hebben de opdracht van de overheid om praktijkgericht onderzoek te doen voor groenten, fruit, sierteelt en akkerbouw. Viaverda is actief voor drie van die sectoren. De middelen die Vlaanderen daarvoor ter beschikking stelt maken ongeveer 9% uit van ons budget.” Daarnaast zijn er veel projectmiddelen. “Bij elke 100 euro die we zo krijgen, dienen we 75 euro bij te leggen vanuit de sector. Een groot deel van die sectorbijdrage komt vanuit Boerenbond en AVBS, en daarnaast ook van de 2400 professionelen die lidgeld bijdragen en zo de werking steunen. Tenslotte blijft de provincie Oost-Vlaanderen onze belangrijkste financier, rond de 20%.” Maar de afhankelijkheid van projectfinanciering blijft groot, met heel diverse cofinancieringsvereisten. “Het is telkens een hele klus om dat rond te krijgen. Daarom zijn we heel blij met het engagement van Boerenbond om jaarlijks een belangrijk bedrag ter beschikking te stellen van praktijkcentra, universiteiten en hogescholen, voor de cofinanciering van allerlei projecten met relevantie voor de sector. Voor elke 100 euro die ze bijleggen, komt er bv in een Vlaio-project 900 euro bij. Op die manier wordt een belangrijke hefboom gecreëerd voor het land- en tuinbouwonderzoek.” Waar mogelijk worden ook toelevering en handel of verwerking als cofinancier betrokken. In de groenteprojecten spelen ook de veilingen een belangrijke rol.
“Via cofinanciering creëert Boerenbond een belangrijke hefboom voor het onderzoek.”
Onderzoeksthema’s
Bij het bekijken van de onderzoeksthema’s duidt Bruno enkele projecten waarmee duidelijke impact in de sector werd gerealiseerd. In de groenten zijn er drie teams: openluchtgroenten akkerbouwmatig, openluchtgroenten intensief en groenten onder bescherming. “We zijn heel trots op de uienteelt. Die bestond al wel in Vlaanderen, maar de telers moesten hun informatie bij commerciële voorlichters halen, of in het buitenland. Op hun vraag zijn we gestart met onderzoeks- en voorlichtingsinitiatieven. Dankzij enkele gepassioneerde medewerkers merken we enorm veel interesse en zien we dat de teelt is gegroeid in Vlaanderen. We hebben nu ook een demoplatform uien, naast dat van de aardappelen. We voelen dat de sector ons volgt, wanneer we daarin een bepaalde richting uitgaan. Verder hebben we de teelt van bataat geïntroduceerd in Vlaanderen. Heel wat telers zijn ermee gestart, en er is ondertussen ook een markt voor.
En een derde is gemberteelt onder bescherming, waar veel opportuniteit ligt.” Bij de aardappelen moeten zeker de waarschuwingsmodellen voor aardappelziekte (phytophtora) en alternaria vermeld worden. “Onze experten bouwen daar al meer dan twintig jaar aan. In het begin werden de waarschuwingen per brief verstuurd, nadien met de fax en nu worden ze gemaild en kunnen de gebruikers het risico voor hun eigen percelen bekijken door in te loggen. Het systeem houdt rekening met de plaatselijke weersontwikkelingen om aan te geven hoelang de huidige bescherming duurt en wanneer je pas opnieuw moet spuiten. Dat is enorm belangrijk, omdat je daardoor veel minder spuit dan iemand met kalenderbespuitingen, met een direct effect op de kostprijs. We zorgen ook voor transparantie in de markt met onze prijzentelefoon. Daartoe bellen we een groot deel van het areaal op. De vakorganisatie Belgapom doet hetzelfde bij hun handelaars, en die twee prijzen worden dan tegenover elkaar gezet. Verder geven we ook heel veel individueel advies.”
De afdeling bio onder glas in Kruisem werkt ook nauw samen met de onderzoekers biosierteelt. “De meeste biotelers hebben naast groenten ook wat sierteelt. Ook het aantal CSA’s of zelfpluktuinen steeg enorm.”
Sierteeltonderzoek
Voor de sierteelt maakte Viaverda de afgelopen jaren het verschil in geïntegreerde gewasbescherming. Het areaal van de sierteeltsector is te klein om commercieel interessant te zijn voor producenten van gewasbeschermingsmiddelen om hun middelen te erkennen voor toepassing in de sierteelt. “Daarom hebben we heel veel proeven om de erkenning van bestaande middelen uit grote teelten te kunnen uitbreiden. We geven ieder jaar nieuwe posters uit met erkende middelen voor de sierteelt. Ik vermoed dat zowat tweederde van die erkenningen er gekomen is dankzij werk van onze experten. Dat is enorm belangrijk. Ik vind dat we onze toolbox voor IPM zo veel mogelijk moeten uitbreiden met niet-chemische middelen. We zetten ook sterk in op het ontwikkelen van biologische alternatieven. Voor een aantal plagen lukt dat zeer goed, maar voor andere plagen, zoals bv quarantaineorganismen hebben we chemie echt wel nodig.
Wat energie betreft, zetten we sterk in op het demonstreren van schermsystemen. Een aantal jaar geleden zijn we gestart met temperatuurintegratie. De recentste energiecrisis maakt dat er weer meer interesse is om ’s nachts de temperatuur wat te laten zakken, wanneer je verwacht dat de zon gaat schijnen op de volgende dag. Zo kan je heel wat geld uitsparen. Op vlak van bemesting zijn we bezig met bodemvruchtbaarheid. De sierteelt ondervindt belemmeringen van het mestbeleid, omdat het niet evident is om de bemesting in meerjarige teelten te spreiden over de jaren. We hebben ooit verschillende bemestingspraktijken en snoeitechnieken gedemonstreerd op een perceel bij een boomkweker, waar we dan inkopers voor de overheid hebben uitgenodigd. De discussies daar, over de kwaliteit van de bomen, waren bijzonder boeiend. Het is echt wel relevant dat je de juiste techniek toepast die enerzijds een sterke boom oplevert, maar anderzijds ook een boom die nog aanvaard wordt door die inkoper. Met minder bemesting kan men een sterke boom kweken, maar het kan nuttig zijn om extreme kwaliteitseisen iets te milderen. Op die manier ondersteunen we telers ook enigszins op het gebied van vermarkting.”
De zoektocht naar alternatieven voor veen blijft ook een uitdaging. “De vraag komt vooral vanuit de Engelse markt, maar ze leeft toch ook wat in België. We hebben al heel wat telers geholpen om een werkbare verhouding samen te stellen in hun substraatmengsel. Maar er zijn uiteraard heel veel teelten. In sommige teelten kan je daar heel ver in gaan, maar we geven ook aan de overheid mee waar de grenzen liggen.”
Wat het onderzoek rond water betreft, wil Bruno zeker ook nog de meerlagenteelt vermelden. Daglichtloos telen lijkt verre toekomst, maar we zijn al zover dat bepaalde bedrijven daarin hebben geïnvesteerd, niet alleen in de sierteelt maar ook voor bv basismateriaal van aardappelpootgoed. We proberen te komen tot een systeem waarin de milieu-impact zich beperkt tot het gebouw. Zelfs het water dat de planten verdampen wordt opgevangen en opnieuw in het systeem gestoken. In 2027 host Viaverda, samen met partners ILVO en UGent hier het internationale ‘Vertifarm’ congres, waarop experten uit de hele wereld zullen aanwezig zijn. Die samenwerking stoelt op de Technopool Sierteelt, waarin Viaverda samenwerkt met UGent, HoGent en ILVO. “We werken samen rond substraten, maar ook rond watergebruik, energie en voor meerlagenteelt.” Voor andere sectoren bestaat Agrolink, dat op dit moment vooral probeert om grotere thema’s aan te pakken, over de instellingen heen. “Een belangrijk thema is de vraag hoe we omgaan met onze data. Alle onderzoeksinstellingen beschikken over massa’s data. Maar als daar niet de juiste metadata mee verbonden zijn, dan zijn die eigenlijk alleen maar bruikbaar door de betrokken onderzoeker. We werken aan afspraken om die data meer toegankelijk te maken, zodat ook andere onderzoekers er informatie uit kunnen halen. Vlaanderen is klein, wat maakt dat we gemakkelijk mekaar betrekken in onderzoek. Wij doen zelden dingen alleen.”
“Ik vermoed dat zowat tweederde van middelen erkend is dankzij werk van onze experten.”
Onderzoek groenvoorziening
Ietwat een buitenbeentje bij Viaverda is het onderzoek groenvoorziening. “Dit is een hele belangrijke sector, niet alleen voor ons, maar voor de hele Vlaamse economie en voor het Vlaamse landschap en de leefomgeving. Toch wordt dit belang ernstig onderschat door de Vlaamse overheid. En daar moeten we iets aan doen.” Bruno legt uit dat Viaverda voor dit onderzoek gedurende 3 jaar een toelage kreeg vanuit het departement Omgeving. “Maar die staat momenteel ter discussie.” Zelf leg ik onmiddellijk de link met de inspanningen van Vlaanderen voor de klimaatverandering, waarin groenvoorziening toch een belangrijke milderende rol moet spelen. Bruno bevestigt dat tuinen, openbaar groen en de omgevingsaanleg op bedrijventerreinen niet minder dan 12% uitmaken van de totale Vlaamse oppervlakte. “Sedert 2008 hebben we hier geleidelijk een enorme expertise rond groenvoorziening opgebouwd. We doen heel wat relevante zaken, met veel impact in de praktijk. We leren tuinaannemers en groenvoorzieners omgaan met plagen en ziekten. Er zijn heel veel tuinaannemers die op een goede manier omgaan met IPM. Maar er zijn er ook met minder kennis. We werken heel hard op pesticidenvrij of -arm groenbeheer, via goede aanleg, planttechniek en plantenkeuze. Dat is soms complex, dan moet die tuinaannemer op Viaverda terug kunnen vallen voor correct advies. Dat werkte goed, maar… (zucht). We hopen dat er initiatief komt vanuit het departement Omgeving. We hebben samen met de sector zelf een engagement opgenomen door het kwaliteitslabel GroenGek(l)eurd te lanceren, om goede praktijken en professionaliteit te stimuleren. Maar we verwachten dan toch dat het departement minstens eens een beleefde brief rondzendt om te vragen dat alle tuinaannemers zich in orde stellen met deze minimale wettelijke vereisten. We zijn nog steeds in blijde verwachting, maar intussen doen we verder met die werking voor groenvoorzieners.”
“Met ons sortimentsonderzoek streven we naar de juiste plant op de juiste plaats, waardoor we veel problemen kunnen voorkomen. We brengen biodiversiteit in de tuin en gelaagdheid, met ook bomen en struiken die belangrijk zijn voor vogels. We zetten ook in op bodemkwaliteit. Je bodem verbeteren is vaak belangrijk in tuinen, maar vooral ook in openbaar groen. Denk aan bodemverdichting. Bij werken in de straat rijden de kranen naast het beton. En nadien moet een boom maar zien dat hij groeit in een plantgat van 20 x 20 x 20 cm. En valt het tegen, dan heeft de boomkweker het gedaan. Er wordt heel veel onthard, wat een goede zaak is. Maar die bodems moeten verbeterd worden. We hebben ondertussen ook een heel goede expertise en netwerk opgebouwd in die materie.”
“Het belang van ons onderzoek groenvoorziening wordt ernstig onderschat door de Vlaamse overheid.”
Vorming
Ook vorming is een belangrijk aspect in de werking van een proefcentrum. “We doen praktijkonderzoek, wat maakt dat telers al beter kunnen beoordelen of ze iets zijn met de resultaten. Maar we organiseren ook demonstraties, om nieuwigheden te tonen aan de telers. Daarnaast hebben we heel wat activiteiten zoals studiedagen, proefveldbezoeken en vormingsmomenten allerhande. Dat is heel brede en diverse range van direct contact: van meekijken door een microscoop in kleine groepjes of een auditorium met driehonderd man die naar een voordracht luisteren. Indirect contact is er dan ook nog via allerlei nieuwsbrieven, kennisfiches op de website, allerlei databases zoals het waarschuwingssysteem voor aardappelen, groenten, sierteelt en groenvoorziening en ons digitale aanbod van proefresultaten. We proberen informatie in diverse vormen aan te bieden aan telers, zodat ze daarmee zelf aan de slag kunnen.”
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
De stormschade van 27 op 28 juni heeft heel wat mais doen omvallen. Het (Landbouwcentrum voor Voedergewassen) publiceert nu een beslissingsboom die je helpt te beslissen wat je moet doen na schade.
Campo Solar groeide in tien jaar van een tuinfeest uit tot een festival voor 30.000 bezoekers, met landbouw als hart van de beleving: tussen mais, bloemen en lokale smaken.
John Deere vernieuwde de T5- en T6-maaidorsers met meer digitalisering, automatisering en gebruiksgemak, zonder het beproefde schudderconcept los te laten. Capaciteit, cabine en precisielandbouw kregen een stevige upgrade.
De komkommerprijs kende afgelopen jaar flinke schommelingen. Begin dit jaar normaliseerde de prijs opnieuw en keerde die terug naar het niveau van de voorgaande jaren.
Vlaamse aardappeltelers schalen massaal terug: het areaal zakt dit jaar bijna 20%. Door zwakke vrije markt, lage prijzen en weinig exportperspectief blijft de stemming voor seizoen 2026-2027 erg flauw.