Klimaatscans, alternatieve eiwitbronnen, niet-kerende bodembedekking, precisielandbouw, zonnepanelen, energieopslag … Steven en Isabelle van Hof ter Galeien in Nazareth doen het allemaal, uit volle overtuiging. Ze moeten en willen duurzamer. Maar het grootste verschil voor de natuur en het klimaat maken ze economisch. “Op ons bedrijf past intensieve melkveehouderij met een lage voetafdruk per kg melk. Dat verhaal mag ook verteld worden.”
Op de vlakbij gelegen E17 denderen de vrachtwagens en auto’s in volle vaart langs Hof ter Galeien, het bedrijf van Steven Van der Looven (46) en Isabelle Baekelandt (41). “Aan hoevetoerisme moeten we hier met al het voorbijrazende verkeer vlakbij niet doen”, toont Isabelle. “Alleen al de locatie bepaalt je mogelijkheden.”
Terwijl anderen gas geven op de autosnelweg, doen Steven en Isabelle dat op hun melkveebedrijf. In 2005 trouwden ze en namen ze geleidelijk aan het bedrijf over. De groei van 140 lacterende koeien toen naar 200 nu is op zich geen uitzonderlijke evolutie. Maar vooral in productie ging het snel. “De productie bedroeg ruim 20 jaar geleden zo’n 7000 liter per koe op jaarbasis. Bedrijven die toen 10.000 liter per koe haalden vonden we toppers. Vandaag zitten we zelf tussen de 11.500 en 12.000 liter per koe”, vertelt Steven. Een deel van de verklaring zit in de genetica, waarbij het Oost-Vlaams wit-rood werd opgevolgd door Holsteins.
Gehalten tellen
Maar topprestaties van melkkoeien beginnen bij een melkveehouder die zelf topprestaties levert. Alles moet juist zitten, het is topsport. “We zetten niet altijd stappen vooruit. Vorig jaar waren we wat gezakt in productie, terwijl we dachten dat alles op punt stond. Na lang naar mogelijke verklaringen te hebben gezocht, bleek toch een overschatting van het rantsoen in combinatie met de vele vaccinaties de oorzaak.”
De productie per koe is een belangrijke parameter op het bedrijf, maar is niet het belangrijkste koersdoel. “Wij kijken vooral naar de focusbedrijfsboekhouding. De cijfers die uit deze bedrijfseconomische boekhouding komen, tellen. In 2024 haalden we een jaarproductie van 978 kg vet en eiwit per koe. Vorig jaar hadden we een terugval van een kleine 50 kg, maar voor 2026 zitten we terug op koers om dit cijfer te evenaren, of misschien zelfs te verbeteren. We halen dus de liters, maar ook de gehalten. Daar willen we top in zijn”, benadrukt Isabelle.
Ieder bedrijf is anders
Steven en Isabelle kozen dus het pad om te intensiveren en volop in te zetten op efficiëntie. Dat wordt vaak in tegenstelling gezien met extensieve veeteelt, waarbij die laatste als milieuvriendelijker wordt gezien. Maar dit is niet per definitie zo. “Er moeten duurzaamheidsdoelen zijn, maar het is aan de bedrijfsleider om zijn pad daarnaartoe te bepalen. De ligging en voorgeschiedenis van een bedrijf bepalen de mogelijkheden die je als landbouwer hebt. De locatie, familiale omstandigheden en de kostenstructuur bepalen mee het beleid. Elke situatie is anders, maar iedereen moet op het einde van de maand wel zijn bedrijf financieel rond krijgen. We zijn geen vzw. Een extensieve bedrijfsvoering kan in ons persoonlijk geval nooit rendabel gerekend worden, voor een andere bedrijfsleider kan dit wel het perfecte bedrijfsmodel zijn.”
Voeder maakt het verschil
Een hoge melkproductie per dier is bovendien niet in tegenstelling met een lage CO2-voetafdruk, integendeel. Dat blijkt ook uit de Klimrek-klimaatscan die op het bedrijf al twee keer werd afgenomen. In twee jaar tijd wist Hof ter Galeien de voetafdruk zelfs te verlagen van 1,18 kg CO2 per kg melk naar 0,83 kg. “Wij dachten aanvankelijk dat we met onze zonnepanelen en batterij goed zouden scoren op CO2-voetafdruk, maar voor een melkveebedrijf telt dat amper mee. Het is met het voeder dat je aankoopt en de melkproductie per dier dat je het verschil maakt. En een hoge melkproductie per koe deelt de impact over meer liters melk.”
Niet geen, maar minder soja
De sterke daling in twee jaar tijd wisten ze te realiseren door de melkproductie verder te laten stijgen, minder jongvee aan te houden en in het voeder aanpassingen te doen. Op het bedrijf werd de soja deels vervangen door veldbonen en koolzaadschroot. Steven weigert soja in het verdomhoekje te plaatsen: “Soja blijft van groot belang in een hoogproductief rantsoen. Maar wij hebben vorig jaar ingezet op de mengteelt veldbonen-triticale en op een oppervlakte van 8 hectare 60 ton eiwitrijk gewas kunnen oogsten. Daarmee hebben we 30 ton soja kunnen vervangen, of één vrachtwagen op jaarbasis. Er zit nog altijd soja in het rantsoen, maar minder. Daarmee maak je wel een verschil.” Daarnaast verving het bedrijf traditioneel grasland deels door kruidenrijk grasland. Engels raaigras wordt daarbij gemengd met luzerne en klaver. Zeker in droge periodes is het gewas wat robuuster dan traditioneel grasland, en dat terwijl het gewas minder kunstmest nodig heeft.
Verbreed teeltplan
Verder zet het bedrijf nog in op het valoriseren van reststromen (bierdraf, bietenpulp, melasse), zonne-energie met energieopslag en tractoren die erg nauwkeurig op gps kunnen werken. Het teeltplan werd fors verbreed met andere teelten, waarbij - waar het kan - gebruik wordt gemaakt van niet-kerende grondbewerking. Om alternatieve eiwitgewassen zelf optimaal te kunnen inzaaien, investeerden Steven en Isabelle in een nieuwe multi-inzaaier en RTK-tractoren die op termijn met taakkaarten kunnen werken. Ook kwam er een weidebeluchter die tegelijkertijd kan doorzaaien, zodat er minder snel grasland moet worden gescheurd. Technologisch bestaat er op het vlak van precisielandbouw al veel, maar het prijskaartje is veelal hoog. “De nieuwe technieken zijn goed, maar voor de individuele melkveehouder niet allemaal betaalbaar. Mogelijk kunnen loonwerkers hierin een rol spelen”, hoopt Isabelle. Verder wordt de mais vollevelds gezaaid, waarbij het gewas sneller sluit en onkruid minder kans krijgt. Een belangrijk principe is om de bodem altijd bedekt te houden, bijvoorbeeld door groenbemesters in te zaaien in het najaar.
Lokale samenwerking
Steven en Isabelle hebben een duidelijke focus op hun bedrijf, maar willen een open blik op de wereld houden. “We waren een van de testbedrijven waarop de Klimrek-klimaatscan ontwikkeld is. We waren voor een deel een proefkonijn, maar we halen er ook zelf veel uit. Ook deden we mee aan Routeplanner, waarbij we verschillende scenario’s voor ons bedrijf konden doorrekenen. Daar kwam voor ons uit dat we voor onze akkerbouwtak moeten inzetten op samenwerkingen met akkerbouwers. Een grondgebonden veeteelt kan ook in die lokale samenwerking liggen”, vindt Steven.
Consument bereiken
Het bedrijf stapte mee in het Europese Climate Farm Demo-project. Dat is een Europees netwerk van land- en tuinbouwbedrijven die van elkaar leren over hoe zij omgaan met de klimaatuitdagingen. “Eigenlijk is het verhaal overal hetzelfde. Heel vaak komen dezelfde problemen terug. Iedereen zoekt, en iedereen worstelt voor een stuk. Elk land ontwikkelt ook zijn eigen systematiek, met eigen accenten. Het zou beter zijn mocht er op Europees niveau meer eenheid komen in de klimaatmeetinstrumenten. Vandaag is er een versnippering van initiatieven van bedrijven, overheden en organisaties die zich allemaal willen profileren met hun systeem. Maar wordt de consument nog wel bereikt? De versnippering zorgt ervoor dat de impact deels verloren dreigt te gaan”, vreest Isabelle. Voor Steven en Isabelle is het duidelijk dat de consument mee moet worden betrokken in het verhaal. “We moeten weg van de polarisering. De trend naar minder vlees eten is ingezet, maar wie zijn wij om dit af te wijzen. De teelt van bonen en erwten kan misschien zelfs nog een opportuniteit zijn voor ons. Maar omgekeerd moeten de mensen die wel een goed stuk vlees appreciëren en de boeren die zich daarvoor inzetten niet worden geviseerd”, zegt Isabelle. Steven: “We kunnen voor de land- en tuinbouwers de lat zo hoog leggen dat er geen productie meer overblijft en we alles uit het buitenland moeten importeren. Daar is het klimaat niet bij gebaat.”
Opportuniteiten krijgen
Niet alle verantwoordelijkheid mag bij de boer gelegd worden. “Iedereen wil duurzaam, maar niemand wil betalen. Voor alle initiatieven die wij nemen moet het geld wel ergens vandaan komen. Als boeren opportuniteiten en kansen zien, gaan ze er zeker mee aan de slag. Maar als boeren het gevoel krijgen dat ze voor een muur van opdrachten komen waar ze niet over kunnen, is het normaal dat ze in hun schulp kruipen. Wij zijn geen supermensen. We hebben twee paar schouders die alle lasten moeten dragen. Dat is voor elke landbouwer zo.” De consument moet bewust gemaakt worden, maar ook de overheid moet mee. Steven legt uit: “Wetgeving vertrekt altijd vanuit wantrouwen. De derogatie om meer dierlijke mest op grasland te mogen uitrijden zou onmiddellijk kunstmest uitsparen, terwijl het verleden genoeg bewezen heeft dat dit niet leidt tot hogere stikstofuitspoeling. Heb vertrouwen in de boeren dat ze vakkennis hebben en dat ze weten wat ze doen. Boeren zijn er echt niet op uit om heel het milieu om zeep te helpen. Je kan als intensief melkveebedrijf tegelijk economisch én ecologisch sterk presteren. Daar werken wij elke dag maximaal aan.”