Recent heeft de Europese Commissie aangekondigd dat ze in de loop van de komende weken haar bio-economiestrategie zal voorstellen. Een van de krijtlijnen die al naar buiten kwam, is de aandacht voor zogenaamd biobased material, materiaal gemaakt van hernieuwbare grondstoffen. Landbouwers kunnen een belangrijke rol spelen in de omslag naar biogebaseerde materialen. Zowel zeer specifieke teelten als materiaal uit landbouwreststromen zijn immers bruikbaar. Bovendien kunnen deze materialen verschillende toepassingen hebben. Toepassing als bouwmateriaal zijn het meest bekend, maar bijvoorbeeld ook voor de vervanging van plastics kijkt men naar biogebaseerde alternatieven.
Biogabaseerde materialen
‘Biogebaseerde materialen’ is een brede term waarbinnen heel wat verschillende materiaalstromen vallen. Zowel materiaal van dierlijke of plantaardige oorsprong valt eronder, maar evengoed bacteriën of schimmels kunnen het basismateriaal vormen. De term ‘bio’ slaat niet alleen op de natuurlijke oorsprong van het materiaal, maar verwijst ook naar het ecologisch verantwoord telen, oogsten, gebruiken of hergebruiken.
Er is een heel ruim scala aan materialen met biogebaseerde toepassingen hebben. In de land- en tuinbouw zijn de meest relevante (voor bouwgerelateerde toepassingen) hout, grassen, hennep, jute, riet, lijnzaadolie, vlas, stro, wol en funghi. Maar bijvoorbeeld voor verpakkingen kunnen zelfs (reststromen) van mais, suikerbieten of tomaten worden gebruikt.
Soms worden alle delen van de planten gebruikt, maar soms komen enkel stengel, bladeren of een restproduct in aanmerking. Voor dierlijk materiaal zijn het vooral kadavers, kippen- of varkenspoten, pluimen van gevogelte, orgaan- en spiervlees, dierlijke vetten … die worden gebruikt. Kortom, onderdelen van het dier die geen valorisatie hebben in de voedingssector, maar wel nog onderdelen kunnen bevatten die nuttig zijn voor bijvoorbeeld gebruik in (bio)brandstoffen, de farma-industrie, gewasbeschermingsmiddelen of cosmetica.
Cirkel sluiten
Veel land- en tuinbouwers zijn bezig met duurzaamheid en circulariteit. Door kringlopen te sluiten — bijvoorbeeld door reststromen zoveel mogelijk binnen het eigen bedrijf te benutten of als grondstof voor andere toepassingen aan te bieden — kan de efficiëntie van het materiaalgebruik aanzienlijk worden verhoogd. Dat voortdurende zoeken wordt echter sterk bemoeilijkt door de regelgeving en het beleid. Enerzijds wordt er steeds meer gevraagd om in te zetten op die circulariteit, om nieuwe biogebaseerde toepassingen te vinden, anderzijds wordt dat in de praktijk bemoeilijkt door de vaak erg rigide regelgeving die eerder drempels bevat om nieuwe toepassingen te vinden, dan faciliterend werkt om zaken in de praktijk te kunnen testen.
“Inzetten op circulariteit wordt bemoeilijkt door de rigide Europese wetgeving.”
In basis ligt het probleem bij de Europese regelgeving inzake afval. Daarin staat immers dat elke stroom afval is, tenzij kan worden aangetoond (via analyses, administratieve procedures en grondstofverklaringen) dat het een grondstof is. Dat werkt verlammend en maakt het in de praktijk testen van nieuwe toepassingen zeer moeilijk. Bovendien worden inzichten nauwelijks geactualiseerd. Neem nu lamswol. Zelfs een natuurlijk materiaal als wol wordt als afvalstroom beschouwd. Vijftien jaar geleden bleek dat de afzet van wol moeilijk was: er was nauwelijks of geen interesse meer vanuit de textielsector, gebruik als isolatie in de bouw was moeilijk omdat er te veel (en te dure) chemische behandeling nodig was om het ongedierte te kunnen weghouden ... Maar ondertussen stond de wereld niet stil. Als natuurlijk materiaal werd het opnieuw ‘hip’ voor kledij, ook bij mensen die ambachtelijk willen spinnen en breien. De uitdagingen voor isolatietoepassingen zijn aangepakt en ondertussen wordt het gebruikt als bescherming voor net aangeplante bomen. Maar volgens de Europese (en bij uitbreiding de Vlaamse regelgeving) blijft het een afvalstroom en is voor elke nieuwe toepassing het hele administratieve traject dat leidt tot een grondstofverklaring nodig.
De oplossing ligt voor de hand: draai de redenering om. Beschouw alles als potentiële grondstof en beschouw alleen stromen die bewezen vervuilend zijn als afval. We zien stilaan binnen het beleid dat men ook daar doorheeft dat de huidige manier van werken eerder remmend werkt en innovatie in de weg staat in plaats van faciliteert. Maar er is nog een lange weg te gaan om dat ook in de regelgeving aangepast te zien en te evolueren van denken in hindernissen en risico’s naar denken in oplossingen en opportuniteiten.
Nieuwe verdienmodellen
De productie van grondstoffen voor biobased materials kan zorgen voor bijkomende of nieuwe verdienmodellen. Niet alleen door de productie van het basismateriaal zelf, maar ook doordat bijvoorbeeld reststromen van afvalstroom grondstof kunnen worden. Binnen de zogenaamde Cices-lijst, de binnen Europa beschikbare lijst van ecosysteemdiensten, is het vermijden van afval of het recycleren of (her)gebruiken ervan als grondstof een van de voorziene uitdagingen, die overigens ook financieel ondersteund zouden kunnen worden.
Visie van Boerenbond
De afgelopen jaren maken biobased materials opgang. Verkeersinfrastructuur gemaakt van bijvoorbeeld een combinatie van restafval, hennepstengels en funghi verschijnen stilaan in het straatbeeld. Ook isolatiemateriaal gemaakt van plantaardige of dierlijke stromen nemen stelselmatig toe. Vanuit Boerenbond staan we positief tegenover deze evolutie.
Biobased materials kunnen ideaal zijn om van afvalreststromen nuttige toepassingen te maken en ze opnieuw in te zetten als grondstof. Alleen is dat administratieve traject veel te ingewikkeld. Vandaag beschouwen Europa en de Vlaamse overheid alles immers als afval, tenzij kan worden aangetoond dat het grondstof is. Dat aantonen kan alleen via een een lang en administratief ingewikkeld traject van analyses en grondstofverklaringen. Boerenbond vraagt om de redenering om te keren. Ga ervan uit dat alles (potentieel) grondstof is en beschouw het enkel als afval wanneer het bewezen vervuilend is.
Innoveren is leren
Boerenbond zet sterk in op innovatie binnen de biogebaseerde economie via projecten als CropExplore for Farmers en Hennep+, die landbouwers ondersteunen bij het ontdekken van nieuwe teelten met economische en ecologische meerwaarde. Binnen CropExplore for Farmers worden meer dan 200 gewassen geëvalueerd op hun potentieel voor de bio-economie, terwijl Hennep+ als living lab specifiek inzet op het uitbouwen van een rendabele hennepwaardeketen in Vlaanderen. Beide initiatieven versterken elkaar: waar CropExplore kennis bundelt, vertaalt Hennep+ die inzichten naar concrete toepassingen in bouw en maakindustrie.
Lukas Puffet, consulent Klimaat & Technologie bij Boerenbond: “Die visie kreeg recent extra vorm tijdens de busreis HempConnect, een tweedaagse studiereis van Boerenbond, Arteveldehogeschool en een brede groep van 30 deelnemers naar Nederland. Met bezoeken aan pioniers zoals Agro-innovatiecentrum De Marke, Spinning Jenny, Hempflax en Dunagro verkenden we hoe Nederland erin slaagde hennep te verankeren in bouw en circulaire economie. Het doel was helder: alle schakels – van boer tot bouwer, van onderzoeker tot beleidsmaker – samenbrengen om te leren hoe België dezelfde stap kan zetten. De reis toonde dat succesvolle biobased innovatie enkel lukt door samenwerking. Landbouwers hebben zekerheid nodig, verwerkers grondstoffen, architecten continuïteit en beleidsmakers de moed om kaders te creëren. Nederland loopt voorop dankzij infrastructuur en beleid, maar België beschikt over het potentieel om snel te volgen. Boerenbond wil dit potentieel benutten door kennisdeling, beleidsbeïnvloeding en ondersteuning van landbouwers te blijven versterken, zodat hennep kan uitgroeien tot een duurzaam en rendabel verdienmodel binnen de Vlaamse biobased economie.”
‹
›
Landbouw belangrijk onderdeel van keten
Biobased materiaal zit duidelijk in de lift. Landbouwers kunnen een belangrijk onderdeel zijn van die keten. Omdat ze immers leverancier van grondstoffen kunnen zijn. Door specifieke teelten te planten, maar evengoed als afzetmarkt voor verschillende reststromen.
We hebben wel nood aan een Europees en Vlaams kader dat dit faciliteert. Onder andere door de geopolitieke situatie zijn grondstoffen en de toegang ertoe voor de Europese Unie een belangrijk aandachtspunt. Onder meer het pleidooi binnen een nieuwe bio-economiestrategie om materialen zo veel en zo lang mogelijk te (her)gebruiken roept daartoe op. Maar tegelijkertijd zien we dat de Europese (en ook Vlaamse) regelgeving op dat vlak nog helemaal niet faciliterend zijn, maar eerder remmend. Zo staat het lange en administratief moeilijke traject om restromen niet meer als afval maar als grondstof te kunnen beschouwen, staat innovatie in de weg. Boerenbond blijft hier op inzetten om het systeemdenken te veranderen en om alles te beschouwen als potentiële grondstof in plaats van als afvalstof.
“Landbouwers zijn leverancier van heel wat grondstoffen.”
Tijdens een praktijknamiddag in Huldenberg ontdekten deelnemers hoe drones, artificiële intelligentie en taakkaarten precisielandbouw concreet ondersteunen. Van het detecteren van coloradokeverlarven en onkruid tot het uitvoeren van gerichte behandelingen: de volledige keten kwam aan bod.
De deadline om de niet-doorgestorte bedrijfsvoorheffing over te maken naar FOD Financiën is opgeschoven naar 20 december 2026. Intussen wordt nog gewerkt aan een oplossing voor de compensatie in 2024 en 2025.
Tijdens de netwerkdag Techniek in de bio-tuinbouw stelde Maarten Cools van gastbedrijf Goedinge zijn vernieuwende bedrijfsmodel voor. Hier lees je het bijzondere verhaal van deze zij-instromer in de sector.
Als antwoord op een vraag die Ruben Van Gucht in de podcast Boer&Bondig beantwoordde, laat Tanja Van Poecke recht vanuit het hart zien hoe zwaar, onzeker en passioneel landbouw echt is.
Tijdens de netwerkdag Techniek in de bio-tuinbouw stelde Maarten Cools van gastbedrijf Goedinge zijn vernieuwende bedrijfsmodel voor. Hier lees je het bijzondere verhaal van deze zij-instromer in de sector.
PapriKans onderzoekt hoe paprikaresten op het eigen bedrijf kunnen worden gecomposteerd en hergebruikt als substraat of bodemverbeteraar, om kringlopen te sluiten en de teelt duurzamer te maken.
West-Vlaamse landbouwers zetten volop in op hoevewinkels, hoevetoerisme en educatie. VLIF-cijfers tonen dat verbreding groeit en de band met consument en samenleving versterkt.
Ontdek tijdens het match-making event Natte Landbouw: van teelt tot afzet inspirerende praktijkvoorbeelden, marktkansen en netwerkmomenten rond natte teelten, met focus op nieuwe samenwerkingen.
Vlaamse landbouwers krijgen straks meer ruimte om reststromen op het eigen bedrijf te composteren: een win voor bodem, klimaat, natuur en voedselzekerheid.
Van beelbelovende teelt naar duurzaam marktverhaal
Vlaamse quinoa groeit uit tot een volwaardige keten met kansen voor landbouwers, verwerkers en winkels. Boerenbond zet nu in op meer lokale vraag, samenwerking en duurzame groei voor dit eiwitgewas.