Carl Coppens heeft in het Oost-Vlaamse Hansbeke een varkensbedrijf met 230 zeugen en afmesten. Zijn stallen hielp hij destijds zelf bouwen samen met zijn ouders. Zijn vader was immers altijd metser in bijberoep. Tevens is hij voortdurend bezig met automatisering en op zoek naar energiebesparende oplossingen. Sinds 2 jaar is hij gestart met boerderijcompostering. Aan bodemverbetering deed hij al door het inzaaien van groenbemesters en het gebruik van bodemverbeteraars. Sinds dit jaar werkt hij ook grotendeels ploegloos. De combinatie met compost levert al meteen goede resultaten op.
“Op het bedrijf combineer ik de varkenshouderij met akkerbouw”, vertelt Carl. “Dat gaat dan grotendeels om dorsmais voor varkensvoeder. In totaal gaat het dit jaar om 18 ha. Voor de vruchtafwisseling heb ik er daarnaast 6 ha spruiten en 6 ha wortelen via seizoenspacht en ten slotte 6 ha aardappelen die ik zelf teel. Ik heb al jarenlang de gewoonte om een groenbedekker te zaaien na al mijn teelten. Sinds dit jaar werk ik voor het eerst ploegloos. Ik heb een schoffelmachine aangeschaft, een voorzetwoeler (diepgronder) om de grond op te woelen en direct daarachter via de rotoregge klaar te leggen en een zware frontklepelmaaier om de groenbemester kapot te slaan en grovere takken voor mijn compost kapot te malen. Enkel het gescheurd grasland heb ik dit jaar nog geploegd. Ik streef ernaar om in de toekomst zo veel mogelijk ploegloos te werken. Ook heb ik reeds op twee percelen compost toegevoegd. Het verschil tussen de percelen met en zonder compost is nu al duidelijk zichtbaar. Zo heb ik een perceel wortelen dat op zeer droge zandgrond staat. Ondanks het kurkdroge weer staan die er toch heel mooi bij.” Daarnaast heb ik tevens een perceel wortelen waar geen compost werd aangebracht vorig jaar, maar daar staan de wortelen veel minder goed, er ontbreken zelfs hele plekken. Nochtans is het dezelfde grond en dezelfde voorteelt geweest!
Compostkeerder
Carl is dus overtuigd van de meerwaarde van compost, en nog meer als hij die zelf kan maken. “Als je compost moet aankopen, kost die al snel 20 euro per ton geleverd op het veld, en dan hou je van je premie niks over. Wanneer je zelf compost maakt – en zeker wanneer je zelf veel van de grondstoffen hebt – moet je er enkel tijd in steken, je hebt de kost van de compostkeerder en één analyse. Hier op het bedrijf kan ik daarvoor beroep doen op Viaverda. Voor het maken van de compostril schep ik alle fracties op de mestkar: stalmest, tuinafval, stro, slechte voordroog, schors, gehakseld hout, snoeisel, vers grasmaaisel … Dat draai ik er uit op één langwerpige hoop tot wel 100 m. Het is dan al mooi vermengd en deels klein gemaakt. De compostkeerder rijdt er dan overheen, mengt het verder en voegt eventueel extra water toe als dit te droog is! Ongeveer vijf keer laat ik die langskomen om alles te keren. Ik heb mij een setje sondes aangeschaft met temperatuurmeter. Telkens wanneer de compost naar 65 °C gaat, en enkele dagen die temperatuur behoudt, is het tijd om te keren. Meestal duurt dit zo’ n 10 dagen, afhankelijk van het weer en de samenstelling van de compost. Na afrijping van zo’n 3 maanden is de compost klaar voor gebruik. Momenteel heb ik zo’n 150 ton afgerijpte compost klaarliggen voor gebruik.” Daarnaast ligt er al 300 m³ nieuw compostmateriaal klaar om een nieuwe ril mee op te bouwen.
Houtachtig materiaal
“Er zijn momenteel nog wel wat uitdagingen. Zo is een compostkeerder veel te duur om als individueel bedrijf aan te kopen, dus je bedrijf moet er één in de buurt hebben, of je moet kunnen samenwerken met voldoende andere boeren. Qua materiaal wordt composteren vooral interessant wanneer je zelf heel veel grondstoffen hebt, en dan nog bij voorkeur gratis. Zelf heb ik te weinig stalmest, dus die moet ik elders halen. Voor goede compost heb je ook houtachtig materiaal nodig, en daar raak je moeilijker aan, tenzij mits betaling. Extra moeilijkheid is dat volgens de huidige regelgeving het materiaal maar van maximaal drie landbouwbedrijven mag komen.”
“Eens je al het materiaal hebt, is het composteren zelf niet zo moeilijk meer. Ik heb hiervoor een oudere mestkar aangeschaft waarop ik scherpere messen gelast heb, om het materiaal fijner te kunnen maken. Dat is wel echt nodig, want anders kan je geen goede compost maken, doordat de fracties niet gelijktijdig kunnen verteren. Naast een verreiker, heb je eigenlijk weinig nodig. Het verscheppen brengt wel wat werk met zich mee, maar is niet moeilijk. Zeker voor boeren die zelf veel materiaal hebben, kan ik boerderij composteren alleen maar aanraden. Het bodemleven vaart er wel bij, je organisch gehalte in de grond verhoogt geleidelijk aan, de doorlaatbaarheid en het vocht absorberend vermogen van de grond verbeterd en ook financieel is het aantrekkelijk aangezien je een premie van 130 euro/ha kan ontvangen (bij een minimale aanbreng van 10 ton compost per ha/ jaar). Als ik op meer dan 20 hectare compost kan voeren, zijn mijn kosten gedekt en ben ik een tevreden boer.” Hopelijk kan ik collega boeren hiermee inspireren om ook aan de slag te gaan met compostering voor een betere bodem.
“Hoe meer grondstoffen je zelf op je bedrijf hebt, hoe interessanter.”
De stormschade van 27 op 28 juni heeft heel wat mais doen omvallen. Het (Landbouwcentrum voor Voedergewassen) publiceert nu een beslissingsboom die je helpt te beslissen wat je moet doen na schade.
Campo Solar groeide in tien jaar van een tuinfeest uit tot een festival voor 30.000 bezoekers, met landbouw als hart van de beleving: tussen mais, bloemen en lokale smaken.
Biggenprijzen zakken fors door meer aanbod, minder export en een zwakke vleesvarkensmarkt. De druk op de rendabiliteit van zeugenhouders neemt daarmee stevig toe.
ILVO-onderzoekster Sarah Garré gaat op zoek naar mogelijkheden voor onze boeren om ook in de toekomst nog goed te kunnen blijven telen, ongeacht of het nu veel of weinig regent; Willem Rombaut vertelt over het Steunpunt Groene Zorg; en we maken kennis met Harvestis, de nieuwe naam van de fusie van het Proefstation voor de Groenteteelt in Sint-Katelijne-Waver en Proefcentrum Hoogstraten.
Boerenbond lanceert twee brochures die veehouders helpen hun toekomst na 2030 uit te tekenen met een helder stappenplan en een uitgewerkte case rond het stikstofbeleid.
Peilbesluiten bepalen waterpeilen in Vlaanderen en beïnvloeden landbouw, natuur en bedrijfsvoering. Ontdek hoe de procedure verloopt, waar inspraak mogelijk is en wat de impact is op percelen.
VMM werkt aan een totaalplan voor de Getestreek om wateroverlast beter op te vangen, met maatregelen per deelgebied en prioriteit voor woonkernen. De stand van zaken van dit klimaatrobuuste project.
Proefstation voor de Groenteteelt en Proefcentrum Hoogstraten fuseren tot Harvestis. De directeurs leggen uit hoe die nieuwe praktijkonderzoeksfederatie telers beter wil ondersteunen met gerichte innovatie.
Overzicht van steun en verzekeringen naar aanleiding van hitte en onweders: VLIF-subsidies voor koeling, opties voor dierverzekering en de brede weersverzekering voor teeltschade.
Klaas Soenen uit Handzame ziet waterzekerheid als de sleutel voor de toekomst van zijn bedrijf. In het Groevewaterproject zoekt hij samen met landbouw en industrie naar slimme, circulaire oplossingen voor droge periodes.