De landbouw zoekt naar duurzame alternatieven voor kunstmest en chemische gewasbescherming. Kan frass, het restproduct van insectenkweek, daarin een rol spelen? Inagro, het West-Vlaamse onderzoekscentrum voor land- en tuinbouw, onderzoekt het potentieel ervan. De eerste resultaten zijn veelbelovend: frass blijkt geen afval, maar een waardevolle meststof én biostimulant, met potentieel voor akkerbouw, groenteteelt en biologische champignonteelt.
Frass bestaat uit insectenuitwerpselen, voederresten en maximaal 5% dode insecten. Het bevat nutriënten, organische stof en micro-organismen en maakt het potentieel interessant als meststof. Tegelijk roept dat meteen vragen op. Wanneer werkt frass, en wanneer niet? En hoe past het binnen een strikt Europees regelgevend kader? Precies daarom investeert Inagro sterk in praktijkgericht onderzoek.
Net zoals dierlijke mest sterk verschilt naargelang diersoort, voeder en houderijsysteem, is frass een verzamelnaam voor producten met uiteenlopende eigenschappen. De samenstelling hangt onder meer af van de insectensoort, het gebruikte voeder en de productiemethode. Die variatie bepaalt hoe frass zich gedraagt in de bodem en hoe snel nutriënten beschikbaar komen voor het gewas.
In het kader van het HIGA-project voerde Inagro potproeven met wintertarwe uit die aantonen hoe groot die verschillen kunnen zijn. Hoewel vaak een gemiddelde NPK-waarde wordt genoemd, blijkt frass allesbehalve uniform. Wat wel opvalt: frass is doorgaans fosforrijk, waardoor fosfor in de praktijk vaak de eerste limiterende factor wordt bij veldtoepassingen. Ook de stikstofvrijstelling varieert sterk. De best presterende frasstypes gedroegen zich vergelijkbaar met andere organische meststoffen, zoals een rundmest-kippenmestmix.
Carl Coudron, onderzoeker bij Inagro, benadrukt:
Frass is geen wondermiddel, maar ook zeker geen afval. Het is een product dat je moet begrijpen voor je het toepast. Timing, dosering en context maken het verschil.
Van akkerbouw tot biologische teelten
Die inzichten werden verder getoetst in veldproeven. In de aardappelteelt testte Inagro frass als gedeeltelijke of volledige vervanger van kunstmest. Percelen met hoge frassgiften startten trager, maar groeiden later in het seizoen gelijk op met de kunstmestcontrole. De uiteindelijke opbrengst was vergelijkbaar, met in sommige gevallen zelfs grotere knollen.
Ook in wintertarwe bleken dosering en timing bepalend: hoge concentraties frass konden groeiremmend werken, terwijl lagere dosissen positieve effecten op de plantgezondheid lieten zien. In bloemkool zagen we in proeven over meerdere jaren een hogere plantweerbaarheid tegen insectenschade.
de onbehandelde controle, ter vergelijking met de foto ernaast ->
een proefplot waar pellets van zwarte soldatenvlieg frass zijn toegediend in de plantrij.
Daarnaast onderzoekt Inagro in de biologische champignonteelt, binnen het Rese(c)t-project, of frass een duurzaam alternatief kan zijn voor biologische kippenmest. De eerste resultaten zijn veelbelovend: frass kan tot 50% van de stikstofgift vervangen zonder noemenswaardig verlies aan opbrengst of kwaliteit.
Wat brengt de toekomst?
De komende jaren breidt Inagro het frassonderzoek verder uit. Nieuwe veldproeven in aardappelen, winter- en zomertarwe, bloemkool en champignons moeten duidelijk maken hoe frass optimaal kan worden ingezet als meststof en biostimulant. Door praktijkervaringen en kennis te delen met landbouwers en sectorpartners, wil Inagro bijdragen aan een duurzame en circulaire landbouw. Zo blijft het onderzoekscentrum inzetten op innovatieve oplossingen die landbouwers vooruithelpen.
Op de Vlaamse Carbon Farming Dag in Lennik ontdekten landbouwers, onderzoekers en bedrijven hoe levende bodems, nieuwe technologie en samenwerking carbon farming vooruit kunnen helpen.
Hoop op herstel van de graanhandel via de Zwarte Zee drukt de tarwe- en maïsprijzen. De markt blijft volatiel zolang de situatie rond Oekraïense export onzeker is.
Voor Patrick en Chiel Lemahieu-Ameloot begint een teeltplan niet bij de hoogste opbrengst, maar bij bodem, rotatie en wat hun bedrijf aankan. Ontdek hoe ze rekenen met gemiddelden én ruimte laten voor onzekerheid.
VCBT legt uit hoe appels en peren niet langer op buikgevoel worden beoordeeld: met vijf objectieve metingen maken ze sappigheid, knapperigheid, kleur, veegschade en plukmoment meetbaar.
Op de Vlaamse Carbon Farming Dag in Lennik ontdekten landbouwers, onderzoekers en bedrijven hoe levende bodems, nieuwe technologie en samenwerking carbon farming vooruit kunnen helpen.
Meer dan 200 lokale mandatarissen volgden Boerenbonds webinar over het BRV. Ontdek waarom we hen vroegen landbouw een volwaardige plek te geven in het Vlaamse ruimtelijk beleid.
Voor Patrick en Chiel Lemahieu-Ameloot begint een teeltplan niet bij de hoogste opbrengst, maar bij bodem, rotatie en wat hun bedrijf aankan. Ontdek hoe ze rekenen met gemiddelden én ruimte laten voor onzekerheid.
Aardbeien telen vraagt lange dagen, maar Luc Fleerackers kiest bewust voor balans: naast zijn bedrijf maakt hij enthousiast tijd voor zijn gezin en de hobby's.
Voor het viaduct van Gentbrugge zijn zeven haalbare alternatieven geselecteerd. Ontdek tijdens een infomarkt wat de plannen betekenen voor de E17, E40 en R4 en hoe u uw mening kunt geven.
De eerste resultaten van frambozen onder zonnepanelen zijn veelbelovend: minder waterverbruik, meer klasse 1-fruit en een koeler teeltklimaat. Maar de opbrengst hangt af van het type paneel.