Wat kunnen Europese en Canadese landbouwers van elkaar leren? Al enkele jaren zetten beide regio’s samen stappen rond duurzame landbouw. Vorige zomer kreeg Guy Vandepoel, lid van het hoofdbestuur van Boerenbond, samen met een delegatie van de Europese Commissie die uitwisseling van dichtbij te zien, tijdens een bezoek aan Canadese living labs in Alberta en Ontario.
Europa en Canada trekken al enkele jaren samen op rond duurzame landbouw. In de marge van de onderhandelingen over het CETA-handelsakkoord, werd vier jaar geleden de Europa- Canada dialoog over duurzame landbouw opgestart. Het opzet was om rond de thema’s bodem, broeikasgassen en bemesting een intensief uitwisselingsproject van kennis op te zetten. Tussen beide blokken zijn er heel veel gelijkenissen maar ook grote verschillen, wat zo’n kennisuitwisseling uitdagend maakt. Sinds de jaren tachtig is de totale productie sterk geïntensiveerd. Inzetten op export van agrarische grondstoffen wint meer en meer aan belang: 80% van de graanproductie en 50% van de rundvleesproductie wordt geëxporteerd.
Traceerbaarheid en voedselveiligheid krijgen hoge prioriteit in het Canadese landbouwbeleid. Kenmerkend is ook de aanwezigheid van een sterke verwerkende agrarische keten voor koolzaad, aardappelen, gele erwten en biobrandstof. Ook de Canadese bedrijven kampen met problemen van opvolging en generatiewissel.
Glyfoaat blijft noodzaak in no-till-akkerbouw
Ondanks enorme problemen met winderosie en een beperkte hoeveelheid neerslag kent de Canadese aardappelsector een forse groei. 70% van de totale geïrrigeerde oppervlakte van Canada ligt in Alberta. Vanuit het vliegtuig is Alberta te herkennen door de gigantische grote cirkels in het land, die zich uitstrekken onder de roterende sproeibomen van de irrigatiesystemen. Samen met de Europese Unie werden een aantal living labs opgezet om kennis te delen over bodem- en klimaatuitdagingen. Met regeneratieve landbouw wordt geëxperimenteerd in beide werelddelen, maar duidelijk niet met gelijke wapens. Zo kunnen Canadese landbouwers massaal ggo-behandeld zaaigoedinzetten bij toepassing van niet-kerende bodembewerking. Eén Round-Up bespuiting direct na de zaai maakt het mogelijk om alle onkruid netjes op te ruimen. Zonder glyfosaat kan de Canadese akkerbouw niet productief zijn. Het aantal werkgangen voor het planten van aardappelen werd gereduceerd tot twee! Met aangepaste machines worden aardappelen gepoot en voorzien van de nodige kunstmest in één werkgang.
Verhandelbare waterrechten
Voor het gebruik van irrigatiewater heeft Alberta een systeem van verhandelbare rechten uitgewerkt. Zo weten landbouwers op voorhand over hoeveel water ze kunnen beschikken. Als tijdens het groeiseizoen lange droge periodes voorkomen, kunnen aardappeltelers rechten overkopen van graantelers. Naast waterbeschikbaarheid is ook winderosie een groot probleem. Op heel wat bedrijven is de vruchtbare bovenlaag in het begin van vorige eeuw volledig verdwenen. Landbouwers zijn verplicht om no-till technieken toe te passen en hun teeltrotatie aan te passen. Een klassieke rotatie bestaat uit gele erwten, koolzaad, wintergerst en durumtarwe en vlas. Door recent aangekondigde invoertarieven voor de Chinese markt, staat de teelt van gele erwten onder druk. Voor alle teelten wordt gewerkt met afzetcontracten, waarin leverplicht is beschreven. Voor omstandigheden van overmacht is een ‘only God bless’-clausule voorzien. De overheid subsidieert een verzekeringssysteem voor de teelten, waarvan de kost gemiddeld 50 EUR/ha bedraagt. In living labs wordt de impact van minder bewerkingen en een lager gebruik van fytoproducten op de bodemgezondheid en het bodemleven onderzocht. Binnen de akkerbouwsector leeft ook in Canada de overtuiging dat het gebruik van fytoproducten omlaag moet.
Canada heeft ook een klimaatstrategie: 25% minder broeikasgassen tegen 2035. In de regio Alberta zijn veel rundveebedrijven aanwezig. De vleesveesector is opgesplitst in twee takken: zoogkoeienbedrijven met opfok van kalveren enerzijds en afmestbedrijven die meestal georganiseerd zijn in grote feedlots anderzijds.
Op vlak van klimaatimpact zorgt dit voor enorme discussie binnen de keten. Wie is verantwoordelijk voor het grootste deel van de klimaatimpact: zoogkoeien die zorgen voor kalveren en extensief grazen op grasland stoten veel meer methaan uit dan het vleesvee in de feedlots op graanrijke rantsoenen.
Anderzijds is het extensief grasland een belangrijke opslag van koolstof in de bodem, in vergelijking met de akkerbouwsystemen. De opfokbedrijven hebben een geconcentreerd afkalfseizoen in het voorjaar van maart tot mei. De kalveren lopen in een systeem van extensief omweiden bij de koeien op de weide. Begin november, net voor de winter, gaat een deel van het jongvee naar de feedlots. Het andere deel wordt buiten op grasland gehouden als vervangvee.
Canada is een belangrijke exporteur van rundvlees geworden met een belangrijke aanwezigheid van multinationals zoals het Amerikaanse Cargill. Dit betekent dat de verkoopprijzen voor rundvlees erg kunnen schommelen. De hoge prijzen op de Europese markten maken export naar de EU ook interessanter. Ook voor deze sector werd een systeem van inkomensverzekering uitgewerkt, waar de boeren massaal gebruik van maken.
Hormonengebruik algemeen aanvaard
Aangezien de winters extreem koud kunnen zijn, is er bij weidegang van de dieren geen probleem met wormbesmettingen. Hormonengebruik is Canada is algemeen aanvaard. De consument krijgt in het winkelrek de keuze, maar minder dan 5% kiest voor onbehandeld rundvlees!
Tijdens de opfokperiode op grasland krijgen de runderen een eerste inplant. In het afmesttraject in de feedlots volgen nog twee hormooninplanten. Het verschil in groei is spectaculair: bij natuurlijke afmest bedraagt de gemiddelde groei 1,2 kg per dag, met een hormooninplant wordt vlot 1,8 kg groei per dag gehaald. Omwille van de extreme koude ligt de groei in de winter een pak lager. Eén getuigende veehandelaar was van mening dat Canadese rundvleesproductie enkel kan met hormooninplanten, aangezien de dieren anders twee winters moeten overleven om voldoende slachtgewicht te bereiken. Door hun goede groei claimen de Canadezen een lagere klimaatimpact van hun rundvlees.
In de Rimrock Feedlot worden 38.000 stuks vleesvee gehouden in groepen van 50. Het bedrijf, eigendom van een aantal private investeerders, stelt 30 FTE’s tewerk, waaronder een team van eigen dierenartsen. De runderen worden gevoederd met vijf verschillende rantsoenen met een stijgend graanaandeel van 10 naar 90% naarmate de afmest vordert.
In het rantsoen worden verder gps-silage, kuilmais en koolzaad gevoederd. Dagelijks wordt 500 ton krachtvoeder en graan vervoederd aan de hele kudde. De gemiddelde sterfte bedraagt ongeveer 5%; voor de dieren is er geen beschutting voorzien. Behandelde dieren blijven normaal in de groep; uitmesten gebeurt enkel op het einde van de afmestperiode.
Canadese melkveehouderij maakt werk van lagere methaanuitstoot
Canadese melkveehouderij maakt werk van lagere methaanuitstoot Voor de Canadese melkveehouderij geldt nog steeds een stringent quotumsysteem. Canada kan niet mee profiteren van de groeiende wereldzuivelmarkt, maar het blijft de keuze van de producenten om quota te behouden. Canada telt ongeveer 10.000 melkveebedrijven, met gemiddeld 100 melkkoeien. Op de Hamlane Farm in de buurt van Ontario zitten 170 melkkoeien en 120 stuks jongvee. Op het bedrijf werd een meetinstallatie geïnstalleerd om de productie van methaan in de stal op te volgen. Vanaf het begin van de zomer stijgt de methaanemissie uit mest aanzienlijk. Er wordt geëxperimenteerd door toevoeging van verschillende additieven. Door maximale inzet van dierlijke mest en kleinschalige biomethaanproductie werd de carbon footprint met 20% gereduceerd. Uniek in dit project is dat ook de impact op de bodem van gebruik van aangezuurde mest wordt opgevolgd. Maximale bemestingsnormen met dierlijke mest zijn er in deze regio van Canada niet. Vier keer per jaar wordt met sleepslangen mest gespreid op de graslanden.
Indianen grootste exporteur van timotheehooi
Dat de inheemse bevolking ondernemers telt, toont het verhaal van de Blood Tribe, het grootste indianenreservaat in Canada, dat een verregaande vorm van zelfbestuur heeft aan de voet van de Rocky Mountains. Sinds de onafhankelijkheid in 1877 zorgde de buffeleconomie voor welvaart. De gemeenschap bouwde historisch aan een vernuftig irrigatiesysteem om het water van de Rocky Mountains vast te houden en niet naar via de Hudsonbaai in de Oceaan te laten stromen. Doordat de verslechterende rendabiliteit van de bizonproductie een bedreiging vormde voor het voortbestaan van de indianenstam, werd eind vorige eeuw het roer helemaal omgegooid. Na een grondige analyse kozen de indianen ervoor om de bizonproductie af te bouwen en massaal om te schakelen naar de productie van timotheehooi voor export naar Japan en het Midden-Oosten. Met behulp van externe kapitaalsverschaffers werd het irrigatiepotentieel verdubbeld tot 143 haspels, 33 km kanalen en pijplijnen voor een areaal van 15.000 ha. Sinds de opstart in 2018 werd de hooiproductie vervijfvoudigd tot 105.000 ton export in 2024. De laatste drie jaar werd een gemiddeld dividend uitgekeerd van ruim 150.000 EUR aan de aandeelhouders. De groeiende zuivelproductie in Japan, Zuid Korea en China stuwt de vraag naar kwalitatief timotheehooi de hoogte in. Recent werd zelfs geïnvesteerd in prospectie in het Verenigd Koninkrijk voor afzet in de renpaardensector. Kanai Fourrage stelt ondertussen 75 medewerkers tewerk. De laatste jaren wordt er massaal geïnvesteerd in megagrote loodsen voor de opslag van het hooi. Daarnaast moet er ook voortdurend uitgebreid worden in capaciteit van transport en containerverscheping via de haven van Vancouver. De inheemse bevolking wil alvast de regie behouden over de hele keten, inclusief een strikte kwaliteitscontrole. Het hooi wordt verbouwd door de lokale boeren op contractbasis met Kanai Fourrage. Water moet op voorhand gereserveerd worden. Aangezien het zeer weinig regent in de zomer is de kwaliteit van het hooi uitmuntend. Het droge hooi wordt in grote pakken geperst en in de loodsen bewaard. Voordat het hooi geëxporteerd wordt naar de eindklant, worden de grote pakken versneden en terug ingebonden in kleine pakjes van 24 kg. Dit is noodzakelijk rekening houdend met de kleinschaligheid van bijvoorbeeld de melkveehouderij in Japan. In bindstallen is het immers handig om over kleine pakjes hooi te beschikken.
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
Provincie Antwerpen blijft de landbouwkamer ondersteunen als adviesorgaan en maakt jaarlijks 25.000 euro vrij voor scholenbezoeken en imago-activiteiten rond landbouw.
De stormschade van 27 op 28 juni heeft heel wat mais doen omvallen. Het (Landbouwcentrum voor Voedergewassen) publiceert nu een beslissingsboom die je helpt te beslissen wat je moet doen na schade.
Peilbesluiten bepalen waterpeilen in Vlaanderen en beïnvloeden landbouw, natuur en bedrijfsvoering. Ontdek hoe de procedure verloopt, waar inspraak mogelijk is en wat de impact is op percelen.
VMM werkt aan een totaalplan voor de Getestreek om wateroverlast beter op te vangen, met maatregelen per deelgebied en prioriteit voor woonkernen. De stand van zaken van dit klimaatrobuuste project.
Campo Solar groeide in tien jaar van een tuinfeest uit tot een festival voor 30.000 bezoekers, met landbouw als hart van de beleving: tussen mais, bloemen en lokale smaken.