Tijdens de Wintervergadering industriegroenten van Viaverda begin februari in De Mastbloem in Kruisem verzamelden meer dan tachtig telers, adviseurs en sectorpartners om zich te buigen over de nieuwste onderzoeksresultaten in de industriegroenteteelt. De studiedag bracht een stand van zaken in gewassen, nitraatresiduresultaten, driftreductie en innovatieve vormen van onkruidbestrijding zoals spotspraying. De gepresenteerde proefresultaten bieden telers waardevolle handvatten richting het komende teeltseizoen.
90% driftreductie in de praktijk
Robbe Moens van Inagro lichtte toe hoe landbouwers zich in 2026 moeten voorbereiden op de verplichte 90% driftreductie in Vlaanderen. Federaal volstaat bij de keuring van het spuittoestel een minimale driftreductie van 75%, uitgevoerd door ILVO, maar binnen de Vlaamse IPM-regelgeving, gekoppeld aan het Vegaplan, geldt effectief 90% driftreductie bij gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Die 90% kan behaald worden via erkende 90%-doppen (zoals luchtmengdoppen of twin-jet systemen) of via combinaties van driftreducerende doppen en technieken zoals verlaagde spuitboom, luchtondersteuning, afgeschermde spuitbomen of sleepdoeksystemen. Driftbeperking is niet alleen belangrijk om verontreiniging van oppervlaktewater en schade aan naburige percelen te vermijden, maar ook voor een uniforme bedekking en het maatschappelijk imago van de sector. Onderzoek binnen het OptiSpray-project, samen met de KU Leuven en partners, toont dat verschillen in depositie en bedekking tussen technieken vaak beperkt zijn en dat ziektedruk in de proeven zelden leidde tot significante verschillen in biologische effectiviteit. Wel blijkt spuitdruk cruciaal, want 90%-doppen kunnen bij te lage druk een onvoldoende bedekking geven, terwijl een hogere druk (bv. ≥4 bar) dit grotendeels compenseert. De boodschap is dat driftreductie haalbaar is zonder opbrengstverlies, op voorwaarde dat dopkeuze, druk, volume en rijsnelheid correct op elkaar afgestemd worden, waarbij digitale tools en toekomstige beslissingsapps landbouwers moeten ondersteunen in het maken van de juiste keuze per teelt en toepassing.
Evaluatie nitraatresiducampagne 2025 en aandachtspunten voor komend seizoen
In haar toelichting gaf Anneline Brouckaert van Inagro een overzicht van de nitraatresiduresultaten 2025 van Inagro en de implicaties voor de bemestingsstrategie. Door de gewijzigde staalname (enkel bedrijfsevaluaties op basis van risicoanalyse door de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM)) lag het aantal stalen ongeveer de helft lager, waardoor voorzichtigheid nodig is bij vergelijking met vorige jaren. Net als in 2022 vielen ook in 2025 hogere residu’s op, wat wijst op een sterke weersinvloed. Grasland en bieten scoorden traditioneel laag, terwijl aardappelen, maïs en in 2025 ook uien hoge waarden lieten optekenen. Spruiten lieten dan weer zeer lage residu’s na. Let er wel op dat je het jaar na de spruiten minder bemest, want de oogstresten bevatten veel stikstof voor de volgende teelt. De kernboodschap is dat een correcte bemesting start bij perceelsspecifiek werken, met een lagere basisgift en gerichte bijbemesting op basis van stikstofstalen, rekening houdend met mineralisatie uit organische stof, oogstresten en mest. Ook keuzes na de oogst, zoals bodembewerking, toediening van stalmest en inzaai van een vanggewas, beïnvloeden het uiteindelijke nitraatresidu sterk. Instrumenten zoals de bemestingstool van B3W kunnen helpen om de basisgift beter te onderbouwen, maar blijven richtcijfers die aangepast moeten worden aan perceel, seizoen en opbrengstverwachting.
Bemesting bonen en spinazie
Uit twee jaar proeven rond stikstofbemesting in bonen blijkt dat het gewas, als vlinderbloemige, een beperkte stikstofbehoefte heeft en dat hoge giften geen meerwaarde bieden voor de opbrengst. Jonas Bodyn van Viaverda lichtte toe dat er in de veldproeven met trappen van 0 tot 120 eenheden stikstof (zandleem) werd zowel bij voorjaarbraak als bij voorteelten (facelia in 2024, spinazie in 2025) vastgesteld dat een beperkte gift van 30 à 60 eenheden volstaat om de maximale opbrengst te benaderen. Hogere bemesting leidde niet tot significante meeropbrengsten, maar verhoogde wel het risico op een te hoog nitraatresidu en op legering, wat de oogst bemoeilijkt. Bovendien lag de opbrengst van bonen in een enkelvoudige teelt systematisch hoger dan in dubbele teelten (bijvoorbeeld na spinazie), waar de tweede teelt duidelijk opbrengst inboette. Ook in spinazie tonen de resultaten dat een doordachte bemesting cruciaal blijft. De hoogste opbrengst werd behaald bij een praktijkobject met drijfmest, terwijl minerale systemen en fractionering verdere verfijning vragen. De proeven bevestigen dat gerichte en gematigde stikstofgiften, afgestemd op voorteelt en mineralisatie, zowel agronomisch als milieukundig de beste resultaten opleveren.
Onkruidbestrijding in bonenteelt
In 2025 liepen proeven om te onderzoeken hoe de onkruidbestrijding in bonen robuust kan blijven nu het middelenpakket onder druk staat. De focus lag op sterke basisbehandelingen kort na zaai, met combinaties van onder meer Centium, Fresco, Frontier Elite, Bismark en ingewerkte Devrinol. In droge omstandigheden bleek een tweeledig schema aan hogere dosering (bv. Centium met Fresco) gemiddeld performanter dan een drieledig schema aan verlaagde doseringen. Het verhogen van de Fresco-dosering gaf extra reductie van onder meer muur en knopkruid, terwijl Centium met Frontier het minder goed deed dan Centium met Fresco. Inwerken van Devrinol vóór zaai bood een duidelijke meerwaarde tegen onder andere kleine majer en klein kruiskruid. Wat selectiviteit betreft, traden bij een laattijdige toepassing van Bismark lichte fytotoxverschijnselen op, wat het belang onderstreept van een behandeling zo kort mogelijk na zaai. Daarnaast werd ook spotspraying met de Ecorobotix ARA geëvalueerd met pelargonzuur (Beloukha). Bij toepassing op jong onkruid gaf een veiligheidsmarge van 0 cm rond de plant de hoogste efficiëntie (reductie tot 1,8% veldbedekking), met beperkte en aanvaardbare gewasschade, terwijl 4 cm veiliger maar minder effectief was. De proeven bevestigen dat een sterke en tijdige basisbespuiting cruciaal blijft, aangevuld met gerichte, vroege correcties via spotspraying om efficiënt en gewasveilig te werken.
In de proeven met spinazie bleek opnieuw dat het beperkte beschikbare gamma aan erkende herbiciden, zoals clopyralid en fenmedifam, het noodzakelijk maakt om sterk in te zetten op vooropkomstbehandelingen. Daarbij werd gewerkt met combinaties van Centium, Goltix en Frontier Elite, soms aangevuld met nazaaimiddelen of voorzaai ingewerkte Avadex, om het aantal onkruiden zo veel mogelijk te reduceren voor eventuele correcties. Vooral muur, knopkruid, melkganzenvoet en brandnetel waren dominant. De lage dosering Centium had onvoldoende effect op muur, terwijl andere onkruiden redelijk werden bestreden en drieledige schema’s lieten vaak een iets betere werking zien dan tweeledige, al waren de verschillen beperkt. Alle behandelingen bleven volledig veilig voor het gewas, zelfs onder droge omstandigheden en beregening leverde geen merkbare invloed op. Het gebruik van Ecorobotix ARA bleek bijzonder waardevol voor vroege, plaatsspecifieke correcties op klein onkruid, waarbij de veiligheidsmarge volledig werd uitgeschakeld zodat het groeipunt van de spinazie intact bleef en het onkruid efficiënt werd geraakt. Hierdoor kon het onkruidpercentage teruggebracht worden van 10–20% naar minder dan 1%, terwijl de spinazie zich snel herstelde en uiteindelijk gelijke opbrengsten van 26–28 ton per hectare liet zien. De conclusies bevestigen dat een sterke basisbehandeling kort na zaai, gecombineerd met tijdige en nauwkeurige spotbehandeling met Ecorobotix, de meest efficiënte en gewasveilige strategie is, terwijl toepassingen te laat, wanneer onkruid boven het gewas uitkomt, weinig effect hebben.
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
De stormschade van 27 op 28 juni heeft heel wat mais doen omvallen. Het (Landbouwcentrum voor Voedergewassen) publiceert nu een beslissingsboom die je helpt te beslissen wat je moet doen na schade.
Campo Solar groeide in tien jaar van een tuinfeest uit tot een festival voor 30.000 bezoekers, met landbouw als hart van de beleving: tussen mais, bloemen en lokale smaken.
John Deere vernieuwde de T5- en T6-maaidorsers met meer digitalisering, automatisering en gebruiksgemak, zonder het beproefde schudderconcept los te laten. Capaciteit, cabine en precisielandbouw kregen een stevige upgrade.
De komkommerprijs kende afgelopen jaar flinke schommelingen. Begin dit jaar normaliseerde de prijs opnieuw en keerde die terug naar het niveau van de voorgaande jaren.
Vlaamse aardappeltelers schalen massaal terug: het areaal zakt dit jaar bijna 20%. Door zwakke vrije markt, lage prijzen en weinig exportperspectief blijft de stemming voor seizoen 2026-2027 erg flauw.
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
De sectorvakgroep Fruit trok naar Diest voor een boeiende bijeenkomst over driftreductie, robuuste rassen en inspirerende bedrijfsbezoeken bij fruit-, witloof- en wijnbedrijven.
Tijdelijk onttrekkingsverbod in de Kleine Nete, de Aa en Vrouwvliet vanaf 2 juli 2026 door aanhoudende droogte. Ontdek waar het geldt en welke alternatieve waterbronnen beschikbaar zijn.
De stormschade van 27 op 28 juni heeft heel wat mais doen omvallen. Het (Landbouwcentrum voor Voedergewassen) publiceert nu een beslissingsboom die je helpt te beslissen wat je moet doen na schade.
Peilbesluiten bepalen waterpeilen in Vlaanderen en beïnvloeden landbouw, natuur en bedrijfsvoering. Ontdek hoe de procedure verloopt, waar inspraak mogelijk is en wat de impact is op percelen.
VMM werkt aan een totaalplan voor de Getestreek om wateroverlast beter op te vangen, met maatregelen per deelgebied en prioriteit voor woonkernen. De stand van zaken van dit klimaatrobuuste project.