“Open ruimte bewaren is cruciaal voor de waterbalans”

4 december 2023

We denken in ons strategietraject na over elk thema en delen meningen om te komen tot een stip aan de horizon waar we naartoe willen werken tegen 2040. We zijn toe aan de stap naar het derde deeltraject waar we omgevingsgerichte thema’s vastpakken. Water kwam uit de bevraging in kader van dit strategietraject als topthema bovendrijven. Voor dit thema halen we inspiratie bij Patrick Willems, professor hydrologie en rivierkunde aan KU Leuven en Marijke Huysmans, expert in grondwaterhydrologie en professor aan zowel de VUB als KU Leuven.

Welke invloed heeft land- en tuinbouw op de waterbalans?

Patrick: “Als je de cijfers bekijkt is land- en tuinbouw zeker niet de grootste waterverbruiker in Vlaanderen. We zien dat industrie en gezinnen nog veel meer water gebruiken dan de landbouwsector. Er is logischerwijs wel een veel hoger waterverbruik in periodes van droogte. Begrijpelijk natuurlijk, want op dat moment is dat water echt nodig voor de landbouw.”

Marijke: “Ik zie de land- en tuinbouw vooral als heel belangrijke speler in het vrijwaren van de open ruimte. In een sterk verharde en dichtbevolkte regio als Vlaanderen is dat heel belangrijk. De grootste impact van landbouw op de waterbalans zit niet in het direct gebruik van drinkwater of opgepompt grondwater, maar wel in het draineren van percelen. Er worden vaak grote hoeveelheden water afgevoerd om op een perceel te kunnen werken.”

Hoe kunnen we nog beter bijdragen aan de verbetering van de waterbalans?

Marijke: “Er wordt bij verschillende landbouwers al geëxperimenteerd met slimme, peilgestuurde drainage op plaatsen waar dit mogelijk is. Hiermee wordt enkel gedraineerd op momenten dat het echt nodig is. De rest van het jaar zit er bij wijze van spreken een stop op en probeer je zo veel mogelijk water in je perceel vast te houden.”

Patrick: “We moeten inderdaad vooral evolueren naar een systeem waarbij we het regenwater maximaal proberen vast te houden in het landschap of in bekkens. Water afvoeren zou enkel maar mogen om het risico op wateroverlast tegen te gaan. Dat wil wel zeggen dat het afvoeren tegelijk wel nog altijd moet kunnen.”

Marijke: “We proberen daarnaast de druk op grondwater en drinkwater te reduceren door te kijken naar alternatieve waterbronnen. Dit gaat over het opvangen, stockeren en gebruiken van regenwater, maar er zijn ook een aantal pilootprojecten rond gezuiverd afvalwater. Bij Ardo wordt het gezuiverd industrieel afvalwater hergebruikt om velden te beregenen. Verder onderzoekt men of het hergebruik van gezuiverd huishoudelijk afvalwater mogelijk is binnen het regelgevend kader.”

Zouden landbouwers die inspanningen leveren beloond moeten worden door bijvoorbeeld vlotter toegang te krijgen tot grondwater?

Marijke: “Er zijn momenteel gedachtenexperimenten om die twee zaken aan elkaar te koppelen, maar zo ver zijn we nog niet. Zie het als een soort ‘water banking’. Je koppelt het recht op grondwater mogen oppompen aan de hoeveelheid water je tijdens het jaar kan infiltreren en bufferen op je perceel. Mij lijkt het alvast een goeie manier om mensen aan te sporen tot nog meer infiltreren en bufferen.”

We zagen afgelopen periode geen droogte, maar wateroverlast. Hoe kunnen landbouwers zich daar beter tegen wapenen?

Marijke: “We verwachten komende jaren sowieso meer periodes van zowel droogte, als van wateroverlast. Gelukkig zijn de maatregelen die we nemen tegen de droogte meestal ook goed voor het voorkomen van wateroverlast. Alles wat je kan doen om open ruimte te bewaren, water te vertragen, infiltreren en bufferen helpt voor beide problemen. Daar heeft de landbouwsector volgens mij dus zeker een grote maatschappelijke rol in te spelen.”

Kan dit dan best gebiedsgericht aangepakt worden?

Patrick: “Wij hebben vorig jaar naar aanleiding van de waterbom van 2021 in Wallonië met een expertenpanel een advies geschreven voor de regering. Dit advies werd getiteld ‘Weerbaar Waterland’. We raadden daarin aan om stroomgebied-specifiek te kijken en per deelstroomgebied alle actoren rond de tafel te brengen. Betrokkenen uit steden en gemeenten, maar vooral ook lokale landbouwers en natuurverenigingen. Je start met samen de niet-aanvaardbare risicopunten in kaart te brengen en berekent hoeveel water er stroomopwaarts extra moet geïnfiltreerd of gebufferd worden om veilig te zijn. Op basis daarvan wordt in samenspraak met de betrokken actoren een actieplan opgesteld met gekoppelde afspraken over wie dat waar best kan doen en welke bodems hiervoor het best geschikt zijn. Het proces wordt samen doorlopen en iedereen begrijpt op die manier veel meer de risico’s en nadelen van elkaar. Door deze vorm van samenwerking tussen lokale actoren wordt voldoende draagvlak gecreëerd voor het actieplan.”

Zijn er grote verschillen in doelstellingen van natuur en landbouw op vlak van optimaal grondwaterpeil?

Marijke: “Ik denk in eerste plaats dat niemand gekant kan zijn tegen een gezond watersysteem en voldoende beschikbaar water voor iedereen. Als er over bepaalde zaken verschillen zijn, dan kunnen die volgens mij door dat gemeenschappelijk doel zeker overbrugd geraken. Het behoud van open ruimte is in dit verhaal een cruciaal punt waar beide partijen baat bij hebben. Het is dus heel belangrijk om hiervoor de krachten te bundelen. Na enkele droge zomers zien we alvast veel meer bereidheid vanuit verschillende kanten om hier extra in te investeren. Maatregelen en ingrepen waar een tiental jaar terug nog veel mensen radicaal tegen waren, worden ondertussen door iedereen als noodzakelijke gezien. Ik ben op dat vlak vrij optimistisch dat we de goeie richting uitgaan.”

Geeft het instellen van hogere grondwaterpeilen meer gevoeligheid voor wateroverlast als gevolg?

Marijke: “Dat is gebied per gebied afhankelijk. Dat risico is er bijvoorbeeld op plaatsen waar je een heel dunne watervoerende laag met weinig buffercapaciteit in de ondergrond hebt. Er zijn heel veel plekken in Vlaanderen waar men het grondwaterpeil nog wel een stuk hoger kan zetten zonder dat dit meteen een risico op wateroverlast met zich meebrengt. In de aanloop naar een droogte-periode kan je met elke 10 of 20 centimeter dat het grondwaterpeil hoger is, enkele weken winnen voordat er schade begint op te treden.”

Water kent geen grenzen. Worden er afspraken gemaakt moet onze buurlanden hierover?

Patrick: “We hadden het daarnet over gebiedsgericht werken in Vlaanderen, maar dat zouden we inderdaad ook grensoverschrijdend moeten doen in de grensregio’s. Daar wordt momenteel heel weinig werk van gemaakt. Langs de Maas kwam er hier wel initiatief toe vanuit Nederland, maar ik denk dat de samenwerking met Frankrijk op een heel laag pitje staat. Natuurlijk niet evident met de huidige beperkte middelen langs beide kanten, maar er is wel duidelijk werk aan de winkel om dit eventueel zelfs Europees te aan te pakken.”

Zien jullie knelpunten in de huidige wetgeving?

Marijke: “Alles gaat vooral traag in Vlaanderen. Zelfs als alle mensen rond de tafel overtuigd zijn van hetzelfde project in een bepaald gebied, duurt het heel lang om iets te implementeren of vergund te krijgen. Ik denk bijvoorbeeld aan kleine positieve ingrepen zoals simpelweg een stuwtje in een perceelsgracht geplaatst krijgen. Dat vraagt een enorm lange administratieve procedure om daar een vergunning voor te krijgen.”

Patrick: “Ja, er zou voor ons wel redelijk wat bijgestuurd mogen worden. Water moet echt wel primair meespelen in de ruimtelijke planning. Ik denk bijvoorbeeld aan bouwen in overstromingsgevoelige gebieden. Je zag ook in de Westhoek dat woonwijken net naast een overstromingsgevoelige zone nu ook te kampen krijgen met wateroverlast. Die overstromingsgebieden zullen de komende jaren als gevolg van de klimaatverandering alleen maar groter worden.”

Hoe kijken jullie naar de toekomst, laat ons zeggen 2040?

Marijke: “Dat is dubbel. De klimaatsverandering zal niet stoppen en er komen dus sowieso uitdagingen rond zowel te veel als te weinig water. Daar ben ik langs een kant natuurlijk bezorgd over, maar tegelijkertijd ben ik wel optimistisch over wat ik de voorbije jaren heb zien veranderen op vlak van waterbeheer. We zien tegenwoordig dat iedereen wel snapt dat we naar een duurzamer watersysteem moeten evolueren om ons beter te wapenen tegen de extremen die op ons afkomen.”

Patrick: “Ik vind het moeilijk inschatten, maar ben er wel van overtuigd dat we die problemen kunnen aanpakken. Het zal meer geld kosten dan dat er momenteel voor vrijgemaakt wordt, maar ik ben er niet van overtuigd dat het onbetaalbaar is. Ik zie de bevolking en landbouwers tegenwoordig al goeie inspanningen leveren, maar we gaan dat nog veel systematischer en op grote schaal moeten doen. Er is ook nog veel winst te boeken op vlak van afvalwater hergebruiken in de industrie. Dit zou allemaal sterker gestuurd moeten worden vanuit de overheid en daar mag echt niet langer mee gewacht worden. De wake-up call was er duidelijk, nu moet er voldoende politieke moed getoond worden om hier ook effectief iets mee te doen.”

Wij hopen het met jullie mee. Bedankt beiden!

Meersporenbeleid

Leen Franchois, adviseur: "Boerenbond onderschrijft het principe van vasthouden van water, zeker als er kan gezocht worden naar win-winsituaties waarbij water in droogteperiodes kan worden aangewend. Het is daarbij belangrijk dat de sector voldoende betrokken wordt en dat er rekening gehouden wordt met de impact op land- en tuinbouw, zowel voor droogte als voor wateroverlast. Door het vrijwaren van de open ruimte draagt onze land- en tuinbouwsector sterk bij aan infiltratie van water. Via onder meer peilgestuurde drainage, stuwen en een aangepast bodembeheer wordt water nog beter vastgehouden. De afgelopen weken tonen aan dat wateroverlast ook deel van de toekomst wordt.

In het strategietraject richting 2040 zoeken we uit hoe land- en tuinbouw op dit vlak weerbaarder kan worden én haar (maatschappelijke) rol kan spelen. Aspecten als innovatie, hergebruik van water, samenwerking met anderen, buffering … komen daarbij naar boven."

Tom Dewanckele