De ajuin is niet meer weg te denken uit onze keuken. Die populariteit vertaalt zich ook op het veld: op Vlaamse akkers zijn uien opvallend vaker aanwezig dan vroeger. Waar komt die groei vandaan en wat vertellen de cijfers over de teelt? Tijd om de uiensector van dichterbij te bekijken.
Areaaluitbreiding
De groei van de uienteelt is niet alleen zichtbaar op het veld, maar ook in de cijfers. Waar er in 2012 nog 1.220 hectare uien werd geteeld in Vlaanderen, is dat in 2026 opgelopen tot 5.013 hectare. Het areaal verviervoudigde daarmee in vijftien jaar tijd, waardoor de uienteelt haar nichekarakter definitief is ontgroeid.
Als akkerbouwmatige groente sluit de ui qua teelttechniek en mechanisatie nauw aan bij de aardappelteelt. De uitbreiding van het uienareaal is dan ook vooral toe te schrijven aan aardappeltelers, die uien zien als een interessante aanvulling op hun teeltplan. Voor bedrijven die al beschikken over de nodige machines voor de aardappelteelt, vraagt de teelt bovendien slechts beperkte bijkomende investeringen. Deze trend zien we duidelijk als we de kaart van de intensiteit van de uienteelt vergelijken met die van de aardappelteelt. Regio’s waar aardappelen prominent geteeld worden, zijn ook de typische streken waar uien hun weg naar de akkers hebben gevonden.
Intensiteit uienteelt per gemeente (Bron: Landbouwcijfers Vlaanderen)Intensiteit aardappelteelt per gemeente (Bron: Landbouwcijfers Vlaanderen)
Rentabiliteit
Aangezien het duidelijk is dat de uienteelt een blijver is in het Vlaamse teeltplan, is het zeker relevant om de rentabiliteit van de teelt van dichterbij te bekijken. Door de schijnbare nauwe connectie tussen de uien en aardappelteelt loont het de moeite om beide teelten ook eens met elkaar te vergelijken. Waar de aardappelmarkt gekenmerkt wordt door een groot aandeel contracten is de uienmarkt zowel gestoeld op een vrije als contractmarkt. Het is dan ook te verwachten dat het prijsverloop van uien fluctuatie laat zien, maar het valt toch op dat de fluctuatie bijna perfect gelijklopend is met de vrije aardappelen.
De schommelingen in figuur 3 kunnen deels het gevolg zijn van grotere opbrengst- of areaalfluctuaties bij uien. Tegelijk kan ook de kleinere groep waarop de cijfers gebaseerd zijn, deze variatie versterken.
Figuur 4: Het genereren van een arbeidsinkomen is uiteindelijk het hoofddoel van elke teelt. Het arbeidsinkomen is dan ook de meest relevante parameter om een teelt te evalueren.
Gemiddeld genomen ligt het arbeidsinkomen iets lager dan het gemiddelde van de aardappelteelt, wat onder andere te wijten is aan de iets lagere kilogramopbrengst. Ook de kostenstructuur en verschillende verhouding van contracten en vrije verkoop hebben een invloed op de rentabiliteit. Aangezien de teelt vrij gelijkaardig is en de prijsnoteringen - zeker de afgelopen jaren - een zeer gelijkend patroon vertonen, is ook de evolutie van het arbeidsinkomen zeer gelijkend. Het arbeidsinkomen van de uien is hierbij dus zeker een bepalende factor die kan verklaren waarom de teelt de eerder genoemde opmars heeft gekend.
uien rooien
Inzake rentabiliteit ligt de teelt dus ook goed in de weegschaal met andere akkerbouwmatige groenten. Het grote verschil is echter wel dat zowel akkerbouwmatige groenten als aardappelen de marktvolatiliteit, en dus ook de volatiliteit in het arbeidsinkomen, wat kunnen milderen via de contractwerking. Dit gecombineerd met het feit dat de rentabiliteitschommelingen zeer gelijkaardig zijn aan vrije aardappelen verdient wel de nodige aandacht. Uien toevoegen aan het teeltplan kan dus zeker interessant zijn, maar zal in de meeste gevallen niet zorgen voor een risicospreiding van het arbeidsinkomen op het bedrijfsinkomen. Eerder in tegendeel, het bedrijfsinkomen zal over de jaren heen nog meer blootgesteld worden aan schommelingen. Je moet er ook rekening mee houden dat de uienteelt ook specifieke uitdagingen kent, zoals een goede opkomst (korstvorming), de onkruidbestrijding, de impact van trips en de nood aan voldoende water om een voldoende grove sortering te bekomen.
Uien toevoegen kan interessant zijn, maar zal vaak niet zorgen risicospreiding van het arbeidsinkomen op het bedrijfsinkomen.
Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns selecteerde vijf koplopers en twintig kandidaat-koplopers als gebiedscoalities. Ondek hier welke gebieden geselecteer zijn.
Markttendens: hitte en langdurige droogte zetten de courgetteproductie in 2026 onder druk. Na een sterke start zakten de prijzen en schommelden ze rond het vijfjarig gemiddelde.
Hoe maak je je landbouwbedrijf weerbaarder tegen extreem weer en volatiele markten? Pieter Verhelst, hoofdbestuur Boerenbond, deelt vijf hefbomen voor klimaatadaptatie, financiële buffers, contracten, verzekeringen en advies.
Op de Vlaamse Carbon Farming Dag in Lennik ontdekten landbouwers, onderzoekers en bedrijven hoe levende bodems, nieuwe technologie en samenwerking carbon farming vooruit kunnen helpen.
Landbouwers in Noord-Hageland kunnen via Airkoe gratis schaduwbomen laten aanplanten. Ontdek hoe de actie dieren verkoeling biedt en weides klimaatbestendiger maakt.
De Raad van State bevestigt dat nationale parken vandaag geen rechtsgevolgen hebben. Maar eerdere beleidsinstrumenten tonen hoe richtinggevende kaders later toch sturend kunnen worden—een risico dat de Vlaamse Regering volgens Boerenbond actief moet afdekken.
Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns selecteerde vijf koplopers en twintig kandidaat-koplopers als gebiedscoalities. Ondek hier welke gebieden geselecteer zijn.
Markttendens: hitte en langdurige droogte zetten de courgetteproductie in 2026 onder druk. Na een sterke start zakten de prijzen en schommelden ze rond het vijfjarig gemiddelde.
Hoe maak je je landbouwbedrijf weerbaarder tegen extreem weer en volatiele markten? Pieter Verhelst, hoofdbestuur Boerenbond, deelt vijf hefbomen voor klimaatadaptatie, financiële buffers, contracten, verzekeringen en advies.