69% van de Belgische landbouwbedrijven met plantaardige productie is Vegaplan-gecertificeerd
Aangemaakt op
De certificeringsgraad van de Vegaplan Standaard Primaire Plantaardige Productie (PPP) blijft stijgen. In 2025 is 69% van de Belgische landbouwbedrijven met plantaardige productie Vegaplan-gecertificeerd, tegenover 66% een jaar eerder. Hoewel het absolute aantal gecertificeerde bedrijven licht daalt, neemt het aandeel gecertificeerde bedrijven verder toe.
Certificeringsgraad stijgt ondanks dalend aantal bedrijven
In België zijn in 2025 15.895 landbouwbedrijven Vegaplan-gecertificeerd. Dat is een lichte daling van 1,4% ten opzichte van 2024. Over alle landen samen bedraagt de daling 0,2%.
De certificeringsgraad stijgt echter van 66% naar 69%, omdat ook het aantal landbouwbedrijven met plantaardige productie afneemt. Tussen 2024 en 2025 daalde dat aantal met 4,8%. Daardoor is vandaag bijna zeven op de tien Belgische landbouwbedrijven met plantaardige productie Vegaplan-gecertificeerd.
In Vlaanderen bedraagt de certificeringsgraad 72%, tegenover 63% in Wallonië en 30% in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Opvallend is de evolutie in Frankrijk. Daar steeg het aantal Vegaplan-gecertificeerde bedrijven tussen 2024 en 2025 met 13,2%.
Meest voorkomende non-conformiteiten tijdens Vegaplan-audits
Vegaplan publiceerde ook een overzicht van de meest voorkomende non-conformiteiten die in 2025 tijdens de audits voor de Vegaplan Standaard Primaire Plantaardige Productie werden vastgesteld. Daarbij wordt telkens aangegeven bij hoeveel audits de eis van toepassing was en tot welk beoordelingsniveau de eis behoort.
De analyse houdt rekening met alle onderdelen van de Vegaplan Standaard, waaronder de sectorgids, duurzaamheid, geïntegreerde gewasbescherming (IPM) en de kwaliteit van plantaardige producten.
Niveau 1: alle eisen moeten conform zijn
Bij de niveau 1-eisen moeten alle voorwaarden conform zijn. Tijdens een eerste audit moeten vastgestelde non-conformiteiten binnen drie maanden worden rechtgezet om het certificaat te verkrijgen. Bij een verlengingsaudit bedraagt die termijn één maand.
De meest voorkomende non-conformiteit had betrekking op het correct invullen van de checklist van de Duurzaamheidsmonitor en het verzamelen van de nodige bewijsstukken. Daarnaast werden ook regelmatig tekortkomingen vastgesteld bij de identificatie van het bedrijf bij de bevoegde overheden, het uitvoeren van de vereiste wateranalyses, de verplichte verklaring rond knolcyperus bij cultuurpacht en het gebruik van de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen bij gewasbescherming.
Niveau 2: minstens 80% conform
Voor de niveau 2-eisen moet minstens 80% van de toepasselijke eisen conform zijn.
De vaakst voorkomende non-conformiteit betreft het invullen van de fyteauscan. Ook het gebruik van een passende kantdop bij bespuitingen langs oppervlaktewater en verhardingen, de kwaliteit van beschermzeilen in de ruwvoedersector, het inschakelen van een Vegaplan-gecertificeerde loonwerker en de controle op vreemde voorwerpen vóór de oogst behoren tot de meest vastgestelde aandachtspunten.
Niveau 3: aanbevelingen
Vegaplan geeft ook een overzicht van de meest voorkomende non-conformiteiten binnen de aanbevelingen of niveau 3-eisen.
Daaruit blijkt onder meer dat de registratie van bestrijdingsresultaten en de registraties waarop een interventie wordt gebaseerd nog vaak onvolledig zijn. Ook de registratie van niet-chemische gewasbescherming, een bodemanalyse als basis voor bemesting en bekalking op productief grasland en de aanwezigheid van een intern spoelsysteem op het spuittoestel behoren tot de belangrijkste aandachtspunten.
Nuttige aandachtspunten voor volgende audits
De cijfers tonen dus aan dat Vegaplan-certificering breed ingeburgerd blijft in de Belgische plantaardige landbouw. Ondanks de verdere afname van het aantal landbouwbedrijven stijgt het aandeel gecertificeerde bedrijven opnieuw.
De auditresultaten maken tegelijk duidelijk op welke punten landbouwers nog het vaakst tegen non-conformiteiten aanlopen. Het gaat in de eerste plaats om administratieve verplichtingen, registraties en documentatie, aangevuld met enkele sectorspecifieke technische vereisten. De overzichten kunnen landbouwers helpen om zich gericht voor te bereiden op een volgende Vegaplan-audit en zo het certificaat vlot te behalen of te behouden.
Werken met studenten of seizoenarbeiders? Ontdek hoe beide systemen gecombineerd kunnen worden en welke extra regels gelden voor minderjarigen, helder uitgelegd door Chris Botterman.
AIF investeert in Moa Technology, dat met 26 miljoen euro nieuwe herbiciden en Moa Amplifiers™ ontwikkelt om onkruidresistentie en strengere regelgeving te counteren.
Belgische landbouwers zetten opnieuw sterke stappen in circulaire landbouw: AgriRecover zamelde in 2025 671 ton landbouwverpakkingen in, met meer dan 99% mechanische recyclage van correct uitgespoelde verpakkingen.
Hitte drukt de volumes van vruchtgroenten en stuwt prijzen op de groentemarkt. Tomaten, paprika, bloemkool en sla kennen prijsstijgingen, terwijl courgettes onder druk staan door een ruim aanbod.
Ecorobotix ARA 620 combineert AI, camera’s en individuele dopaansturing voor ultralokale onkruidbestrijding. Zo spuit de machine alleen waar nodig en beperkt ze drift en middelengebruik.
AIF investeert in Moa Technology, dat met 26 miljoen euro nieuwe herbiciden en Moa Amplifiers™ ontwikkelt om onkruidresistentie en strengere regelgeving te counteren.
Belgische landbouwers zetten opnieuw sterke stappen in circulaire landbouw: AgriRecover zamelde in 2025 671 ton landbouwverpakkingen in, met meer dan 99% mechanische recyclage van correct uitgespoelde verpakkingen.
Caro Vermeir volgde de starterscursus bij Boerenbond. Haar stage deed ze deels bij ‘t Waterbos, het bedrijf van Pieter en Jessie Stessel-Bosmans in Herent.
Ben Scheelen, finalist voor Mister Gay Belgium 2026, zet in op plattelandsdiversiteit. De boerenzoon uit Pelt vertelt open over zijn coming-out en waarom aanvaarding op het platteland niet altijd even gemakkelijk is.
Ecorobotix ARA 620 combineert AI, camera’s en individuele dopaansturing voor ultralokale onkruidbestrijding. Zo spuit de machine alleen waar nodig en beperkt ze drift en middelengebruik.
Warme en natte maanden zorgden voor snelle gewasgroei, maar hitte, onweersbuien en hagel zetten de opbrengst van granen, aardappelen, maïs en suikerbieten onder druk.