Totaalaanpak voor effectieve beheersing van aardappelziekte
Phytophthora infestans, de veroorzaker van de aardappelziekte, blijft een van de grootste uitdagingen binnen de aardappelteelt. Door spontane mutaties en geslachtelijke vermeerdering, past de pathogeen zich voortdurend aan. Dat resulteert niet alleen in een toenemende pathogeniciteit, maar ook in de opkomst van varianten met resistentie tegen een of meerdere actieve stoffen. Om die evolutie het hoofd te bieden, is een geïntegreerde, brede aanpak noodzakelijk.
Weg met afvalhopen en aardappelopslag
Een dergelijke aanpak start met het opruimen van afvalhopen en aardappelopslag. Phytophthora infestans kan immers overwinteren in op het veld achtergebleven aardappelknollen. Wanneer deze knollen in het volgende teeltseizoen uitlopen, ontwikkelen ze tot latent besmette planten waarop de aardappelziekte kan uitbreken en vermeerderen. Afvalhopen en aardappelopslag zijn de vroegste bronnen van sporenvorming. Door deze potentiële sporenbronnen aan te pakken, kan een vroege piek van de aardappelziekte (deels) worden uitgesteld en win je tijd in de aardappelziektebestrijding.
Phytophthora infestans kan overwinteren in op het veld achtergebleven aardappelknollen.
Bescherm het gewas op het juiste moment
Tijdens het teeltseizoen moet het gewas beschermd worden. Wanneer een bespuiting nodig is, hangt af van de weersomstandigheden en het aardappelras. Terwijl lange vochtige periodes met matige temperaturen uitermate geschikt zijn voor de ontwikkeling van aardappelziekte zorgen droge en warme omstandigheden voor een rem. Daarnaast kunnen aardappelrassen met resistentiegenen, zoals Alanis, Beyonce en Invictus, enige ziektedruk goed verdragen - In tegenstelling tot rassen zonder resistentiegenen, zoals Challenger, Fontane, Innovator, Bintje of Markies.
Om deze redenen zijn kalenderbespuitingen niet efficiënt. Een beredeneerde aanpak op basis van het ziektemodel, dat rekening houdt met de weersvoorspellingen en het ras, verdient de voorkeur. De waarschuwingsdienst van Viaverda ondersteunt telers in hun keuze om het moment van bespuiting te bepalen: via een wekelijks e-zine ontvangt de teler regionaal spuitadvies. Daarnaast is er de mogelijkheid tot gebruik van een webapplicatie en een app die een perceelsgericht advies formuleren op basis van lokale weerdata, gewasontwikkeling en de eerder geregistreerde bespuitingen.
Ook de middelenkeuze moet doordacht gebeuren. Daarbij is een afdoend anti-resistentiemanagement cruciaal. Sinds 2023 komen aardappelziektevarianten voor, die resistent zijn tegen een of meerdere actieve stoffen uit het middelenpakket. Het huidige erkende middelenpakket omvat dertien actieve stoffen, die elf werkingswijzes vertegenwoordigen (tabel 1).
Tabel 1. Overzicht van de actieve stoffen in het beschikbare middelenpakket tegen de aardappelziekte en bijbehorende werkingswijze/groep
Actieve stoffen
Werkingswijze (groepnummer)
Amisulbrom, cyazofamide
21
Zoxamide
22
Cymoxanil
27
Propamocarb
28
Fluazinam
29
Mandipropamid, valifenalaat
40
Fluopicolide
43
Ametoctradin
45
Oxathiapiproline
49
Koperpreparaten
M01
Kaliumfosfonaat
P07
Deze actieve stoffen komen voor in enkelvoudige en/of samengestelde fungiciden (tabel 2). Bij elke bespuiting is het aanbevolen één samengesteld fungicide of twee enkelvoudige fungiciden met verschillende werkingswijze toe te passen. In een daaropvolgende bespuiting moet minstens één andere werkingswijze ingezet worden. Combineer verstandig en wissel doordacht!
Tabel2. Overzicht van de erkende fungiciden ter bestrijding van de aardappelziekte
Let op: vermijd combinaties van werkingsgroep 40 en 49, wegens het risico op meervoudige resistentie. Daarnaast is het belangrijk te weten dat toevoeging van cymoxanil goed is voor terugwerking tegen latente infecties, maar dat dit een te kortstondige (ongeveer 3 dagen) bescherming biedt om als volwaardige mengpartner (tweede werkingswijze) te fungeren.
Spuittechniek en correcte registratie
Eens de bespuitingsdatum en middelenkeuze vastliggen, is het cruciaal om de uitvoering zo optimaal mogelijk te laten renderen. Dit wordt bereikt met een goede spuittechniek. Spuit op een droog gewas, bij weinig wind, met de juiste rijsnelheid en werkingsdruk. Verlies ook hoeken, kanten en bochten niet uit het oog. In onzorgvuldig beschermde zones ontstaan de eerste aantastingen.
Tot slot is het essentieel om alle bespuitingen nauwkeurig te registreren. Zo voorkom je fouten rond het wettelijk toegelaten interval en het maximaal aantal toegelaten toepassingen per middel of actieve stof per jaar. De specifieke voorschriften per product zijn terug te vinden op Fytoweb.
Dit artikel kadert binnen de projecten ‘Kostenefficiënt naar een duurzame aardappelteelt in 2030’ (Vlaio-LA) en ‘Waarnemingen en waarschuwingen 2025-2027’ (Agentschap Landbouw en Zeevisserij).
Op de Vlaamse Carbon Farming Dag in Lennik ontdekten landbouwers, onderzoekers en bedrijven hoe levende bodems, nieuwe technologie en samenwerking carbon farming vooruit kunnen helpen.
Hoop op herstel van de graanhandel via de Zwarte Zee drukt de tarwe- en maïsprijzen. De markt blijft volatiel zolang de situatie rond Oekraïense export onzeker is.
Voor Patrick en Chiel Lemahieu-Ameloot begint een teeltplan niet bij de hoogste opbrengst, maar bij bodem, rotatie en wat hun bedrijf aankan. Ontdek hoe ze rekenen met gemiddelden én ruimte laten voor onzekerheid.
Boerenbond heeft een aantal bedenkingen bij de nitraatresiducampagne die momenteel aan de gang is. We zoomen dieper in op de landbouwcijfers en gaan op zoek naar de lievelingskost van de Vlaming.
Ontdek tijdens deze Lunchdate op 12 november hoe je als bedrijf slimmer met water omgaat: van grondwater en drainage tot regenwater opwaarderen, wateropslag en innovatieve buffering.
Op de Vlaamse Carbon Farming Dag in Lennik ontdekten landbouwers, onderzoekers en bedrijven hoe levende bodems, nieuwe technologie en samenwerking carbon farming vooruit kunnen helpen.
Meer dan 200 lokale mandatarissen volgden Boerenbonds webinar over het BRV. Ontdek waarom we hen vroegen landbouw een volwaardige plek te geven in het Vlaamse ruimtelijk beleid.
Voor Patrick en Chiel Lemahieu-Ameloot begint een teeltplan niet bij de hoogste opbrengst, maar bij bodem, rotatie en wat hun bedrijf aankan. Ontdek hoe ze rekenen met gemiddelden én ruimte laten voor onzekerheid.
Aardbeien telen vraagt lange dagen, maar Luc Fleerackers kiest bewust voor balans: naast zijn bedrijf maakt hij enthousiast tijd voor zijn gezin en de hobby's.
Voor het viaduct van Gentbrugge zijn zeven haalbare alternatieven geselecteerd. Ontdek tijdens een infomarkt wat de plannen betekenen voor de E17, E40 en R4 en hoe u uw mening kunt geven.
De eerste resultaten van frambozen onder zonnepanelen zijn veelbelovend: minder waterverbruik, meer klasse 1-fruit en een koeler teeltklimaat. Maar de opbrengst hangt af van het type paneel.