Elektronische monitoring bij luchtwassers en biobedden: aangepaste regels principieel goedgekeurd
Aangemaakt op
De Vlaamse regering heeft op 3 april de aangepaste regels voor de elektronische monitoring van luchtzuiveringssystemen voor het eerst principieel goedgekeurd. Dat is relevant voor heel wat veehouders, omdat nu duidelijk wordt welke sensoren verplicht zijn bij luchtwassers en biobedden, zowel in nieuwe installaties als in bestaande, eerder geplaatste systemen. De aangekondigde wijziging hing al langer in de lucht, maar tot nu toe was het nog niet helder welke parameters precies opgevolgd moesten worden. Daarnaast worden ook de rollen en de verantwoordelijkheden van andere betrokken partijen, zijnde de dataleverancier en de onderhoudspartij, verder verduidelijkt. Boerenbond heeft dit dossier van nabij opgevolgd en bleef sterk aandringen op een regeling die haalbaar is in de landbouwpraktijk. Ten opzichte van de vorige regelgeving zijn er duidelijke verbeteringen waar Boerenbond tevreden over is. Tegelijk blijven er belangrijke aandachtspunten en grote bezorgdheden bestaan.
Wat houdt de elektronische monitoring technisch in?
Een luchtzuiveringssysteem moet via elektronische monitoring continu en geautomatiseerd de parameters opvolgen die bepalend zijn voor de goede werking van het systeem. Die monitoring moet betrouwbaar, traceerbaar en controleerbaar zijn. Concreet moet het systeem voldoen aan de volgende technische voorwaarden:
Adequate meetvoorzieningen Om relevante parameters continu te kunnen meten, moeten de nodige sensoren voorzien zijn.
Registratie en datadoorstroming De meetwaarden:
worden minstens één keer per uur geregistreerd,
digitaal opgeslagen,
en minstens om de 24 uur doorgestuurd naar een door de overheid voorzien internetloket (ARMOS). Bij tijdelijke onbeschikbaarheid van het platform worden de gegevens achteraf automatisch doorgestuurd zodra dit opnieuw mogelijk is.
Bewaartermijn en inzage Alle gemeten gegevens moeten minstens vijf jaar lokaal digitaal bewaard blijven en op elk moment raadpleegbaar zijn door:
de dataleverancier,
de onderhoudspartij,
en de bevoegde toezichthoudende overheden.
Alarmfunctie Het systeem moet uitgerust zijn met een alarmfunctie die in werking treedt zodra grenswaarden worden overschreden. Deze grenswaarden zijn vastgelegd in de officiële systeembeschrijving van het luchtzuiveringssysteem.
Specifieke parameters per systeemtype Voor luchtwassers moeten minstens volgende parameters worden gemonitord:
pH van het waswater
geleidbaarheid van het waswater
spuiwaterproductie
drukval over het waspakket
waswaterdebiet naar het waspakket
stalbezetting (aan- of afwezigheid van dieren)
systeemstatus (via vastgelegde codelijst)
Voor biobeddenmoeten minstens volgende parameters worden gemonitord:
drukval over het biobed
waswaterdebiet voor voorbevochtiging van de ingaande stallucht
waterverbruik voor bevochtiging van het vulmateriaal
biobedspuiwaterproductie
biobedspoelwaterproductie
stalbezetting (aan- of afwezigheid van dieren)
systeemstatus (via vastgelegde codelijst)
Wanneer biobedspoelwater en biobedspuiwater samen worden opgevangen, volstaat één gezamenlijke meting van het totale volume.
Nieuwe verplichtingen en rol van de dataleverancier
In de aangepaste regeling krijgt de dataleverancier een centrale en formeel verankerde rol in de elektronische monitoring van luchtzuiveringssystemen. Elke exploitant van een luchtwasser of biobed is verplicht om via een contract een dataleverancier aan te stellen. Die dataleverancier is verantwoordelijk voor zowel de registratie van het luchtzuiveringssysteem in het digitale loket ARMOS als voor de correcte, tijdige en continue doorgifte van de elektronisch gemonitorde gegevens aan dat platform.
Dataleveranciers moeten zich eerst formeel registreren en laten valideren binnen ARMOS alvorens ze systemen kunnen aansluiten. Pas na die validatie kunnen zij luchtzuiveringssystemen in ARMOS registreren en de bijhorende meetgegevens digitaal doorsturen. De regelgeving wordt momenteel verder aangepast om de rol en verantwoordelijkheden van dataleveranciers explicieter te regelen; tot die aanpassing officieel van kracht wordt, geldt een overgangsperiode vanaf 1 januari 2026 waarin zowel exploitanten als dataleveranciers de tijd krijgen om contracten, registraties en technische koppelingen in orde te brengen.
De data die door de dataleverancier wordt doorgestuurd, wordt binnen ARMOS centraal verzameld en beschikbaar gesteld aan de bevoegde toezichthoudende overheden. De dataleverancier moet er daarbij voor zorgen dat gemeten waarden correct, volledig en conform de technische vereisten worden aangeleverd, ook wanneer het platform tijdelijk onbeschikbaar is. In dat geval moeten de lokaal opgeslagen gegevens automatisch worden doorgestuurd zodra ARMOS opnieuw bereikbaar is.
Blijvende bezorgdheden
Veel landbouwers ervaren het verplicht doorsturen van alle data naar de overheid als ingrijpend. Het idee dat de overheid vanop afstand mee kan kijken naar de werking van installaties roept vragen op over controle en toekomstige handhaving. Hoewel wordt aangegeven dat bij problemen eerst een terreinbezoek zou plaatsvinden, blijft het gevoel van extra druk en wantrouwen sterk leven. Boerenbond vraagt daarom duidelijke garanties over het gebruik en de interpretatie van deze data.
Landbouwers botsen vandaag op veel hogere kosten dan verwacht, vooral voor het doorsturen en beheren van gegevens. Bedragen tot 1.400 euro per jaar zijn geen uitzondering. Dat staat in schril contrast met andere digitale toepassingen in de sector en weegt zwaar op het bedrijf. Ook de aankoop van de sensoren en het monitoringssysteem zelf zijn veel duurder dan in de studie van ILVO in 2021 ingeschat was. De kosten kunnen oplopen tot 15.000 euro.
Tot slot kaartte Boerenbond de moeilijke situatie aan van landbouwers die tegen 2030 willen stoppen. Zij moeten vandaag nog investeren in elektronische monitoring, met die enorm hoge kosten, zonder mogelijkheid tot VLIF‑steun. Voor deze beperkte groep vraagt Boerenbond om na te gaan of een uitdoofscenario mogelijk is, zodat zware investeringen op het einde van de rit vermeden kunnen worden.
Boerenbond blijft deze punten actief opvolgen en pleit voor oplossingen die technisch correct, economisch verdedigbaar en menselijk rechtvaardig zijn.
De nieuwe regels zijn nu een eerste keer principieel goedgekeurd. Aangezien het om technische aanpassingen gaat, moeten ze bij Europa worden aangemeld in de TRIS procedure die 3 maanden in beslag zal nemen. Pas hierna kan de regeling definitief worden goedgekeurd.
ILVO geeft op Dag van de Landbouw in Kinrooi een infosessie voor Limburgse boeren over veehouderij, nieuwe teelten, datadelen, wijnanalyses en landbouwinnovatie. Schrijf je vooraf in voor 10u30 of 15u.
Ontdek de recentste fokwaardeschatting van VPF-Predikaat-Piétrainberen gebaseerd op de prestaties van nakomelingen opgezet in de selectiemesterij van januari tot en met februari 2026 (seizoen 2026.1).
Wil je starten of overnemen in land- of tuinbouw en VLIF-steun aanvragen als jonge landbouwer? Volg het starterstraject en toon je vakbekwaamheid aan met opleiding type A vanaf september.
Zuivelprijzen blijven stabiel tot licht stijgend, met kleine bewegingen voor boter, melkpoeder en kaas. Ook de melkprijs in Nederland en België beweegt voorzichtig omhoog.
Europese spelregels voor koolstofopslag krijgen vorm, maar voor Boerenbond moet koolstoflandbouw vooral een haalbaar verdienmodel voor landbouwers worden, met minder administratie en meer duidelijke vergoedingen.
Libramont viert 100 jaar en vraagt Belgische landbouwers hun stem te geven in een Grote Raadpleging over klimaat-, energie- en toekomstuitdagingen voor de landbouw.
PVL test in een nieuwe onderzoeksstal vrijloopkraamhokken, slimme voedering en innovatieve ventilatie onder praktijkomstandigheden. Ontdek wat werkt voor minder emissies en meer dierenwelzijn.
PVL onderzoekt hoe genetica, voeding en slimme sensoren de ammoniakuitstoot in de varkenshouderij verder kunnen verlagen, met veelbelovende resultaten voor praktijk en klimaat.
Provincie West-Vlaanderen investeert in lokale koolstofopslag in landbouwbodems om CO₂-uitstoot te compenseren en bodemkwaliteit te verbeteren. Ook steden en gemeenten kunnen meedoen.
Koe en Eiwit laat zien hoe melkveehouders met een volledig rantsoen minder stikstof verliezen, zonder in te leveren op melkproductie, diergezondheid en rendement.