Eind 2024 werd Lieven De Stoppeleire aangesteld als coördinator van Landschapspark Vlaamse Ardennen. Hij kent de streek goed en is ook nog altijd landbouwer. We blikken met hem terug de eerste verwezenlijkingen van het landschapspark.
Wat trok je aan in de uitdaging om coördinator van het Landschapspark Vlaamse Ardennen te worden?
“De Vlaamse Ardennen liggen me zeer nauw aan het hart, zeker de landbouwers. Er zijn veel uitdagingen in deze regio, maar ook veel opportuniteiten. Ik ben ervan overtuigd dat het landschapspark een rol kan spelen in het bestendigen van sectoren en de lokale landbouwers. De landbouwsector bevat een enorme kracht en weerbaarheid, maar er komen grote uitdagingen aan. Denk maar aan het vergunningsbeleid en de economische rentabiliteit. Gelukkig zijn de gronden in de Vlaamse Ardennen bij de beste van Vlaanderen, waar de boeren ondanks de vele klimaatuitdagingen kunnen blijven produceren. Ook de uitdaging om bruggen te bouwen tussen sectoren en overheidsniveaus trok mij aan in deze functie. In onze streek lopen er al veel trajecten en projecten, het is dus noodzakelijk om ze op elkaar af te stemmen.”
Hoe kijk je terug op 2025, het eerste volledige eerste werkingsjaar van Landschapspark Vlaamse Ardennen?
“Met grote tevredenheid: we zijn een jonge organisatie met een volledig nieuw team. 2025 betekende een vormingsjaar, maar we hebben de juiste profielen gevonden. Mijn drie collega’s waren onmiddellijk inzetbaar. Dat was heel aangenaam, want zo konden al heel wat trajecten opgestart of gecoördineerd worden.
Het parkbureau besliste vorig jaar om volop in te zetten op het traject rond deelgebruik. Concreet stellen we landbouwmachines rond goede bodembewerking ter beschikking van landbouwers in het landschapspark. In 2026 start dit project met de Disc-o-mulchmachine van Steeno. Tegen half februari hopen we al een tweede deelmachine aan te schaffen. Via een app kunnen landbouwers deze machines reserveren om ze vervolgens op hun eigen gronden te gebruiken.
Hoewel ik goed besef dat de landbouwers met terughoudendheid naar het landschapspark kijken, is het onze taak om te bewijzen dat we samen de toekomst van de regio zullen schrijven. Ik ben overtuigd dat we hierin zullen slagen.”
“Samen met de landbouw zullen we de toekomst van de regio schrijven.”
Op het terrein leeft bij landbouwers soms de bezorgdheid dat de komst van het Landschapspark zal leiden tot veranderingen in de landbouwpraktijk of extra maatregelen. Hoe reageer je op die perceptie?
“Ik kan heel duidelijk stellen dat het landschapspark geen regelgevende instantie is. Dat staat zo in het decreet en ook binnen het parkbureau bestaat geen enkele intentie om maatregelen op te leggen. De Vlaamse Ardennen mogen niet fundamenteel veranderen.
Onze kracht is het verweven landschap met daarin gemengde familiale landbouwbedrijven. Zijn er uitdagingen? Ja, maar die kunnen we aan. Geen gemengde landbouwbedrijven meer zou pas een grote verandering betekenen. We mogen absoluut geen stolp plaatsen over onze bedrijven: innovatie en nieuwe teelttechnieken moeten we ondersteunen. Om ook jongeren warm te maken om te investeren in de Vlaamse Ardennen, moeten we de dynamiek opnieuw aanwakkeren. Dat idee komt ook terug in de ‘Visievorming Vlaamse Ardennen 2050’, het ambitieuze toekomstplan van de veertien gemeenten en steden van de Vlaamse Ardennen. We omarmen technologie en zoeken naar oplossingen om de rentabiliteit te versterken. Ook kijken we hoe we lokaal geproduceerde producten beter intern kunnen vermarkten. In de Vlaamse Ardennen wonen meer dan 200.000 mensen die we moeten leiden naar onze heerlijke lokale producten.
Tot slot zijn er heel wat opdrachten rond onder meer milieu, natuur en biodiversiteit. Als landschapspark willen we signalen geven aan Vlaanderen dat sommige doelstellingen elkaar tegenwerken. Daar moeten we oplossingen voor vinden zodat meer instanties en organisaties elkaars doelen (er)kennen.”
Wat wil je in de komende jaren het liefst realiseren binnen Landschapspark Vlaamse Ardennen, zowel voor de streek als voor de landbouwers?
“Mijn grootste wens is dat de neuzen in de Vlaamse Ardennen sectoroverschrijdend in dezelfde richting staan. Pas zo werken we gezamenlijk aan een duurzame, economische en ecologische regio waar iedereen zijn plaats heeft en erkenning krijgt.
In klimatologisch uitdagende tijden moeten we gewapend zijn voor de toekomst. Dat doen we door samen te werken met verschillende sectoren en bijvoorbeeld onze lokale ‘terroir’-producten dagelijks te proeven en promoten.
In 2026 hoop ik dat het machinedeelsysteem echt van de grond komt en dat we het traject kunnen versterken met gerichte, individuele begeleiding. Zo tonen we als landschapspark dat we actief meedenken over constructieve oplossingen. Niet alleen voor onze landbouwsector, maar voor alle partners in de streek.”
Boerennatuur Vlaanderen lanceert een groepsaankoop voor productief kruidenrijk grasland: een klimaatrobuust, meerjarig mengsel voor melkveehouders met korting, praktische begeleiding en mogelijke subsidie.
Provincie West-Vlaanderen investeert in lokale koolstofopslag in landbouwbodems om CO₂-uitstoot te compenseren en bodemkwaliteit te verbeteren. Ook steden en gemeenten kunnen meedoen.
Koe en Eiwit laat zien hoe melkveehouders met een volledig rantsoen minder stikstof verliezen, zonder in te leveren op melkproductie, diergezondheid en rendement.
Hitte drukt de volumes van vruchtgroenten en stuwt prijzen op de groentemarkt. Tomaten, paprika, bloemkool en sla kennen prijsstijgingen, terwijl courgettes onder druk staan door een ruim aanbod.
Ecorobotix ARA 620 combineert AI, camera’s en individuele dopaansturing voor ultralokale onkruidbestrijding. Zo spuit de machine alleen waar nodig en beperkt ze drift en middelengebruik.