Bodem staat hoger op de agenda omdat Europa de European Soil Monitoring Law (ESML) goedkeurde: tegen 2050 moeten bodems gezonder worden en landen moeten dat vooral monitoren. Vlaanderen wordt daarbij één bodemdistrict en moet een Vlaams bodemzorgplan opmaken. Boerenbond vindt dat dit plan tot nu toe te top-down wordt voorbereid en vraagt echt stakeholderoverleg: praat mét landbouwers, niet over landbouwers.
Het Vlaams bodemzorgplan
Europa legt geen automatische maatregelen of harde doelen op, Vlaanderen kan dus keuzes maken. De Vlaamse overheid heeft niet gewacht op de goedkeuring van de ESML en is intussen al gestart met het opstellen van het bodemzorgplan, samen met een schrijfgroep waarin verschillende administraties en instellingen vertegenwoordigd zijn.
Boerenbond stelt vast dat stakeholders onvoldoende en te laat betrokken worden. Ondanks het feit dat de ESML nadrukkelijk vraagt om stakeholders tijdig en echt te betrekken bij de opmaak van dit plan is dat - ondanks herhaaldelijke vragen - nog niet gebeurd. Sommige administraties blijven vasthouden aan eerder ingeslagen paden. Daarbij lijken ze te denken dat een of ander participatiemoment met post-its en duimpjes, aangevuld met het verplichte openbaar onderzoek of een adviesronde via de adviesraden, volstaat om tegemoet te komen aan de expliciete vraag van de EU. Bij Boerenbond vinden we dat alvast niet en blijven we aandringen op een echt traject met de stakeholders, waarbij de stakeholders - zoals de landbouwsector die als enige sector expliciet wordt genoemd - evenwaardig hun insteek kunnen geven.
De voorbije weken organiseerde de Vlaamse overheid twee stakeholderevents over het Bodemzorgplan. De bijeenkomsten waren enigszins surreëel omdat er gepraat werd over een plan dat geen van de stakeholders (sectorfederaties, bedrijven die MER’s opmaken, actoren die op een of andere manier bezig zijn met bodem ...) al konden inzien. Uit de inzichten die werden gedeeld bleek alvast dat nieuwe verplichtingen, opgelegde maatregelen en een debat over het ter beschikking stellen van data momenteel zijn opgenomen in het plan, ook al wordt in de ESML nadrukkelijk aangegeven dat dit niet de bedoeling is.
Overzicht bodemdescriptoren
Wat vindt Europa dat moet worden gemonitord?
Wie bepaalt de criteria?
Wat betekent dat in de praktijk?
Verzilting, koolstofverlies, verdichting van de ondergrond
Hoewel Boerenbond blijft aandringen op echt overleg en betrokkenheid van alle stakeholders, hebben we tijdens verschillende events al een aantal duidelijke krachtlijnen geschetst:
Geen gold plating
Volgens de Europese definitie wordt de toestand van een bodem bepaald door drie soorten kenmerken: biologische, chemische en fysische parameters. Sommige daarvan worden op Europees niveau vastgelegd; andere mogen de lidstaten zelf bepalen in hun bodemzorgplan.
De ESML vertaalt die kenmerken in zogenaamde bodemdescriptoren. Sommige daarvan worden op Europees niveau vastgelegd; andere mogen de lidstaten zelf bepalen in hun bodemzorgplan. De ESML legt geen automatische maatregelen op en stelt geen harde streefdoelen vast voor deze bodemdescriptoren. Lidstaten kunnen vrijwillig werken met streefwaarden of triggerwaarden - actie ondernemen wanneer een (onder)grens bereikt is.
Boerenbond pleit ervoor dat het Vlaamse bodemzorgplan geen ‘gold plating’ bevat, zoals ook in het regeerakkoord is vastgelegd. Vlaanderen mag met andere woorden niet strenger worden dan wat Europa minimaal vraagt. Bovendien moet worden vermeden dat het plan de basis vormt voor sluipende regelgeving, waarbij vergunningen worden aangevochten omdat een organisatie vindt dat de vooruitgang te traag gaat of dat één enkele parameter problematisch zou zijn.
Holistische aanpak rekening houdend met de landbouwbodem
We pleiten voor een holistische aanpak waarbij de verschillende parameters en descriptoren als één pakket worden gezien. Dat klinkt logisch, maar is het niet. Vandaag zien we bijvoorbeeld dat in aanloop van de EMSL heel wat wetenschappers zich hebben gefocust op één parameter of indicator. Het one-out, all-outprincipe (geen gezonde bodem wanneer één indicator onvoldoende is) is dan niet ver weg.
Boerenbond vindt ook dat er voldoende rekening moet worden gehouden met de specificiteit van een landbouwbodem. Zo’n landbouwbodem maakt immers deel uit van een duidelijk economisch verdienmodel dat erop gericht is om op een zo duurzaam mogelijke manier veilig en betaalbaar voedsel te produceren. Dat socioeconomische aspect wordt bij het uitwerken van plannen en het bedenken van maatregelen vaak over het hoofd gezien. Bovendien zorgt het ervoor dat je geen irrealistisch opbod krijgt bij de toepassing van de verschillende indicatoren.
Neem nu bijvoorbeeld de koolstofopslag in een bodem. Via een aantal gerichte technieken (bijvoorbeeld nietkerende bodembewerking) kan je die koolstofopslag ook in een landbouwbodem verhogen. Maar wat je ook doet, die opslag zal nooit dezelfde omvang hebben als die in veen bijvoorbeeld. Het komt er dus op aan geen appelen met citroenen te vergelijken, maar wel om aan te moedigen dat er op maat stappen vooruit kunnen worden gezet.
Kansen voor ecosysteemdiensten
De ESML zet sterk in op het denken in ecosysteemdiensten: maatschappelijke voordelen die bodem en landgebruik kunnen leveren, zoals:
Betere waterinfiltratie en waterberging
Koolstofopslag
Erosiebestrijding
Ondersteuning van biodiversiteit
Die ecosysteemdiensten zijn zeer divers en vrijwel onbeperkt. Naast de productie van voedsel en materialen horen daar ook diensten bij zoals een bodem die vrij is van verontreiniging, of een bodem die een belangrijke rol speelt in waterbeheer. Vanuit Boerenbond vinden we dat denken in ecosysteemdiensten een interessante piste. Vandaag leveren heel wat landbouwers immers al de nodige ecosysteemdiensten.
Boerenbond ziet dit als een kans, op voorwaarde dat het beleid kiest voor een stimulerende aanpak: landbouwers die meetbaar extra bijdragen, moeten daarvoor structureel en op maat kunnen worden vergoed en niet gestraft omdat ze iets niet of anders doen. Dat werkt sneller en vaak kostenefficiënter dan een puur verplichtend systeem of de klassieke aanpak, waarbij bijvoorbeeld de overheid zelf gronden verwerft om haar plannen te realiseren.
Structureel maatwerk
Ecosysteemdiensten laten ook toe om structureel en op maat te werken en samen te werken. Zeker wanneer we het hebben over de bodem, zijn die verschillende insteken zeer relevant. Bodemprocessen zijn immers trage processen. Je wijzigt ze niet van de ene op de andere dag, maar je hebt nood aan structureel volgehouden inspanningen.
Tegelijkertijd is het belangrijk dat er op maat kan worden gewerkt. Niet zomaar alles kan op elk bedrijf worden toegepast. Iedere individuele landbouwer moet de keuzevrijheid behouden over wat wel of niet past binnen de eigen bedrijfsvisie. Zaken stimuleren of mogelijk maken, betekent niet zaken verplichten of opleggen.
Tot slot is ook samenwerking essentieel. Bodem en de verschillende bodemaspecten stoppen niet aan perceelsgrenzen. Maar wat er op aanpalende of hogerop gelegen percelen gebeurt, kan wel een impact hebben. Door samen te werken, bereik je meer. Ook die samenwerking kan je stimuleren via ecosysteemdiensten en de eraan gekoppelde vergoedingen. Dat laatste geldt bijvoorbeeld voor het aanpakken van bodemerosie. Dit is een van de uitdagingen die in de ESML aan bod komen. Niet alleen zorgt bodemerosie immers voor overlast, maar het tast ook de eigen bodem aan doordat nuttig materiaal wegvloeit. Enkel maatregelen nemen tegen de gevolgen, zonder het probleem aan de bron aan te pakken, is niet voldoende.
Draagvlak creëer je vooral door samenwerking mogelijk te maken en te versterken, en door iedereen duidelijk te maken wat de gevolgen zijn van niet handelen - én welke resultaten wel kunnen worden bereikt wanneer je samen aan de slag gaat. Vermijd bijvoorbeeld dat ondersteuningsmechanismes die goed werken (zoals eco- en agromilieu- en klimaatmaatregelen) om de haverklap worden aangepast, want daardoor haken mensen af of wordt het potentieel voor extra groei niet benut.
Hoe moet het nu verder?
Momenteel blijft het koffiedik kijken of deze principes en uitgangspunten worden opgenomen in het Vlaamse bodemzorgplan. Want zoals eerder aangegeven, is dat plan top-down in opmaak. Alleen de Vlaamse overheidsadministraties zijn rond tafel gaan zitten, zonder overleg met de actoren die het in de praktijk zullen moeten doen.
Uit onze bevraging komen heel wat duidelijke verbetermogelijkheden naar voren. Precies daarom is het tot nu toe gelopen traject een gemiste kans. Bovendien gaf de administratie aan het huidige proces onverminderd te willen voortzetten, wat geen stevige basis is voor een gedragen plan. Men zal de louter door de administratie geschreven tekst verder uitwerken in een conceptnota die zal worden voorgelegd aan de minister met het oog op agendering en goedkeuring ervan in de Vlaamse regering. Volgens de administratie biedt de voorziene inspraak via de adviesraden nadien nog voldoende mogelijkheid om eventuele bekommernissen vanuit de stakeholders kenbaar te maken.
Nood aan debat
Boerenbond is het hier niet mee eens en blijft aandringen op een echt debat. Alleen zo kan je bouwen aan partnerschappen die inzetbaar zijn op de lange termijn, en kun je werken aan een plan dat vertrekt vanuit oplossingen en kansen - niet vanuit hindernissen, risico’s, verplichtingen en bijkomende maatregelen. Alleen op die manier kan worden vermeden dat opnieuw een hele reeks extra administratie ontstaat, die in de praktijk vaker remmend dan stimulerend werkt. Dat dit geen loze waarschuwing is, blijkt uit de lopende trajecten rond carbon credits en nature credits: wat wordt voorgesteld als een bijkomende inkomstenbron voor bijvoorbeeld landbouwers, dreigt door de zware administratieve last te verworden tot een lege doos. Het is nog niet te laat om stakeholders écht te betrekken. Maar ondertussen tikt de klok - het is vijf voor twaalf. Laat bodem en bodemzorg een positief verhaal worden van gedeelde verantwoordelijkheid, en niet opnieuw een extra laag boven op de nu al onverteerbare ‘lasagne’ van regels en verplichtingen.
Wie berekent wat hittestress kost, heeft meteen een budget voor ogen dat kan geïnvesteerd worden in preventieve maatregelen. Onafhankelijk zuiveladviseur Filip Jamart bracht in beeld, onderbouwd met economische cijfers, wat het effect is van hittestress op onze melkkoeien.
Boerenbond heeft een aantal bedenkingen bij de nitraatresiducampagne die momenteel aan de gang is. We zoomen dieper in op de landbouwcijfers en gaan op zoek naar de lievelingskost van de Vlaming.
MCC-Vlaanderen zoekt twintig Vlaamse melkveebedrijven om ervaring op te bouwen met selectief droogzetten. Ontdek welke begeleiding, analyses en deelnamevoorwaarden het project biedt.
Een goed inzicht in de factoren die vleesvee agressief of onrustig kunnen maken is essentieel om zowel het dierenwelzijn als de technische resultaten op het bedrijf te verbeteren.
Praktische opleidingen helpen landbouwers veilig werken met mestgassen. Ontdek de risico’s, leer preventiemaatregelen en schrijf je tijdig in voor een gratis opleiding in West-Vlaanderen.
Praktische opleidingen helpen landbouwers veilig werken met mestgassen. Ontdek de risico’s, leer preventiemaatregelen en schrijf je tijdig in voor een gratis opleiding in West-Vlaanderen.
De Vlaamse Regering start het GRUP voor de CO₂-leiding tussen Opwijk en Lievegem. Ontdek wat het tracé betekent voor landbouwers en hoe je tot 11 december 2026 opmerkingen of bezwaren kunt indienen.
Ontdek tijdens deze Lunchdate op 12 november hoe je als bedrijf slimmer met water omgaat: van grondwater en drainage tot regenwater opwaarderen, wateropslag en innovatieve buffering.
De nieuwe meetmethode en uitdagende weersomstandigheden zorgen voor onrust over de nitraatresiducampagne 2026. Deel je resultaten via het meldpunt, schrijf je in voor het webinar en ontdek wat Boerenbond vraagt.
Vanaf januari 2027 berekent Klimrek de klimaatimpact van mengvoeders nauwkeuriger en met minder administratie. Plan je in 2027 een klimaatscan voor boekjaar 2026? Informeer dan nu je mengvoederfabrikant.
In Nossegem is het grondwitloofseizoen feestelijk geopend. Ontdek hoe telers, de provincie en lokale bestuurders deze arbeidsintensieve traditie in de kijker zetten.