Tijdens de demodag ‘Slim bodembeheer’ in Kemmel gingen we in gesprek met Lieven Delanote, adviseur biologische landbouw bij Inagro. Als ervaren bodemkenner begeleidt hij al jaren landbouwers in de overstap naar niet-kerende bodembewerking. We bundelen de belangrijkste aandachtspunten die hij met ons deelde.
Ann-Sophie Decroos, regioconsulent
Lieven Delanote neemt spade om na te gaan hoe het gesteld is met de bodem.
Door het natte voorjaar kozen vorig seizoen veel landbouwers voor niet-kerende bodembewerking en lieten de ploeg staan. Was die aanpak dit jaar opnieuw populair?
“Vorig jaar werd inderdaad uit noodzaak vaak niet geploegd. Ploegen vergt al gauw twee à drie dagen drogend weer, en dat lukte vorig jaar niet. Het resultaat viel doorgaans goed mee. Het verrast me dan ook dat er dit jaar opnieuw meer geploegd werd. Nochtans was 2025 een gemakkelijker jaar voor niet- kerende bodembewerking en was ploegen in principe minder nodig. Het droge voorjaar zorgde ervoor dat onder andere gewasresten, groenbedekkers en onkruid makkelijker aan te pakken en te vernietigen waren. Wellicht wordt er nog vaak uit gewoonte geploegd en stelt men zich niet de vraag of het wel nodig is. Moet aardappelland dat netjes uit de winter komt, nog geploegd worden om mais te zaaien? Het is een terechte vraag – en tegelijk een ideaal moment voor landbouwers om te experimenteren. De ecoregeling voor niet-kerende bodembewerking biedt ook een stimulans. West-Vlaanderen voorziet nu een gelijke subsidie voor rode en paarse percelen in de regio Bollaertbeek-Kemmelbeek.”
Welke factoren spelen een rol om succesvol aan de slag te gaan?
“Wie volledig wil overschakelen naar niet-kerende bodembewerking, moet daar stapsgewijs naartoe werken. Verschillende succesfactoren spelen een rol. De voornaamste zijn het teeltplan en de opeenvolging van de teelten, de keuze van de groenbedekkers, de voorbereidende werkzaamheden in het voorjaar en pas in laatste instantie de diepwoeler die de ploeg vervangt. Zeker bij vroege teelten moet je vooraf toewerken naar een goede bodemstructuur en kan je moeilijk te vernietigen groenbedekkers zoals gras of rogge beter vermijden. Als deze goede omstandigheden niet aanwezig zijn, is ploegen soms nog een noodzakelijke optie. Bij late teelten is er voldoende tijd om groenbedekkers te vernietigen en, indien nodig, de bodemstructuur te herstellen. Je kan dan beter wachten tot de bodem voldoende gedroogd is om de nodige bewerkingen uit te voeren. Dan speelt de soort groenbedekker ook minder een rol, ook als je deze mechanisch wil kapotmaken. Vorstgevoelige groenbedekkers (facelia, gele mosterd, niger, zonnebloemen ...) vriezen doorgaans af. Als het niet vriest, kan je ze gemakkelijk met de klepelmaaier vernietigen. Grassen en granen zijn moeilijker aangezien ze niet kapotvriezen in de winter en uitstoelen. Het voordeel is dat de bodem in de winter en in het voorjaar begroeid blijft. Indien nodig kun je er zelfs nog een snede vanaf halen. Granen en grassen kunnen met een snijdende bewerking onder drogend weer vernietigd worden in het voorjaar. Dit is met de beschikbare technieken vandaag geen probleem meer. In extremis is in de gangbare teelt uiteraard nog een herbicide mogelijk. Aandachtspunt is wel dat bodem niet te veel mag uitdrogen.”
Hoe pak je niet kerende bodembewerking dan aan in het voorjaar?
“Bij niet-kerende bodembewerking denken we vaak in eerste instantie aan welke voorzetwoeler we moeten gebruiken. Maar eigenlijk zijn de voorbewerkingen in het voorjaar nog belangrijker. Hierbij streven we naar ondiepe en volleveldse bodembewerkingen op maximaal 5 cm diepte. Zo snij je het onkruid, de groenbedekker of het gras af en kan die vlot opdrogen. De ervaring leert dat ook de grond niet dieper uitdroogt dan de bodem bewerkt is. Dit is cruciaal om ook in een droog voorjaar, zoals het voorjaar van 2025, toch in een vochtige grond te kunnen zaaien of planten. Dit kan met een schijveneg, maar ik ben geen voorstander. Een schijveneg gaat snel te diep en heeft een onregelmatig snijvlak. Ik ben meer voorstander van de precisiecultivator. Dit is een cultivator die aangepast is om ondiep te snijden met onder andere dieptewielen voor en achter en met breed overlappende en vlaksnijdende ganzenvoeten. Verschillende merken hebben ondertussen een dergelijke cultivator in hun gamma. Laat je bij de keuze niet enkel leiden door de prijs. Om gras kapot te maken is een mulchfrees een recente innovatie. Dit is een omgebouwde frees met dieptewielen vooraan en haakse messen, zodat ook vlak snijwerk mogelijk is. Voor beide machines is VLIF-steun mogelijk.”
Precisiecultivator voor ondiepe bodembewerking.
Welke woeler is dan de beste?
“De diepere grondbewerking doen we net voor het zaaien of planten. Ideaal is een voorzetwoeler in combinatie met een rotoreg: zo maak je in één werkgang de bodem los én zaaiklaar. Hiermee vermijd je oppervlakteverdichting in het zaaibed. Maar dit kan uiteraard ook in twee aparte werkgangen. Er zijn grosso modo twee type woelers afhankelijk van de tandvorm: de Dent Michel en de rechte tand. Beide hebben een goede werking. Maar let erop dat ze niet te veel mengend werken. Bij de Dent Michel kan je dit ten dele regelen met het derde punt. Bij de rechte tand is de tandvorm belangrijk. Neem ook altijd smalle punten zodat je geen versmering hebt in de grond. Liever een tand meer met smalle punten dan een tand minder en brede ganzenvoeten. Hier wordt nog veel tegen gezondigd.”
Waarop let je dan tijdens de bewerking?
“Belangrijk is om voor elke bewerking te kijken of de grond voldoende droog is en welke bewerking nodig is. Belangrijk aandachtspunt hierbij is of er verdichting aanwezig is en op welke diepte deze zich bevindt. Rijd niet dieper dan waar de bodem daadwerkelijk verdicht is. Controleer na de bewerking of je het gewenste resultaat hebt bereikt, en stel de woeler zo nodig bij. Een spade is dus een onmisbaar hulpmiddel bij niet kerende bodembewerking.
Ook een belangrijk punt is om zo min mogelijk vermenging van de grond te hebben. Zo hou je de gelaagdheid van de grond en vermijd je dat zware of natte grond naar boven gehaald wordt, die dan hard wordt of in kluiten droogt en niet meer fijn te krijgen is. De diepere grond mag niet te fijn worden weggelegd, want dan verliest ze draagkracht en wordt onstabiel. Dat verhoogt het risico op nieuwe verdichting. Daarom luidt het advies: werk met 4 à 6 tanden per drie meter en niet meer, en vermijd kruiselings rijden. Het doel is om de bodem ruw open te breken, niet om hem fijn te maken.
Die ruwheid is ook belangrijk voor de waterhuishouding. Voor een goede drainage heeft water wormengangen en scheuren nodig. In een ploegvoor blijft water staan, terwijl bij niet-kerende bodembewerking een geleidelijke overgang in de bodem behouden blijft. Dat zorgt voor een betere drainagecapaciteit bij nat weer én een betere capillariteit in droge periodes.”
Heb je nog een laatste tip?
“Bij de diepwoeler moet je direct een gewas of groenbedekker zaaien of planten zodat de wortels de bodem weer vast kunnen leggen. De plant is eigenlijk een veel sterkere bodemverbeteraar dan de diepwoeler. Zie groenbemesters daarom niet als last, maar als basis voor een gezonde vruchtafwisseling. Kies bij voorkeur ook voor groenbemestermengsels. Mengsels bewortelen de bodem intensiever en dieper en leveren dus een grotere bijdrage aan een gezonde bodem. Bekijk zeker ook de resultaten van de groenbedekkersproef uit de demonstratie in Kemmel.”
Bayer toont op zijn proefplatform hoe gewasbescherming evolueert naar gerichte, goed getimede combinaties. Van aardappelen tot tarwe en mais: resistentie, timing en formulering bepalen steeds vaker het verschil.
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
Boerenbond bracht landbouwers in Ronse en Wetteren samen rond slim energiebeheer, met praktische inzichten over zonnepanelen, batterijen en kosten op het erf.
Aardappeltelers in de EU schakelen terug na de prijs- en voorraadcrisis: het areaal consumptieaardappelen daalt fors, vooral in Vlaanderen, terwijl de vrije markt voor verwerking uitzonderlijk zwak blijft.
Doornappel rukt op in meerdere percelen: snel ingrijpen voorkomt zaadvorming en verspreiding. Kom meer te weten over de aanpak per teelt en lees hoe je planten veilig verwijdert.
Bayer toont op zijn proefplatform hoe gewasbescherming evolueert naar gerichte, goed getimede combinaties. Van aardappelen tot tarwe en mais: resistentie, timing en formulering bepalen steeds vaker het verschil.
Ondanks de vele voorzorgen die werden genomen om het draaglijker te maken voor de dieren, heeft de combinatie van hitte en hoge luchtvochtigheid voor oversterfte gezorgd op heel wat veehouderijen. Rendac heeft een achterstand, maar belooft er alles aan te doen om de achterstand zo snel mogelijk weg te werken.
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
De stormschade van 27 op 28 juni heeft heel wat mais doen omvallen. Landbouwcentrum voor Voedergewassen publiceerde nu een beslissingsboom die je helpt te beslissen wat je moet doen na schade.
Peilbesluiten bepalen waterpeilen in Vlaanderen en beïnvloeden landbouw, natuur en bedrijfsvoering. Ontdek hoe de procedure verloopt, waar inspraak mogelijk is en wat de impact is op percelen.
VMM werkt aan een totaalplan voor de Getestreek om wateroverlast beter op te vangen, met maatregelen per deelgebied en prioriteit voor woonkernen. De stand van zaken van dit klimaatrobuuste project.