Met An Vrancken kwam er in oktober een nieuwe voorzitter aan het roer van Ferm. Ze werd meteen voorzitter voor alle Ferm-entiteiten. Als land- en tuinbouwers zijn wij uiteraard goed bekend met Ferm voor agravrouwen, dat 6000 land- en tuinbouwvrouwen verenigt. Ferm is ook de grootste aanbieder in kinderopvang én organiseert huishoudhulp en thuiszorg. Een hele boterham. “Ik kan hier starten omringd door professionele mensen die het goed voorhebben. Dat is een comfortabele uitgangspositie. Het is geen verdienste van mij, maar ik mag er wel de vruchten van plukken.”
In het verleden was An Vrancken al bijna twee decennia aan de slag bij Ferm. Maar zowel zij als de organisatie veranderden en ze zocht andere professionele oorden op. Nu, op haar zestigste, keert ze terug naar het vrouwenbastion in Wijgmaal.
Hoe reageerde je toen jou de vraag gesteld werd om de voorzitter van Ferm te worden?
“Eigenlijk meteen toen de vraag kwam, dacht ik: ja, dat wil ik. Ik was opnieuw klaar om mijn tanden in iets te zetten. Na 17 jaar bij de Vlaamse overheid merkte ik dat ik mij eerder gelaten voelde bij de zoveelste oefening rond efficiëntiewinst of besparingen. Ik ondervond dat jonge collega’s daar nog wel echt hun schouders onder wilden zitten. het zou niet eerlijk zijn tegenover hen om op mijn stoel te blijven zitten. En toen kwam de vraag of ik het voorzitterschap van Ferm niet zou zien zitten. Toen ik het telefoontje kreeg, had ik er al onmiddellijk heel veel zin in. Maar ik wilde hier wel doordacht voor kiezen. Ik ben 60, mijn man is zeven jaar ouder. Eigenlijk waren wij van plan om het over een drietal jaren samen wat rustiger aan te doen. Toen ik mijn man op de hoogte bracht, was zijn reactie: ‘Je gaat dat toch doen! Je bent nog lang niet aan uitbollen toe, je zou gefrustreerd raken’. In het weekend heb ik er dan ook nog met de kinderen over gesproken en binnen de kortste keren was de beslissing genomen.
Ik denk dat het een goed beslissing was, zowel voor de omgeving die ik heb achtergelaten als voor de omgeving waar ik na bijna 20 jaar opnieuw ben. Hoewel ik hier nu natuurlijk wel anders binnen stap. Mensen glimlachen wel eens als ik dit zeg, maar ik ben rustiger geworden. De sturm und drang die ik in het begin van mijn carrière had om overal op te springen, die is verdwenen. Wat je verliest aan dadendrang en enthousiasme wordt ruimschoots gecompenseerd door ervaring. Zo zal ik bijvoorbeeld tijdens een vergadering proberen niet meteen verontwaardigd te reageren op iets waardoor ik geraakt word, maar zal ik nadien voor mezelf op een rij zetten wat ik als boodschap wil geven. En pas als ik dat helder heb, zal ik het communiceren.”
Wat je verliest aan dadendrang, wordt ruimschoots gecompenseerd door ervaring.
Hoe zou jij Ferm omschrijven aan iemand die de organisatie niet kent?
“Ferm is een netwerk dat opgebouwd is door vrouwen, voor vrouwen. Ruimer verwijs ik naar het klavertjevier van ons succes: vrouw, platteland, zorg en engagement. Die vier elementen komen quasi overal terug en ik vind het heel belangrijk om dit op de radar te houden. Er zijn altijd vrouwen (geweest) die zich engageren om iemand te helpen die daar nood aan heeft. En dan zijn er die een stap verder zetten en voelen dat er écht iets structureels moet gebeuren. Sommige projecten geraken nooit van de grond. Andere, zoals onze kinderopvang, zijn intussen de grootste dienstverlener in hun soort in het land. Organisaties - en dus ook Ferm - worden groter en professioneler. Dat is nuttig en nodig, maar we mogen ons DNA nooit verwaarlozen. Wij zijn ontstaan uit ondernemende vrouwen die ondervonden dat ze een probleem konden aanpakken en organiseren zodat ze niet alleen zichzelf vooruithielpen, maar ook andere vrouwen.
Dat heeft grote gevolgen. Doordat we activiteiten zoals kinderopvang en thuiszorg organiseren, helpen we niet alleen vrouwen die daardoor buitenshuis kunnen werken. Een aantal vrouwen die anders misschien geen kansen zouden hebben, op de arbeidsmarkt, of in de maatschappij, leid je binnen in het werkveld. Door hen een opleiding te geven en mondig te maken, vorm je hen als werknemer, maar ook als individu. En via hun werk krijgen ook andere vrouwen kansen om door te groeien in een carrière. De factor platteland is vooral van belang voor de vrouwen die buitenshuis willen gaan werken. Zelfs in een verstedelijkt Vlaanderen verdwijnen op het platteland systematisch dienstverlening en openbaar vervoer. Daar kunnen wij met onze nabije en kleinschalige dienstverlening het verschil maken. Een mooi voorbeeld is dat van de onthaalouders. Hier gaat het om kleinschalige kinderopvang, in het gezin. En ook: dicht bij de woning en niet dicht bij de werkplaats. Dat past voor mij ook in dat plattelandsdenken dat zo in ons DNA zit.”
Waar ligt de sterkte van Ferm?
“Een echte sterkte is dat je als netwerk zo verknoopt bent met elkaar dat je af en toe gedoemd bent tot elkaar. Dat bedoel ik niet negatief. Het gaat over een band in goede en slechte tijden. Het feit dat we één beweging zijn, met één naam, één verhaal en nu ook één voorzitter onderstreept dat. Wij willen een echt netwerk zijn. De geschiedenis leert ons dat maatschappelijk draagvlak veranderlijk is. Iets waarvoor 20 jaar geleden een enorm draagvlak was, is nu misschien minder vanzelfsprekend. Eén incident en het draagvlak kan zo onderuit worden gehaald. En dan moeten we er voor elkaar zijn en samen reageren en het een plaats geven.
We zijn een vrouwennetwerk en brengen vrouwen onder elkaar, bij elkaar. Dat zorgt voor een bepaalde herkenning. Het is geen beweging tegen de andere helft van de wereldbevolking, wel een moment om elkaar in de ogen te krijgen en te zeggen: ‘Ik weet wat het is, ik herken het’. Vanuit die herkenbaarheid die speelt onder vrouwen willen we samen iets op stapel zetten, samen iets ondernemen. Dat vrouwelijk ondernemerschap vind ik geweldig.
Als we in de maatschappij meer voor elkaar zouden zorgen, zouden we minder miserie hebben. Die zorg is echt belangrijk, want er komt als vrouw heel veel op je af. Veel verwachtingen samen stellen de veerkracht van vrouwen voor uitdagingen. Niet iedereen kan daar evengoed mee om. Dat voelen we bij Ferm ook als werkgever aan. Natuurlijk is iedereen anders. Sommige mensen gaan sneller bij de pakken neerzitten, gaan er fysiek of mentaal onderdoor, andere blijven doorwroeten ook al zitten ze diep in een crisis. Als leidinggevende moet je dan je verantwoordelijkheid dragen en als organisatie moet je het DNA dat je meedraagt kunnen omzetten in de praktijk. Wij zitten hier met 75% deeltijdse medewerkers. Het is een uitdaging om dat organisatorisch allemaal rond te krijgen en tegelijk ook klantvriendelijk te zijn. Deze uitdaging heeft zijn prijs, maar we zijn ervan overtuigd dat er opbrengsten tegenover staan, in die zin dat mensen met goesting naar hun werk gaan. Dat ze echt met hun werk bezig zijn wanneer ze aan het werk zijn ook. Daar willen wij op blijven inzetten.”
Waar liggen de uitdagingen voor de organisatie?
“De snelheid waarmee dingen veranderen en de druk die dat op mensen legt, zorgt ervoor dat meer mensen dan vroeger op een gegeven moment uit de boot dreigen te vallen of afhaken. Daar is op dit moment geen maatschappelijk antwoord op. De uitdaging is om vrouwen daarom veerkrachtiger te maken, maar ook om hen te doen beseffen dat af en toe ‘goed’ ook ‘goed genoeg’ is. Ik heb die boodschap ook altijd aan jongere collega’s meegegeven. Je kan niet én gaan sporten én de nieuwste films zien én een creatieve hobby hebben én de laatste modetrends dragen én mee in de ouderraad zitten én carrière maken. Forget it. Dan ben je klaar voor een burn-out. Maar je moet dat onder ogen zien en keuzes maken als een sterkte benoemen. Op social media lijkt het soms dat zovelen geslaagd zijn over de hele lijn en nooit eens gekreukeld opstaan. Dat is aan ons om te ontmantelen. Die perfectie moeten we van haar voetstuk halen, want zo gaat het niet in de realiteit. Dat is een uitdaging op microniveau.”
Daarnaast blijven wij de maatschappelijke opdracht hebben om te blijven strijden voor groepen die uit de boot dreigen te vallen. In de eerste periode dat ik bij KVLV werkte was een van de initiatieven die wij namen om vrouwen in de opleiding verzorgende te leren fietsen. Het gaat dan om de medewerkers die in een zorgende job bij gezinnen komen en het was belangrijk dat zij zich op het platteland konden verplaatsen. De fiets was daarbij perfect. Wie kon fietsen op een plek waar het openbaar vervoer niet zo goed was georganiseerd, had voorsprong. Nu ligt het accent op taalopleidingen. We zorgen ervoor dat onze medewerkers kunnen communiceren in de gezinnen waar ze komen. Die alertheid moeten we blijven hebben: het zoeken naar wat er op dit moment nodig is om ervoor te zorgen dat doelgroepen niet afhaken.
Nog zo’n mooi initiatief is het mamadepot. Wat we daar zien gebeuren gaat veel ruimer dan het organiseren van een winkel. Wanneer er een kring van vrijwilligers achter staat, wordt het een echte ontmoetingsplek. Je bouwt een sociale functie achter zo’n mamadepot op het platteland. Jonge moeders moeten niet wachten tot wanneer hun kinderen naar school gaan om andere jonge ouders aan de schoolpoort te ontmoeten. Ze kunnen mekaar hier leren kennen en al een netwerk vormen.”
Welke accenten wil jij als voorzitter leggen?
“Verbinding creëren op alle mogelijke niveaus: tussen organisaties, tussen mensen, tussen directeurs. Ik ben nu zestig, ik heb nog zeven jaar te gaan. Dat is niet lang als je dat afzet tegen wat Monique Swinnen hier gerealiseerd heeft in bijna vijftig jaar. Dat zal niemand haar ooit kunnen nadoen. Ik heb niet de ambitie om grote dingen te veranderen of te verwezenlijken. Maar ik wil wel zoeken naar meerwaarde. Onze baseline is: ‘Samen meerwaarde geven aan het leven’. Daar moeten we hier mee beginnen. Mensen moeten elkaar vinden en steunen. Binnen Ferm, maar ook in de grotere familie. Ik wil mij echt engageren om met Boerenbond samen te zoeken naar hoe wij kunnen samenwerken op een manier die meerwaarde oplevert voor alle betrokken partijen. Wij zijn zulke sterke organisaties. Als we al onze kennis en kunde samen leggen, kunnen we verder gaan.”
Onze baseline is ‘Samen meerwaarde geven aan het leven. Daar moeten we hier mee beginnen.
Hoe vind jij van jezelf dat je past bij Ferm?
“Ik houd van de combinatie tussen ondernemerschap, zorg en warmte. Die worden nog dikwijls tegenover elkaar gezet: de kille, zakelijke leider en daarnaast de zorgende. Ik denk dat ik, en met mij heel wat vrouwen, dat in mijn persoon kan verbinden. In de dossiers die op tafel liggen om problemen op te lossen zal ik professioneel en zakelijk zijn, maar ik wil vooral ook de mens daarachter niet vergeten. Als je zelfs in de uitvoering van moeilijke beslissingen zorg kan dragen voor mensen, vind ik dat een absolute meerwaarde. Zakelijk en professioneel moet geen synoniem zijn voor koel. Dat kan je ook op een warm-menselijke manier aanpakken.”
Ferm voor Agravrouwen organiseerde op 3 juli een fietsbenefiet om aandacht te vragen voor het mentale welzijn van boeren en boerinnen. De opbrengst gaat naar Boeren op een Kruispunt.
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
De provincie Antwerpen blijft de landbouwkamer ondersteunen als adviesorgaan en maakt jaarlijks 25.000 euro vrij voor scholenbezoeken en imago-activiteiten rond land- en tuinbouw.
Campo Solar groeide in tien jaar van een tuinfeest uit tot een festival voor 30.000 bezoekers, met landbouw als hart van de beleving: tussen mais, bloemen en lokale smaken.
Boerenbond brengt Meer boer dan je denkt naar Rock Werchter: ontdek hoe lokale landbouwproducten, chef Loïc Van Impe en festivalboer Davy Lissens de Smaakfabriek tot leven brengen.