Waarom emissiereducerende innovaties moeilijk doorbreken in de praktijk (+ video)
Aangemaakt op
De stikstofdoelstellingen voor de veehouderij liggen vast, maar de weg ernaartoe blijft voor veel landbouwers onzeker. Het aantal erkende technieken om ammoniakemissies te reduceren is vandaag beperkt, terwijl nieuwe innovaties slechts moeizaam hun weg vinden naar erkenning en toepassing in de praktijk. Daardoor wordt het voor veehouders bijzonder uitdagend om tegen uiterlijk 30 september 2029 te voldoen aan hun individueel berekende stikstofplafond. Tijdens een Tour de Boer voor beleidsmakers, georganiseerd door het Interreg-project RAMBO gingen begin juni op het varkensbedrijf van familie De Baerdemaeker in Mollem, landbouwers, innovatoren, beleidsmakers en adviesorganen met elkaar in gesprek over hoe die kloof kan worden overbrugd.
Het Vlaamse stikstofdecreet verplicht veehouderijen om tegen najaar 2029 te voldoen aan een individueel stikstofplafond. In de praktijk blijkt echter dat het huidige aanbod aan erkende ammoniakemissiereducerende technieken voor sommige diercategorieën ontoereikend is. Innovatie is daarom essentieel om de reductiedoelstellingen te behalen. Toch ervaren ontwikkelaars en landbouwers dat het traject van ontwikkeling over validatie tot erkenning en implementatie vandaag complex, tijdsintensief en onzeker verloopt.
Met de Tour de Boer voor beleidsmakers wilde RAMBO die knelpunten concreet in kaart brengen en tegelijk zoeken naar oplossingen die innovatie sneller tot op het landbouwbedrijf kunnen brengen. Tijdens een panelgesprek gingen vertegenwoordigers van sector, beleid en adviesorganen met elkaar in debat. Aan tafel zaten Kris Peeters van de studiedienst van Boerenbond, Hans Verhoeven van De Hoeve Innovatie uit Nederland, Sam De Campeneere van WeComV, Bram Van Hecke namens het kabinet van Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns en Chris Van Naarden van het Nederlandse ministerie van Landbouw.
Sam De Campeneere van WeComV, Kris Peeters van de studiedienst van Boerenbond, Hans Verhoeven van De Hoeve Innovatie uit Nederland, Chris Van Naarden van het Nederlandse ministerie van Landbouw, Bram Van Hecke namens het kabinet van Vlaams minister van Landbouw Jo Brouns en Greet Riebbels van ILVO die het debat modereerde.
Tijdens het debat werden vier structurele knelpunten benoemd die de doorstroming van innovatie naar erkenning en toepassing vandaag afremmen. Het eerste knelpunt betreft de proefstalregeling. Hoewel het huidige decreet voorziet in proefvergunningen voor emissiereducerende technieken, blijkt de praktische toepasbaarheid beperkt. Technieken die zich nog in een proefopstelling bevinden, kunnen immers niet meetellen voor de emissiereductiedoelen die bedrijven moeten realiseren. Pas na officiële erkenning kunnen ze bijdragen aan de PAS-referentie. Daarnaast zijn er maximaal vier proefstalvergunningen per techniek mogelijk, terwijl die vier locaties net noodzakelijk zijn om een emissiefactor te kunnen bepalen. Volgens de panelleden is een werkbare proefstalregeling dan ook cruciaal om innovatie sneller te laten doorstromen. Bram Van Hecke benadrukte daarbij dat de juridische hiaten in de regeling moeten worden weggewerkt. Volgens hem heeft de sector nood aan een sluitend juridisch kader met voldoende flexibiliteit om de regeling ook effectief toepasbaar te maken in de praktijk.
Een tweede aandachtspunt is de ondersteuning van pioniers. De VLIF-innovatiesteun wordt algemeen erkend als een belangrijk instrument om innovatie te stimuleren, maar volgens de deelnemers aan het debat sluit die ondersteuning vandaag onvoldoende aan bij de risico’s die pioniers dragen. Innovatoren investeren in de ontwikkeling, testing en doormeting van nieuwe technieken, terwijl dezelfde technieken na erkenning vaak onder financieel gunstigere voorwaarden kunnen worden toegepast door andere bedrijven. Dat zet druk op de bereidheid om te investeren in nieuwe oplossingen. Vanuit het panel werd daarom gepleit voor een herziening van de steunpercentages en voorwaarden, zodat pioniers minstens op een gelijkwaardige manier worden ondersteund als landbouwers die later gebruikmaken van erkende technieken.
Gastheer Bart De Baerdemaeker uit Mollem had ook zijn inbreng tijdens het gesprek.
Ook de meetrichtlijnen vormen een belangrijke drempel. Het huidige protocol wordt door de sector als technisch complex en kostelijk ervaren. Vooral de validatie van sensoren en de opmaak van meetplannen vragen veel expertise en middelen. Tegelijk ervaren innovatoren een zekere afstand tot de adviesorganen die dossiers beoordelen. Daardoor worden dossiers niet altijd vanaf het begin op de juiste manier opgebouwd, wat leidt tot vertragingen in de procedure. Volgens de panelleden ligt een deel van de oplossing in een sterkere begeleiding van innovatoren. Meer opleiding, ondersteuning bij het opstellen van meetplannen en een betere afstemming tussen innovators en beoordelende instanties moeten leiden tot kwalitatief sterkere dossiers en een vlottere beoordeling.
Het vierde knelpunt heeft betrekking op de erkenningsprocedure zelf. De doorlooptijden zijn vaak lang en de transparantie kan beter. Meetplannen moeten regelmatig meerdere keren worden aangepast voordat ze worden goedgekeurd, waardoor de opstart van een meetcampagne soms bijna een jaar op zich laat wachten. Vanuit de sector klinkt de vraag naar meer richtinggevende feedback tijdens het proces. Vandaag ligt de nadruk volgens verschillende deelnemers vaak op wat niet conform is, terwijl er behoefte bestaat naar duidelijkere aanwijzingen over hoe dossiers kunnen worden verbeterd. Tegelijk werd tijdens het debat benadrukt dat goed voorbereide dossiers een belangrijke sleutel vormen om de erkenningsprocedure te versnellen.
In de praktijk blijkt dat het huidige aanbod aan erkende ammoniakemissiereducerende technieken voor sommige diercategorieën ontoereikend is.
De inzichten uit de bijeenkomst worden samen met de resultaten van een gelijkaardige Tour de Boer voor beleidsmakers in Nederland, die plaats zal vinden op 14 juli 2026, verder verwerkt in een whitepaper. Daarin zullen concrete beleidsaanbevelingen worden geformuleerd om het traject van innovatie naar erkenning en implementatie te versnellen en landbouwers meer zekerheid te bieden. De whitepaper wordt tegen het einde van de zomer bezorgd aan beleidsmakers in Vlaanderen en Nederland.
De Tour de Boer maakt deel uit van RAMBO, een Interreg-project dat zich richt op het versnellen van ammoniakreducerende innovaties in de varkens- en pluimveehouderij, met bijzondere aandacht voor brongerichte maatregelen. In de voorbije drie jaar onderzocht het project verschillende innovatieve technieken, waarbij niet alleen werd gekeken naar emissiereductie, maar ook naar economische haalbaarheid, dierenwelzijn en toepasbaarheid in bestaande stallen. Daarnaast ontwikkelde RAMBO een duurzaamheidsmatrix die veehouders ondersteunt bij de keuze van een passend emissiereducerend systeem en zet het project sterk in op kennisdeling en individuele begeleiding van landbouwers.
Landbouwers kunnen tot 18 september 2026 subsidie aanvragen voor boslandbouw: tot 75% van de aanplantkosten, mits voldaan wordt aan strikte voorwaarden rond perceel, boomdichtheid en behoud.
Hoe kunnen innovatieve technologieën bijdragen aan een rendabele en betrouwbare koolstoflandbouw? Tijdens de Vlaamse Carbon Farming Dag brengen we landbouwers, technologieaanbieders, beleidsmakers en andere stakeholders samen rond de nieuwste ontwikkelingen in carbon farming.
Provincie West-Vlaanderen investeert in lokale koolstofopslag in landbouwbodems om CO₂-uitstoot te compenseren en bodemkwaliteit te verbeteren. Ook steden en gemeenten kunnen meedoen.
Koe en Eiwit laat zien hoe melkveehouders met een volledig rantsoen minder stikstof verliezen, zonder in te leveren op melkproductie, diergezondheid en rendement.
Ecorobotix ARA 620 combineert AI, camera’s en individuele dopaansturing voor ultralokale onkruidbestrijding. Zo spuit de machine alleen waar nodig en beperkt ze drift en middelengebruik.
Warme en natte maanden zorgden voor snelle gewasgroei, maar hitte, onweersbuien en hagel zetten de opbrengst van granen, aardappelen, maïs en suikerbieten onder druk.
Landbouwers kunnen tot 18 september 2026 subsidie aanvragen voor boslandbouw: tot 75% van de aanplantkosten, mits voldaan wordt aan strikte voorwaarden rond perceel, boomdichtheid en behoud.