Vlaamse pioniers zoeken hun weg in de hazelnootteelt
De hazelnootteelt staat in Vlaanderen nog maar in de kinderschoenen, maar een kleine groep pionierende landbouwers zet er al volop op in. Intussen zijn er 24 telers die samen ongeveer 21 hectare hazelaars beheren. Zij onderzoeken welke rassen het best presteren onder Vlaamse omstandigheden, hoe je de teelt optimaal aanpakt en welke afzetkansen er bestaan voor lokaal geteelde hazelnoten.
De interesse komt niet uit het niets. De hazelaar is een inheemse plant in Vlaanderen en hazelnoten zijn een gegeerde grondstof in de voedingsindustrie, onder meer voor chocopasta en andere verwerkte producten. Toch wordt het overgrote deel van de hazelnoten die hier worden verwerkt, geïmporteerd. Internationaal domineren regio’s zoals Piemonte in Italië en Turkije de productie. Zij vormen dan ook een belangrijke bron van inspiratie voor Vlaamse telers.
Een struik met lange levensduur
De hazelaar (Corylus avellana) is een meerjarige struik die meestal als meerstammige struik of kleine boom wordt geteeld. Afhankelijk van ras en teeltwijze kan hij enkele meters hoog worden en tientallen jaren productief blijven.
De teelt vraagt weinig dagelijkse arbeid, maar heeft wel een lange opstartperiode. Pas na drie à vier jaar verschijnt een eerste beperkte oogst, waarna de opbrengst geleidelijk toeneemt. Daardoor wordt de teelt vaak bekeken als een langetermijninvestering.
De oogst gebeurt in het najaar, wanneer de noten uit de omhulling vallen. Op grotere percelen gebeurt het verzamelen mechanisch, gevolgd door enkele stappen in de naoogstverwerking zoals drogen, sorteren en eventueel roosteren.
Pioniers zoeken hun weg
De totale oppervlakte hazelnootteelt in België bedoeg in 2024 135 hectare, waarvan ongeveer 80% in Wallonië. In Vlaanderen staat de teelt nog in haar beginfase. Momenteel zijn er 24 telers actief op 42 percelen, samen goed voor ongeveer 21 hectare hazelnoten.
De redenen om met hazelaars te starten verschillen sterk. Heel wat landbouwers plantten ze aan als groenscherm rond een nieuwbouwstal. Anderen begonnen uit interesse in de noot, zonder meteen een doorgerekend verdienmodel. Intussen bekijken sommigen de teelt bewuster als een manier om hun bedrijfsvoering robuuster te maken, bijvoorbeeld door hazelaars te planten op weides of op buffer- en erosiestrips.
Veel telers zoeken nog naar de beste aanpak. Ze experimenteren met rassenkeuze, plantafstand, oogstmethodes en drogen van de noten en verkennen tegelijk mogelijke afzetkanalen. Voor kennis over de teelt loopt onder meer het ILVO-project Pro-Noot. Om samenwerking tussen telers te stimuleren en nieuwe afzetmogelijkheden voor Belgische hazelnoten te ontwikkelen, werd daarnaast het EIP-project HazelSamen opgestart, onder begeleiding van Flanders’ Food, ILVO en Boerenbond.
De telers bezochten Agronuts in Wallonië om inspiratie op te doen.
Projectwerking brengt telers samen
Waar bij de start vier actieve telers betrokken waren in HazelSamen groeide de groep gaandeweg en toonden ook nieuwe telers interesse. Tijdens het project werd duidelijk dat er nog heel wat vragen leven rond de teelt en de afzet. Zo is de Belgische keten voor hazelnoten nog weinig ontwikkeld. Wie zijn de mogelijke afnemers en welke volumes en kwaliteit verwachten zij precies? Ook op technisch vlak zijn er uitdagingen. Zodra de teelt opschaalt, wordt mechanisatie belangrijk, bijvoorbeeld voor het oogsten, sorteren of verwerken van de noten.
Via het project werden ook nieuwe contacten gelegd met mogelijke afnemers. Zo verwerkt Migino noten tot meel, pasta en olie voor horeca en foodservice. Ranobo brengt gedroogde noten en vruchten op de markt via verschillende supermarktketens. Beide bedrijven staan open voor Belgische hazelnoten, maar wijzen wel op het belang van voldoende volume, constante kwaliteit en samenwerking tussen telers.
De hazelnoten worden ingevoerd voor verwerking.
Voorzichtige groei
Na een jaar verkennen tekenen zich twee mogelijke richtingen af voor de verdere ontwikkeling van de teelt. Sommige landbouwers willen samenwerken rond machines, eerste naoogstverwerking en afzet, terwijl anderen kiezen voor een kleinschaligere aanpak met eigen verwerking en korte keten.
Wat wel duidelijk is: wil de hazelnotenteelt in Vlaanderen echt een rol spelen op de markt, dan zal het areaal aanzienlijk moeten uitbreiden. Binnen de huidige telersgroep leeft de ambitie om meer hazelaars aan te planten. Anderzijds kan die uitbreiding ook komen van nieuwe telers, al dan niet zij-instromers, die met hazelaars aan de slag gaan. Om dergelijke groei te ondersteunen, is er wel nog nood aan meer praktijkcijfers over arbeid, opbrengst en kostprijs, zodat landbouwers beter kunnen inschatten wat de teelt economisch kan betekenen voor hun bedrijf.
HazelSamen word mede gefinancierd door de Vlaamse en Europese overheden.
Op de Vlaamse Carbon Farming Dag in Lennik ontdekten landbouwers, onderzoekers en bedrijven hoe levende bodems, nieuwe technologie en samenwerking carbon farming vooruit kunnen helpen.
Hoop op herstel van de graanhandel via de Zwarte Zee drukt de tarwe- en maïsprijzen. De markt blijft volatiel zolang de situatie rond Oekraïense export onzeker is.
Voor Patrick en Chiel Lemahieu-Ameloot begint een teeltplan niet bij de hoogste opbrengst, maar bij bodem, rotatie en wat hun bedrijf aankan. Ontdek hoe ze rekenen met gemiddelden én ruimte laten voor onzekerheid.
VCBT legt uit hoe appels en peren niet langer op buikgevoel worden beoordeeld: met vijf objectieve metingen maken ze sappigheid, knapperigheid, kleur, veegschade en plukmoment meetbaar.
Aardbeien telen vraagt lange dagen, maar Luc Fleerackers kiest bewust voor balans: naast zijn bedrijf maakt hij enthousiast tijd voor zijn gezin en de hobby's.
Op de Vlaamse Carbon Farming Dag in Lennik ontdekten landbouwers, onderzoekers en bedrijven hoe levende bodems, nieuwe technologie en samenwerking carbon farming vooruit kunnen helpen.
Meer dan 200 lokale mandatarissen volgden Boerenbonds webinar over het BRV. Ontdek waarom we hen vroegen landbouw een volwaardige plek te geven in het Vlaamse ruimtelijk beleid.
Hoop op herstel van de graanhandel via de Zwarte Zee drukt de tarwe- en maïsprijzen. De markt blijft volatiel zolang de situatie rond Oekraïense export onzeker is.