Praktische tips voor veilige landbouw aan spoorwegen
Aangemaakt op
Werk je als landbouwer in de buurt van het spoor? Dan is veiligheid extra belangrijk. Dieren op de sporen en werkzaamheden langs het spoor kunnen grote gevolgen hebben voor jezelf, het treinverkeer en voor iedereen die de trein neemt. Een aantal eenvoudige maatregelen kunnen al helpen om de risico’s te beperken en uiteindelijk spoorongevallen te voorkomen.
Bescherm je dieren
Dieren op het spoor vormen een reëel veiligheidsrisico. Elk jaar vinden er meerdere incidenten met dieren plaats, soms met zware gevolgen. Wanneer een dier op de sporen gesignaleerd is, wordt het treinverkeer op dat stuk stilgelegd, of wordt er een procedure van ‘voorzichtig rijden’ opgelegd, aan een sterk verminderde snelheid van 20 km/uur in plaats van 120 of 160 km/uur. Dit leidt tot vertraging die duizenden reizigers kan treffen.
Ongevallen komen vaak met een prijskaartje voor de eigenaars van de dieren. Dat terwijl ze vaak te voorkomen zijn door bijvoorbeeld degelijke afsluitingen te plaatsen. Infrabel raadt aan om omheiningen voldoende hoog en laag te maken. In een brochure, die je kan vinden op de website van Infrabel, bundelt de infrastructuurbeheerder enkele richtlijnen: voor schapen zou de omheining minstens 80 centimeter hoog moeten zijn, terwijl hengsten een omheining van minstens 1,40 meter hoog vereisen. Ook over het gebruikte materiaal geeft Infrabel enkele richtlijnen mee die ongevallen helpen voorkomen.
Na het plaatsen van een geschikte omheining is opvolging nodig om ongevallen te voorkomen. Controleer de omheining regelmatig op schade en herstel deze als dat nodig is. Let er tijdens de werkzaamheden op dat je een veilige afstand tot de spoorweg houdt.
Vegetatie langs het spoor
Bomen en struiken kunnen niet onbeheerd blijven groeien naast het spoor, want ook dat brengt forse risico’s met zich mee. Bij winderig weer of storm kunnen er takken of zelfs hele bomen omvallen en de sporen of bovenleiding beschadigen of wissels blokkeren. Worden struiken of bomen te groot, dan kunnen ze ook het zicht op de seinen belemmeren, waardoor treinbestuurders de snelheid moeten aanpassen. Vallende bladeren kunnen er dan weer voor zorgen dat de sporen te glad worden. Om dit te voorkomen, is het belangrijk om bomen en struiken regelmatig te snoeien.
Goed onderhoud van bomen en struiken is niet alleen noodzakelijk om problemen boven de grond te voorkomen: ook ondergronds kan vegetatie het treinverkeer verstoren. Wortels van bomen kunnen onder andere muren of bruggen aantasten. Infrabel adviseert daarom om bomen die erg dicht bij de spoorlijn staan te kappen en, waar mogelijk, te anticiperen op bomen die kunnen omvallen.
Veiligheid bij overwegen
Het komt nog regelmatig voor dat de veiligheidsregels bij overwegen niet gevolgd worden. Bij het oversteken van een spoorweg is het daarom erg belangrijk om enkele regels in het achterhoofd te houden. Zo is het belangrijk om de signalisatie te respecteren: zodra het rode licht begint te branden, moet je stoppen, ook als de slagboom nog niet naar beneden is. Oversteken doe je alleen als het witte licht knippert.
Maar zelfs als het witte licht brandt, moet je opletten als je een overweg oversteekt. Zorg er bijvoorbeeld voor dat je in één keer kan oversteken. Staat er een file aan de overkant? Wacht dan met oversteken totdat er voldoende plek is om aan te sluiten. Daarnaast zijn er ook enkele zaken die je best op voorhand controleert. Rijd je met een aanhangwagen of kar, zorg er dan voor dat deze correct vastzitten. Zo komen ze niet plotseling los op de overweg. Controleer bovendien ook of je lading niet hoger is dan 4,5 meter en zorg ervoor dat laadbakken zeker naar beneden staan voor vertrek. Zo voorkom je dat je de bovenleiding losrukt.
Werkzaamheden langs het spoor
Ook bepaalde werkzaamheden langs het spoor kunnen een impact hebben op het treinverkeer. Bij het sproeien van een veld, bijvoorbeeld als de sproeier in contact komt met de bovenleiding (met 3000 volt), kan dat kortsluiting en uitschakeling veroorzaken, met flink wat hinder voor het treinverkeer als gevolg. Niet alleen sproeien, maar ook ploegen kan wateroverlast veroorzaken. Het is belangrijk om steeds parallel met de sporen te ploegen, omdat het water anders kan aflopen richting de spoorinfrastructuur, waar het de bedding kan destabiliseren.
Tot slot is het erg belangrijk om de sporen te allen tijde vrij te houden: zorg er dus zeker voor dat er geen werktuigen, afval of ander materiaal terechtkomt. Laat bijvoorbeeld snoeiafval ook niet liggen op het terrein van Infrabel. Voor je persoonlijke veiligheid hou je bovendien best een afstand van minimum 1,50 meter tot het spoor. Indien het om een hogesnelheidslijn gaat, hou dan zeker 2 meter afstand. Zo zorgen we ervoor dat landbouw en treinverkeer veilig en vlot naast elkaar kunnen bestaan, en minimaliseer je het risico op ongevallen.
Meer informatie over veiligheid en preventie vind je op deze pagina.