Openbaar onderzoek GRUP Leidingstrook Opwijk-Lievegem gestart: een belangrijke impact op landbouwgronden
De Vlaamse Regering heeft de startnota goedgekeurd voor het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP)"Leidingstrook Opwijk-Lievegem". Daarmee start ook het openbaar onderzoek dat loopt van 13 oktober tot en met 11 december 2026. Eigenaars, gebruikers en landbouwers uit de betrokken regio krijgen gedurende die periode de mogelijkheid om opmerkingen en bezwaren in te dienen.
Het GRUP moet een ontbrekende schakel realiseren in een toekomstig Europees netwerk voor het transport van afgevangen CO₂. Het gaat om een leidingverbinding tussen Opwijk en Lievegem, als onderdeel van een tracé tussen Eynatten aan de Duitse grens en Zeebrugge. Volgens de Vlaamse overheid en Fluxys is deze infrastructuur noodzakelijk voor de uitbouw van een CO₂-transportnetwerk dat de industrie moet ondersteunen bij de klimaattransitie en het behalen van de klimaatdoelstellingen tegen 2050.
De voorgestelde leidingstrook loopt door de gemeenten Opwijk, Aalst, Lebbeke, Dendermonde, Berlare, Zele, Lokeren, Lochristi, Gent, Evergem en Lievegem. Het onderzochte tracé volgt zoveel mogelijk bestaande aardgasleidingen van Fluxys om bijkomende versnippering van de open ruimte te vermijden. Het traject heeft een lengte van ongeveer 68 kilometer. Op het grootste deel van het traject wordt een leidingstrook van ongeveer 20 meter breed voorzien.
Uit de startnota blijkt dat het voorgestelde tracé hoofdzakelijk door landbouwgebied loopt. Van de totale lengte bevindt ongeveer 59,5 kilometer zich in agrarisch gebied, goed voor bijna 88% van het volledige traject. Slechts beperkte delen lopen door bedrijventerreinen, natuurgebieden, woongebieden en recreatiegebieden. Voor landbouwers betekent dit dat een aanzienlijk aantal percelen gedurende de aanlegfase met werkzaamheden geconfronteerd kan worden. De overheid benadrukt dat na aanleg van de leiding het landbouwgebruik opnieuw mogelijk blijft en dat de verstoring doorgaans beperkt zou blijven tot één teeltseizoen. Toch zullen landbouwers rekening moeten houden met bijkomende beperkingen die verbonden zijn aan de aanwezigheid van een ondergrondse leiding, zoals erfdienstbaarheden en beperkingen voor bepaalde werken in de leidingstrook.
Voor het gedeelte tussen Desteldonk en Lievegem worden nog twee alternatieven onderzocht:
Doornzele-Zuid, het kortste tracé van ongeveer 23,4 km;
Doornzele-Noord, een langer tracé van ongeveer 26,3 km.
Het openbaar onderzoek heeft betrekking op de startnota en de procesnota. Tegelijk wordt een uitgebreid milieueffectenonderzoek (plan-MER) opgestart. Daarbij zullen onder meer de effecten onderzocht worden op bodem en bodemkwaliteit, waterhuishouding, biodiversiteit, historisch permanent grasland, natuurgebieden en VEN-gebieden, landbouwgebruik, erfgoed en landschap en gezondheid en externe veiligheid. Bijzonder relevant voor landbouwers is dat het onderzoek expliciet aandacht voorziet voor ruimtebeslag, gebruikskwaliteit van landbouwgronden, mogelijke bemalingseffecten, bodemverdichting, verstoring van historisch permanent grasland en mogelijke impact op drainage- en watersystemen.
Tijdens de publieke raadpleging kunnen zowel eigenaars, gebruikers als andere belanghebbenden opmerkingen en bezwaren formuleren. De inspraakreacties worden verwerkt in een volgende fase van het planproces, waarna een scopingnota en later een ontwerp-GRUP worden opgemaakt. Voor landbouwers die gronden hebben binnen of nabij het voorgestelde tracé is het raadzaam om de plannen grondig te bekijken en specifieke aandacht te besteden aan de gevolgen voor bedrijfsvoering, drainage, bodemkwaliteit, bereikbaarheid van percelen, historisch permanent grasland en toekomstige gebruiksmogelijkheden van de betrokken gronden.
Hoe kan je als melkveehouder je bodem optimaal soigneren? Stijn Dewulf uit Ledegem en Mattias Braem uit Beveren-Waas legden tijdens een symposium van VLAM en BCZ op het bedrijf van Mattias uit hoe zij hiermee omgaan.
Het organischestofgehalte verhogen in de bodem wordt terecht als een belangrijke hoeksteen gezien van agro-ecologische landbouw. Maar in Vlaamse bodems is de pH evenzeer een werkpunt, net als het voorkomen van bodemverdichting
Met het impulsprogramma ‘7 voor 27’ wil Vlaanderen de waterkwaliteit versneld verbeteren. Ontdek welke zeven acties tegen 2027 voor schoner water en gerichter beleid moeten zorgen.
De beste spuittechniek hangt af van het doelwit, het gewas en de omstandigheden. Optispray toont hoe druppelgrootte, spuitvolume en techniek samen driftreductie en werking bepalen.