Een houtkant herstellen, regenwater langer vasthouden of meer groen brengen in een dorpskern: de achttien regionale landschappen helpen landbouwers, eigenaars en gemeenten om zulke plannen waar te maken. Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns wil hun werking vanaf 2027 structureel ondersteunen met 150.000 euro per regionaal landschap per jaar. Zo krijgen ze meer zekerheid om projecten voor te bereiden en mensen op het terrein te begeleiden.
Regionale landschappen brengen landbouwers, eigenaars, gemeenten en andere partners samen rond concrete projecten voor landschap, water en natuur. Ze kennen de streek en helpen om afspraken te maken over de uitvoering én het beheer achteraf. Wie onderhoudt een houtkant? Hoe sluiten watermaatregelen op verschillende percelen op elkaar aan? En welke ondersteuning kunnen initiatiefnemers aanvragen?
Met het nieuwe voorstel wil Brouns die werking een steviger basis geven. De Vlaamse steun krijgt een structurele regeling, met afspraken voor meerdere jaren. Daardoor kunnen regionale landschappen hun werk beter plannen en samenwerkingen verder uitbouwen.
“Een landschap verzorgen vraagt tijd. Je moet mensen samenbrengen, plannen uitwerken en ook afspreken wie nadien voor het beheer zorgt. Onze regionale landschappen doen dat werk, dicht bij de mensen en met kennis van hun streek. We willen hun meer zekerheid geven om daarmee door te gaan”, zegt minister Jo Brouns.
Samen water vasthouden
Een belangrijke opdracht is de uitvoering van de Blue Deal. Regionale landschappen helpen lokale partners om waterprojecten voor te bereiden. Ze brengen landbouwers, eigenaars, gemeenten en terrein- en waterbeheerders samen en bekijken hoe hun plannen op elkaar kunnen aansluiten en versterken. Dat overleg is nodig om regenwater langer in een gebied te houden. Een ingreep op één perceel hangt immers samen met wat er verderop gebeurt. Regionale landschappen helpen om over die grenzen heen te kijken en afspraken te maken met de mensen die de maatregelen zullen uitvoeren en beheren. Ze sluiten daarbij aan bij bestaande samenwerkingen en helpen lokale Blue Deals voorbereiden.
Zorg voor houtkanten, natuur en groen in de buurt
Ook het herstel van houtkanten, poelen en andere kleine landschapselementen krijgt een plaats in de werking. Daarbij gaat het zowel om de aanleg als om het onderhoud. Een netwerk van houtkanten vraagt een gezamenlijke aanpak, met duidelijke afspraken over het beheer en het nuttige gebruik van het snoeihout. Regionale landschappen kunnen daarnaast partners samenbrengen voor maatregelen die wilde bestuivers en beschermde soorten helpen met focus op het landelijk gebied buiten de grote natuurkernen. Zo krijgt natuurherstel vorm op de plekken waar mensen wonen en werken.
Verder beoogt de werking ook meer groen in en rond bebouwde gebieden en streeft naar betere verbindingen tussen groen en water. Een gemeente die haar dorpskern groener wil maken, kan dan ook rekenen op begeleiding en samenwerking met partners uit de streek.
Hulp om plannen uit te voeren
Bij een goed idee komen vaak veel vragen kijken. Welke maatregelen passen bij het terrein? Welke steun is beschikbaar? En hoe organiseer je het beheer op langere termijn? Regionale landschappen helpen landbouwers, eigenaars en lokale besturen hun weg te vinden naar de juiste ondersteuning. Dat kan gaan om een natuurbeheerplan, een beheerovereenkomst, een ecoregeling of steun voor een investering in natuur en landschap.
“We willen mensen helpen die iets willen doen voor hun omgeving. Wie een houtkant wil herstellen of samen met zijn buren water wil vasthouden, moet kunnen rekenen op advies en begeleiding. Regionale landschappen kennen de mogelijkheden en helpen om de juiste mensen rond de tafel te krijgen”, aldus Brouns.
Meer zekerheid voor de komende jaren
Voor de achttien regionale landschappen is voor 2027 maximaal 2,7 miljoen euro voorzien. Die Vlaamse steun loopt via de provincies en vult hun ondersteuning van de basiswerking aan.
Elk regionaal landschap werkt een activiteitenplan uit dat aansluit bij de noden van zijn streek. De eerste plannen lopen van 2027 tot en met 2029. Daarna volgen periodes van vijf jaar. De subsidie wordt jaarlijks toegekend en bedraagt maximaal 150.000 euro per regionaal landschap. Vlaanderen betaalt tot 80 procent van de verantwoorde kosten; de overige middelen komen uit andere bronnen.
De provincies blijven de werking ondersteunen en coördineren. De Vlaamse Landmaatschappij volgt de Vlaamse steun op.
Landbouwers in Noord-Hageland kunnen via Airkoe gratis schaduwbomen laten aanplanten. Ontdek hoe de actie dieren verkoeling biedt en weides klimaatbestendiger maakt.
De Vlaamse uienteelt is in vijftien jaar verviervoudigd. Ontdek waarom aardappeltelers voor uien kiezen, wat de cijfers zeggen over de rentabiliteit en welke risico’s de teelt met zich meebrengt.
De Raad van State bevestigt dat nationale parken vandaag geen rechtsgevolgen hebben. Maar eerdere beleidsinstrumenten tonen hoe richtinggevende kaders later toch sturend kunnen worden—een risico dat de Vlaamse Regering volgens Boerenbond actief moet afdekken.
Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns selecteerde vijf koplopers en twintig kandidaat-koplopers als gebiedscoalities. Ondek hier welke gebieden geselecteer zijn.
Op de Vlaamse Carbon Farming Dag in Lennik ontdekten landbouwers, onderzoekers en bedrijven hoe levende bodems, nieuwe technologie en samenwerking carbon farming vooruit kunnen helpen.
Na de recente regen wordt het tijdelijke verbod op wateronttrekking in elf zones rond de Dijle en de Winge opgeheven. In andere stroomgebieden blijft het verbod voorlopig gelden.