“Melkvee en thuisverwerking houden elkaar in balans”
Aangemaakt op
Op heel wat feesttafels verschijnt rond het eindejaar een ijstaart als afsluiter van de feestmaaltijd. In de streek rond Poperinge komt die lekkernij bij veel gezinnen van Zuivelhoeve De Keibol. Daar is zoon Bert de ambachtelijke ijsmaker en de drijvende kracht achter de thuisverwerking. “Mensen zien genieten van onze hoevezuivel, dat geeft ons elke keer opnieuw voldoening.”
Ivan De Clercq
Vorig jaar gingen er in de eindejaarsperiode 420 ijstaarten over de toog van De Keibol. ‘Kei’ verwijst naar keikoppen, de bijnaam voor inwoners van Poperinge. Koppigheid is niet onmiddellijk een term die je aan Bert zou linken, maar gedreven is hij wel. “Ik volgde een bachelor agro-industrie aan Hogeschool Vives. Daar leerde ik mijn vrouw Mathilde (31) kennen. Ik had er een vak kostprijsberekening, waar ik al kostprijsberekeningen simuleerde van wat we nu doen.”
POPERINGE -- Bert Spenninck
Prikkelende fierheid
Dat Bert het ouderlijk bedrijf zou overnemen stond nochtans niet in de sterren geschreven. Vader Johan (61) had in 1994 een stal gezet voor 35 koeien. De teeltoppervlakte liet ook lang niet veel meer toe. Na zijn studies werkte Bert eerst buitenshuis, onder andere als werfleider bij een bouwfirma die ook in de landbouw actief was. “Mijn ouders hebben mij altijd afgeraden om te boeren. Maar bij het constructiebedrijf kwam ik nog veel met andere boeren in contact. De fierheid van collega-boeren prikkelde mij. Mijn interesse in de boerenstiel bleef, al was wel snel duidelijk dat er thuis met 35 koeien geen inkomen viel te halen voor twee gezinnen.”
Een keuze drong zich op: fors uitbreiden in het melkvee en automatiseren, of een extra tak erbij. Het werd het tweede. “Als student werkte ik mee in restaurants. Ik kreeg er de goesting om met voeding bezig te zijn.” Via avondonderwijs volgde Bert een opleiding tot ambachtelijk ijsmaker. Al snel werden achtereenvolgens de keuken, de garage en later de dubbele garage te klein om ijstaarten voor vrienden en familie te maken.
Hoevewinkel, ijsterras en marktwagen
Ondertussen was vader Johan met de koeien gegroeid tot zo’n 60 dieren. In 2016 werd een nieuwe jongveestal aan de bestaande stal gebouwd. In 2020 waagden Bert en Mathilde definitief de sprong. Op het ouderlijk bedrijf verschenen een verwerkingsatelier en hoevewinkel. “Alle verse zuivel zoals boter, ijstaarten, chocomelk en desserts maken we zelf, behalve de kaas. Die komt van collega’s. Meer dan 80% van die kazen is West-Vlaams”, legt Bert uit. In 2021 ging de winkel open, twee jaar later het terras en de binnenruimte. In 2023 deed de opportuniteit zich voor om een marktwagen en standplaats over te nemen van een collega. Ondertussen is De Keibol terug te vinden op de markten van Poperinge, Roeselare en Staden. “Het ging snel, maar eigenlijk zijn we geleidelijk aan gegroeid”, vertelt Mathilde. “In het begin hebben we nauwelijks reclame gemaakt. We wilden eerst leren wandelen vooraleer te lopen.”
Bedrijfsleiderskring
POPERINGE -- Bert Spenninck
Vader Johan blijft zich concentreren op het melkveebedrijf, Bert neemt de verwerkingstak voor zijn rekening. Mathilde werkt buitenshuis bij een landbouwadviesbureau en werkt na haar uren mee. Voor de winkel en het hoeveterras doen ze ook een beroep op jobstudenten en flexi-jobs. Heel wat werk, maar Bert heeft nog geen moment spijt gehad van de overstap. “Ik zit ook in de Boerenbond-bedrijfsleiderskring. Daar kreeg ik terecht kritische vragen van collega’s, onder andere over het extra werk. Maar ik kreeg er ook de boodschap van een collega dat als ik het echt wou, ervoor moest gaan. Dat heeft bij mij voor de klik gezorgd. Het is druk, maar de feedback van klanten geeft voldoening.”
Uurloon toekennen
Bert is een rekenaar, en dat is voor iemand die thuisverwerking doet onmisbaar. Mathilde bevestigt: “Na het eten praten we dikwijls na. Berts hoofd staat nooit stil. Vaak neemt hij een papiertje erbij en begint te rekenen. Heel zijn bureau hangt ondertussen al vol met dergelijke papiertjes.” Voor Bert is dat kunnen rekenen een groot verschil met de melkveetak op de boerderij. “In het melkvee ben je sterk afhankelijk van wat de melkprijs doet. Een groot stuk van de rentabiliteit heb je niet in de hand. In de zuivelverwerking is arbeid de doorslaggevende factor. Van elk product in de toonbank heb ik een kostprijsberekening. In die berekening ken ik mezelf ook een uurloon toe, zo niet doe je jezelf tekort. Ik zou bijvoorbeeld graag investeren in een groter toestel om boter te karnen, maar dat kost evenveel als een gezinsauto. Maar als ik daardoor maar één keer hoef te karnen in plaats van drie keer, spaart het mij tijd uit. Als ik die tijd elders nuttig kan inzetten, is die investering misschien wel rendabel te rekenen. Soms reken ik misschien wat te vlug, en dan staat mijn vader wel eens op de rem. We zetten het dan op de prioriteitenlijst van investeringen, en dan komt het op een dag wel eens bovenaan te staan.”
Investeren in werkgemak
Voor het werk in de melkveetak heeft Bert nog geen uurloon berekend. “Eigenlijk zou dat wel moeten. ’t Is niet omdat de uren er niet betaald worden, dat je ze niet moet berekenen. Dan weet je het tenminste.” Voorlopig worden de 60 koeien gemolken in een 2 x 4 visgraat. Vader Johan heeft al laten weten dat hij op zijn 65ste niet meer elke dag twee keer in de melkput wil staan. Maar Bert heeft maar twee handen en Mathilde doet haar werk buitenshuis heel graag. “Uitbreiden in de melkveetak staat zeker niet op ons investeringslijstje, maar ik wil wel nog investeren in werkgemak. Een robot zou al veel arbeid uitsparen.” Ook de markten willen Bert en Mathilde zeker blijven doen. “Het hoeveterras wisselt drukke met kalme periodes af. De markten blijven doorheen het jaar vrij constant. De verschillende activiteiten vullen elkaar aan. Het melkvee en de thuisverwerking houden elkaar in balans.”
POPERINGE -- Bert Spenninck
Stil rond de strobox
Hoe dan ook willen Bert en Mathilde de koeien blijven beweiden. “Mensen op ons terras een ijsje zien eten van de koeien die enkele meters voor hun neus grazen, daar kunnen wij van genieten. De koeien trekken aan, en dan komen ook de vragen. Ze zien de zonnepanelen, de zonneboiler, de kleine windmolen en wij kunnen dat linken aan het ijsje in hun hand.” Naast het hoeveterras organiseert het koppel in de rustigere maanden ook kaas- en wijnavonden. In de zomer slaat een jeugdbeweging haar tenten op op het bedrijf. “We vinden het belangrijk dat jonge mensen kennismaken met de sector. Vorige zomer was een koe aan het kalven. Met 70 kinderen stonden ze rond de strobox en het was muisstil. Dat zijn magische momenten.”
Beitems Bodemfestival bracht landbouwers, onderzoekers en machinebouwers samen rond bodemgezondheid, met demo’s, getuigenissen en praktijkinzichten over innovatie, precisielandbouw en duurzaam bodembeheer.
De stormschade van 27 op 28 juni heeft heel wat mais doen omvallen. Het (Landbouwcentrum voor Voedergewassen) publiceert nu een beslissingsboom die je helpt te beslissen wat je moet doen na schade.
Campo Solar groeide in tien jaar van een tuinfeest uit tot een festival voor 30.000 bezoekers, met landbouw als hart van de beleving: tussen mais, bloemen en lokale smaken.
ILVO-onderzoekster Sarah Garré gaat op zoek naar mogelijkheden voor onze boeren om ook in de toekomst nog goed te kunnen blijven telen, ongeacht of het nu veel of weinig regent; Willem Rombaut vertelt over het Steunpunt Groene Zorg; en we maken kennis met Harvestis, de nieuwe naam van de fusie van het Proefstation voor de Groenteteelt in Sint-Katelijne-Waver en Proefcentrum Hoogstraten.
Melkprijs lijkt dieptepunt voorbij. Door stabielere zuivelnoteringen en een afnemende melkproductie zet zich sinds april een lichte stijging in, al blijft een sterke zomerpiek onwaarschijnlijk.
Campo Solar groeide in tien jaar van een tuinfeest uit tot een festival voor 30.000 bezoekers, met landbouw als hart van de beleving: tussen mais, bloemen en lokale smaken.
Bij ‘de grote vakantie’ denken land- en tuinbouwers meestal aan iets anders dan aan heerlijk niets doen en logeren op verplaatsing. Tenzij ze het zelf organiseren natuurlijk.
Sofie Lietaer en Sander Soetemans toonden in Geel aan de pers hoe melkveehouders hun zorg voor de koeien naadloos integreren met een goede bodemzorg. Klimaatscans en duurzaamheidsmonitoring onderbouwen dergelijke sectorinspanningen ook cijfermatig.
Landbouwverbreding is een cruciale bouwsteen is voor een toekomstgerichte landbouw en een leefbaar platteland. Door landbouwbedrijven bijkomende economische activiteiten te laten ontwikkelen, ontstaat meer veerkracht, meer werkgelegenheid en een sterkere verbinding tussen landbouw en samenleving.
De Provincie West-Vlaanderen ondersteunt innovatieve plattelandsprojecten in West-Vlaanderen met LEADER-steun voor ideeën die landbouw, landschap en biodiversiteit versterken.